GRETSKE „DE FREULE"
Een levenstragedie
Eindelijk kwam er meer beweging. De armmeester verscheen om toegang tot het kamertje van Gretske te geven en de genoodigden te ontvangen. Dat was meteen het teeken voor de verwanten dat men daar heen kon gaan, terwijl Ka zoo vriendelijk was om aanstonds ook maar mee naar binnen te treden. „Zij kon dan meteen even zeggen wie zij waren en misschien had de armmeester ook nog wel een boodschap voor haar te doen, want zij was hier in alles zijn rechterhand". Doch er viel niets meer te regelen. Kort was de begroeting der vreemdelingen, die in haar leven nooit naar Gretske hadden omgezien, en ook ternauwernood een blik op het gelaat van de doode wierpen, „'k Had ze niet meer gekend als zij mij tegen kwam" — zei de een, en de ander evenmin. Mét nam hij een flinke pruim tabak uit de doos en stak deze achter de kiezen, om daardoor straks op den weg naar het kerkhof eenige afleiding te hebben. Langzamerhand kwamen er meerderen. Enkelen uit de plaats, met wie Gretske nog eenige gemeenschap had, een paar winkeliers, van wie zij haar waren betrok, boer Grondsma en vrouw, die, niettegenstaande de drukte in het bedrijf, niet wilden nalaten de doode te eeren, en eindelijk de dominé.
De eene btoedverwant stiet den ander aan den arm. Een dominé waarlijk ! Hoorde Gretske dan bij de kerk ? Dit hadden zij niet geweten. Zij waren sociaal en kerkten nooit, maar vonden 't toch wel aardig, dat zoo'n mijnheer naar zulke arme menschen omkeek, 't Was op een begrafenis ook wel wat kaal, wanneer d'r niet zoo iemand bij was om een woordje te spreken.|
Toen kwamen de dragers binnen om te zeggen, dat „het uur verstreken was", en dit was voor den dominé het sein om iets te gaan zeggen. Nieuwsgierig drongen omwonenden en heel de bevolking uit de kermiswagens voor zoover aanwezig, voor het raam en in het nauwe gangetje om zoo mogelijk te hooren wat er gezegd werd.
„Mijne vrienden" — aldus begon hij. Dat woord was hier al iets bizonders van een predikant. En toen vervolgde hij : , Het is zeker wel iets dat verwondering wekt, gezien de belangstelling die hier betoond wordt, dat aan deze plaats door een dienaar des Evangelies een woord bij een begrafenis gesproken wordt. Wanneer men mij geruimen tijd geleden gezegd had, dat ik zulks zou doen, was ik zelf misschien de eerste geweest om dit voor onmogelijk te houden. Want welke betrekking was er voorheen tusschen Lombok en de kerk ! Dat daar evenwel verandering in gekomen is, moet vooral worden toegeschreven aan haar, wier stoffelijk overschot wij thans gereed staan grafwaarts te brengen. Ik sta hier niet om de overledene te verheerlijken, — als er één is geweest van wie gezegd mag worden dat eenvoud haar kenmerk was, dan gold dit Gretske. Maar ik sta hier om te getuigen van de groote genade Gods, die zich over deze eenvoudige ziel heeft ontfermd om haar als een parel te hechten aan de Martelaarskroon van onzen Heiland. Ik ben er van overtuigd, dat zij een „Koningskind" was. In haar leven heeft zij door een stillen, geloovigen wandel uitgedragen wat er leefde in haar hart, en hare liefde tot den Heere Jezusi en daardoor tot de menschen geopenbaard. Daar zullen allen, die haar van nabij gekend hebben, van kunnen getuigen.
Ik zie, dat de buren op de kist een krans gelegd hebben met de woorden : „Uit hoogachting". Zeker zou zij dat zélf niet begeeren, maar nu het gedaan is, wil ik hier verklaren, dat zij deze ongetwijfeld verdiende. Ook waar aan die hoogachting wel eens iets ontbrak, heeft Gretske een grootheid van zielenadel getoond, zooals deze niet opkomt uit het natuurlijk hart. Zij kón dat doen, omdat de Geest en genade Gods haar daartoe bekrachtigde. Zoo was zij in het kleine getrouw, en is thans over veel gezet, naar de belofte des Heeren. Moge haar leven éene prediking worden voor ons allen, en zij óns heengaan van hier eenmaal gelijk aan het hare. Dan is de vreeize des doods geweken omdat de dood verslonden werd tot overwinning, en dan wacht ons de vreugde des Heeren door Hem, die al de Zijnen ten leven voert. Want: „Zalig zijn de dooden die in den Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, want zij rusten van hunnen arbeid en hunne werken volgen hen".
Daarop werd in een roerend gebed gedankt voor de genade Gods, hier aan deze eenvoudige ziel bewezen, en gesmeekt déze zelfde genade te willen verheerlijken aan allen, die nog verre stonden.
En buiten wachtte een ongewoon groot aantal menschen om de uitvaart van Gretske te zien. In waarheid leek het die van een freule. Maar Gretske was ook een ander. Omdat zij een geheiligd kind des Heeren was..
Op eerbiedigen afstand stonden de kermismenschen, de hoofden ontbloot, de kleinen aan de hand. Langzaam ging de stoet grafwaarts, voorafgegaan door den man met steek en bef, gesloten door een polltie-agent. Oude Ka hing Trui in den arm en kon ternauwernood op den weg naar het graf zwijgen, zooals dat behoorde, omdat de dominé zoo mirakelachtig mooi gesproken had, en daarbij ook de krans van hen niet vergat. Wat lag die mooi op de kist.
Op de begraafplaats gekomen, schaarden allen zich zwijgend om de groeve. Nog eenmaal werd een blik in de donkere diepte geworpen, waarin haar stoffelijk omhulsel tot den grooten Opstandingsdag verborgen zou zijn, en daarop daalde de zwarte kist langzaam naar .beneden. Ook het laatste van Gretske was aan het oog onttrokken. Eerbiedig nam de doodgraver zijn dienstpet af, alsof hij daardoor de aanwezigen wilde bedanken voor dat zij hem deze doode gebracht hadden, en daardoor meteen 't sein van vertrek geven, maar toen trad dominé nog eenmaal naar voren. Zou hij hier, ook aan deze groeve, niet getuigen van wat Gods genade had gedaan voor een, die vóór korten tijd nog tot de vergetenen had behoord ? Bleek uit de schare nieuwsgierigen, die mede naar hier waren gegaan, niet duidelijk, dat men nog iets verwachtte, en moest hij meteen deze gelegenheid niet aangrijpen om van de eeuwige dingen te getuigen ?
En toen volgde een korte, maar getrouwe verkondiging van de verlossings-boodschap, waaraan heel de wereld en alle menschen van alle tijden behoefte zullen blijven houden, dat n.l. allen aan de zonde en den dood onderworpen zijn, maar dat Jezus Christus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken. En dat Gretske een sprekend bewijs voor deze waarheid was. Met een ernstige vermaning tot allen, om in den welaangenamen tijd bij dien Christus het heil te zoeken, vóór het misschien te laat iwas, eindigde hij zijn woord, dat met diepen eerbied beluisterd werd.
Neen maar, dat was nu nog eens een dominé ! Nooit was zóó iets vertoond; een toespraak bij het graf van een die op Lombok woonde ! Wel gebeurde dit bij uitzondering wanneer een zeer verdienstelijk man was heengegaan, of het sterven met iets bijzonders in betrekking stond, maar nimmer toij 'n zoo alledaagsch mensch als Gretske d'r een was. Dit kon nog eerst eens eene begrafenis genoemd worden !
(Slot volgt).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1935
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's