De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

EEN NIEUW AGITATIEMIDDEL

6 minuten leestijd

Wanneer er één partij is, die voor haar politieke actie een agitatiemiddel behoeft, ten einde de geestverwanten voortdurend in beweging te houden, is het ongetwijfeld de Sociaal Democratische Arbeiders Partij.
Men zal zich nog „de roode Dinsdagen" herinneren, de optochten, die op den dag van de opening der Saten-Generaal werden gehouden, bij welke gelegenheid het algemeen kiesrecht, de gelijkstelling der vrouw, de moederschapszorg en zoovele andere onderwerpen meer, de leuzen waren, waarvoor in die dagen de roode Arbeiderspartij demonstreerde.
Daarna brachten de Sociaal Democraten in het jaar 1920 de Socialisatie, de bedrijfsorganisatie en de medezeggenschap aan, de politieke markt. Later kwam de eisch van de nationale ontwapening. En nadat al deze agitatiemiddelen en leuzen in den loop der jaren successievelijk waren opgeborgen, komt thans de S.D.A.P. met haar „Plan van den arbeid".
Waarom — zoo zullen de Sociaal Democraten gevraagd hebben — zou de partij niet met zulk een plan komen, nu ook de Belgische, Zweedsche en Zwitsersche partijgenooten een dergelijk plan in hun land aan de orde hebben gesteld? Voor dit Plan van den arbeid wordt nu door de Socialisten groote reclame gemaakt.
Wat het Plan van den arbeid bedoelt, wordt medegedeeld op blz. 1 van het lijivig boekdeel van 320 bladzijden, dat over deze materie verscheen. De ontwerpers van het Plan schrijven daar :
»Het Plan van den arbeid houdt in : een „economisch diepgaande hervorming, met het „doel om — voorzoover dat mogelijk is met „maatregelen, welke liggen binnen het machtsbereik van de nationale gemeenschap — aan „het Nederlandsche volk te verschaffen :
„Bestaanszekerheid bij een behoorlijk bestaanspeil ;
voor den werklooze beteekent bestaanszekerheid : zekerheid van arbeid en brood ; het einde van de periode van voortdurende werkloosheid en afhankelijkheid van steun ;
voor den in loondienst werkende : het verdwijnen van de vrees, dat hij morgen bij het „groote leger der werkloozen wordt ingelijfd; voor den boer en den tuinder : afzet van zijn producten tegen prijzen, die hem een „menschwaardig bestaan waarborgen ;
voor den pachter daarenboven de voortzetting van de pacht in normale gevallen ;
voor den middenstander: koopkrachtige afnemers en vermindering van de concurrentie binnen zijn bedrijf ;
voor den intellectueel beteekent uitvoering van het plan een sterk toenemende werkgelegenheid, in het bijzonder van die, welke hem in staat stelt zijn gaven ten dienste van het algemeen belang aan te wenden ; voor den jongere opent het Plan het uitzicht op een leven, dat hij voor een grooter deel door eigen kracht kan inrichten*.
Zie hier, „elk wat wils".
Men vraagt zich af bij het rustig overlezen van dit program, waarom dit „ei van Columbus" door de Sociaal Democraten niet eerder op tafel werd gezet, dan toch zou veel ellende en nood voorkomen zijn, en zou de crisis reeds zijn opgelost geworden.
„Bestaanszekerheid voor heel het volk bij een „behoorlijk levenspeil" !
Echter, wanneer men dieper het Plan binnendringt en men van de uitvoering van het Plan kennis neemt, komt men onder den indruk, dat de positieve welvaart, die het Plan zal moeten brengen niet veel meer is dan een propagandamiddel, een reclame, zelfs een van de slechtste soort.
Bovendien is, wat het Plan beoogt: industrialisatie en het ter hand nemen op groote schaal van groote werken, niet nieuw. De Regeering werkt in die richting toch reeds geruimen tijd.
De ontwerpers van het Plan willen, ten einde hun doel te bereiken, gedurende drie jaren een bedrag van rond ƒ 200 millioen per jaar laten verwerken. Naar hun zeggen, zal daarvan een verheffende invloed op het geheele economische leven van ons volk uitgaan. Zij berekenen voorts, dat bij uitvoering van het Plan 110 a 120.000 werkloozen arbeidsgelegenheid zullen vinden en dat na de drie jaren de koopkracht met ƒ 100 millioen zal zijn toegenomen.
Z'ou men daarnaast dan de 40-urige werkweek invoeren, de oude arbeiders pensionneeren en de leerplicht met één jaar verlengen, dan zou het aantal werkloozen, dat in dienst wordt gesteld, zelfs tot 200.000 kunnen worden opgevoerd.
Dit nu is alles mooi gezegd en gemakkelijk op het papier neergeschreven.
Maar ook deze penning heeft haar keerzijde. En die keerzijde toont de Regeering in haar antwoord op de opmerkingen, die in de afdeelingen der Kamer door de Sociaal Democraten gemaakt werden ter aanbeveling van hun Plan van den arbeid.
De Regeering zegt dan :
Het voornaamste bezwaar (tegen het Plan van den arbeid) is wel  de luchthartigheid, waarmede gesproken wordt over de mogelijkheden om zich de honderden millioenen te verschaffen, die voor de uitvoering van het plan noodig zijn. Met alleen is de kapitaalmarkt uitermate beperkt — in geen enkel land blijkt het mogelijk lang loopende leeningen uit te geven — doch ook de geldmarkt — het verschaffen van kort geld — is zeer sterk terughoudend, althans na dezen zomer. Wie eenigermate bekend is met de groeiende zorgen der Regeering om hare bestaande vlottende schuld regelmatig te vernieuwen door uitgifte van schatkistbiljetten en promessen, kan niet anders dan afwerend staan tegenover de gedachte om aan die reeds zoo hooge vlottende schuld nog eenige honderden millioenen toe te voegen. Waarbij dan bovendien nog moet worden bedacht, dat we thans aan rente voor die schuld het 4-of 5-voudige te .betalen hebben van wat we een half jaar geleden er voor betaalden, een wijziging die, naar het oordeel der Regeering, moet worden toegeschreven aan den onzekeren politieken toestand en aan de gewekte vrees voor het lot van den gulden.
Een tweede bezwaar is ontleend aan de practische mogelijkheden bij de uitvoering van nuttige werken.
Ook naar het oordeel der hier aan het woord zijnde leden (de voorstanders van het plan) moeten de werken nuttig zijn en productief in den zin, dat zij de voorwaarden van het economisch leven verbeteren. Zulke werken zouden in ruime mate zijn aan te wijzen. De ervaring van de Regeering is een andere. Zelfs bij de besteding van de ƒ 60 millioen uit het Werkfonds heeft men niet kunnen vermijden af en toe gelden beschikbaar te stellen voor werken, waarbij twijfel aan de economische nuttigheid gerechtvaardigd is. Dit is trouwens niet te verwonderen als men weet, dat in de laatste 15 jaren van Overheidswege een bedrag van ongeveer ƒ 1500 millioen voor publieke werken is uitgegeven.
Een soortgelijke opmerking is te maken met betrekking tot den woningbouw. Toegevend, dat bij krotopruiming nog ruimte is voor verdere actie — een actie waartegenover de Regeering, binnen de grenzen der financieele mogelijkheden, allerminst afwijzend staat — mag ook hier niet uit het oog verloren worden, dat het Rijk vanaf 1919 alleen reeds aan voorschotten voor woningbouw een bedrag van ongeveer ƒ 500 millioen heeft uitgegeven, zoodat ook hier niet opnieuw gedaan kan worden wat reeds verricht werd.
Ten opzichte nu van deze twee bezwaren maakt het plan van den arbeid een droevig figuur.
Ongetwijfeld zal het plan stranden op financieele en practische moeilijkheden.
En als het zoover gekomen is, zal het agitatiemiddel van het plan van den arbeid weer bij de andere leuzen worden opgeborgen.
Voorloopig echter zal het laatste woord nog wel niet over het plan van den arbeid zijn gezegd geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1935

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's