De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BEKEERING VAN K. VAN GENNE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEKEERING VAN K. VAN GENNE

7 minuten leestijd

Onder dezen titel wil ik de lezers van „De Waarheidsvriend" het manuscript voorleggen, waarin G. van Genne zijn bekeering heeft verhaald en dat als een herinnering aan den godzaligen bloedverwant In de familie is bewaard gebleven. Toevallig kwam het mij laatst bij een achter-kleinzoon in handen en ik meende er goed aan te doen deze bekeerinigsgeschiedenis, die nooit in druk is verschenen, ook ter kennis van anderen te brengen.
Laat ik eerst mogen zeggen, dat ik op zichzelf genomen, geen minnaar ben van het lezen van bekeeringsgeschiedenissen. Dat dergelijke geschiedenissen in onze dagen vlot verkocht worden, terwijl menig degelijk godgeleerd werk ongelezen blijft, is een bewijs van de oppervlakkigheid, die het tegenwoordig godsdienstig leven kenmerkt. De liefde tot de Waarheid, die naar de godzaligheid is, is zeer gering, maar een bekeeringsgeschiedenis lezen, dat gaat nog. Dat is altijd eenigermate interessant; het wekt de nieuwsgierigheid op; meestal kost het niet veel inspanning om het verhaal te volgen. In het kort: men kan hier de saus nemen en de vaste spijze laten staan.
Toch zegt dit natuurlijk niet, dat het verkeerd is om Zich in het leven van een ander te verdiepen en die wondere wegen, waarlangs God de Zijnen leiden wil, met aandacht en verwondering gade te slaan. Het kan zelfs uiterst leerzaam zijn en vertroostend tevens om bij alle verschil de overeenkomst op te merken, die het werk van den H. Geest immer eigen is, en soms gaat er licht op over tal van dingen in eigen leven, die men tevoren niet recht verstond, althans zelf niet zoo duidelijk onder woorden heeft kunnen brengen, als men ze dan door een ander ziet weergegeven. Alleen en nu komt mijn grootste bezwaar tegen de meeste bekeeringsgeschiedenissen : de meeste menschen zijn niet in staat om hun bekeeringsgeschiedenis te schrijven. Goed bekeerd te zijn en de gave te hebben om den weg, waarlangs de Heere leidde, op schrift te stellen, zijn twee verschillende zaken. En tal van schrijvers eener bekeeringsgeschiedenis hebben dat niet gezien, anders zouden zij niet ondernomen hebben te doen, wat verre boven hun krachten ging.
Het is heel goed mogelijk, dat sommige van onze lezers dat ook nooit gezien hebben. In hun eenvoud meenen zij, dat er eigenlijk niets gemakkelijker is dan mede te deelen, wat men zelf heeft doorgemaakt. Door deze gedachte misleid, worden in den regel zij, die de beste gave hebben om van hun weg te spreken, ook voor de grondigste in het stuk der bekeering gehouden, terwijl toch waarlijk ook in dit stuk gave en genade lang niet altijd evenredig zijn. Wie zijn bekeering verhaalt, is niet een gramofoon, die met fotografische nauwkeurigheid weergeeft, wat hij ondervonden heeft. Zoodra een mensch niet meer tegenover God zich bevindt, maar zich tegenover zichzelf plaatst om van zich zelf en van zijn ondervindingen te spreken, is hij niet alleen niet onbevangen en onbevooroordeeld meer wat daarin uitkomt, dat hij telkens over zich zelf anders oordeelt dan anderen doen , maar hij is tevens genoodzaakt zich zelf en de wegen, waarlangs hij geleid werd, in het licht der goddelijke waarheid te plaatsen om waar en onwaar, echt en onecht, goed en kwaad van elkander te kunnen onderscheiden. De hiervoor benoodigde kennis der waarheid en de vereischte gave der onderscheiding missen tal van menschen, waardoor om zoo te zeggen hun beschrijving van hun bekeering mislukt, al is die bekeering zelf van God geweest. Daardoor kan men bekeeringsgeschiedenissen tegenkomen, die van zulk een onkunde der goddelijke waarheid spreken, dat men zich niet meer verwondert, dat in de practijk van het leven menig godvruchtige op allerlei dwaalwegen geraakt en zich met tijdgeloovigen en naam-christenen verbindt, terwijl hij medegeloovigen als vreemden voorbijgaat.
Echter onder de bekeeringsgeschiedenissen, die de laatste tijd het licht hebben gezien, is die van Van Genne niet de slechtste. Men zal uit de lezing bemerken, dat het leerstuk der rechtvaardigmaking meer dan een leerstuk voor hem geweest is. Uit deze, aan de Kerk immer dierbare, waarheid heeft hij zijn leven lang kracht en troost geput om op den weg, hem voorgesteld, voort te gaan.
Tweeërlei redenen brachten mij er toe den achterkleinzoon verlof te vragen tot publicatie. Ten eerste de begeerte om de nagedachtenis te eeren van den eenvoudigen schoenmaker, die voor de opbloei van het godsdienstig en kerkelijk leven van mijn geboorteplaats, Hasselt, van zoo groote beteekenis is geweest.
Vroeger had Hasselt immer twee predikanten. In het midden der vorige eeuw waren beide predikanten vrijzinnig. De een was modern, de ander evangelisch. Als ik mij niet vergis, hebben zij beide ongeveer veertig jaar daar gestaan. Zij hebben dus wel den tijd gehad om hun beginselen te verbreiden, maar niettegenstaande hun ijver, bleven velen gehecht aan de Waarheid naar de Schriften. Van Genne is de man geweest, die deze verstrooiden verzameld heeft. In de evangelisatie, die werd opgericht, gingen de evangelisten van de Vrienden der Waarheid des Zondags voor. Wanneer er geen voorganger van elders was, oefende Van Genne zelf. Ook heeft hij catechisatieonderwijs gegeven.
Bij de invoering van het kiescollege bleek spoedig, dat de meerderheid van de leden der gemeente van de vrijzinnige prediking niets moest hebben, maar het duurde nog tot 1883, voordat het mogelyk was weer de prediking der Waarheid in eigen kerk te beluisteren. In dat jaar verbond zich dr. Datema, die thans nog in het ambt staat in Delfshaven, aan de gemeente van Hasselt als haar leeraar, en in de ontzaglijke moeilijke taak, voor welke hij zich toen geplaatst vond, heeft Van Genne hem als ouderling nog eenige jaren trouw ter zijde gestaan. Dr. Datema gedenkt nog altijd met liefde de godsvrucht en de vastheid van overtuiging, die Van Genne eigen waren.
In de tweede plaats dacht mij, dat deze bekeeringsgeschiedenis eenigszins kon dienen als toelichting op mijn arikelen over de rechtvaardigmaking. Men ziet hier namelijk klaar, hoe de vromen van de vorige eeuw wel degelijk wisten, dat een geloovige inleiding in het stuk van de rechtvaardigmaking niet gemist kan worden om tot vrede met God te komen, maar men zal tevens bemerken, dat, al hebben zij hun rechtvaardigmaking bewust doorleefd, zij van de vreemde ideeën, die de aanhangers van de z.g.n. bewuste rechtvaardiging voorstaan, niets hebben geweten. Integendeel, zij zien heel de bekeering, ook voorzoover zij aan de bewuste rechtvaardigmaking voorafgaat, als een werk van den H. Geest en als een werk, waardoor de doode zondaar wordt levend gemaakt.
Ik twijfel er niet aan, of met deze publicatie zal ik velen uit mijn geboorteplaats en uit den omtrek een dienst bewijzen. Onder de ouderen zijn er nog, die Van Genne goed hebben gekend, zijn catechisatieonderwijs hebben genoten of zijn oefeningen hebben bijgewoond. Door 't lezen van wat hij zelf heeft opgeteekend van de leidingen, die God met hem hield, zal de herinnering aan zijn persoon en werk weer levend worden.
Eigenaardig is, dat Van Genne geen enkele naam noemt in zijn geschrift. Zelfs de plaats, waar hij als soldaat gelegerd was en waar God hem tot een krijgsknecht van Christus heeft willen maken, vermeldt hij niet, evenmin als de namen zijner vrienden. Ook een jaartal zoekt men tevergeefs. De reden daarvan is mij niet bekend. Misschien, waar het verhaal voornamelijk voor zijn kinderen en kleinkinderen geschreven is geworden, heeft hij verondersteld, dat deze dingen hun bekend waren. Of is het misschien zijn bedoeling geweest om alle bizonderheden weg te laten, opdat de hoofdzaak in het middelpunt zou komen te staan ?
Nu Van Genne langs dezen weg nog weer spreekt, nadat hij gestorven is, moge God van den hemel hem ook thans nog weer tot een zegen stellen, gelijk hij bij zijn leven menigeen bij de hand heeft mogen nemen om hem te toonen de schatten des heils, die in den Christus verborgen liggen.
O. a/d IJ.

W.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

BEKEERING VAN K. VAN GENNE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's