De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE CATECHISATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE CATECHISATIE

8 minuten leestijd

Zonder in dr. Ter Haar's vorm van catechisatie te vervallen, is het toch noodzakelijk dat de leerlingen zelf aan den arbeid worden gezet. In de eerste plaats meen ik, dat we dan moeten letten op het actief luisteren, dat is ook wel degelijk een doen, en op het bijbellezen met de catechisanten zelf. Als er teksten op te zoeken zijn, alle leerlingen laten opzoeken. Als men opstelletjes laat maken, kan men hierbij bij de jongeren op de catechisatie een begin laten maken. Ook bij de ouderen bijbellezen, laten naslaan der te gebruiken teksten, gezamenlijk lezen van de Catechismus en de Kerkgeschiedenis-les.
Thuis schriftelijk, of anders uit het hoofd de vragen na laten gaan en de hoofdvragen laten leeren.
Activiteit, zelfwerkzaamheid, aandacht voor de enkeling sterk bevorderen om ruime gelegenheid te geven voor het stellen van vragen, het onderwijs zoó inrichten, dat daartoe ook geprikkeld wordt.
Een belangrijke vraag is echter nog : hoe moeten we toch zoo die uitgebreide stof behandeld krijgen. Schrift, leer, geschiedenis.
In de eerste plaats dit. Schrift en belijdenis moeten met elkaar behandeld worden. Van 7—14 jaar late men niet te veel Zondagen leeren. Men zoeke uit de fundamentalia, en die 't best passen bij de ontwikkeling der kinderen om te leeren. Hierbij geve men een toelichting die zich bepaalt tot enkele verklarende opmerkingen over de constructie en woordbeteekenis, terwijl een geschiedenis uit de Schrift het volle licht er op werpt, en in verband daarmee zoo mogelijk de geschiedenis van een of ander persoon uit de Kerkgeschiedenis.
Hier krijgen we dus : vertellen van de Bijbelsche Geschiedenis. Het lezen van die geschiedenis met de kinderen. Enkele Zondagen per cursus, op de zoo juist genoemde wijze. Kerkgeschiedenis aan de hand van personen. Wat hier te leeren is, is dit: Nauwkeurig overlezen van de Bijbelsche Geschiedenis, enkele opgegeven verzen daaruit of bijpassende teksten, laten maken van opstelletjes, of het beantwoorden van blinde vragen met betrekking tot de geschiedenis.
Voor de volgende catechisatie van 14—17 jaar krijgen we weer combinatie van Schrift en belijdenis.
Het vertellen neme hier een kleiner omvang aan. Het gedeelte der Schrift lezen en op alle uren. Meer aandacht wijden aan het gelezene en daarbij volgen korte verklaringen ; men vergete ook hier het vertellen niet. Hierbij passend behandele men de Catechismus-Zondag eenigszins uitvoeriger. Verder bestede men een 5 a 6 tal uren aan de Kerkgeschiedenis. Het doen wordt: laten leeren van de Catechismus., schriftelijk of mondeling behandelen der blinde vragen. Kerkgeschiedenisles kennen. Bij .de catechisatie van 17 jaar en ouder weer combinatie van Schrift en belijdenis als in de vorige uren. Men ga op alles iets dieper in. Verwijze ook naar de andere belijdenisgeschriften der Kerk. Verder bespreking der Kerkgeschiedenis. Leeren : leeren en repetitie der Catechismus-Zondagen. Schriftelijke of mondelinge behandeling der blinde vragen. Kennen der Kerkgeschiedenis-lessen.
Naast de leerstof en de leervorm is de leergang van beteekenis. Bij de groote verscheidenheid van Vraagboekjes komt ook nog het groote verschil in leergang. De een doet het zus, en de ander zoo. Hier zou ik graag de vergadering op 't hart binden en van de noodzakelijkheid willen overtuigen van een vaste leergang, uit te drukken in een „leerplan" voor ons Catechetisch onderwijs.
Ik weet wel, dat we niet moeten denken dat we dan klaar zijn. 't Is waar, wat prof. Waterink opmerkte op de Leeuwarder Inspectie-vergadering van Woensdag 24 Sept. 1935 in zijn rede over : »Eenige vergeten zielkundige hoofdstukken*.
«Zoo is overtuigen geen kwestie van logisch denken. Daarbij komt ook vertrouwen, een zich overgeven. Was het alleen logisch denken, dan waren er geen verschillen, geen richtingen.
Bij het onderwijs nu trachtte men alleen langs den weg van het logisch denken te gaan, maar daardoor nam men de ziel uit het onderwijs en moest men wel komen tot onbevredigende resultaten.
Men heeft logisch een leerplan klaar gemaakt voor een bepaald leerjaar en meent dat men dan klaar is. Zoo is het niet. Een kind toch denkt anders dan een groote. Bij het kind treedt vaak op emotioneele en associatie en emotioneele analogie en het geeft daarom soms tal van verrassende antwoorden*.
Maar dit wil toch niet zeggen, dat we alles maar overboord moeten werpen. Geen sprake van. Ik zie niet in, waarom we voor onze kleinste catechisanten niet een vast rooster van werkzaamheden zouden kunnen maken, dat wij in onze gemeenten, zooveel als maar eenigszins kan, allen volgen. Voor een jaar of 3, 4, 't getal doet er nu niet toe, worden vastgesteld de stukken van den Bijbel, die zullen worden behandeld.
Evenzoo stelle men vast de Catechismus-afdeelingen die jaarlijks tot het 14de jaar worden behandeld en wat men van Kerkgeschiedems ter sprake wil brengen. Dit doe men ook voor de volgende catechisatie. Men houde zich dan daarbij aan een progressief-concentrische leergang. Nu eens meer de nadruk op progressief, dan weer op concentrisch wellicht maar men houde deze leergang toch in het oog.
Voor ieder jaar zoeke men dus de Zondagen op die behandeld moeten worden, zoó, dat in de gestelde tijd de Catechismus, geheel is behandeld.
Voor Schriftlezing en behandeling kieze men daarbij in de jaren 13-16 meer verhalen, met enkele stukken uit de brieven en profeten terwijl voor de Ouderen weer meer deze laatste gedeelten als lectuur worden genomen, waarbij dan iets gezegd kan worden over den profeet en het geheele Bijbelboek. Steeds met de Schriftlezing op de catechisatie beginnen.
Het meest concreet wordt dit alles, als ik u zeg, hoe ik in verband met een en ander over onze catechisatieboekjes denk. Voor de jongeren kan men wat Bijbelsche Geschiedenis' betreft zonder boekje toe. Alleen een klein boekje met wat uit het hoofd gekend moet worden. Wil men een boekje : dan een boekje met korte lesjes en wat blinde vragen of vragen met teksten er achter. Voor de andere catechisaties is mijn inziens een zeer goede methode zooals deze door ten Have in zijn „Lezen en verstaan" is aangegeven en uitgewerkt. Zoo, eenigszins gewijzigd des noods moeten wij de te lezen schriftgedeelten met de jongens en meisjes aanvatten.
't Is in 't eerst wat vreemd, maar spoedig went dat wel. Hoor over het gebruik ds. ten Have zelf : „Hoe moeten deze boekjes worden gebruikt ? Dat kan op heel verschillende manieren, al naar de omstandigheden dat wenschelijk maken : voor oudere of jongere leerlingen, meer of minder onderlegde of ontwikkelde met veel of weinig beschikbare tijd. Om enkele voorbeelden te noemen: Een groote klas leerlingen uit de volksklasse. Vogels van diverse pluimage. Velen weten er nog weinig van. Sommigen willen wel werken, maar weten niet hoe. Anderen zijn het heelemaal niet van plan. Predikant, met zijn overbezettte tijd, kan maar weinig tijd uittrekken voor grondige voorbereiding, en heelemaal geen voor schriftelijke correctie.
Dan is het b.v. mogelijk als volgt:
Men neemt deel I, uit de Evangeliën, of III uit het Oude Testament. Elke leerling heeft het boekje voor zich en een Bijbel, desnoods Nieuw Testamentje. Predikant geeft het hoofdstuk op, zoo noodig met opgave van de bladzijde, waarop het in de Bijbel voorkomt, laat zin voor zin de inleiding uit het boekje lezen, en voegt telkens een kort woord ter verklaring of ter Illustratie bij. Daarop worden door de leerlingen, beurt voor beurt, een of meer bijeen behoorende verzen uit den Bijbel gelezen, wederom telkens afgewisseld door toelichting van den predikant (ook uit het boekje) of eenvoudige vraag aan de klas om de belangstelling te prikkelen. Hierop kan men de vragen stuk voor stuk stellen, en door iemand uit de klas laten beantwoorden. Een verkeerd antwoord wordt verbeterd, een goed antwoord wordt herhaald en verklaard, waarom het zoo is.
Vooral even aangetoond, hoe men aan dit antwoord kan komen, n.l. door met het oog hierop de tekst, die er achter staat aangegeven rustig voor zichzelf door te lezen. Men kan de breedheid van de behandeling inrichten naar de lengte van de les, zoodat men juist in één uur klaar komt, dit vindt zich na enkele lessen vanzelf; of ook meer of minder pericopen nemen, al naar de tijd het toelaat. Hierop kan men het werk opgeven. Misschien is het 't beste : verwachten, dat elk graag tenminste iets wil doen, maar keus laten tusschen versicillende werkzaamheden : beantwoorden der vragen, mondeling, uitschrijven en (of) leeren van leertekst(en) of lied(eren). De laatste kunnen ook dienen om te zingen, ter opening of sluiting van de les.
De volgende keer begint men dan met het opnoemen van de namen der leerlingen, waarop elk aanwezige antwoordt met wat van buiten is geleerd, of met het woord : vragen. Hierop stelt men de vragen van de vorige les, en weten de laatstgenoemden, die deze hebben bestudeerd, te antwoorden, hetzij mondeling, hetzij door het uit hun schrift, dat open voor hen ligt, voor te lezen. Na enkele keeren weet men vanzelf, welke leerlingen men vers of tekst (eventueel ook: heelemaal niets) kan afvragen, en welke hun vragen hebben gemaakt.
Heeft men een klas, waarmee men wat verder kan gaan, omdat men zelf meer leiding kan geven, dan is het prettig en leerzaam om de vragen te sparen voor het huiswerk, hetzij schriftelijk of mondeling, om de behandeling te verbreeden en te verdiepen, door meer historische bijzonderheden, vooral door sterkere lijnen te trekken, die de grondgedachten meer naar voren halen, en uit andere Bijbelplaatsen toelichten ; vooral door een der latere deeltjeS te nemen, de brieven of de profeten, die zulk een overvloed van onbekende, maar hoogst belangwekkende stof geven, dat men met zijn klas de heerlijkste verrassingen beleeft."
Hierdoor komt het doen en 't individueele uitnemend tot zijn recht met 't behoud van 't karakter der catechese.

Hoogeveen

J. Vermaas

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

DE CATECHISATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's