NED. CHR. RADIO-VEREENIGING
Men kan soms in een eigenaardige moeilijkheid komen. Voor zulk een moeilijkheid zie ik mij geplaatst, nu ik over bovengenoemde Vereeniging iets heb mede te deelen en een aanbevelend woord voor haar heb te schrijven. Reeds meer dan vier jaar geleden ruimde ik mijn radiotoestel op, omdat de nadeelen daarvan mij zwaarder wogen dan de voordeelen. Over die schaduwzijde, die het hebben van een radiotoestel voor mij had, wil ik thans niet uitwijden, maar men kan zich een oogenblik afvragen, of zoo iemand wel de rechte man is om een aanbevelend woord voor bovengenoemde Vereeniging te schrijven.
Toch lijken de moeilijkheden hier grooter, dan ze in werkelijkheid zijn. Immers, al deed ik mijn radiotoestel weg, ik toen nochtans lid gebleven van bovengenoemde Vereeniging. Men heeft bij deze Vereeniging namelijk werkende en niet-werkende leden. Werkende leden zijn zij, die ƒ 8.— jaarlijks betalen en wekelijks daarvoor tevens het orgaan van de Vereeniging ontvangen. Niet-werkende leden kunnen zelf hun contributie bepalen en steunen daarmede de Vereeniging moreel en financieel, maar zij ontvangen dan niet het wekelijksche orgaan.
Dat ik lid gebleven ben van de Vereeniging, is natuurlijk uit sympathie voor het doel der Vereeniging, en daarmee vallen eigenlijk de moeilijkheden om een aanbevelend woord te schrijven weg.
Nadere aanleiding tot dit schrijven is mijn deelname aan een persconferentie, door de Ned. Chr. Radio Vereen, op (Donderdag 7 November 1.1. te Hilversum samengeroepen, waar ik met enkele andere bestuursleden „De Waarheidsvriend" vertegenwoordigen mocht. De N.C.R.V. heeft er goed aan gedaan deze conferentie, die voor het grootste deel uit predikanten bestond als redacteuren van weekbladen en kerkbode's, te beleggen. Want daardoor is onze kennis van wat met de Vereeniging in verband staat, weer opgefrischt en zijn verschillende bezwaren, die hier en daar tegen den gang van zaken geopperd werden, weggenomen.
Het zwaartepunt van den dag lag dan ook in de rede van den voorzitter, mr. v. d. Deure, uit Bennekom, en de vragen, die in verband met die rede werden gesteld en natuurlijk de antwoorden, daarop gegeven. De rede zelf, helder en klaar, zooals men dat van den heer v. d. Deure gewoon is, gaf op tal van punten reeds de gewenschte toelichting, zoodat menigeen, die met tal van vragen zat, na het uitspreken van die rede geen vragen meer behoefde te stellen, want zij waren reeds beantwoord geworden.
Vooral de financieele kwestie en de regeling der beurten waren de onderwerpen, waarop men nog eenige nadere toelichting vroeg. Deze laatste bleek met een historische groei samen te hangen, zoodat het heel moeilijk was om daarin ingrijpende verandering aan te brengen. Voor zoover mogelik, zal men echter aan gerechtvaardigde wenschen tegemoet komen.
De gedachte, dat de N.C.R.V. over zooveel geld beschikt dat men van een te veel kan spreken, bleek geheel onjuist. Groote uitgaven, vooral door de aankoop van een eigen gebouw, zijn in 't zicht, terwijl de reserve in werkelijkheid slechts zoó groot is, dat, gesteld een oogenblik, dat de inkomsten plots ophielden, slechts een paar maanden de zaak kan worden voortgezet. Een reserve voor een geheel jaar, zooals men in tal van zaken tracht te verkrijgen, is er dus in de verste verte niet.
Van groote beteekenis leek mij de mededeeling, dat bij een eventueele uitzending van een kerkdienst de mogelijkheid is gegeven, dat deze kosteloos geschiedt. Vroeger was daar een betrekkelijk hoog bedrag mee gemoeid. In den beginne zelfs een tweehonderd gulden ; later is dat zestig gulden geworden. Maar ook daarvoor schrok menige kerkeraad terug. Thans is dit bezwaar opgeheven.
Met groote belangstelling hebben de deelnemers van de conferentie zich des namiddags laten inlichten omtrent de technische middelen, waarmede de Vereeniging werkt. Vooral de reportagewagen en de mogelijkheid om 't gesproken woord onmiddellijk vast te leggen op een gramofoonplaat en enkele minuten later die gramofoonplaat in gebruik te nemen, wekten bewondering op voor wat de techniek in dit opzicht heeft bereikt. Nu werd ook menigeen duidelijk, hoe het mogelijk kan zijn iemands stem door de radio te hooren, terwijl hij op dien bewusten avond ergens anders aanwezig was en door andere 'bezigheden in beslag werd genomen.
Maar men gevoelt, dat in deze technische bizonderheden, hoe belangwekkend op zichzelf ook, niet het groote gewicht van dezen dag lag. Wij verheugen er ons in, dat de N.C.R.V. niet achteraan komt bij andere Vereenigingen vergeleken en dat ook haar technische middelen op de hoogte van den tijd staan, maar dit is het voornaamste niet.
Als wij als christenen iets voor deze Vereeniging gevoelen, dan is dat in de eerste plaats, omdat wij beseffen, dat wij hier een roeping hebben. Zooals wij in woord en geschrift getuigen behooren te zijn van Jezus Christus, zoo hebben wij ook in den Omroep, in het woord, zoo wonderlijk tot de groote massa des volks uitgaande, ons getuigenis te laten hooren. De N.C.R.V. stelt ons hiertoe in staat. Zij is het centraal orgaan, door welk de Nederlandsche Christenheid niet alleen zich zelf doet hooren, want dat zegt weinig, maar door welk die Christenheid het Woord Gods tot het gansche volk en daarbuiten doet uitgaan, allen opwekkende tot den dienst des Heeren.
Natuurlijk zijn in die Christenheid, die zich door de Christelijke Radio-omroep tot ons volk wendt, allerlei kerken en richtingen vertegenwoordigd, voor zoover zij zich plaatsen op den bodem der Schrift; wij zouden ook kunnen zeggen, voor zoover zij tot de orthodoxie gerekend kunnen worden. Daarin een bezwaar te zien, komt meestal voort uit een verkeerd begrip van de Vereeniging. Immers iedere kerk en iedere groep draagt slechts de verantwoordelykheid voor het woord, dat zij uitzenden en niet voor het woord, dat anderen spreken. Al gaat het beeld niet geheel op, het is toch ongeveer, alsof men zijn werk bij denzelfden uitgever uitgeeft.
In zekeren zin ligt daar ook een lichtzijde in. De versplintering, die het leven ons geeft te zien, wordt hierdoor eenigszins geremd. Bij alle verschil dient zich hier aan de buitenwereld toch een onderling samenbindende factor aan, wat van groote beteekenis is voor den invloed van het evangelie op de 'massa, die van kerk en godsdienst is afgedwaald. De noodzakelijkheid van samenwerking, die hier gebiedende eisch is, of men moet de radio geheel overgeven en loslaten, blijkt bij alle verschil zeer goed mogelijk te zijn en doet menigmaal zien, dat de verschillen niet zoo groot zijn, als men anders vaak geneigd is voor te stellen.
Wij hopen dan ook van harte, dat deze Vereeniging zoowel door de verkondiging van 't Woord Gods langs dezen weg mogelijk te maken, als door deze onderlinge samenwerking tot rijken zegen voor menigeen mag worden gesteld, gelijk zij reeds middel is geweest voor velen om hen opnieuw terug te brengen tot de wegen des Heeren, die men verlaten had.
Geen afbraak van het kerkelijk leven vreezen wij van deze wondere wijze om het Woord des Heeren te verkondigen, maar gelooven veeleer, dat deze verkondiging zal medewerken tot opbouw van de Kerk en uitbreiding van Gods Koninkrijk.
Gaarne willen wij dan ook onze lezers opwekken om deze Vereeniging te steunen. Vooral zij, die zelf een radiotoestel hebben of op een of ander distributienet zijn aangesloten en daardoor mede genieten van wat de N.C.R.V. hen voorzet, doch die financieel niet in staat zijn om werkend lid te zijn en een abonnement op het wekelijksch orgaan te betalen, mogen van hun sympathie doen blijken door niet-werkend lid te worden en jaarlijks een grootere of kleinere contributie bij te dragen.
O. a/d IJ.
Woelderink
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1935
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1935
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's