FINANCIËN
't Is met Oud, en Nieuwjaar al zóó, dat door iemand, die nuchter de dingen .aanziet, reeds de opmerking noode wordt ingehouden : Wat is alle onderscheid toch luttel klein".
't Is enkel en alleen de gedachte, aan beide verbonden, waardoor de gewaarwordingen zoozeer uit elkaar loopen. Met Oud-jaar inzonderheid als klokke 12 nadert, trekt het gelaat strak. Aan de gewaarwording van het vergankelijike ontkomen slechts weinigen. Met Nieuwjaar is het dadelijk omgekeerd. Dezelfde klokslag is ternauwernood verstorven of een glimlach geeft weer wat men hoopt en van alle kanten worden de gelukwenschen uitgeruild. En 't was toch dezelfde tijd en het waren dezelfde tijdsomstandigheden waarin men leefde, alleen de gedachtestroom werd verschillend geleid.
Wanneer dit nu geldt van Oud-en Nieuwjaar, Zoo verwacht ik van geen der vrienden ook maar de minste tegenspraak als ik zeg, dat de overgang van het eene boekjaar in het andere wel een heel luttel verschil uitmaakt, 't Is alleen maar de gedachte, welke niet van werkelijkheid is ontbloot, dat op het aangegeven moment het boek wordt afgesloten. Wat nog een oogenblik te voren niet vaststond, staat het dan wel. Is er nog niets goed te maken, b.v. een tekort aanzuiveren, zoo kan het nog gebeuren als die datum nog niet is gepasseerd, doch is dat wèl het geval, zoo blijft het.
Dat het zoo wordt aangevoeld door meerdere meelevende vrienden, bleek me ook deze keer zeer duidelijk. Men maakte haast, uit vrees anders te laat te komen. Uit tal van dingen laat zich dit gemakkelijk afleiden. Voor ons werk stemt dit zoo aangenaam te gevoelen, dat er wordt meegeleefd. Men zoekt dat onaangename gevoel van den Penningmeester zoo mogelijk te bannen. Dat is buitengewoon prettig, dit in onze, in het algemeen niet aan al te groote teergevoeligheid lijdende dagen op te merken. Ik kan u de verzekering geven dat mij dit vaak klein stemt en dat ik er de Hoogste bemoedigende stem in
onderkennen mag, meer dan eens.
Ik dank voor de vele blijken van liefde, voor ons werk ondervonden ook in onze dagen. Met 't oog op den komenden jaarkring is het zoo moedgevend, dat men de meest krachtige bewijzen ontvangt, dat er velen ons werk met biddende handen mee helpen dragen. Immers, waarvoor men nog bidden kan, daarvoor is nog hoop voor de toekomst. Wat we dezen keer te melden hebben, draagt hiervan de sporen. Zoo goed als uitsluitend is wat we in dit overzicht u voorleggen nog geboekt onder de inkomsten van het nu afgeloopen boekjaar.
1. Collega Koolhaas, van Charlois, zond mij een gift, hem ter hand gesteld door een jarige, n.l. mej. v. D., een gulden ƒ 1.— Dat er op zulke gelegenheden een gift wordt afgezonderd voor ons werk, stemt niet alleen dankbaar, maar ook hoopvol. Mogen we bij de gelukwenschen, die haar gewerden, ook de onze voegen ?
2. Onder den dienst op 24 Nov. werd te Elburg een rijksdaalder gecollecteerd voor onze fondsen. Mij werd overgemaakt - 2.55 'k Spreek mijn bijzondere dank uit voor dit warme blijk van mee-willen-dragen van onze zorgen. De onbekende gever sprak van een „verplichte contributie". Ik wenschte wel, dat 't zoo door velen werd aangevoeld.
3. Bij dezen betuig ik mijn dank voor de moeite, welke zich onze vriend de J. uit Mijnsheerenland wilde getroosten inzake het mij toekomen zijner contributie - 3.—
4. Te Meppel hebben wij ook meer dan één vriend, die op vaste tijden blijk geeft hoezeer hij meeleeft met ons werk. Hij behoort tot de fam. N.N. Ook nu weer, voor het boekjaar werd afgesloten, kreeg ik een bankbiljet van - lo.— Ik dank hem in oprechtheid des harten.
5. Onze onbekende vriend alhier, die haast geen Zondag laat voorbijgaan of van zijn hand wordt in de collecte gevonden een briefje met het opschrift „voor het Studiefonds" — 't is meest tien gulden — had ditmaal zijn gift verdubbeld, n.l. voor het Studiefonds 10 gld. en voor den Medischen Dienst in Midden-Celebes 10 gld - 20.— Ik wil hem hiervoor ook tweemaal dankzeggen.
6. Uit de catechisatiebus wordt mij bij voortduring door onderscheidene collega's een niet onbelangrijk bedrag toegezonden. Zoo ook thans uit Otterloo door ds. Dekker - 7.22
7. Ook door collega v.d. Boogert, van Z.-Beijerland, werd mij de inhoud van zijn busje afgedragen, vermeerderd met een pakje van 400 halve centen. Samen - 15.—
Voor beide zendingen zeg ik zeer hartelijk dank. Vinde het navolging bij meerdere collega's. Inzonderheid richt ik dit verzoek tot die onder ons, die zelf indertijd de steun van onzen Bond mochten ontvangen.
8. Vanuit Hilversum werd mij de contributie van de leden aldaar toegezonden. Zij kwam nog prachtig op tijd. Ook werden hieraan nog toegevoegd een tweetal giften, leder van ƒ 2.50, zoodat 't geheel bedroeg. .-32.—
Ik dank vriendelijk zoowel de gevers van de beide giften alsook die aan de inzameling van de contributie hun tijd en moeite hebben gegeven.
9. Mej. V. d. P. te Terschuur zond mij voor het Studiefonds - 10.— Ik dank ook haar, voor wat zij zoo telkens weer voor ons werk doet.
10. Te De Bilt heeft de eigen Pastor, ds. De Geus, willen spreken voor de Afdeeling van den Geref. Bond aldaar en tevens een collecte gehouden voor onze fondsen. Zij bracht op - 15.— Wij zeggen de vrienden zeer hartelijk dank.
11. De heer v. G. te Monster zond mij zijn contributie van één gulden - 1.—
12. De heer S. D. B. te Zwolle zond mij ƒ 3.50, zijnde een half jaar abonnementsgeld, voor De Waarheidsvriend, + ƒ 1.50 voor het Studiefonds - 3.50 Ik mag hem wel zeer hartelijk danken bij dezen.
13. Vanuit het Noorden kwam ditmaal uit vrijwel denzelfden kring als waaruit mij verleden week een gift was toegezonden, een tweede. Was de eerst gezondene uit 't midden van de Vrouwenvereen., nu kwam de man aan de beurt. „Goed voorgaan doet goed volgen", zegt het spreekwoord. Toch geloof ik de zaak goed weer te geven, als ik zeg, dat wat de vrouwen gezonden hebben, bedoeld was voor den Medischen Dienst op Midden-Celebes — deze gift is reeds doorgezonden — en om nu mijn boekhouding niet te schaden, krijg ik voor onze fondsen nog eens vijf gulden - 5.—
Ik vind het opperbest. Ik dank wel voor beide giften zeer hartelijk.
14. Te Delfshaven heeft ds. Remme gesproken voor onzen Bond en heeft hierbij mogen collecteeren. De collecte bracht op, na aftrek van de gemaakte kosten, - 20.58 Wij zeggen de Delfshavensche vrienden, hartelijk dank.
15. De Hazerswoudsche vrienden en vriendinnen hebben zich gehaast voor 1 Dec. de busjes eens na te tellen.
Mej. Cor Qualm, die me elke drie maanden om en bij de 25 gld. toezendt — 't is altijd meer dan 100 gld. in 't jaar — verraste me ditmaal door niet minder dan ƒ 27.21 uit te tellen.
Daarbij hadden zich gevoegd, nog enkelen, die Indertijd een busje van me hebben gekregen. Mag ik het bij enkele voorletters laten ? J. V. droeg : af ƒ 5.25, A. d: M. ƒ 1.02, A. V. d. L. ƒ 2.421/2, mej. J. B. ƒ 3.09V2, W. T. ƒ 10.40, J. V. P. ƒ 10.60.
Wanneer we dit alles tezamen tellen, komen we tot de pracht-som van - 60.— We zijn hoogst erkentelijk voor dezen steun. We danken ieder afzonderlijk en zijn niet minder dankbaar jegens degenen, die hun gaven op deze wijze offerden.
16. De heer B. te Vlaardingen zond mij zijn contributie, zijnde - 1.—
'k Dank hem hiervoor en neem. tevens, de gelegenheid te baat om een kleine correctie aan te brengen hij het vermelden van den inhoud van het busje van mej. v. V. Dit was door vriendenhand overgemaakt als van haar nagelaten. Waar zij altijd had meegeleefd met den arbeid van den Bond. willen wij haar nagedachtenis ook nog eeren aan deze plaats.
17. Uit de collectezak te Hilversum werd mij toegezonden als aldaar gecollecteerdi voor De Waarheidsvriend - 2.50 Wij zeggen den gever zeer hartelijk dank.
18. Nog een tweetal posten volgen. De eerste kwam uit Alphen a/d Rijn, n.l. van den heer C. G. Hij zond me in postzegels wat hij onze fondsen wilde doen toekomen, n. l. - 1.02 Deze post werd door mij ten zeerste geapprecieerd.
19. Het slot wordt ditmaal gevormd, door een schrijven vanuit de stad Rotterdam. Wat hij had laten voorafgaan was een gift van ƒ 12.50, zijnde de inhoud van het busje dat hem indertijd werd toegezonden - 12.50
Zoowel het een als het ander trof me; het schrijven niet het minst. Welk een bemoediging sprak hieruit. Opnieuw werd kracht geput uit het Woord des Heeren. 't Heeft me bizonder goed. gedaan. Alle oorzaak is er om het den dichter van Psalm 145 na te zeggen :
Zij zullen uit de volheid van 't gemoed, Gedachtig aan den milden overvloed, Van Uwe gunst, die roemen bij elkeen En juichen van al Uw gerechtigheên. De Heer is goed, en vriend'lijk en weldadig, Barmhartig, mild, lankmoedig en genadig; Hij doet Zijn gunst aan allen klaar bemerken. Zijn goedheid is verspreid op al Zijn werken.
Dit maakte de Heere ook aan ons waar in het jaar dat voorbijging.
Hierbij laat ik het voor dezen keer. Wat inkwam in ons pas begonnen boekjaar, lieten we achterwege.
Aan allen, die ons gedachten in hun gebeden en door hun gaven, onze meest oprechte dank ! Deze week kwam nog in vóór 1 December
ƒ 222.87
utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1935
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1935
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's