De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

9 minuten leestijd

En Paulus staande in het midden van den Areopagus, zeide : Gij mannen van Athene, ik bemerk dat gij alleszins gelijk als godsdienstiger zijt; want de stad doorgaande en aanschouwende uw heiligdommen, heb ik ook een altaar gevonden op hetwelk een opschrift stond : Den onbekenden God. Dezen dan. Dien gij niet kennende dient, verkondig ik ulieden. Handelingen 17 vers 22—23. (Vervolg en lot).

Geachte Lezers!
Bij ons is veel godsdienst met een onbekenden God. In tijd van nood komt daarvan soms het besef boven. Dan weet men niet waarheen. Dan neemt menigeen zich voor Hem beter en dringender te zoeken. Maar wat komt er van ? 't Is een jammerlijk gezicht. Een groot deel van een godsdienstige gemeente (vereeniging), die nog niet verder is dan een onbekenden God. Toch het goed meenen, toch er heel erg voor strijden, toch er veel verwachtingen op bouwen, dat kan er allemaal bij zijn. Maar alles voor een onbekenden God. Ja, erger nog. Het besef, dat men werkt voor een onbekenden God, dringt zoo schaarsch door. Men weet het wèl, maar men staat er niet bij stil. Het is zoo'n armoe. Altaren bouwen, kerken helpen stichten en steunen en strijden en lijden voor een onbekenden God. Neen, daar staat men liever niet bij stil.
Weet u wie er mee te doen krijgt ? Die goed aan zichzelf wordt ontdekt en met zijn val bekend gemaakt.
Wanneer de Geest des Heeren een mensch onderwijst, dan gaat hij leeren dat hij den Heere niet kent. Dan wordt het hem duidelijk, dat God onbekend is voor hem en dat hij dien God noodig heeft. Dan gaat deze mensch een onbekenden God aanroepen. Hij is niet zoo maar ineens bekend. Het is altijd anders dan een mensch denkt. Het is ontbloot en afgebroken worden. Daarmee worden bekend gemaakt dat men den Heere des hemels en der aarde niet kent. Dat is een begin, waar ieder mensch bij kan. Leven uit den Geest is een leven waarbij wij klein worden. En dit is het verdere wonder. Die onbekende God trekt. De mensch voelt het verlangen in zich om Hem te leeren kennen. De mensch richt een altaar op voor den onbekenden God. Hij doet alles om bij Hem aangenaam te worden. Maar hij gevoelt altijd nog de scheiding. Er is geen volle openbaring buiten den Heere Jezus om ! Daarom blijft er bij al dit werken een leegte over. Zoolang de mensch worstelt om door de wet dichter bij God te komen, moet hij van zijn doel gescheiden blijven. Zoo blijft hij een groote menigte offeranden brengen op het altaar van dien God, Dien hij niet kent. Het eenige gevolg is, dat hij dat onbekend-zijn beter leert verstaan. De scheiding blijft. Door de gedeeltelijke openbaring wordt de verberglng Gods sterker. Door de openbaring van de wet en den toom en de straf wordt het genadehart meer verborgen. Dat wat de mensch noodig heeft, kan hij ook niet vinden in hetgeen hem verteld wordt over dien God. Het helpt wel eenigszins, maar dit neemt het onbekend-zijn niet weg. Vertel den blinde alles over de zon en hij verlangt te meer de zon en zijn licht te zien. Vertel een zondaar alles over God en Zijn genade, hij zal te meer verlangen naar persoonlijke mededeeling, naar zien, naar de nabijheid Gods. Bij alles wat hij leest en hoort wordt deze armer en armer. Immers, hij heeft niets van al deze schatten, waarover hij hoort spreken. Hij heeft een onbekenden God. Hij weet dat deze God er is. Hij weet van de vervreemding, van den val, van zijn blindheid. Hij weet van Gods recht en macht. Doch hij weet niet van Gods genade voor hem. Dat is de onbekendheid. Al zijn gebeden blijven gebeden tot een onbekenden God. Al zijn godsdienst is het dienen van een onbekenden Heere. Deze mensch heeft een godsdienst, waarmee hij iedere maand armer wordt en hulpbehoevender.
En nu nemen wij de laatste woorden van onzen tekst op. Paulus zegt: „Dezen onbekenden God dan. Dien gij niet kennende dient, verkondig ik ulieden". Wij hebben twee tekorten over gehouden. Eerst een godsdienst met een tekort aan leven en toen een godsdienst met een onbekenden God.
Paulus verkondigde in zijn leven tegenover deze twee tekorten den éénen naam : Jezus Christus. Daarom zeggen we : Bethlehem is de vervulling van de twee tekorten. Waar de Heere Jezus komt, daar neemt Hij de afgoden weg. Zie dat in de heidénwereld en in des menschen hart. Wanneer hij komt, dan worden alle gronden en sterkten verlaten. Het hoeft niet meer. Een mensch heeft geen afgoden meer noodig en hij heeft zijn eigen gerechtigheid en vroomheid ook niet noodig.
2. De Heere Jezus geeft zin om God te dienen. Hij stort de liefde Gods in het hart uit. Die liefde wordt wederkeerig. Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.

3. De Heere Jezus neemt de sleur weg. Dö, t gebeurt al .dadelijk. Zoodra de Geest, die uitgaat van den Zoon en den Vader, het menschenhart belegert, wijkt de sleur. Dan wordt alles persoonlijk. Dan wordt de mensch voor zichzelf zondaar. Hij kan er niet meer omheen draaien. Het wordt vóór of tégen God. Zoo leert hij het, dat zijn natuur tegen God is. Dat wordt de oorzaak der zelfbeschuldiging en zelfverfoeiïng. Alles wordt persoonlijk, ook het Godsgemis. Hij gaat naar die kerk, om te hooren wat de Heere hèm te zeggen heeft. Uit gehoorzaamheid en uit verlangen. Hij krijgt persoonlijk den Zaligmaker noodig. Dat persoonlijke is vijand van alle algemeenheid. Daar kan men het niet mee doen. Daarom komt de Heere Jezus Zichzelve ook persoonlijk openbaren.
4. Wij hadden 't over Zondagschristenen. Daar hebben wij misschien wel allemaal een beetje van en sommigen veel. Waar Christus komt, daar mag dat niet meer. Misschien gaat het nooit uit u weg, maar dan zult gij weinig plezier hebben van uw door de weeksch heidendom. Waar de Heere Jezus komt, daar wordt het door de weeksche heidendom een last. Laat uw licht alzoo schijnen voor de menschen, dat zij uw goede werken mogen zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.
5. Waar de Heere Jezus komt, daar wordt de bevroren grond heelemaal ontdooid, het steenen hart wordt er uit gehaald. De grond wordt geploegd en geëgd en fijn gemaakt om bezaaid te worden. Het is over met het mond-christendom. Daar wordt alles hartewerk. Gij moet maar niet .denken dat dit alles even aangenaam is. Christendom voor Zondags en voor het hoofd is veel makkelijker. In 't algemeen moet gij maar niet wenschen dat de Heere Jezus komt om het aangename. Er is veel bij dat hard is voor 't vleesch. Zooals gij het nu doet is het veel gemakkelijk maar het hoeft geen waarde. Als gij een godsdienst wilt, die de moeite waard is, dan zult gij uw eigen wil moeten laten kruisigen, en gij zult bemerken dat het meevalt.
6. Waar de Heere Jezus komt, verbreekt Hij het hart. Dat kan pas recht, als Hij zichzelf in zijn kruisliefde openbaart. Dan smelt het hart. Voor dien tijd kan de hamer der wet de stukken er eens afslaan, maar dan smelt het. Dat is heel wat anders. Ons hart wordt het nooit eens met Gods weg, behalve in Hem. Dan wordt de ongelukkigste mensch gelukkig. Dan krijgt hij een godsdienst zonder tekort, .die de moeite waard is. Want hij krijgt een godsdienst met een bekenden God. Het oude is voorbij gegaan, ziet, het is alles nieuw geworden.
Bethlehem is het nieuwe. Daar maakt God Zichzelve opnieuw bekend. Niemand heeft ooit God gezien, de eeniggeboren Zoon, die in den schoot des Vaders was, heeft Hem ons verklaard. Zoo wordt de onbekende God wederom bekend. Als de Heere Jezus komt, dan openbaart Hij de bewogenheid Gods. Die met ons lot bewogen, om ons van zonde en ongeval te ontslaan, een star in Jacob op deed .gaan. Déze bewogenheid : Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde, daarom heb Ik u getrokken met koorden van goedertierenheid. In Bethlehem behoeven wij niet meer te werken of te draven. Wij behoeven niet meer bewogen te zijn met onszelf. Wij kunnen op onze knieën vallen om te aanbidden, want God is bewogen. Wij behoeven geen altaar op te richten voor een onbekenden God, Deze komt zelf en richt zich zelf een altaar op, en offert het liefste wat Hij heeft. Een volkomen onbegrijpelijke en ongelooflijke zaak.
Als de Heere Jezus komt, dan kunnen al onze altaren best afgebroken worden. Totaal overbodig. Zijn kruis, dat is het altaar. En het is het altaar voor een bekenden God, Die Zich in Hem bekend maakt.
Waar de Heere Jezus komt, daar is de vereeniging van hemel en aarde. Eere zij God in de hoogste hemelen, vrede op aarde, in menschen een welbehagen. In zondige, verdorven menschen een welbehagen. God komt over de kloof heen. Tob maar aan. Er ligt een diepte tusschen God en mensch, die onze gebeden en werken en verlangens noch 'dempen, noch overbruggen kunnen. Maar onze God, die ons onbekend geworden is, komt over die kloof heen. Nu wordt de leegte
weggenomen. Nu is de mensch niet eenzaam meer.
Eens vroeg iemand me : „Ik kan u niet verstaan, dominee, leg mij alles eens duidelijk uit, dat ik het zie, zooals de beelden in een bioscoop duidelijk te zien zijn".
Waar Christus komt, daar is alles duidelijk. Daar kan men Iets zien. Daar is het voor de kinderen duidelijk, want Hij is een kind geworden. Daar hebben de armen vrijen toegang, want Hij is arm geworden. In het leven van den Heere Jezus is het te zien wie God is. Te zien. Zoo helder als bij zonnelicht. Dat kind dat is de mate van vernedering van den eeuwigen God. De wonderen zijn teekenen der eeuwige macht en goddelijkheid. En het kruis is alles tegelijk. Zie, zie, zie. Zie den Heere Jezus en gij hebt God gezien. Immers : Wie Mij gezien heeft, heelt den Vader gezien. In Bethlehem daar begint het duidelijke teeken, het zichtbare, voor een kind te begrijpen beeld, waardoor de onbekende God Zichzelf laat zien. Zie, zegt Johannes, het Laan Gods. Waar Christus in de ziel komt, daar behoeven wij niet anders te leeren zien dan wat in het evangelie over Hem geschreven staat. Wij behoeven maar hén ding te leeren : geloof.
Wie is er onder ons, die met een groot tekort in zijn godsdienst zit ? Wie heeft een vroomheid van niets, waarover hij zelf niet tevreden kan zijn ? Wie moet zijn vrome leven veroordeelen ? Zijn er, die niet meer hebben dan een altaar voor een onbekenden God ? Er is maar één weg : geloof in den Heere Jezus Christus. Indien gij gelooft, gij zult de heerlijkheid Gods zien. Jezus komt. Kom, Heere Jezus. (Psalm 62 vers 4).
Amen.

Waddingsveen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's