De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

8 minuten leestijd

Vraag : Wat beteekent Ethisch en wat is de Ethische richting ?
Antwoord : Het woord Ethisch beteekent: zedelijk of op 't zedelijk leven betrekking hebbend. Als kerkelijke richting heeft het woord Ethisch een speciale beteekenis gekregen, vooral onder invloed van de buitenlandsche theologen Schleiermacher (1768/1834) en Vinet (1797/1847) en de Nederlandsche godgeleerden Chantepie de la Saussaye Sr. en Jr., J. H. Gunning, J. J. P. Valeton, Is. v. Dijk, Gerritsen en A. J. Th. Jonteer. Geestelijke vader is de Ziwitser A. Vinet, die den zetel en het steunpunt d'er religie in bet g e-weten zoekt (reactie tegen 't intellectualisme). Het wezen van het geloof en de religie is doen : het leerstuk van de heiligmaking staat in het middelpunt. Men wilde van het intellectualisme bevrijd worden en men wilde bet zedelijk-godsdienstig bewustzijn tot grondslag leggen en zocht de zedelijke verzekerdheid des geloofs. Aan de leer had men geen behoefte; intellectualistische formuleering begeerde men niet, wèl het christelijk leven in de hbeiligmaking. Men wilde de nadruk niet gelegd zien op bet objectieve buiten ons in de openbaring Gods, maar op het subjectieve in ons. Hun leer is vaag ; zij gaan niet uit van de H. Schrift, maar van de geloofservaring der gemeente. Het dogma en de theologie moeten worden opgebouwd op den grondslag van hetgeen de geloovige gemeente ervaart. Gods openbaring in de H. Schrift kwam in het gedrang en de geloofservaring van den bekeerden, vromen mensch, werd het voornaamste. Slechts wat men zelf ervaren had kon men gelooven en beleven. Men wilde het christelijk geweten (ethisch) op den voorgrond plaatsen en daar moest de beslissing vallen voor de religie en voor de theologie. Van de openbaring Gods werd gezegd, dat het niet was bekendmaking van feiten en van een leer, doch mededeeling van leven. In den Bijbel zoekt de ethische theologie de geloofsinhoud, die dan beperkt wordt tot het religieus-ethische ; want veel wat in den Bijbel staat, is niet voor ervaring vatbaar en wat niet zelf ervaren kan worden, kan niet geloofd worden. De Ethische theologie staat dan ook sterk critisch tegenover den Bijbel. De Bijbelschrijvers geven in de H. Schrift als vrome mannen getuigenis van helt nieuwe leven, dat God door Zijn Geest en door Christus in hun harten heeft gewerkt (dynamische inspiratie), maar dit getuigenis van deze vrome mannen is niet onfeilbaar. Daarom zegt men ook liever : „Gods Woord is in den Bijbel", dan wel: „de Bijbel is Gods Woord". (Geref. theologie). Omdat de Ethische theologie zegt, dat het dogma en de godgeleerdheid moeten worden opgebouwd op den grondslag van de ervaring van de gemeente (waarbij men sterk critisch komt te staan tegenover den Bijbel), spreekt men wel van „ervaringstheologie", die een sterk subjectieven inslag heeft en oorzaake is, dat zoo moeilijk valt te zeggen, wat nu eigenlijk ethisch is. De een kan hier niet spreken voor den ander, omdat de objectieve grondslag van de Schriftopenbaring zoo onvast is en het subjectief aanvoelen en ervaren en uitspreken zoo verschillend is. Door het sterk subjectief karakter van de ethisch theologie is men in botsing gekomen met tal van kerkelijke dogma's, in onze kerkelijke belijdenisschriften uiteengezet. We noemen hier bijzonder de dogma's van : de inspiratie van de Schrift en de openbaring Gods in den Bijbel; de praedestinatie ; de rechtvaardigmaking ; de verzoening ; de heiligmaking ; de Kerk, enz. Wel is hier sterke nuanceering tusschen mannen als De Sopper, Brouwer, Kohnstam, Cramer, De Hartog, Riemens, Slotemaker de Bruine, De Vrijer, Obbink. Van Rhijn enz., wat betreft de beschouwing van de waarheden des heils.
De principieele fout van de ethische richting is, dat men het fundament legt in het Cbristelijk geweten en de geloofservaring van den vromen mensch. Het fundament moet zijn het fundament der apostelen en profeten, waarvan Christus is de uiterste hoeksteen. De H. Schrift is vast en zeker in haar zelve, waarvan de Heilige Geest aan de geloovigen verzekerdheid geeft in het hart, nooit los van de zekerheid der H. Schrift. We moeten hier de orde niet omkeeren, door te zeggen, dat datgene van Gods Woord zeker is, wat wij ervaren. De knecht moet geen meester worden en de eerste moet niet door den vromen mensch op de laatste plaats gezet worden.
„Ze hebben Mozes en de Profeten, dat ze die hooren".
Onder voorzitterschap van dr. N. Beets werd den 28sten Jan. 1852 te Utrecht een predlkanten-gezelschap opgericht onder den karakteristieken naam van „Ernst en Vrede", als vrucht van het Reveil. In Jan. 1853 verscheen onder gelijken naam een twee-maandelijksch tijdschrift, geredigeerd door Beets, Doedes, Chantepie de la Saussaye, Van Oosterzee en van Toorenenbergen. Het notulenboek van dit Ethisch Gezelschap, dat in 1859 ontbonden werd, berust thans in het Revel-Archief te Utrecht. De leuze „Ernst en Vrede" moest tot uitdrukking brengen, dat men op kerkelijk terrein met heilige ernst, naar de overtuiging van het christelijk geweten, samen moest trachten den kalme en waardige ontwikkeling van overtuigingen te verkrijgen en een conscientieuse behandeling van geschilpunten, om zoo in dien ernstigen weg te komen tot den kerkelijk-religieusen vrede. Vandaar de naam ethisch-irenischen. In den weg van de zedelijk-godsdienstige overtuiging zocht men de verzoening der tegenstellingen, niet dus in den weg van de Godsopenbaring in de H. Schrift, maar in den weg van de geloofservaring der gemeente, waarbij juist voor de Gereformeerden de geopenbaarde waarheid Gods, ons in Zijn Woord geschonken, in den weg stond om met de ethisch-irenischen saam te wer­ken. Dit had weer ten gevolge, dat er dikwijls bij de ethiscben een allesbehalve irenische verhouding was tegenover de confessioneeie menschen in de Hervormde Kerk, die aan de belijdenis wenschten vast te houden en de autoriteit van Gods Woord verdedigden. Tegenover de Modernen zijn de Ethiscben dikwijls apologetisch opgetreden, om de hoofdwaarheden van het Christelijk geloof te verdedigen (Doedes, Van Oosterzee, Bronsveld, Gronemeyer, Gunning, Gerritsen e.a.). Van de Vrijzinnigen 'kregen ze daarom altijd het verwijt te hooren, dat zij dogmatisch van de Orthodoxen verschilden, doch wetenschappelijk niet dorsten door te tasten, om naar het Modernisme over te komen.
Na de verschijning van het Tijdschrift „Ernst en Vrede" luidde het oordeel o.a. van dr. Sepp in zijn bekroond boek : „Geschiedenis der Theologie in Nederland" (1860) en van iemand, die in het Chr. Maandschrift (1860, Novemberno.) schreef over : „De Theol. richtingen van onzen tijd" ongeveer aldus : flauwheid, halfheid, , bemiddeling, schikken en plooien om het wanhopige te beproeven, n.l. het conservatisme op wetenschappelijke gronden te redden ; terwijl men vooral wilde doen uitkomen hoeveel men van Vrijzinnige theologen had overgenomen ; wat slechts was een lap van een nieuw kleed, zetten op een oud kleed. Op zoodanige scherpe critiek is de scherpe repliek niet uitgebleven.
Hoewel de Ethiscben nogal sterk genuanceerd zijn en de een nooit uit naam van anderen wil spreken, omdat ieder met zijn persoonlijk ervaringsgeloof komt (waarom men dan ook liefst spreekt van Ethische richting), zoo is er toch 14 April 1920 te Utrecht een Ethische Vereeniging opgericht, bedoelende de versterking van den invloed van het ethisch beginsel, inzonderheid in de Ned. Hervormde Kerk. Eigenlijk ligt het heelemaal niet in de lijn om zich te organiseeren en b.v. door den stembusstrijd invloed uit te oefenen in de gemeenten, daar men alles verwacht van de doorwerking van de zedelijk-religieuse beginselen en overtuigingen ! Maar de kerkelijke toestanden hebben de ethischen toch tot het vereenigingsleven en het verkiezingswerk gedrongen.
Te Lunteren worden geregeld Zomer-conferenties gehouden en de kerkelijke kwestie staat tegenwoordig bij vele ethischen in het middelpunt der belangstelling. (Vereen. „Kerkopbouw", voorzitter prof. dr. A. M. Brouwer, te Utrecht). Op liturgisch gebied wordt veel gedaan. „Het Algem. Weekblad voor Christendom en Cultuur", onder redactie van prof. Obbink en prof. Van Rhijn.
Het standpunt van de ethischen komt hierop neer :
1. De Chr. waarheid is niet intellectualistisch, maar moet ethisch worden opgevat.
2. De openbaring Gods is niet de bekendmaking van leer, maar mededeeling van leven.
3. De zekerheid des geloofs rust niet in de Schrift, doch enkel en alleen in de geloofservaring.
4. De gemeente beleeft niet wat zij belijdt, maar belijdt wat zij beleeft; en het dogma of de confessie is de formuleering van de beleving en geloofservaring.
5. Geloof staat buiten de wetenschap en het geloofsleven kan zonder schade in naam van de wetenschap critiek uitoefenen op de H. Schrift;
6. De theologie steunt op de ervaring van de gemeente, die zegt, dat het niet gaat om de „leer" maar om „den Heer".
Omdat het uitgangspunt het zwaartepunt verlegt van bet object in het subject, van de Schrift in de ervaring, van den Christus in den Christen, staat de weg open voor allerlei vrome dwalingen, die met Gods Woord in strijd zijn. De Heilswaarheid is ons op bijzondere wijze geopenbaard en komt van buiten tot ons, waarbij we de orde nooit moeten omkeeren door de Heilswaarheid uit ons bewustzijn te gaan afleiden. De Chr. dogmatiek van dr. J. Riemens Jr. bewijst, dat de ethischen vele dingen anders zien en zeggen en gelooven dan het Gereform. Protestantisme blijkens onze kerkelijke belijdenisschriften. In den laatsten tijd wordt er meer gesproken over het objectieve element in ons gelooven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's