FINANCIËN
„Het werk, dat op uw schouders rust, is verre van gemakkelijk, Penningmeester, voornamelijk geldt dit van onzen tijd".
Zoo werd me daar dagen van zeer bevriende zijde toegevoegd.
Nu is het altijd iets wat aangenaam, stemt, wanneer men uit alles .speurt, dat niet onopgemerkt voorbij gaat wat voor moeiten en lasten er aan verbonden zijn, wat men te verzorgen heeft. Het aantal van toen, die dit ten eenenmale ontgaat, is in dien regel ongelijk veel grooter. Vandaar doet zulk een woord aangenaam aan.
Toch wil ik liever niet worden beklaagd. Het spreekwoord, „liever benijd, dan beklaagd", heeft voor mij grootere bekoring.
Ongetwijfeld — dit wordt door mij ook grif toegegeven — is er aan ons werk als verzorger van de financiën van onzen Bond een niet gemakkelijke zijde. Voornamelijk nu niet, waar de inkomsten van iedereen beduidend veel lager zijn dan enkele jaren geleden. Die voorheen tot de beter gesitueerden behoorden, al was men niet bepaald rijk, weten vaak nu nauwelijks, hun budget sluitend te maken. Zoo doet het zich voor, dat op alle terreinen bezuinigd moet worden. En nu is niet zelden een van de eerste posten, waarnaar het zoekend oog zich richt, dat, wat ligt op ons terrein.
Zou niet iets kunnen worden bezuinigd op het lidmaatschap van de vereenigingen, waarvan ik tot nu lid ben geweest ?
Zou niet een der vele bladen, welke op onze tafel geregeld verschijnen, kunnen worden afgezegd ?
Een dagblad levert moelijkheden. Men moet toch weten wat er alzoo in de wereld gebeurt. Men zou over niet meer kunnen meespreken; neen, dat is uitgesloten.
Het eenige wat ban, is, zoo'n weekblad stopzetten.
Wat hiermee wordt bereikt, is hoogstens enkele guldens minder uitgeven, 't Is zelfs niet onmogelijk, dat hiermee de werkelijkheid nog niet wordt aangeduid. Immers, wat vaak van achteren blijkt is dit, dat diezelfde guldens voor iets anders, en dan nog met enkele vermeerderd, een heel andere bestemming hebben verkregen, waarvan ge den naam nauwelijks meer kunt aangeven.
Zie, dat vind ik zoo jammer.
Niet alleen, dat hiermee een oude vriend verdween uit uwen kring, maar ge hebt het mij, als Penningmeester, onmogelijk gemaakt met u, zooals ik tot nu geregeld kon doen, eens te praten. Ge hebt het contact, dat tusschen ons bestond, doorgesneden. Ik kan niet meer mijn gedachtenwereld voor u ontsluiten.
En dat vind ik nu dubbel jammer.
Wat het verzorgen der financiën aangaat, zoudt ge verkeerd doen mij te beklagen. Dit is voor mij geen last tot nu toe, eerder het tegenovergestelde. De talloos vele vrienden, die ik overal ontmoet, maken mij het werk beslist aangenaam. Ik behoef zoo goed als nooit een benauwd gezicht te zetten, 't Is vast omgekeerd. Wanneer ik bij mij zelf de vraag voel opkomen : „zou er geen stagnatie zich kunnen voordoen, als de tij dien nog zorgelijker worden? ", dan ligt vaak het antwoord voor me gereed, dat mij beschaamd maakt. Zoo was het ook nu weer het geval. De eerste weekstaat kan dit uitwijzen. Nauwelijks, is het boekjaar 1934/1935 afgesloten, of de eerste pagina van mijn boek is al weer vol.
Mag ik met het overzicht een aanvang maken ?
1. Mijn eerste post kwam uit Leiden. Een onzer oudste kennissen aldaar zond me een rijksdaalder, met de bijvoeging „voor liet nieuw begonnen jaar" ; ƒ 2.50
'k Mocht dezer dagen een oogenblik in hun midden toeven, met veel genoegen, 't Roept bij mij altijd nog zulke prettige herinneringen wakker.
Zij de Heere ook de vrienden aldaar gunstrijk nabij ! 'k Dank degene, die mij deze eersteling toezond, uit den grond van mijn hart.
2. Uit het Zuiden des lands, waar ik voor enkele dagen voor de jongeren optrad, kreeg ik mij de inhoud van een busje toegezonden, n.l. van den heer P. de R. te Vrijhoeve-Capelle. Dit bedroeg - 8.-
Ook dit heeft mij dankbaar gestemd. 'k Blijf onze zaken ook hier krachtig aanbevelen.
3. Door ds. Vroegindeweij van Waddinxveen kreeg ik van A. te S - 5.- 'k Zeg den gever en die het mij toezond, zeer hartelijk dank.
4. Vanuit eigen gemeente werd me door N.N. eveneens 5 gld. ter hand gesteld - 5.— Heb ik reeds mijn dank betuigd; bij dezen doe ik het nogmaals.
5. Uit de brievenbus van dis. Vreugdenhil te Gorinchem werd door hem een rijksdaalder opgediept, welke hij aan mij overmaakte - 2.50 'k Ben ook hiervoor hoogst erkentelijk.
6. Dat in Vlaardingen onze vrienden haast geen enkele gelegenheid laten voorbij gaan om iets voor ons te doen, was mij bekend. Toch bleek me dit weer opnieuw uit wat onze Penningmeester aldaar, de heer T. Klootwijk, me toezond. Op de jaarvergadering van de Groentehandelaren heeft hij ookk nog een inzameling gehouden. Deze bracht op nog meer dan zes gld - 6.05 Ik dank hem wel zeer hartelijk.
7. Vanuit Hattem kreeg ik van onzen vriend J. Meijerink de opbrengst van de collecte, welke gehouden was op de vergadering van de Mannenvereen. „Immanuël", waar ds. Ottevanger, van Kampen, voorging. Hieraan was nog toegevoegd een nagift van 40 halve stuivers van iemand, die deze vergadering niet had kunnen bezoeken. Tezamen bedroeg dit - 9.50 Wij zeggen de Hattemsche vrienden zeer vriendelijk dank.
8. Collega Koolhaas te Charlois houdt ook geduriglijk voor onze fondsen een inzameling, 't Is ook mogelijk, dat de vrienden het bij hem komen afgeven. Zoo kreeg ik door zijn bemiddeling van het echtpaar N.N. ƒ 2.50, van mej. N.N. ƒ 2.50, van de fam. N.N. ƒ 2.— en van „ons beiden" ƒ 3.—. Samen _ 10. Mag ik hem en de vrienden allerhartelijkst dank zeggen.
9. Van ds. Damsté, die voor kort zijn intree deed in Sluipwijk, kreeg ik een dubbel blijk van meeleven,
Eerst zond hij mij een collecte, gehouden bij een spreekbeurt, waarbij ds. Oostenbrug van Gouderak voorging, en daarna nog een collecte, gehouden op Zondag 1 December. Deze brachten op tezamen - 20:55
Wij zeggen hem zeer hartelijk dank en wenschen hem tevens een rijkgezegenden arbeid in deze gemeente.
10. Een tweetal Afdeelingen zond me de contributies. Ik ben ook hiervoor hoogst dankbaar. Om alles op tijd binnen te krijgen, levert vaak bezwaar. De achterblijvers verhinderen vaak de goede voortgang. Vandaar mijn zeer grooten dank. 't Eerst meldde zich de Penningmeester van de Afd. Hillegersberg. Die contributie bedroeg hier - 53.50 Waarlijk, geen klein bedrag. Van deze Afdeeling heb ik nog altijd prettige herinneringen bewaard.
11. Daarna kwam de Penningmeester van de Afd. Amersfoort. Hier is de opbrengst niet minder - 54.75 Voor alles zeggen wij dank aan wie het hunne hiertoe hebben bijgedragen en houden ons voor het komende jaar aanbevolen.
12. Sommige giften vallen zoo maar binnen. De aanwijs, er bij gegeven, is vaak zoó klein, dat ik met enkele letters het moet doen. Zoo ook hier.
Op het girobiljet stond niet anders dan van A. B. te Elden - 10.- De aanwijs moge kort zijn, wat ik er achter voel is een hartelijk meeleven, waarvoor ik mijn erkentelijkheid betuig.
13. Door ds. Bouw te Melissant kreeg ik van dien kerkeraad te Herkingen - 10.- Ook hiervoor mijn warme dank.
14. „Uit dankbaarheid" van N.N. kreeg ik een bankbiljet van 25 gld. Zooeven heb ik gewezen op weinig gegevens omtrent den persoon, die het zond. Hier bij deze gift geldt dit dubbel. Mijn dubbele dank. Gods rijke zegen ruste op gift en gevende hand beide - 25.-
15. Door ds. De Looze te IJsselmuiden kreeg ik een gift voor het Studiefonds van de groote en kleine Chr. Meisjesvereenigingen aldaar. Deze bedroeg niet minder dan - 31.60
't Is niet voor de eerste keer, dat ds. De Looze ons op deze wijze tot blijdschap stemde. Mag ik hem zeer vriendelijk dank zeggen en hem vragen ook onze dank over te brengen aan de geefsters ? Zulke blijken van medeleven hebben meer beteekenis dan een oppervlakkig iemand meent.
16. Nog een tweetal posten heb ik te melden voor deze keer. Eerst het maandelijksche busje van C. Bardelmeijer te Zegveld.
't Bracht op deze keer - 2.04 Wij zeggen hem, zooals gewoonlijk, zeer vriendelijk dank.
17. Onze sluitpost komt uit Bunschoten. Hier heeft onze vriend Cand. Poot, van Bodegraven, pas zijn intrede gedaan. Heeft hij in Boskoop reeds meegeholpen ais hulpprediker, hier krijgt hij een eigen arbeidsveld. Wij wenschen hem van harte geluk en Godes bijstand toe in alles. Bij deze gelegenheid werd natuurlijk een collecte gehouden. Deze bracht op de prachtsom van - 53.45
't Stemt ons zoo echt blij, wanneer een van onze jongens, na de voorbereidende taak met eere te hebben volbracht, mag ingaan tot den allerbelangrijksten arbeid van Bedienaar des Goddelijken Woords.
Is het voor hen en de hunnen iets heerlijiks, voor de Gemeenten, die ze mogen ontvangen, niet minder.
't Stemt mij daarentegen zoo droef, als ik vanuit vacante Gemeenten aanvraag krijg, waaraan ik niet kan voldoen. Gelukkig komt hierin, mede door onzen arbeid, eenige gunstige keer. Gaarne wil ik ieder, die mij in dezen iets te vragen heeft, te woord staan.
Deze eerste verantwoording in ons nieuwe boekjaar stemt hoopvol. Immers tezamen geteld kom ik tot een eindsom van
ƒ 309.11
Zijt ge het niet met me eens, dat aan het Penningmeesterschap ook nog iets anders vastzit dan enkel moeite en zorgen?
Onze trouwe God maakte het wel.
Utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1935
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1935
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's