De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MAAK U OP

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MAAK U OP

5 minuten leestijd

We zijn thans in den Adventstijd. Wat wil dat nu zeggen ? Beteekent dit, dat we nu een paar weken moeten doen net alsof de Heiland nog nooit op aarde is gekomen ; alsof Hij nog in Bethlehem geboren moet worden ? Immers neen ! De Adventstijd is geen soort spel. We moeten niet doen alsof we nog vóór de volheid des tijds en vóór de vervulling van Gods beloften, aangaande den komenden Messias, leven ; om dan straks, in een soort spel van vroom zelfbedrog, te doen alsof we voor 't eerst in den stal van Bethlehem staan, aanschouwende het Kindeke, in de beestenstal geboren, liggend in een beesten voederbak ; luisterend als voor 't eerst naar de stem der herders en naar het lied der Engelen.
Neen, de Kerk van Christus; heeft, toen zij de Adventsweken vaststelde, die sinds onafgebroken bewaard zijn in het midden van de Gemeente des Heeren, heel iets anders bedoeld, dan dat men zou doen „alsof". Dat wil de Kerk trouwens nooit, dat het zal gaan „alsof". Daarvoor zijn de dingen veel te heerlijk, veel te heilig, veel te waar, veel te werkelijk. In de lijdensweken moeten we niet doen „alsof" de Heiland dan voor 't eerst aan 't kruis hangt. Op Paschen niet „alsof" de Heere Jezus dan voor 't eerst uit den dood opstaat en uit het graf verrijst. Op Pinksterfeest niet „alsof" dan voor 't eerst de Heilige Geest uitgestort wordt. Neen, de Gemeente des Heeren zal bij al die hoogtijden moeten inleven, als 't goed is, in 't geen werkelijkheid is, al zoo lang werkelijkheid.
In de Adventsweken moeten wij nog weer eens nagaan met heel ons hart hoe de Heere met Zijn oude volk gedaan heeft, wat Hij Israël in zoo donkere tijden beloofd heeft, wat Hij tegen verwachting van velen en tegen hope van niet weinigen, vervuld heeft, opdat we ons nu in deze bange dagen daarmee troosten zullen. Als 't hopeloos is, wil de Heere komen. Als 't onmogelijk is, wil de Heere het doen. Het gebeurt altijd als iets, dat bij de menschen onmogelijk i s. 't Is nog nooit anders geweest en 't zal ook nooit anders worden, 't Is ook nu zoo : zou iets bij den Heere onmogelijk zijn? 't, Moet tegen de draad ingaan. De Heere maakt altijd Zelf de geschiedenis. Dat heeft Hij altijd gedaan, dat wil en kan en zal Hij ook nu doen. Daarvoor de Adventsweken, opdat er daarover het licht zal opgaan en opdat we getroost en gesterkt zullen worden.
En dan, om weer bij vernieuwing in te leven in het heerlijke feit, dat Jezus Christus geboren is, al zoo lang geboren is, en de van God gegeven Zaligmaker. Het groote feit van de menschwording van Gods Zoon moeten we weer en meer indenken en inleven, zal 't goed zijn.
Een van de oude Duitsche Kerkliederen, die zoo vol geest en leven zijn, begint aldus : „Hoe zal ik U ontvangen, hoe wilt Gij zijn ontmoet".
En daarom gaat het nu : De Heiland moet bij ons inkomen ; Hij moet zeggen :
heden moet Ik in uw huis zijn — en wij moeten Hem. blij ontvangen, om met Hem aan te zitten met vreugd en vrede. Zooals 't met Zacheüs ging ; zooals het met de Emmaüsgangers ging ; zooals het met Simeon en Anna ging. Zóó moet het nu met óns gaan op het Kerstfeest.
Want waarlijk, wij zullen er geen bate van hebben, dat Jezus Christus, Gods Zoon, mensch geworden is, wanneer wij Hem niet ontmoeten, niet ontvangen, niet bezitten in den weg des geloofs. Wat baat het ons, dat Hij het Licht is, als wij, uit onze duisternis, niet Zijn Licht ontvangen, om in dat Licht te leven en te wandelen. Wat baat het ons, dat Hij in ons vleesch en bloed den vloek der zonde heeft gedragen, om zondaren met God te verzoenen, tenzij wij door den Geest onze harten toebereiden, opdat Hij daarin wone.
De Kerk van Christus wil in de vier Adventsweken prediken, dat de menschwording van Gods Zoon van zóó diepe, zóó centrale en zóó alomvattende beteekenis is, dat ze geen jaar wil overslaan om te zeggen, ook nu te zeggen, dat die gebeurtenis ook bij ons als vleesch en bloed moet worden en zijn : Jezus Christus ook óns Licht, ónze Vrede, onze zaligheid, ons leven.
Door de bediening des Woords moeten we daar gebracht worden en door Gods geest daarin ingeleid.
Laten we bedenken, dat er geen plaats was in de herberg toen de Heiland
geboren werd.
Wanneer Hij niet waarlijk een plaats bekomt in ons hart en in ons leven; wanneer Hij niet waarlijk geboren wordt ook in onze ziel en binnenkomt in óns huis, dan zullen we geen vrede hebben !
Hij is het hoogste bewijs en de heerlijkste proeve van Gods liefde jegens een zondige en verlorene wereld. Want de apostel zegt: „God bevestigt Zijne liefde jegens ons, dat Christus voor ons gestorven is, als wij nog zondaars waren". Maar we zullen versmaders van die liefde en verachters van die zaligheid worden gerekend te zijn. Indien we nu niet bezig zijn, om met stil verlangen te zingen : „Hoe zal ik U ontvangen, hoe wilt Gij zijn ontmoet".
Daarom zegt de apostel: „Ontwaak gij die slaapt, en sta op uit de dooden en Christus zal over u lichten". Of op een andere plaats bidt hij, dat Christus door het geloof in onze harten wonen mag en wij in de liefde geworteld en gegrond zijn.
Het komt er dan op aan, dat wij voor 't eerst of bij vernieuwing de vreeze Gods plaats mogen geven in onze harten.
„Maak u óp, word verlicht, want uw licht komt!" (Jesaja 60 vers la).
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MAAK U OP

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's