De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE AFDEELINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE AFDEELINGEN

9 minuten leestijd

LEIDEN. Woensdag 27 Nov. sprak op onze vergadering in „Rehoboth" ons medelid Fr. Duytjes over het onderwerp : „Een bidder in nood", Gen. 32 vers 24. Gesproken werd over Jacobs strijd ; Jacobs God ; Jacobs zegen; Jacobs gedrag. Op het terrein van het gebed heerscht veel onkunde en bijgeloovigheid. Het moet worden en zijn : een bidden in geest en waarheid. Dan zal het niet zijn. een lange reeks van woorden en opeenstapeling van zalvende uitdrukkingen, maar een uitstorten van het hart voor 't aangezichte des Heeren. Het ware gebed wordt geleerd van Boven ; dan wordt het een moeten bidden en een kunnen bidden tot Jacobs God. Hiermede is spr. gekomen tot zijn eerste punt. Hij wijst op Jacobs strijd tegen God, toen hij, tegen plicht en licht in, zijn vader bedroog en zich op wederrechtelijke wijze in 't bezit stelde van den eersten zegen. Vóór dat Jacob nu naar zijns vaders huis zal terug keeren, voert God hem door dit tranendal, waar de bidder zijn toevlucht en sterkte zoekt bij God. Gewezen wordt op Cluistus, Sion's Borg en Schuldovernemer, die door de diepste wateren van Gods toorn is heengegaan om Zijn volk te bekleeden met gerechtigheid en het Vaderhuis te ontsluiten. Jacobs strijd en Jacobs God. Wat een tegenstelling tusschen een zondaar en een heilig God ! Was het niet rechtvaardig, indien God Jacob overgaf aan 't geweld van Ezau ? Vernedering voor Ezau volgt, met het zenden van geschenken en Jacobs God maakt het voor Jacob alles wèl. In den weg van bidden en worstelen, waarbij Jacob niet loslaat alvorens door den Heere te Zijn gezegend. Is ook hier Christus niet de vervulling van 't geen in Jacob wordt afgeschaduwd ? Jacobs geloof in de beloften des Heeren wordt gesterkt, zooals ons geloof in de belofte des Evangelies alleen troost en kracht geven kan, waarbij Christus de vervuiler der Wet is. We zullen alles, ook onszelf, moeten leeren verliezen voor God, zullen we de overwinning deelachtig worden. Jacobs gedrag wordt geteekend. in zijn vorstelijk handelen tegenover God en de menschen. Als een held had hij met God geworsteld ; niet zoozeer door lichamelijke worsteling, als wel in geloofsoefening, waarbij ook het lichaam werd gesterkt. Hij was in de zware beproeving niet bezweken, maar had zich aan den Heere vastgegrepen. Hier komt dan de naamsverandering van Jacob in Israël; waarbij den ontwrichtte heup hem blijft herinneren aan zijn strijd en zijn overwinning in 's Heeren kracht, zelf een onwaardig zondaar zijnde, maar door den God des Verbonds doorgeholpen en behouden.
We hadden een goede avond ! Jammer, dat de opkomst niet grooter was. Den spreker wordt vriendelijk dank gezegd voor het houden van deze rede.
J. v. K., Secretaris.

LEIDEN. Maandagavond 9 December hielden wij in ,, Rehoboth" aan het Rapenburg onze  winterspreekbeurt. Ondanks zijn veelomvattende werkkring, had ds. Goslinga, van Utrecht, toch nog gelegenheid gevonden om in deze beurt voor ons op te treden. Z.Eerw. koos tot tekst Ruth 3 vers 18, waar geschreven staat: „Toen zeide zij: Zit stil, mijne dochter, totdat gij weet hoe de zaak zal vallen; want die man zal niet rusten, tenzij hij heden deze zaak zal voleindigd hebben".
Spreker behandelde de volgende 3 punten : Ie. Gedwongen stilzltten; 2e. De man, die niet stilzitten kan ; 3e. De zaak die heden voleindigd wordt. Het was een heerlijk en vertroostend woord dat gebracht werd. Het was een opening der Schriften. Dat de Heere zelf de naprediker maar moge wezen, opdat er, moge 't zijn, nog een zegen van mag uitgaan en de Naam des Heeren er door verheerlijkt worden.
Wij zijn onzen Bondspenningmeester zeer dankbaar, dat hij zoo vriendelijk was om aan ons verzoek te voldoen en hopen, zoo wij hem nog weer eens verzoeken, weder een gunstig antwoord te mogen ontvangen.
J. v. K., Secretaris.

ZEGVELD. Vrijdag 6 Dec. vergaderde onze Afdeeling. De voorzitter, ds. Vroegindewij, liet zingen Psalm 105 vers-3, las Hosea 11 en ging voor in gebed. Na het welkomstwoord en het lezen der notulen las de heer G. S. Schinkel zijn inleiding over den profeet Hosea.
Inleider begon met 't geven van een kort overzicht van het profetisme in 't algemeen, n.l. het wezen en de historie van het profetisme. Dat laat duidelijk licht vallen op elk profetisch boek afzonderlijk.
Hosea werkte in het rijk der 10 stammen onder de laatste koningen, ± 750 voor Christus: . Hij was een man van diep gevoelsleven en de openbaringen Gods brachten hem soms tot hevige gemoedsbewegingen, 't Karakteristieke van zijn optreden bestaat hierin, dat hij is de profeet van de liefde. God is de man, en Israël is de vrouw, die ontrouw geworden is aan den man, omdat zij andere goden diende.
God klaagt over Zijn volk en noemt het „Lo Ammi", „Niet Mijn volk".
Altijd is de Heere goed geweest voor Zijn volk, maar de afval van Israël is een donkere schaduw tegenover het licht van Gods liefde en genade. Telkens moet de profeet in botsing komen met de opvattingen van zijn tijdgenooten. Ze meenen God te kennen, terwijl Hosea er op wijst, dat men Hem niet .kent. Hosa veroordeelt niet de cultus van Israël op zichzelf, maar wel het tevreden zijn met de formeele godsdienstplechtigheden. Het gaat tenslotte niet om de religieuze handeling op zichzelf, maar wel om 'het hart, dat er de bron van moet zijn.
Dan schetst inleider, wat onder die kennis van God moet verstaan worden. Het is geen wetenschappelijke kennis, maar een kennis met 't hart: de kennis der liefde tusschen bruid en Bruidegom. Maar de bruid leeft eigenlijk zonder zich om den Bruidegom te bekommeren: Bethel (=Huis Gods) is geworden tot Beth-Aven (= huis van ongerechtigheid) .
Al heeft Jehu de Baalsdienst uitgeroeid, onder zijn opvolgers vond de locale vereering der Baals vaak plaats. Al dieper zonk Israël weg, 't 'grofste bijgeloof werd door 't volk beleden.
En nu gaat Hosea dit alles meten aan de Goddelijke wet en dan 'kan 't oordeel niet uitblijven.
De binnenlandsche verhoudingen zijn treurig. De eene koningsmoord volgt spoedig op de andere en de buitenlandsche politiek doet hopen op redding, maar nóch Egypte, nóch Assur zullen het Goddelijk gericht kunnen weerhouden.
De teekening van het leven der geestelijike leidslieden des volks toonde aan, hoe ver men was afgeweken van de bedoeling des Heeren met de Mozaïsche wetgeving. Rooven, plunderen, moord en diefstal waren aan de orde van den dag. De wortels waaruit al deze zonden groeien, zijn de ontrouw aan God, 't wegvluchten van den Heere. Men kent God niet en dient Hem niet. Vanzelf is de houding, die men aanneemt tegen Gods profeten, een onwelwillende. Hun woorden strooken niet met 's volks schijnbelangen.
De omkeering is maar op één wijze mogelijk: Goddelijke genade zelf moet ingrijpen om Israël door het gericht heen terug te voeren naar het Vaderhart Gods.
Tal van historische uitwijdingen illustreeren, dat God altijd trouw en goed was geweest voor Zijn volk. Maar Israël heeft den nek verhard en gleed telkens weer uit op de paden der zonde.
De aankondiging van het gericht is echter doorweven van het onbegrijpelijk wonder Gods: immers de grondzuil er van is de liefde.
't Gericht komt wel, maar het zal niet volstrekt en voor goed zijn. De Heere .gedenkt in Zijn toorn des ontfermens. Wel zal 't gericht vreeselijk zijn, maar het overblijfsel naar de verkiezing der genade zal ontkoming vinden.
Aangrijpend is de heilsprediking van Hosea : het verbroken verbond zal hernieuwd worden, 't huwelijk zal weer bevestigd worden. God zal Zijn volk ondertrouwen in eeuwigheid in gerechtigheid en gericht.
Zoo komt het heil van God Zelf. Lo Ammi zal worden tot Ammi, Lo Ruchama tot Ruchama! Wel is het door Hosea beloofde heil nog besloten binnen de .grenzen der nationaliteit, maar dit alles zal toch medewerken tot 't 'heerlijke doel: de komst van Jezus Christus in het vleesch, opdat door en in Hem de aarde vol zal worden van de kennis des Heeren.
Met een practicale opmerking omtrent 't wezen van de dienst van God besloot inleider zijn onderwerp, waarvan het slot luidde : De Waarheid zal u vrij maken.
Een aangename bespreking volgde.
Bij de rondvraag stelde de voorzitter voor, de in Januari te houden jaarvergadering in het openbaar te houden en daarvoor de school te vragen. Algemeen vond dit voorstel bijval.
Een der leden vroeg inlichtingen over den pas opgerichten Bond van Herv. Evangelisatie op Gereform. grondslag.
Na het zingen van Psalm 27 vers 7 sloot de Inleider met dankgebed.
G. GROENENDIJK, Secretaris.

GOUDA. Dezen winter wordt hier door de predikanten uit de omgeving behandeld „Calvijn en het Calvinisme".
20 November ds. van Ginkel , Het leven van Calvijn".
12 December ds. Bieshaar Jr. van Benthuizen, „De tijd van Calvijn".
8 Januari ds. Klüsener, van Bodegraven, „Van God den Schepper" (Institutie Calvijn).
22 Januari ds. Vroegindeweij, Waddinxveen, „Van God den Verlosser (Institutie Calvijn).
5 Februari ds. Damsté van Sluipwijk, „Wijze waarop de genade ontvangen wordt".
4 Maart ds. Oostenbrug, Gouderak, „Uitwendige heilsmiddelen" (Institutie Calvijn).
18 Maart ds. Blok van Brandwijk, , Het Calvinisme in zijn ontwikkeling; nadere Reformatie, Piëtisme".
1 April ds. de Leeuw, Willige-Langerak, „Het Labadisme".
8 April ds. van Dijk van Rijnsaterwoude „Het Calvinisme en het heden".
22 April ds. van Ginkel „Het Calvinisme en de toekomst".
Een programma van beteekenls. Ben woord van dank aan h.h. predikanten, die niettegenstaande de winterdrukte, tijd noch moeite ontzien om te helpen, is hier op zijn plaats.
Bovendien de spoedige beantwoording der brieven, waardoor het mogelijk is thans het overzicht te kunnen publiceeren.
JOH. VAN DE BANK.

UTRECHT. D.V. 3de ledenvergadering op Vrijdag 20 December a.s., des avonds 8 uur in het Wijkgebouw, Kromme Nieuwe Gracht 82.
Agenda : 1. Opening. 2. Notulen. 3. Ingekomen stukken. 4. Inleiding door ds. J. Goslinga, onderwerp : Artikel 5 van de Dordtsche Leerregels. 5. Rondvraag. 6. Sluiting.
Trouwe opkomst (mannen en vrouwen) zeer gewenscht.
Geestverwanten van harte welkom.
HET BESTUUR.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE AFDEELINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's