De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

ADVENTSVERLANGEN

5 minuten leestijd

Mijne ziel wacht op den Heere. Psalm 130 vers 6a.

Wachten valt den mensch niet gemakkelji. Vooral niet den modernen mensch in dezen zoo snel voortjagenden tijd, nu de mensch voortgedreven wordt in wilde vaart en zijn onrustige ziel gedurig in beweging is als de bewegelijke naald van het compas.
En toch leert de Heere den mench wachten, vooral dan, wanneer de hand der genade in hem werkt. Wachten op iemand is gegrond in de wetenschap, dat hij komen zal.
Zoo ook hier ! De mensch buiten God weet niet van wachten op den Heere. Hij bekommert zich om den Heere, Zijn dienst en Zijn. Woord allerminst. Ja, zelfs wanneer soms de Heere in sprekende omstandigheden en treffende gebeurtenissen zich merkbaar plaatst op het levenspad, dan tracht de mensch aan de tegenwoordigheid Gods te ontkomen en poogt hij zich voor het aangezicht Gods te verbergen.
Daar is geen wachten op den Heere, Integendeel, een niet rekenen met God en een afwijken van Hem !
Maar geheel anders wordt het, als het Geesteswerk der genade in het zondaarshart wordt verheerlijkt. Dan komt er een wachten op, een uitzien naar den Heere ; dan is er een verlangen naar Zijn komst, een hunkeren naar Zijn zalige gemeenschap, een begeeren naar Zijn liefdevolle en troostrijke tegenwoordigheid.
En dat wachten is maar niet een ijdel wenschen, zonder eenigen grond; neen, maar dat wachten rust op de belofte des Heeren, die spreekt van Zijn komst tot ons; — en nauwelijks wordt dat ingezien, of er komt een groote verandering m de levenspractijk.
Dezelfde man of vrouw, die te voren in onrustige jacht alles deed om den Heere te vinden, waar hij bij ontdekkend, licht zijn Godsgemis erkennend en betreurend ontwaart, dat alleen Gods gemeenschap hem de ware troost brengt, wordt nu rustig beidend en wachtend, dat de Heere zelf zich tot hem nederbuig.
„Mijn ziel wacht op den Heere !" Dat was uit het hart van het Israël der schaduwen gegrepen. Het genadeleven van de vromen der oude bedeeling was een adventsleven, een leven van wachten.
Ja, wel was God in de openbaring der genade tot Israël gekomen, doch Hij kwam in den dienst der profetie met de beloften van het komende heil. Hij kwam m den dienst der schaduwen en ceremoniën, die, hoe heerlijk ook, toch heenwezen naar de nog rijkere en de volkomene vervulling.
Daarom hunkerde het begenadigde volk onder den ouden dag naar de volheid des tijds, dat het Woord Gods in heerlijke vervulling zou gaan en dat de dienst der schaduwen zou overgaan in geestelijke realiteit.
Ja, soms was het hart des vromen wachtens moede !
Dan blies de satan de golven van twijfelmoedigheid hoog op, dan was de klacht: „Wie zal ons het goede doen zien ? " Dan hield het wachten op en begon het werken in eigen kracht, dat op niets dan oververmoeidheid der ziel en pijnlijke levensteleurstelling moest uitloopen !
Dan klonk het woord: „Zoo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen !"
Om Hem was het dan ook te doen !
Om Hem alleen, ten volle !
Bij alle zielsgenieting ervoer de vrome van de oude bedeeling, dat hij het volle niet had, zoolang hij niet in den beloofden Messias den dag des heils aan de kimmen rijzen zag.
Maar als de Heere doet wachten, dan beschaamt Hij niet. De dag is gekomen ! Christus is in het vleesch gekomen : „het Woord Gods is vleesch geworden en het heeft onder ons gewoond, en wij hebben Zijne heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eéngeborenen van den Vader, vol van genade en waarheid".
„Mijn ziel wacht op den Heere !"
Welk een zaligheid, zoo ons oog geopend is voor de groote zaligheid, die er voor het arme menschenhart gelegen is m de gemeenschap met God. Dan schenkt Hij ook de belofte dat Hij komen zal!
Dat is het oefeningspad des geloofs voor Gods kinderen, om te leeren wachten, rustend op de belofte Gods.
De ontdekte ziel zou de belofte voor geen goud der aarde, voor gansch de wereld niet willen missen, want zij .biedt hem de vertroosting, dat hij eens verzadiging van vreugde zal hebben, als hij het aangezicht zijn Gods zal aanschouwen.
Die belofte nu troost hem in dagen van bestrijding, van bange vreeze, van moedeloosheid. Die belofte is het Woord, dat de de adem des Geestes ruischt over de ontroerde wateren onzer ziel, dat de stormen tot zwijgen brengt en de wind in zijn schatkamers doet weêrkeeren, dat de oppervlakte onzer ziel weer spiegelglad maakt en de golven doet wegsnellen.
En toch — de belofte is nog niet de vervulling !
O, welk een feesture voor de ziel, als de Heere Zijn zalige gemeenschap in Christus aan de ziel ontdekt en Zijne gemeenschap doet genieten.
Dat is de genieting van het hemelleven op aarde ! Dat is Kerstlicht In den Kerstnacht!
Daar wordt de harp blijde getokkeld met het vreugdelied:
Komt, luistert toe, gij Godsgezinden, Gij, die den Heer' van harte vreest, Hoort, wat my God deed ondervinden, Wat Hij gedaan heeft aan mijn geest! 'k Sloeg heilbegeerig 't oog naar boven. Ik riep den Heer' ootmoedig aan ; Ik mocht met mond en hart Hem loven. Hem, die alleen mij bij kon staan !
Lrd.

J. E.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's