DE MACHTSWELLUST VAN HET MODERNISME
Onze Hervormde Kerk is. niet modern, maar houdt vast aan haar belijdenis. Het modernisme tiert niet op haar bodem. Natuurlijk is de eene gemeente in deze anders gesteld dan de andere. Ook doen soms persoonlijke eigenschappen van een voorganger veel af en toe. Maar het modernisme als zoodanig tiert niet op onzen kerkelijken bodem, 't Is over het algemeen treurig gesteld in moderne gemeenten, ook wel om deze oorzaak, dat het modernisme er kunstmatig, niet zelden door de meest gruwelijke practijken van enkele machthebbers, in stand gehouden moet worden. Waren die schandelijke practijken (we noemen ze vrijmoedig „gruwelijk" en „schandelijk") er niet, dan zou m.en wel eens iets anders zien ! Waarom waren b.v. de vrijzinnige kerkvoogden en notabelen in Boskoop tégen het stemrecht van de vrouwelijke lidmaten, toen dat college nog vrijzinnig was ? Men voelt het: men verloochende z'n eigen vrijzinnig beginsel aangaande de rechten van de vrouw, omdat men bang was, dat men het veld zou moeten ruimen, als de vrouwen mee ter stembus kwamen ! Gelukkig hebben ze toch in Boskoop de nederlaag geleden. Nu dubbel met smaad overladen.
We lazen dezer dagen iets „uit de oude doos", dat ons weer aan de machtswellust van de modernen kwam herinneren, 't Is een oude geschiedenis uit Wirdum, bij Leeuwarden. Tot omstreeks 1870 was daar de rechtzinnige dominee Harders, wiens kinderen wij gekend hebben, werkzaam. Hij verkondigde daar het Evangelie der verzoening in Jezus Christus, onzen Heere. Toen deze oude dominee ziek werd, vereenigden zich enkele vrijzinnigen (? ), om een poging te wagen in Wirdum straks een moderne dominee te krijgen, die ongeveer aldus zou prediken over het huis op den zandgrond en het huis op den rotssteen : de bouwers op zandgrond zijn de orthodoxen, want zij bouwen op oude legenden en verdichtsels; maar de bouwers op den rotssteen zijn de modernen, want zij grondvesten hun huis op het moderne wetenschappelijke onderzoek. (Ds. De Haas, van Winsum).
Terwijl de oude dominee op z'n ziekbed lag, werden de maatregelen reeds genomen, niet door de orthodoxe gemeente of den orthodoxen Kerkeraad, maar door een kleine minderheid. Maar hoe kan een kleine minderheid dan de overhand verkrijgen ?
Dat zit zóó : Noch de orthodoxe Kerkeraad, noch de orthodoxe meerderheid in de gemeente, noch de moderne minderheid kon hier feitelijk iets doen. Want het beroepingswerk lag feitelijk in handen van de z.g.n. floreenplichtigen. Dat zijn degenen, die vroeger in Friesland de floreenrente (een soort grondbelasting) moesten betalen. De munt, waarmede men betaalde, heette floreen (waarde 1.40 gulden). Ook kerkelijke florenen had men, wanneer het een soort kerkelijke belasting betrof.
Wat Wirdum betreft, waren dat eenige heeren, voornamelijk in Leeuwarden woonachtig, die in Wirdum kerkelijke rechten hadden ! En vooral één van hen, de heer O., had feitelijk door zijn grondbezit alles in handen. Hij had onder Wirdum en Wytgaard zooveel bezittingen in land en boerderijen, dat hij bij de stemming den doorslag kon geven. Als de boeren, die op zijn boerenplaatsen woonden, op den stemdag in de kerk kwamen, met zijn volmachten, dan brachten die de beslissing. [Wij hebben zelf wel eens volmacht gegeven van onze kerkelijke rechten voor verkiezingen van een polderbestuur. Zoo wonderlijk loopen soms de wegen door elkaar !
In het reglement te Wirdum stond, dat er mondeling gestemd moest worden. En in de volmachten der boeren moest door den eigenaar de Candidaat, dien zij moesten stemmen, met name worden aangewezen !
Als de heer O. dus zijn boeren machtigde, dan had hij de beroeping van een dominee te Wirdum voor een groot deel in handen.
Men zag in Wirdum de bui aankomen. Zeventig orthodoxe manslid-maten stelden daarom een verzoekschrift op aan den heer O., waarin zij hem smeekten, hun geen moderne dominee te zenden. Wonderlijke toestand, nog maar zestig jaar geleden ! Een smeekschrift, om niet onderdrukt te worden ! Och, wij hebben misschien ook wel eens een te groot woord over tradities van vrijheid, als wij ons vergelijken miet b.v. Duitschland. De dragonades zijn nog maar honderd jaar geleden, en ongerechtigheden als te Wirdum nog maar zestig jaar !
Het Smeekschrift bij den heer O. had geen resultaat. Hij had reeds afspraken gemaakt met de modernen. Ds. Harders ontsliep in zijn Heere en Heiland, dien hij zooveel jaren had gediend en aan de gemeente had verkondigd als den éénen en algenoegzamen Zaligmaker. Enkele weken later klepte de klok in Wirdum de floreenplichtigen naar de kerk, de deur kwam op slot en de stemming begon, alles op de strikt reglementaire wijze die was voorgeschreven. Maar wat er in werkelijkheid gebeurde, was iets verschrikkelijks : hier werd een man beroepen, die de Kerk zou verwoesten, den Christus zou verloochenen en het Evangelie zou uitruilen voor een braafheid en goede wil.
Het modernisme zegevierde! Nog gloorde er even hoop, toen de stemming wegens een informaliteit ongeldig moest worden verklaard en er daarom een nieuwe stemming moest plaats hebben. Opnieuw probeerden de orthodoxen het bij den heer O. Maar tevergeefs. Bij de tweede stemming werd dezelfde moderne candidaat weer aangewezen. De Kerkeraad weigerde de beroepsbrief te schrijven. Terecht! Hoe zou zij kunnen verklaren, dat deze man door de gemeente werd begeerd ?
Toen bracht de Classis Leeuwarden, „doende wat des kerkeraads is", het beroep uit. Spoedig kwam de moderne prediker en preekte des Zondags voor een bijna leege kerk. Want de orthodoxen weigerden natuurlijk, hem te hooren, en de modernen, och, als het nieuwe er af is, dan loopen die niet meer zoo hard naar de kerk.
Wat moesten nu de orthodoxen doen ? Gelukkig, dat zij beschikten over de Christelijke School. Zoo nu en dan lieten zij des avonds in de school een rechtzinnig predikant optreden, die den Christus der Schriften predikte.
Toen kwam er iets bijzonders tusschen beide, dat de geheele situatie op kerkelijk terrein veranderde.
Er woonden in Wirdum ook enkele Afgescheidenen, die tot de Kerk van Leeuwarden behoorden. Op schoolgebied werkten zij met de Hervormden samen. En nu bracht de verdrukking van het modernisme hen nog dichter bij elkaar. En zoo rijpte het plan om in Wirdum een Chr. Geref. Kerk te stichten ; en eenigen van de Hervormden gingen mee ! Tegen het einde van 1873 kreeg de institueering haar beslag.
De modernen waren er wel mee ingenomen. Want, zóó raakten zij de orthodoxen kwijt. Zij waren zelfs zóó royaal, dat zij een stuk grond van de Kerkvoogdij beschikbaar stelden voor den bouw van een kerk en pastorie, tegen een billijke vergoeding. Alleen werd de bepaling er bij gemaakt, dat het te stichten kerkgebouw niet een andere bestemming mocht .krijgen dan Chr. Geref Kerk ; en — dat er nooit een Hervormde dominee op den preekstoel mocht komen !
Toen dan ook vóór enkele jaren een nieuwe kerk door. de Gereformeerden te Wirdum werd gebouwd, moesten zij van de Hervormde Kerkvoogdij eerst toestemming vragen, alvorens zij de oude kerk konden verkoopen. Intusschen zijn de modernen in Wirdum (waar ds. Borgman staat) de baas gebleven in de Hervormde Kerk. Gelijk trouwens heel de Ring Wirdum modern is: ! In Grouw (waar ds. IJsbrandy staat) moet het precies zóó gegaan zijn als in Wirdum.
Gelukkig is er nu ook een rechtzinnige Hervormde Evangelisatie in Wirdum.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1935
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1935
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's