De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BEKEERING VAN K. VAN GENNE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEKEERING VAN K. VAN GENNE

7 minuten leestijd

Dit gaf mij voor die oogenblikken dan weer hoop, zoolang als die werkzaamheden levendlg waren; maar hield dat op, dan hield mijn hoop ook op. Meestal was ik bevreesd dat 't alles maar louter inbeeldingen bij mij waren en dat 't maar in het hoofd zat, zoodat ik wel met mijn hand op mijn hart gevoeld heb en dat ik zeggen moest, dat mijn hart toch bezwaard en benauwd was in mij. Maar als ik zag op mijn verborgen afdwalingen, dan ontviel mij menigmaal al mijn moed, drenkende, dat zulks niet met genade bestaan kon. Somtijds had ik echter een bijzonder klaar inzien in de weg der verzoening. Dan kwam mij de Heere Jezus al weer voor, zeggende tot mij, Spr. 9:4: Wie slecht is, die keere zich herwaarts", „O", moest ik dan zeggen, „Heere, met nadruk ben ik een slechte, ja, de slechtste der slechten", want mijn zonden waren meer dan ik ze kon tellen.
Ja, gel. vriend, is iemand als een goddelooze tot den Heere Jezus gebracht, dan ben ik het. Met den apostel Paulus most ik wel zeggen: „mij den allervoornaamste der zondaren, is barmhartigheid geschied". Maar de Heere zocht mij zoo, als ik door onvrijmoedigheid van verre stond, alleen ziende Op mijn ongerechtigheid, gedurig op, en dan mocht ik al zuchtende uitroepen: „Och, Heere Jezus, Uw bloed kome over mij, tot verzoening en vrede met God". Zoolang als ik daarnaar uitzag en reikhalzend verlangde naar een zalige ontdekking van den Heere Jezus, zoolang hoopte ik dat er iets van dat werk, dat God in mij gewrocht had, worden zou, maar als die werkzaamheden minder en de verdorvenheden meerder werden, dan ontzonk menigmaal al mijn verwachting. Ik bleef evenwel uitzien naar den Heere Jezus bij dagen en bij nachten. Dit was, waar ik ook ging of stond, altijd bij mij. Ja, ik vond nergens vermaak in, want zoolang ik Jezus niet had kon ik, dacht mij, niet rusten. Ik bezweek soms van verlangen, niet wetende hoe ik zou aangaan. Zoo ging ik mijn weg al voort, 'dan eens hoop, dan eens vrees, doch meer vrees dan hoop. Menigmaal was ik bekommerd dat de helsche Saul mij nog weer in zijn netten zou verstrikken en dan dacht ik : „Hoe kom ik nog terecht". Dan viel dit op mij aan, daar dat, dan zocht de duivel mijn ziel te beroeren, dan rotte hij zijn gewillige dienaars tegen mij samen. Och, moest ik dan menigmaal zeggen, had mij de Heere niet door Zijn kracht menigmaal staande gehouden, zoo zou ik als een lammetje onder de leeuwen zijn omgebracht. Maar nu kan ik Zijn teedere zorg 't mijwaarts zien, hoe listig mij ook mijn vijanden aanranden mochten. Dan zochten zij mij in te fluisteren, dat ik niet onder diegenen hoorde, die zalig zouden worden en dan waren al mijn verwachtingen maar ijdel. Dan zocht hij mij wijs te maken dat ik wel gezondigd kon hebben tegen den H. Geest, dan kon ik nooit tot zaligheid geraken. Maar dit alles had nogal niet veel ingang in mijn hart. Meest altijd had ik bestrijding van onoprechtheid mijner genadestaat. De andere zielsberoerende gedachten hadden niet veel vat op mijn hart, en ik acht het ook niet nuttig ze alle te vermelden. God had zijn oog van ontferming op mij gevestigd. Ja, gel. vriend, die liefde toedragende God had een goed werk in mij begonnen, hetwelk Hij voortzetten wou, hoe de hel daar ook tegen aandruischte. Hij kwam mij gedurig voor met de alieruitlokkendste toezeggingen, waardoor ik wel niét geheel getroost werd, maar toch aangemoedigd om toch maar aan te houden in den gebede. Eenmaal gebeurde het, dat toen ik biddende uitzag naar den Heere, Psalm 103, „Looft Hem, die u al wat gij hebt misdreven, hoeveel het zij, genadig wil vergeven", zoó lieflijk op mijn gemoed kwam, dat ik er onder in tranen wegsmolt. Hierdoor wierd mijn ziel zeer opgebeurd, zoodat ik voor die tijd eenige hoop schepte, dat God met mij nog wilde te doen hebben, daar ik veelal verlegen was of zoo een Godterger nog zou aangezien worden door een God, die met de minste zonde geen gemeenschap kan hebben. Maar wat mij ook bemoedigde, m'n ziel bleef onvoldaan. Ik moest Jezus hebben, dacht mij ; dan zou ik tevreden zijn, en eerder kon ik niet rusten. Gedurig moest ik daarom dan ook zuchten : „Och, lieve Heere Jezus, mocht Gij U toch aan mijn ziel ontdekken en openbaren, zooals Gij niet doet aan de wereld; zalig mij toch, zooals Gij al Uw volk zaligt; ik kan U toch niet missen". Ja, ik kwam v/el aan het dwingen : „Ik zal U niet laten gaan, of Gij moet mij eerst zegenen". Dan kwam mij wel voor hoe de Kananeesche vrouw aanhield en hoe zij overwon. Jezus liet zich van haar verbidden. Dit gaf mij dan wel moed, dat ik ook nog wel verhoord kon worden, maar dan was ik weer bekommerd of mijn bidden wel oprecht was en dan zou het niet verhoord worden. Hierdoor moest ik zeggen : „Och, Heere, maak mij toch oprecht; liever wil ik duizendmaal bij U ter beproeving gaan, dan eens bedrogen uit te komen, want dat zou voor mij wat te zeggen zijn.
Nog herinner ik mij, toen ik eens zeer bedrukt was over mijn zonden en ongerechtigheid, dat ik las in het boek van den nu zaligen heer Van der Kemp, over de rechtvaardigmaking des zondaars voor God en de verdiensten van Christus, waardoor ik zoó getroffen en in mijn ziel verslagen werd, dat ik niet meer kon lezen. Ja, ik dacht, dan kon een schepsel, als; ik was, Ook nog wel gerechtvaardigd worden. Ik had voor - die oogenblikken weer eenige hoop, maar ik had Jezus nog niet, en Zijn dierbaar bloed was nog niet aan mijn hart gebracht door de bewerking van den H. Geest. Maar hoe langer dat het duurde, des te meer verlangend zag ik uit naar den Heere Jezus en des te noodzakelijker werd Hij voor mij. Ja, gel. vriend, die gepastheid, die ik soms in Hem zag, is beter te gevoelen dan te beschrijven. Ik moest hier wel zeggen: „Wien heb ik nevens U in den Hemel, nevens U lust mij ook niets op aarde". Ik mocht ook gedurig een heilig geweld doen op de rommelende ingewanden van dien overdierbaren Heiland en Zaligmaker. Ja, ik dacht, als ik Hem voor mijn hart mocht bezitten, dan zou ik de wereld wel doorkomen, al moest ik mijn brood gaan vragen. Somtijds was ik zoo verlangend naar Zijn Persoon, dat ik moest uitroepen: „Och, Heere Jezus, ik kan U niet langer missen, ontferm U toch mijner". Dan zocht ik Hem door mijn tranen te bewegen. Ja, ik dacht somtijds wel, dat ik meer liefde tot Jezus bad, dan Hij tot mij, want, zoo zei ik in mijn binnenste: „Als Jezus mij zoo lief had als ik Hem, dan zou de huwelijksband op staande voet voltrokken worden". Maar och, wat was ik toen nog Wind. Ik wist niet, dat deze liefdesuitgangen, al dat hongerige en vurige uitzien en verlangen naar den Heere Jezus, en dat niet zoozeer om alleen door Hem gerechtvaardigd te worden, maar ook om door Hem geheiligd te worden van de vuiligheid mijns harten en van mijn wandel, uit Hem was. Evenwel kon ik onder dit alles niet gelooven dat God Zijn genade aan mij verheerlijkt had. Ik durfde het wel niet ontkennen, dat er iets aan mij gebeurd was; daar was ik ook nog bevreesd voor. Mijn zonden stond.en mij gedurig in den weg en wanneer deze weer zoo levendig werden en mijn begeerten minder, dan was ik weer een ongetrooste, door onweder voortgedrevene; maar denzulken zullen hun steenen gansch sierlijk .gelegd worden. Hij, die niet varen laat hetgeen Hij begonnen had, zocht mij gedurig wederom op in mijn bezwaren.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

BEKEERING VAN K. VAN GENNE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1935

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's