VRAGENBUS
Vraag: Wat wil het zeggen, als we in Openb. 7 vers 4 lezen, dat er 144000 verzegelden zijn, en als we in Openb. 14 vers 1 lezen, dat er 144000 rondom het Lam staan op den berg Sion ?
Antwoord : Deze dubbele vermeldlng van het getal 144000 moet rijke beteekenis hebben. Maar 't is niet om te tellen. Het is een getal om iets te openbaren, te laten zien aangaande de Kerk der toekomst. Deze getallen spreken hun eigen taal. Het grondgetal is hier twaalf ; dat wordt vermenigvuldigd met zichzelf en wordt:144. Daarna wordt dit getal nog eens vermenigvuldigd met 1000 en wordt 144000. Dat grondgetal twaalf nu is het vaste getal, waarmede de Kerk des Heeren geteekend wordt:12 stammen Israels van het O. Testament; 12 apostelen als vertegenwoordigers van het Nieuwe Testament; 12 poorten aan het nieuwe Jeruzalem, aan elk der vier windstreken drie, om te dienen als toegang voor de gansche Kerk der gansche wereld; 12 steenen in de Kroon op het hoofd van de Bruid des Lams. Dat grondgetal 12 bestaat weer uit de verbinding van drie en vier doelend op de Drieëenheid, die bron van alle leven, en vier op de vier windstreken, zijnde het leven der wereld; zoodat 12 uitbeeldt het werk van den Drieëenigen God in het leven der wereld tot vergadering van Zijn Kerk.
Wat dus verzegeld is en wat op den berg Sion staat rondom het Lam, is : Gods uitverkoren volk van geheel de aarde, in Jezus Christus tot zaligheid geroepen. Dat ligt in het getal twaalf. Maar dan niet slechts twaalf, maar het volk vermenigvuldigd van gansch de aarde en tot de hoogste volheid en volmaking gebracht. En dat ligt in de verduizendvoudiging. Om een indruk te krijgen van de volheid en ook van de volmaking van Sion, Gods volk. De stammenschakeering is er ; de toevergadering van alle onderscheidene, volkeren. Maar in de onderscheidingen en in de veelheden is toch ook weer de éénheid, 't Is één groote schare, rondom het ééne Lam, op één berg Sion, maar die eenheid gevormd uit de veelheden. En alles volmaakt heerlijk, opgevoerd tot de hoogste volheid !
Ja — Gods volk, Christus' gemeente, zal opgevoerd worden tot den meest luistervollen wasdom, tot de volle ontplooiïng van heerlijkheid. De Heere zal uit de kiemen laten groeien den boom, die tot volle heerlijkheid staan zal in eeuwigheid. Voor een doorn, een denneboom, voor een distel, een mirtenboom, en het zal den Heere tot een teeken zijn, dat in eeuwigheid niet zal worden uitgeroeid. Uit de 12 stammen van de Oud-Testamentische Kerk en van de 12 stammen van de Nieuw-Testamentische Kerk zal het volle getal der uitverkorenen, opgevoerd tot de hoogste volkomenheid, worden toevergaderd in den hemel der heerlijkheid ! Zoo rijk is Gods genadewerk in Christus in U midden van deze zondige, arme wereld !
Vraag : „Wat is de beteekenis van het woord van Groen van Prlnsterer : „Tegen de Revolutie het Evangelie" ?
Antwoord : Mr. Groen van Prlnsterer, de christen-Staatsman, bedoelde met zijn bekend gezegde : dat tegenover de beginselen van de Revolutie de beginselen van Gods Woord moesten worden gesteld. In het Woord, in heit Evangelie zag Groen het eenig geneesmiddel voor volk en Vaderland, voor Staat en Maatschappij. En waar hét beginsel der Revolutie is : „de mensch is de machthebber", leerde Groen : „De Heere is God, en niemand meer". Tegenover „de volkssouverelniteit en de volkswil" leerde Groen : „de souvereiniteit Gods en de alles beteekenende waarde van Gods Wil en Wet en Waarheid".
Alle anti-christelijike bewegingen: het Marxisme en het Socialisme en het Anarchisme en Communisme, maar ook het Fascisme, komen met een macht, die van beneden Is : het volk, de Staat enz. Groen van Prlnsterer leerde, dat er maar één macht is en wel Gods absolute, souvereine macht, waaraan Overheid en volk te gehoorzamen hebben en waarmee men voor elk terrein des levens te rekenen heeft: het gezang, de Kerk, de School, de Maatschappij, de Staat. Zóo staat de taal van Gods Woord, van het Evangelie, tegenover de leeringen van de Revolutie.
Vraag: Wat waren de Schriftgeleerden ? Behoorden ze tot de Farizeën of tot de Sadduceën ?
Antwoord: In de Schrift worden telkens genoemd : Parizeen, Sadduceën en Schriftgeleerden of leeraars der Wet (Lukas 5 vers 17). De Wetgeleerden of Schriftgeleerden of leeraars der Wet vormen dus een bepaalde groep en een bepaalde stand. Dan is nog niet uitgemaakt of ze van de richting van de Parizeen of van de richting van de Sadduceën waren (richtings-of partijkwestie). Want er waren onder de Schriftgeleerden zoowel Farizeën als Sadduceën.
De Schriftgeleerden vormden dus een bepaalden stand ; een bepaalde groep en deden een bepaald werk. Zij waren de leeraren des volks, die de Wet uitlegden en op alle vragen, het gods-dienstgenburgerlijk leven rakende, een antwoord gaven naar de uitlegging en met toepassing van de Wet.
Zij vormden dus niet (gelijk de Parizeërs en Sadduceën) een bizondere godsdienstige partij, want er waren er onder van Farizeeuwsche zoo goed als van Sadduceeuwsche richting. Ze vormden een bepaalde stand, een (bepaalde groep, met een bepaalde verklaring. Het waren de mannen die met de Wet, met de Schriften op de hoogte waren en allerlei kwesties wisten op te lossen — vandaar hun naam Wetgeleerden of Schriftgeleerden.
Vraag: Is de Bijbel een realistisch boek, zooals we tegenwoordig zoovele realistische romans hébben, en mag men den Bijbel dan wel in handen geven van kinderen en jonge menschen ?
Antwoord : Realistische romans hebben we tegenwoordig massa's. Realistische hoeken, brochures enz., zijn er in menigte, helaas ! De dingen worden dan z.g.n. beschreven en geteekend zooals ze zijn. De realiteit, de werkelijkheid wordt dan geteekend. 't Gaat om de realia, om de werkelijk bestaande dingen, die werkelijk gebeuren, enz. Hier openbaart zich een soort richting in de litteratuur, in de kunst. En wel den denkwijze, een richting, welke met een zeker welbehagen uitbeeldt en beschrijft de dingen, die men weet, die men waarneemt, die men zich voorstelt. om dan den sluier van voor het verborgene weg te schuiven ; om dan vaak in schoone taal en lokkende vormen en bekorende uitbeelding het geheim, 'het verborgene voor het voetlicht te brengen. De werkelijkheld ! En dan de vuile, de lage werkelijkheid, Waarover men met plezier, met vermaak, met groot genoegen schrijft en handelt, om het verborgene, het vuile — de werkelijkheid ! — te laten zien.
In dien tijd van realistische kunst, van realistische romans enz., leven we. Met groote nauwkeurigheid, met grootte belangstelling, met groot vermaak ontleedt men alles, vertelt men alles, laat men alles zien ! Het vuilste is: niet vuil genoeg.
Naast dat realistische staat: reëel. Dat is heel iets anders. Reëel is : wees waar ! Zeg, zooals het is. Verberg de werkelijkheid niet. Leg de waarheid en de werkelijkheid bloot. Lieg niet en bedrieg niet. Vlei niet, maak het niet mooier dan het is. Pleister niet met looze kalk. Beplak de dingen niet met klatergoud. Reëel : wees waar, eerlijk, oprecht! We spreken van het reëele leven, het werkelijke leven, zooals het is. De beschrijving geeft dan de werkelijkheid, de realiteit weer. Maar dan niet realistisch, om. behagen te scheppen in hetgeen niet oorbaar is om. te zeggen, in hetgeen onder ons niet genoemd mag worden. Niet realistisch, om het vuile en het gemeene voor het voetlicht te brengen en er behagen in te scheppen het vuile en het gemeene zoo mooi mogelijk te beschrijven en zoo suggestief mogelijk uit te beelden. Neen, reëel de dingen der werkelijkheid naar voren brengend, moet hetgeen niet openbaar is worden verzwegen en hetgeen gezegd wordt, moet zóó worden gezegd, dat men geen behagen schept in het lage, vuile en gemeene. Integendeel, het moet heel ernstig uitkomen, dat zonde zonde is. En dat doet de Bijbel.
De Bijbel stelt het leven niet mooier voor dan het is en vleit den mensch niet. De zonden worden genoemd en het leven wordt reëel beschreven. Maar zóó, dat we zullen schrikken van de zonde en zullen worden gewaarschuwd voor de ongerechtigheden. Natuurlijk moet men aan kinderen niet voorleggen, wat niet des kinds is. Hierin zullen we met wijsheid moeten handelen. Maar als jonge menschen met de realiteit van den Bijbel in kennis kernen, dan zullen ze moeten voelen dat het de Heere is, die ons in het midden van het zondige leven, komt waarschuwen voor gevaren. En heel ernstig klinkt dan altijd : „Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt". En met goddelijk schrift staat dan voor ons : „zou ik zulk een groot kwaad doen en zondigen tegen God ? "
Altijd waarschuwen. Waarschuwen, als de werkelijkheid van het leven niet verborgen wordt. Als de realiteit op ons afkomt. Waarschuwen, opdat we niet in de duisternis zullen wandelen, maar in het licht!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1935
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 december 1935
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's