De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

BIJ DE WISSELING DES JAARS

4 minuten leestijd

In zijn Nieuwjaarsrede, die door de N. C. R. V. werd uitgezonden, heeft dr. Colijn op l Januari een duidelijk beeld gegeven, zoowel van den internationalen toestand, als van de groote moeilijkheden, waarmede het economisch en sociaal leven van ons volk tengevolge van de wereldcrisis nog altijd in ernstige mate te worstelen heeft.
Wat die internationale toestand betreft, vestigde de Minister-president de bijzondere aandacht op het feit, dat in tegenstelling met wat de ontwapeningsconferentie, die kort na den grooten oorlog te Londen werd saamgeroepen, beoogde, om over te gaan tot vermindering der bewapeningen, juist het omgekeerde valt waar te nemen. In veel landen besloot men de bewapening sterk uit te breiden, waardoor ook het wantrouwen onder de volken wederkeerig toe neemt.
Dat de ontwikkeling van deze toestanden de Regeering niet zonder zorg laat, maar haar dag aan dag bezig houdt, om uit de gewijzigde internationale verhoudingen de noodige consequenties te trekken, blijkt wel uit het voorstel der Regeering aan de Staten-Generaai, om met spoed de materieele uitrusting der weerwacht te voltooien. Bij een nieuwe algemeene verstoring van den vrede mag toch niet worden vertrouwd, wat vóór eenige jaren geleden nog wel het geval was, op hulp van andere leden van den Volkenbond en evenmin valt te rekenen, op de mogelijkheid, dat bij een onverhoopt conflict ons land een tijdperk van voorbereiding zal gegeven worden om de uitrusting van de weermacht in orde te brengen.
Het is niet twijfelachtig, dat bij het uitbreken van een nieuwe Europeesche oorlog de .kansen voor ons land om buiten den strijd te blijven, heel wat geringer zullen zijn, dan onze positie was in het jaar 1914. Daarom — zoo zeide dr. Colijn — is waakzaamheid een eisch van den dag.
Niet minder nu dan de zorgen, die de Regeering heeft in verband met de internationale verwikkelingen, moet zij ook hare volle aandacht schenken aan de moeilijkheden, die zich op economisch en sociaal gebied in ons land voordoen. Er is nauwelijks één tak van volkswelvaart te noemen, die niet worstelt om het bestaan.
De uitvoer van onze bodemproducten — aldus de Minister-president — levert per jaar ruim 400 millioen gulden minder op dan enkele jaren geleden. De uitvoerwaarde van industrieele producten daalde zelfs met meer dan 500 millioen per jaar. Deze beide takken van volkswelvaart moeten krachtig worden gesteund.
En zooals het met den landbouw en die nijverheid gaat, zoo is het ook gesteld met de groote scheepvaart.
Het gevolg van een en ander is, dat behalve de nood, waarin het economische leven verkeert, het totale volksinkomen sterk daalt. De terugslag van deze daling komt tot uiting in de dalende opbrengst der belastingen.
Tegenover deze dalende opbrengst, die in haar gevolgen de inkomsten der Overheid doen verminderen, staat nu de stijging van de uitgaven der publieke lichamen, die haar oorzaak in niet geringe mate vindt in de voorziening in de behoeften der werkloozen en andere steuntrekkenden.
Bij het jongste debat over de Rijksbegrooting deelde de Minister van Sociale Zaken mede, dat jaarlijks 90 millioen gulden uit de Overheidskassen aan steun wordt uitgegeven, 38 millioen aan werkverschaffing en 12 millioen aan de werkloozenkassen, samen : alzoo 140 millioen gulden. Voor armenzorg is noodig een bedrag van 110 millioen, waarvan 82.5 millioen uit de zelfde kassen wordt beschikbaar gesteld. Alles bij elkander genomen, wordt dus per jaar door de Overheid ten behoeve van werkloozen en andere steuntrekkenden ruim 220 millioen gulden beschikbaar gesteld.
Deze cijfers geven een duidelijk beeld van de geweldige moeilijkheden, voor welke de Rijksregeering en de lagere Overheden gesteld worden om de economische volkskracht voor algeheele inzinking te behoeden.
Dat dit laatste alleen maar mogelijk zal zijn, wanneer eendrachtig wordt opgetreden, heeft dr. Colijn in den breede uiteengezet.
Het is de eendracht, die machtig maakt, het is de tweedracht, die verzwakt en verstrooit.
De Nieuwjaarsrede van den Minister-President stond in het teeken van : God geeft den moeden bracht. Aan die woorden van den profeet Jesaja, dat God den moeden kracht geeft en dat Hij vermenigvuldigt de sterkte, dien die geen krachten heeft, herinnerde dr. Colijn in 't slot van zijn rede.
Vooral in een tijd, waarin velen de moed en de kracht voelen wegglijden, moge de beteekenis van Jesaja's woorden worden ervaren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's