De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BEKEERING VAN K. VAN GENNE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEKEERING VAN K. VAN GENNE

5 minuten leestijd

Ja, gel. vriend, die gepastheid, die ik menigmaal in Hem zag, is mij niet mogelijk te melden. Het maakte mijn genegenheden gaande en deed mij gedurig in hartelijke zuchtingen en gebeden tot Hem de toevlucht nemen. Es droeg mij zoo, walgelijk en onrein, aan Hem op, op vrijheid van Zijn eigen toezeggingen, in Zijn dierbaar en onfeilbaar Woord. „Ja", moest ik dan zeggen, Heere Jezus, zalig mij, zooals Gij al Uw volk zaligt". Ik werd hoe langer hoe ellendiger en meende somtijds ook dat het hoe langer hoe onmogelijker was. Ik wist soms niet hoe ik Jezus zou bewegen ; dan zocht ik hierin, dan daarin, maar alles brak mij bij de handen af. Ja, alles is mij niet mogelijk te melden. Ik heb daarom maar de bijzondere hoofdzaken aangestipt. Onder dit gedurig hopen en vreezen, onder dit geslingerd worden, heb ik bijna twee jaren verkeerd onder veel strijd en tranen en heb met David menigmaal mijn oogen blind gekreten over het gemis van God en Zijn zalige gemeenschap. Ja, ik ging menigmaal onder groote benauwdheden en zielsbezwaren, die mij tot den grond neerdrukten; tot aan de hals was ik menigmaal vol. en gedurig was ik onbekwaam om mijn tijdelijke belangen waar te nemen. Zoo werd heb met mij ook waar, dat de wedergeboorte met smart toegaat. Maar de Allerhoogste maakt het goed, na het zure geeft Hij zoet. Geen duisternis kwam er, of de Heere gaf ook weer eenigermate licht. Hij Het mij nooit boven vermogen verzoeken, of Hij gaf met de verzoeking uitkomst.
Zoo heb ik mijn weg al voortgezet, door Gods genadige hand geleid, bestuurd en staande gehouden tegen mijn verwachtingen. Wanneer het mij menigmaal werd Ingefluisterd om heit werk maar te staken, heeft God het doorgezet en voleindigd. Ja, gel. vriend, en toen het mij alleronmogelijkst scheen, trad God Drieëenig toe en nam mij op in zalige armen van liefde en ontferming. Gelijk vóór de liefelijke dageraad de aarde nog met duisternis toedekt is, zoo was mijn ziel ook voor het zalige licht van die blinkende Morgenster, een nare nacht van donkerheid, en wel zoó donker, als het mij voor deze nog niet geweest was, waarin ik een geruimen tijd verkeerd heb. Het was toen voor mij alles gesloten, en waar ik ging of stond, was het mij van rondom nacht, waarin geen enkel sterretje te voorschijn kwam. Mijn zielsvrienden zeiden tegen mij, dat er nu ook voor mij wel een heerlijk licht kon opgaan." Echter ik kon er mij niet in verblijden, zoolang ik het nog niet had.
Het gebeurde, dat een godzalig leeraar zijn 50jarige predikdienst zou doen, waarop ik dacht, dat de Heere dat nog wel kon zegenen voor mij, hetgeen ik ook wel begeerde. Ik kwam in de kerk, maar ik was van binnen niet anders alsof ik dichtgeschoven werd en al mijn gebeden keerden in mijn boezem weer terug. Ik had ook niets, waaraan ik vast koen houden, .het moest alleen op de ontferming Gods met mij aan. In de godsdienstoefening was en bleef ik zeer duister en twijfelmoedig, evenwel, toen ik nauwelijks buiten de kerk was, kwam mij de Heere voor met deze woorden : „Die gelooft, zal niet haasten", waardoor ik bijzonder tot bedaren werd gebracht, doch niet geheel uit mijn zielsbezwaren werd gered. Ik moest nog eenige dagen vertoeven en onder mijn bekommeringen heengaan, die weer hand over hand toenamen. Ja, de last drukte mij somtijds hevig temeer, zoodat zelfs mijn uitwendig gelaat zulks openbaarde. Ja, gel. vriend, die eenigszins weet, wat het is om onder het gemis van God en onder het gezicht van zijn onzalige toestand buiten God te verkeeren, zal wel met mij erkennen, dat dit nooit beschreven kan worden. Ja, wat zal het niet ongelukkig zijn om eeuwig van God verstoken te zijn en in Zijn gramschap eindeloos te moeten deelen. Voor mij echter was het maar een oogenblik in Zijn toom, een leven in Zijn goedgunstigheid, Psalm 30 vers 6. Hier moest ik zeggen :
|Ik lag gekneld in banden van den dood, Daar d' angst der hel mij alle troost deed missen ; Ik was benauwd, omringd door droefenissen, Maar 'k riep den Heer dus aan In al mijn nood.
d’ Eenvoudigen wil God steeds gadeslaan. 'k Was uitgeteerd, maar Hij zag op mij neder. Keer, mijne ziel, tot uwe ruste weder.
Ik ging hierna op een avond naar een van mijn dierbaarste zielevriendinnen en sprak met haar over het éene noodige, maar ik ging weer heen, zooals ik er gekomen was. Toen ik over den weg ging, was ik al biddende tot God, dat Hij Zich mijner erbarmen mocht en ik mij nog eens in Hem mocht verblijden en met een dankbare wandel tot verheerlijking van Zijn Naam mocht leven en verkeeren, en dat ik anderen Zijn zalige liefdedienst mocht kunnen aanwijzen en aanprijzen, en allerlei zielsbegeerten, mij niet mogelijk te noemen ; en ziet, wat gebeurde er ? God liet Zich verbidden van mij, nietigen sterveling, ja, den alleronwaardigste aller menschen. Ik kwam tot die zalige slaap, waarnaar ik al zoolang uitgezien en gereikhalsd had. Ik ging naar de kazerne en las volgens mijn gewoonte In den bijbel, wat ik met veel moeite en strijd wegens de vijandschap mijner medereizigers naar de eeuwigheid had volgehouden. In Gods kracht, genadiglijk van Hem ontvangen, had ik het overwonnen, zoodat ik dit nogal ongehinderd kon doen. Ik las uit de Zendbrief van Paulus aan de Romeinen, het 7e hoofdstuk, waaronder Ik, zeer bestraald door den H. Geest, in mijn ellendige toestand met zeer veel klaarheid kreeg In te zien, doch niet met verschrikking, maar met een oog van geloof op het gezegende Lam Gods.
Ja, gel. vriend, nu getuigde Gods Geest met mijnen geest dat ik een kind van God was. Ja, het was, alsof ik mijn eigen naam in Gods Woord geschreven zag, alle lasten vielen van mijn ziel en ik kwam nu In de vrijheid en heerlijkheid van Gods kinderen.

(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

BEKEERING VAN K. VAN GENNE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's