De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE AFDEELINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE AFDEELINGEN

9 minuten leestijd

APELDOORN. Het was voor onze Afdeeling Woensdag 8 Jan. een goede avond. Voor 't eerst hadden wij een predikant als spreker en wel ds. J. Fokkema, uit Amstelveen. Wij waren als bestuur wel bang, dat de opkomst zou tegenvallen, omdat er dien avond op vereenigingsgebied. zoovéél vergaderingen waren. Onze verwachting is beschaamd geworden; de groote zaal van Irene was goed bezet!
De voorzitter der Afdeeling, de heer A. Hofman, heette de aanwezigen, inzonderheid ds. Fokkema, hartelijk welkom  en liet zingen Psalm 19 vers 4, waarna hij Psalm 119 vers 89—112 las.
Nadat .ds. Fokkema was voorgegaan in gebed, zeide deze, dat hij de uitnoodiging om naar Apeldoorn te komen volgaarne aanvaard had en nu zijn aangekondigde rede zou houden 'Over : „D e Gereformeerde opvatting van het Oude Testament".
Ds. Fokkema begint eerst met in algemeene trekken te wijzen op den zwaren geloofsstrijd voor den christen in dezen tijd. Doch te midden van dezen strijd wil de Heere de rust des geloofs schenken. Niet, dat wij in koude onbewogenheid alles maar langs ons heen laten gaan. Dat leert de historie van Gideon wel anders. Wij hebben paraat te zijn, omdat heilige goederen in gevaar zijn.
Zeer bijzonder wijst spreker nu op de beteekenis der Godsopenbaring, zooals die met name m het Oude Testament tot ons komt. Men wil het gezag dezer Schriftuur ondermijnen, ja, zelfs er mede afrekenen. Daartegenover stellen wij echter den rijkdom van dit Schriftdeel en de greep er van op ons leven. Zonder het Oude Testament kunnen wij God niet kennen, de God der daden. En zonder kennis van God is er ook geen dienen van God mogelijk. De Heere Jezus zegt (Joh. 5 vers 39) : „Onderzoekt de Schriften, want die zijn het, welke van Mij getuigen". En met die Schriften bedoelt de Heere Jezus die van het Oude Testament. Ook ten aanzien van de kennis van den Zaligmaker moeten wij dus weer naar dit Schriftdeel terug. Het Oude Testament openbaart ons Gods doen om. het verbrokene te herstellen in den Christus, die kommen zal.
Na het zingen van Psalm .119 vers 65 sloot ds. Fokkema met dankzegging.
't Was voor onze jonge Afdeeling een goede avond. Wij zijn ds. Fokkema zeer dankbaar en roepen hem ook van hier een hartelijk tot weerziens toe.
De gehouden collecte dekte bijna de onkosten.
H. WITKé, Secretaris.

ZEGVELD. Jaarvergadering Afd. Geref. Bond.
Woensdagavond werd in de Chr. School de jaarvergadering gehouden van genoemde Afdeeling. De voorzitter, ds. W. Vroegindeweij, liet zingen Psalm 89 vers 7, las Nehemia 2 en ging voor in gebed. Naar aanleiding van 't voorgelezen hoofdstuk spreekt de voorzitter een kort openingswoord. Nehemia smartte het, dat Jeruzalem en tempel niet meer herbouwd konden worden door tegenstand. Hij gaat nu aan den arbeid. Wel wordt hij uitgelachen en bespot, maar wat hij deed, .deed hij in de kracht Gods. Ook de Kerk vertoont het beeld van scheuringen door allerlei richtingen als modernen en ook nog zich orthodox noemenden. Het .streven van den Gereform. Bond is nu, om de Kerk uit het verval op te beuren. Ook in onze gemeente heerscht nog een verkeerde meening over het werk van den Gereform. Bond en zijne Afdeeling. Mocht deze avond medewerken, het misverstand uit den weg te ruimen. De talrijke aanwezigen wordt een hartelijk welkom toegeroepen.
De secretaris leest nu het jaarverslag, waaruit blijkt dat de Afdeeling 50 leden telt en in 1935 weer verschillende belangrijke onderwerpen zijn besproken.
De voorzitter houdt nu zijn referaat over : „Wat beteekent: „Hervormd op Geref. grondslag ? " Onze Ned. Hervormde Kerk kent verschillende richtingen. Eén hiervan noemt zich Gereformeerd. Vanwaar deze benaming ? Inleider laat allereerst de geschiedenis spreken. Na de Hervorming wordt de „Gereformeerde Kerk" de Kerk in ons volksleven. Als zoodanig ook door de Overheid erkend. Deze Kerk waakte voor de zuiverheid van leer. Denk aan de Dordtsche Synode. Maar daarna kwam het verval. Men hield de hand niet aan de tucht over de leer, die gepredikt werd. De Kerk vertoonde een ingezonken leven. Is het wonder, dat een Kerk met zoo weinig waarachtige godsvrucht, die de weg Gods verlaten heeft, die niet bij het Woord des Heeren leefde, geen krachtige weerstand kon bieden aan de Fransche revolutie ? Dat er weinig kracht uitging van de Kerk, bleek ook in 1816, toen onze Kerk van regeeringswege een Reglement opgelegd werd, dat voortaan een knellende band zou zijn, zoodat we nu verkeeren onder 't „-Synodale juk". Hoogste wijsheid in deze reglementen is de menschelijke wijsheid. Er wordt niet gevraagd naar het Woord des Heeren, naar het recht Gods ook inde Kerk.. Gewezen wordt op de artikelen, die handelen over de leer.
Inleider gaf daarna een uiteenzetting van den gang van het kerkelijk leven in de vorige eeuw en komt zoo tot de oprichting van den Gereform. Bond, waarbij opgemerkt wordt, dat Gereformeerd in de Hervormde Kerk niets te maken heeft met de Doleantie. Deze Gereformeerde richting wil staan op den grondslag van het Woord Gods, opgevat naar de drie Formulieren van Eenigheid. Dat geldt het kerkelijk leven. In de Kerk mag alleen gevraagd worden naar Gods recht en Waarheid. Naar het Woord moet de Kerk ook georganiseerd worden. Het Woord mag alleen gezag hebben in de besturing van onze Kerk Vergelijk hiermee nu eens de houding der Synode tegenover de twee Communistische predikanten in het vorige jaar. Noodig is reformatie. Vernieuwing van den geest der Kerkleden door den Geest Gods. Reorganisatie alléén laat ons zitten in precies dezelfde moeilijkheden. Daarom moet het besef levendig worden en het gebed vermenigvuldigd, opdat God de harten moge neigen tot Zijn Waarheid. Opdat Gods Woord gezag krijge.
Dit geldt ook de prediking. De volle Raad Gods moet verkondigd worden. Wet èn Evangelie. Een arme zondaar en een rijke Christus. Bij Modernen en Ethischen is de Schriftuurlijke prediking zoek. En bij zeer velen van de Confessioneelen is een tekort. Het is niet genoeg, de Waarheid te onderschrijven ; zij moet ook gepredikt worden, nl. het werk des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Ook dit laatste, het werk des Geestes in den mensch, wat iets anders is dan het prediken van den vromen mensch. De ontdekking aan zonde en verlorenheid, de verlossing door en in Christus, het leven der heiligmaking (drie stukken van den Heid. Catechismus). De volle Raad Gods moet verkondigd.
In de derde plaats moet het Woord Gods ook gezag hebben in het leven. De Waarheid moet beleefd werden. Gereformeerde menschen moeten leven onder de tucht van Gods Woord, in ware godsvrucht, zoodat het ons te doen is om de eere van Gods heiligen Naam.
De inleider eindigt met een krachtige opwekking tot samenbinding van allen, wien de eere Gods en het waarachtig heil van Kerk en Volk ter harte gaat, op den grondslag der Confessie. Een gezellige en aangename bespreking volgde. Na de pauze brengt de penningmeester zijn verslag uit.
Nu krijgt de 3e voorzitter, de heer C. Blokland, gelegenheid zijn onderwerp te houden over: „Calvijn en de Kerk". Allereerst staat spr. stil bij het leven van den - grooten Hervormer. Hij werd in 1509 te Noyon in Frankrijk geboren. Hij ontving goed onderwijs en ging studeeren in de Godgeleerdheid. Zijn vader echter zag later meer voordeel in de studie der rechts-geleerdheid en zoo ging hij naar Orleans. Hier kwam hij in aanraking met een kring van menschen die de Heilige Schrift bestudeerden.
Zoodoende werd hem het verblijf in Orleans tot eeuwige zegen. Omstreeks 1533 kwam Calvijn tot waarachtige bekeering. Hij moet nu Frankrijk verlaten en komt te Bazel, waar hij de Institutie schreef, opgedragen aan Frans I, Koning van Frankrijk. Dit boek is wereldberoemd geworden en heeft na vier eeuwen nog steeds zijn waarde behouden.
Na in Italië en Frankrijk vertoefd te hebben komt Calvijn op reis naar Bazel te Geneve. Ook hier hadden de godsdiensttwisten gewoed en waren geëindigd in afschaffing van den pauselijken godsdienst.
Parel en Viret zagen uit naar een helper. Hun gebed werd verhoord en Calvijn verzocht om in Geneve te blijven. Eerst werden bezwaren naar voren gebracht, maar hij durfde niet weigeren, daar Farel hem Gods oordeel over zijn studie aanzegde, indien hij weigerde.
Gods Woord werd, nu grondwet van Geneve. Alle inwoners moesten den eed van trouw afleggen op de uit 21 artikelen bestaande geloofsbelijdenis. Vijanden kregen echter weer de overhand en Calvijn en Farel werden verbannen. De groote Hervormer werd. nu predikant te Straatsburg. Hier werd zijn blik verruimd en hij practisch gevormd tot reformator.
Op herhaald aandringen keerde hij naar Geneve terug. Nu begon zijn optreden als groote Reformator. Gods Woord is bij Calvijn steeds uitgangspunt, overal, op alle terrein des levens moet bedoeling zijn de eere Gods. De gemeente door Christus verlost is daartoe inzonderheid geroepen, zij heeft het voorrecht ontvangen bewust en gewillig God te dienen. De zichtbare Kerk van Calvijn was geen Kerk van bekeerden, ook geen Volkskerk, maar een Kerk van belijders. Deze Kerk heeft drie kenmerken: Het Woord Gods, de Sacramenten, de Tucht. Calvijn wilde geen invloed van den Staat in de Kerk. Tot handhaving van de tucht werden een reeks strenge wetten uitgevaardigd. Kerkelijk en burgerlijk wend het leven hiermede geregeld, Hoewel vijandschap zich ook nu openbaarde werd de positie van Calvijn steeds sterker. In 1559 werd een hoogeschool gesticht, die bij de opening reeds. 900 studenten telde. Bekwame predikers zijn hier gevormd voor verschillende landen. De kerkzang werd ook door Calvijn ingevoerd, waarvoor de psalmen Davids het meest geschikt waren. Calvijn was een man van geweldige werkkracht, hoewel zwak van lichaam. Jaren na zijn dood was zijn invloed in Geneve nog merkbaar. 27 Mei 1564 stierf hij. Met hem ging een groot man heen, die in alle eenvoud werd begraven. Hij is voor Europa en daarbuiten, de Kerk en het maatschappelijk leven tot zegen geweest. Alle krachten en gaven, kunsten en wetenschappen, het persoonlijke, het huiselijke en het maatschappelijke leven, de actie in elken levenskring moet aan den Heere woorden gewijd. Met den wensch, dat de beginselen van Calvijn in onze dagen meer mochten doorwerken, werd besloten.
Ook hierop volgde een korte, gezellige bespreking.
Het lid C. van Vliet las nu nog een gedicht voor, waarin de aanwezigen opgewekt werden zich als lid op te geven.
De voorzitter dankt allen voor hun arbeid, en tegenwoordigheid en hoopt dat er meer waardeering mocht zijn gekomen voor den Geref. Bond. Na het zingen van Psalm 72 vers 11 sloot de voorzitter met dankgebed.
G. GROENENDIJK, Secretaris.

UTRECHT. Vierde ledenvergadering D.V. op Maandag 20 Januari a.s., des avonds 8 uur in het Wijkgebouw, Kpomane Nieuwe Gracht 82.
Agenda : 1. Opening; 2. Notulen ; 3. Ingekomen stukken; 4. Inleiding door vr. H. C. M. Tichelaar, onderwerp : Art. I van de Ned. Geloofsbelijdenis ; 5. Bespreking; 6. Rondvraag;
7. Sluiting. HET BESTUUR.
Leden en huisgenooten, benevens geestverwanten worden verwacht. Komt allen !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE AFDEELINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's