De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BEKEERING VAN K. VAN GENNE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BEKEERING VAN K. VAN GENNE

5 minuten leestijd

Toen ik het begin van het 8ste hoofdstuk las : „Zoo is er dan nu geen verdoemenis voor diegenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vleesch wandelen, maar naar den Geest", toen was het alsof de hemel voor mij geopend werd en de Heere Jezus als plaatsbekleedende Borg intrad tot God en zeide : „Vader, Ik wil niet, dat deze in 't verderf stort; Ik heb de verzoening gevonden". O, wat een zalig gezicht ik toen had ! Zóó had ik het nooit gezien ; het was alsof de hemel in mijn ziel neerdaalde. Nu kon ik juichen van goeder harte, zooals ik deed, maar inwendig, uit Ps. 65 :
De lofzang klimt uit Zions zalen. Tot U met stil ontzag. Daar zal men U, o God, betalen Geloften dag bij dag. Gij hoort toen, die Uw heil verwachten, O, Hoorder der gebeên, Dies zullen allerlei geslachten Ootmoedig tot U treên.
Een stroom van ongerechtigheden. Had d' overhand op mij, Maar ons weerspannig overtreden Verzoent en zuivert Gij. Welzalig, dien Gij hebt verkoren. Dien G' uit al 't aardsch gedruisch, Doet naad'ren en Uw heilstem hooren. Ja, wonen in Uw huis:
Daar zal ons t' goede van Uw woning, Verzaden reis op reis ; En 't heilig deel, o groote Koning, Van Uw geducht paleisi. Gij, Gij zult vreeselijke dingen Ons in gerechtigheid doen hooren en ons blij doen zingen. Van 't heil voor ons bereid.
Deze versjes waren mij geest en leven van regel tot regel en van zonderlinge kracht en gepastheid in mijn tegenwoordige gesteldheid. Mijn hart was vervuld van de liefde Gods en van den Heere Jezus. De volgende dag moest ik weer onder de goddelooste voorwerpen verkeeren, die de aarde oplevert, onder het hooren en zien van zllerlei gruwelen, waarbij mijn ziel zeer doorwond werd door het onteeren en misbruiken van Gods Naam. Het waren voor mij niet anders dan priemen in het hart. Ja, ik zou er onder zijn bezweken, had ik des Heeren ondersteunende genade bizonder niet gehad, want de zonde was mij tot innig leedwezen, zoowel in anderen als in mijzelven.
Schoon ik dacht, dat ik het zondepak nu afgelegd bad, werd ik echter niet lang na deze tot mijn smart het overblijfsel gewaar, waaronder ik zeer ontroerd werd en door het ongeloof en het ingeven van den duivel zoover kwam, dat ik alles verdacht, wat God aan mij gedaan bad. De satan had hierin zijn behagen en zocht zooveel mogelijk mijn Ziel te beroeren, zoodat de wereld mij somtijds te benauwd werd. Zoó zwaar had ik het nog nooit gehad op mijn weg, ja, ik wist mij somtijds niet te bergen, 's Morgens als ik wakker werd, was bat of ik van binnen tot elkander genepen werd van beklemdheid, zoodat ik somtijds niet wist boe ik de dag ten einde zou krijgen. Ik zag nergens redding of uitkomst. Het bidden hield ook op, en als anderen voor of met mij baden, werd ik van de tegenstand inwendig als verscheurd. Dit duurde eenigen tijd, totdat de Heere Zich over mij, ellendige en diep onwaardige, geliefde te ontfermen. Het gebeurde, dat ik op een Zondagavond naar de kazerne ging en een van mijn godzalige vriendinnen ontmoette, welke mij vroeg, hoe het nu met mij was, waarop ik antwoordde, dat het nog duister was, maar dat ik evenwel geloofde, dat het licht nu spoedig zou opgaan uit de duisternis.
En, zóó als ik thuis kwam, beliefde dat God mij biddende te maken, ja, worstelende en overwinnende. Het lieflijk licht ging bij vernieuwing voor mij op, zoodat ik den Heere Jezus; als mijn Zaligmaker mocht omhelzen en uitroepen : „Mijn Liefste is mijn en ik ben Zijn", Hooglied 2 vers 16. Wat een groote verandering voor mij ; een ware nacht ging weg, een heerlijke dag brak weer aan. Ja, ik moest met een hart vol aanbidding, verwondering en liefde, uitroepen met zeker dichter :
'k Had, armer dan allen, In schulden vervallen, Geen penningske meer. Maar die armoede griefde Mijn Schuldheer tot liefde, Zoó goed was die Heer.
Nu ben ik de Zijne, En Hij is de mijne. Dat maakt mij zoo rijk. En nu zal ik blijven. Tot gij met uw schijven Verzinkt in bet slijk.
Weg wereld, weg schatten. Gij kunt niet bevatten Hoe rijk ik wel ben. 'k Heb alles verloren. Maar Jezus verkoren. Wiens rijkdom ik ken.
O, zalige omhelzing van zulk een dierbaren Heiland en Zaligmaker ! Ik ging hierop zalig rusten in de armen van mijn God en mijn ziel was vol van de liefde tot Hem. Ik ging hierin een geruimen tijd voort, dag aan dag mij nog zoetelijk vermakende in mijn God en Zaligmaker, zoodat ik gedurig uitroepen moest: „Ik ben zeer vroolijk in den Heere, en mijn ziel verheugt zich in mijn God", Jesaja 61 vers 10. De Heere Jezus was mij boven alles dierbaar en beminnelijk, ja. Hij was mij als een bundelken mirre, dat tusschen mijn borsten vernacht, Hooglied 1 vers 13. O, zalige omgang met zulk een uitnemend Vriend, die met al wat aan Hem is gansch begeerlijk is, Hooglied 5 vers 10. Ja, dien tijd gevoelde ik niet, dat ik een lichaam der zonde en des doods had en de zonden van anderen waren mij ook zeer zwaar te hooren of te zien, vanwege de brandende liefde, die ik in mijn ziel had, waarin ik dagen verkeerd heb, zonder dat die werd weggenomen, zoodat ik menig keer met een heilig ongeduld verlangd heb naar mijn ontbinding om van een zondig lichaam verlost te zijn en bij den Heere in te wonen. Ja, ik bezweek soms van verlangen. Eenmaal dacht ik, dat ik zou bezwijken door de zalige uitlatingen Gods, maar des Heeren gedachten waren anders als mijne gedachten.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

BEKEERING VAN K. VAN GENNE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's