De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERK,SCHOOL,VEREENIGING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERK,SCHOOL,VEREENIGING

22 minuten leestijd

NED. HERV. KERK.
Beroepen:
te Numansdorp (toez..) F. G. H. Nicolaï te Jutphaas — te Oldebroek C. v. d. Wal te Dirksland — te Baambrugge P. Six Dijkstra te Tuil en 't Waal en Honswijk — te Westbroek ca. T. van de Hee te Polsbroek — te Drachten (Evang.) B. C. Visser te Okkenbroek.
Aangenomen:
naar Kuinre (toez.) H. J. Pol, cand. en hulppred. te Sloten (Amsterdam-West) — naar Dokkum (Evang. Rehoboth) J. W. Pieper te Ooster-Nijkerk (Pr.) — naar Oud-Gastel mr. E. D. G. v. d. Horst te Heinenoord.
Bedankt:
voor Oosthem ca., P. Six Dijkstra te Tuil en 't Waal.

GEREF. KERKEN.
Drietal:
te Siegerswoude cand. T. de Haan te Buitenpost, cand. M. Hamming te Oostwold, (W.) en cand. A. B. Roukema te Harkstede.
Beroepen:
te Siegers-woude cand. M. Hamming te Oostwolde (W.) — te Groningen (vac.-Gispen) M. B. van 't Veer te Zevenbergen; (vac.-Miedema) P. van Strien te Haarlemmermeer (O.Z.) —. te Dedemsvaart (als hulppred.) A. J. Radder, cand. te Hoogeveen.
Aangenomen:
naar Lemmer L. W. Wessels te Abcoude.

CHR. GEREF. KERK.
Beroepen:
te Alphen aan den Rijn J. A. Riekel te Delft — te Barendrecht W. F. Laman te Middelharnis — te Amsterdam-Oost prof. G. Wisse te Apeldoorn.
Bedankt:
voor Bussum-Naarden A. H. Hilbers te Groningen.

GEREF. GEMEENTE.
Tweetal:
te Moercapelle M. Hofman te Krabbendijke en B. V. Neerbos te Vlaardingen.
Beroepen:
te Moercapelle M. Hofman te Krabbendijke.
Bedankt:
voor Goes H. Ligtenberg te Lisse.

Afscheid, bevestiging en intrede.
De te Ede beroepen predikant ds.. H. Japchen te Doornspijk hoopt 5 April zijn intrede te houden in de Ned. Hervormde Kerk te Ede.
Ds. D. Bouman, te Nieuw-Vennep, hoopt Zondag 23 Februari afscheid te nemen van de Ned. Hervormde Gemeente aldaar en Zondag 1 Maart zijn intrede te doen te Spannum (Fr.), na bevestigd te zijn door ds J. W. van Barneveld, van Zuidwolde (Dr.).

Prof. dr. T. Hoekstra overleden.
Een zeer bekwaam hoogleeraar in de godgeleerdheid van de Theol. School te Kampen, prof. dr. T. Hoekstra, is op 55-jarigen leeftijd, na een langdurige ziekte overleden. Met hem, is een vooraanstaand theoloog-psycholoog uit ons midden weggerukt en de ledige plaats zal, ook buiten den kring der Gereformeerde Kerken, door velen pijnlijk worden gevoeld.
Van zijn werken noemen we Psychologie en Catechese (1926) ; Ambt en Liefde (1929) ; Geref. prediking (1919) ; Geschiedenis der Philosophle (1e deel 1919) ; Geloof en Wetenschap (1926) ; Gereformeerde Homelitiek (1926) ; Twijfel (1927) en een tweede druk in 1929 ; Het doctoraat aan de Theol. School te Kampen (1930) ; Paedagogische Psychologie (1930) en Geschiedenis der Philosophie (2de deel 1934).

Ds. A. F. P. Pop.
Naar wij vernemen is de toestand van ds. Pop, Ned. Herv. pred. te Monster, die reeds geruimen tijd ziek is, thans, vooruitgaande.

Met emeritaat.
Dr. J. R. Callenbach, Ned. Herv. pred. te Rotterdam, heeft emeritaat aangevraagd tegen 1 Mei a.s.
Dr. H. J. Olthuis is opgetreden als hoofdredacteur van de Rotterdamsche Kerkbode, uitgave bij Van Sijn & Zonen.

Ds. H. Visser.
Ds. H. Visser, de nestor van de Ned. Herv. pred. te Zwolle, heeft tegen 1 April a, s. eervol emeritaat aangevraagd. Met hem verdwijnt een bekend figuur in de Ned.. Hervormde Kerk uit den actieven dienst.

De Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Zwolle (de modernen willen in Zwolle geen Kiescollege hebben !) besloot het beroepingswerk in deze vacature onverwijld ter hand te nemen en die vacature te doen bezetten door een predikant, die, evenals ds. Visser, tot de Confessioneele richting behoort.

Ned. Herv. Gemeente te Hardenberg;
Naar een zelfstandige gemeente te Kloosterhaar.

Met medewerking van de Ned. Herv. Gemeente te Hardenberg worden thans pogingen aangewend om te Kloosterhaar, thans tot Hardenberg behoorende, te komen tot zelfstandige kerkformatie. Voor dit doel is een fonds gevormd, dat thans een bezit heeft van ƒ 16.000.—. Verwacht wordt, dat deze zaak reeds spoedig bij het Prov. Kerkbestuur van Overijssel aanhangig zal worden gemaakt.
Het ligt in de bedoeling allereerst over te gaan tot de benoeming van een hulpprediker voor Kloosterhaar.

Ned. Herv. Gemeente te Ede.
Plannen voor den bouw van een tweede kerk.

Op een vergadering van kerkvoogden en notabelen der Ned. Hervormde Gemeente te Ede is — naar De Standaard bericht — behandeld een ingekomen adres van een aantal leden der Kerk, houdende verzoek tot stichting van een tweede kerkgebouw over te gaan.
Op deze vergadering bleek dat genoemd College ervan overtuigd is, dat de kerk veel te weinig plaatsruimte biedt voor het aantal personen, dat de kerkdiensten zou willen bijwonen en dat het zeer noodig is in het tekort van circa 800 zitplaatsen te voorzien.
Er is dan ook met op één na algemeene stem.men de wenschelijkheid uitgesproken, om, als de kerkeraad medewerking wil verleenen, pogingen in het werk te stellen tot stichting van een tweede kerkgebouw.

Ned. Herv. Gemeente contra burgerlijke gemeente.
'De rechtbank te Zutphen heeft thans uitspraak gedaan in het civiele proces van de Ned. Herv. Gemeente als eischeres tegen de burgerlijke gemeente Wijhe, als gedaagde over de bekende Kerkpleinkwestie. De rechtbank verklaarde, dat de kerkelijke gemeente eigenares is van het Kerkplein (hetgeen ook door de burgerlijke gemeente nimmer is ontkend), doch ontzegde haar de verdere vorderingen en veroordeelde haar in de kosten van het proces.

De Doleantie-Herdenking.
Vanwege de Ned. Herv. Gemeente Amsterdam.

De kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Amsterdam heeft besloten, dat op Woensdag 12 Febr., den vooravond van de Doleantie-herdenking door de Gereformeerde Kerken, ook van Hervormde zijde een Doleantie-herdenking zal plaats hebben, en wel in de Nieuwe Kerk, des avonds te 8 uur. Als sprekers zullen optreden : ds. A. G. H. van Hoogenhuyze, over : „De Doleantie in het licht van. haar tijd" ; dr. G. Oorthuys, over: „De Doleantie in het licht van Gods Woord" ; dr. P. J. Kromsigt, emer. pred., over : „De Doleantie in het licht van het heden".

Stichting „Veldwijk".
De Stichting »Veldwijk« te Ermelo zal 28 Febr. 50 jaar hebben bestaan. Het ligt in de bedoeling om alleen met het personeel en het bestuur en belangstellenden uit Ermelo dit feit te herdenken

Critiek op de R.-Katholieke Missie.
Ds. L. Nieuwpoort ter verantwoording geroepen.

Het Alg. Prot. Kerkblad van. 2 Januari j.l. deelt mede, dat ds L. Nieuwpoort, te Menado, in de Minahassa, naar Batavia geroepen is, om. zich aldaar te verantwoorden over zijn optreden te Menado. Ds. Nieuwpoort namelijk heeft het R.-Katholieke werk in de Minahassa zeer scherp becritiseerd en het Kerkblad zegt, dat ook zij, die van oordeel zijn dat de Protestantsche opinie geenszins onder stoelen of banken behoeft te worden gestoken, de critiek van ds. Nieuwpoort niet juist vinden. Os. Nieuwpoort heeft aan den oproep (der Indische regeering) gehoor gegeven en is den 4den Januari te Batavia aangekomen.

Een Maranatha-Conferentie te Jeruzalem.
Onder leiding van den heer Johannes, de Heer, te Driebergen, wordt dit voorjaar weer een studiereis naar Palestina ondernomen.
De tocht begint den 1sten April en stelt de deelnemers in staat de Paaschweek in Jeruzalem door te brengen.
Te Jeruzalem wordt een Maranatha-conferentie gehouden.

Geen dominees in Friesland!
Na het vertrek van ds. de Boer uit Irnsum is er in de geheele burgerlijke gemeente Rauwerderhem (Fr.) geen enkele Ned. Herv. predikant meer overgebleven. Deze gemeente (in de classis Sneek, Ring Sneek) bestaat uit de dorpen Rauwerd (550) Sybrandaburen en Terzool (370), Irnsum (450), Deersum en Poppinggawier (300).
Het aantal predikantsplaatsen is daar reeds ingekrompen door combinatie van Rauwerd (550) met Sybrandaburen en Terzool (370).
In den Ring Sneek, waartoe deze gemeenten behooren, zijn momenteel 6 van de 11 gemeenten vacant. En zoo kan het gebeuren, dat de predikant van IJsbrechtum, Tjalhuizen en Tirns tevens consulent is van Bauwerd, Sybrandaburen, Terzool en Lutkewierum, terwijl ds. de Vos, uit Sneek, naar Irnsum moet reizen om daar het consulent-schap te vervullen !

In de Classis Franeker.
In de Classis Franeker is beweging. Met een bedoeling ? We lezen in de N. R. Ct. onder het opschrift: „De Raad van Beheer" :
In de Classis Franeker der Ned. Hervormde Kerk, van zooveel gewicht in verband met de samenstelling van het Provinciaal Kerkbestuur van Friesland en de Synode der Ned. Hervormde Kerk, schijnt eenige kentering te komen inzake de houding, door de Kerkvoogdijen tegenover den Raad van Beheer aangenomen. Thans heeft ook Arum, jaren lang in de oppositie, den aanslag van den Raad van Beheer betaald, zoodat het Kiescollege aldaar het beroepingswerk kon beginnen. Binnen afzienbaren tijd zal dus ook in deze vacature zijn voorzien.

Merkwaardige graven.
Belangrijke opgravingen hebben plaats te Ras Sjamra, in Syrië, onder Fransche leiding (dr. Claude Schaeffer) en belangrijke vondsten zijn weer gedaan. Een nieuw stadsdeel werd .opgegraven, dateerend uit de 14de eeuw vóór Christus. Sommige huizen bevatten zelfs meer dan 20 kamers, badkamers, hygiënische inrichtingen, enz. Maar 't merkwaardigste was wel, dat men bij ongeveer alle gebouwen onder den vloer een gewelf vond, waarin de dooden werden begraven : een familiegraf. Telkens wanneer een lid van het gezin stierf, werd het lijk daarin, neergelaten. Deze gewelven waren zóó goed geconstrueerd, dat de in het huis wonenden er niet de minste hinder van hadden.
Sommige huizen waren nog zóó goed geconserveerd, dat nog duidelijk te onderkennen was, welk bedrijf de bewoner uitoefende. Zoo werd o.a. een bijouterie-winkel ontdekt, welks eigenaar tevens makelaar in edel metaal was. Verder verschillende bronzen beelden, o.a, van den Syrischen Baal met een gehoornde kroon, zooals de Voor-Aziatische goden plachten te dragen. De belangrijkste stukken zijn overgebracht naar 't Louvremuseum te Parijs«. Algem. Weekblad).

De „paneelzagerij" in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.
Het jaar 1936 is het doleantie-herdenkingsjaar. De Amsterdamsche Gereformeerde Kerkbode noemt den 4den Januari als een bijzonderen Amsterdamschen gedenkdatum. Op 4 Januari 1886 werden namelijk de Ned. Herv. 80 kerkeraadsleden van Amsterdam door het Classicaal Bestuur geschorst. Onder hen waren 5 predikanten (P. van Son, H. W. van Loon, B. van Schelven, N. A. de Gaay Fortman en D. J. Karssen), 42 ouderlingen (onder wie dr. A. Kuyper, .dr. F. L. Rutgers, dr. J. Woltjer, mr. D. P. D. Fabius, dr. A. H. de Hartog) en 33 diakenen. Het Classicaal Bestuur nam de functie van den kerkeraad over. Maar daarbij bleef het niet.
In den ochtend van den 6den Januari, 's morgens om 7 uur, gingen de president-kerkvoogd dr. Rutgers, dr. A. Kuyper en jhr. mr. De Savornin Lohman naar de Nieuwe Kerk.
„Pootige kerels" beletten hun zich naar de consistoriekamer te begeven. De politie werd geroepen, de pootellngen gingen heen en — zoo lezen wij bij dr. Rullmann in diens „De strijd voor het Kerkherstel" — „na het over-en-weer-gehaspel met de politie, kwamen toen tegen half elf mr. Heemskerk en mr. Heineken als advocaten der kerkvoogden zich op de hoogte stellen van den toestand aan de kosterij. Men besloot nu de consistorie-deur, die ds. Westhoff namens het Classlcaal Bestuur wederrechtelijk van een vleugelslot had laten voorzien en waarvan hij steelsgewijze den steutel meegenomen had, door een smid te laten openen. Maar dit bleek onmogelijk, vanwege de ijzeren plaat, waarmee ze aan de binnenzijde gepantserd was. Daarom adviseerde mr. Heemskerk toen het rechter-paneel uit te zagen. Hiertoe gaven kerkvoogden dan ook last aan den aannemer W. C. Beeremans, die geregeld het timmerwerk aan de Nieuwe Kerk placht uit te voeren. Bij de doorzaging van het paneel werd nu het vleugelslot met de ijzeren pantsering, die aan de binnenzijde van de deur was aangebracht, afgehakt. En de koster werd beboet met ƒ 3.—, omdat hij in strijd met zijn instructie vertimmeringen had toegelaten zonder vergunning van de kerkvoogdij. Had men dr. Kuyper's raad gevolgd, dan zou m.en toen ook een actie om. schadevergoeding tegen ds. Westhoff hebben ingediend. Daarvan is echter niets gekomen. Dat de zaak toen niet aanstonds voor den rechter is gebracht. Blijft te betreuren, omdat dan terstond het klare licht over deze gebeurtenissen zou zijn opgegaan. Nu echter kreeg de publieke verbeelding vrij spel, om mannen als Kuyper en Lohman op één lijn te gaan stellen miet de paneelzagers Lavertu. Én de caricatuur droeg daartoe het hare bij. Zoo gaf De Spectator als No. 2 van den jaargang 1886 een plaat, waarop dr. Kuyper voorkomt met een breekijzer in het slot van de deur der consistorie-kamer en jhr. de .Savornin Lohman met ontelbare loopers gewapend". (N.Rott.Ct.).

De Staatscommissie voor de bezuiniging op het Onderwijs.
De voorzitters van de zes groote Kamerfracties zullen er zitting in hebben.
Naar nader gemeld wordt, zal de Staatscommissie welke tot taak zal hebben te onderzoeken of wettelijke regeling van de concentratie van Bijzondere Scholen mogelijk is, en welke Commissie, zooals gemeld, zal arbeiden onder leiding van de Ministers van Onderwijs, K. en W. en van Financiën, verder bestaan uit de voorzitters van de zes groote Tweede Kamer-fracties van rechter-en linkerzijde, ieder geassisteerd door een onderwijsspecialist van zijn richting, al dan niet uit zijn fractie.

De preektoon.
„Waarom praten zooveel predikanten toch zoo raar wanneer ze op den kansel staan ? " Deze nuchtere vraag stelt een schrijver in het Algem. Weekblad. En hij spint voort: „Beneden zijn het gewone menschen, die lachen kunnen en natuurlijk zijn. Maar zoodra ze hun toga aangetrokken hebben, krijgen ze iets plechtigs en verhevens; inplaats van praten gaan ze galmen. Als je thuis door de radio naar een preek luistert, doe je dezelfde ervaring op; op de meest onnatuurlijke wijze schallen de kanselredenen door je kamer. Waarom ? Het eenige, wat die wonderlijke toon doet, is afstand scheppen, afstand tusschen den predikant en den kerkganger, afstand tusschen het Evangelie en .den mensch. Het is heusch niet altijd een voorrecht, wanneer je een modern, 20ste eeuwsch mensch voor het eerst meeneemt naar een kerk. Vaak zeg je na afloop : Och ja, hij zegt het wat raar, maar hij bedoelt het goed. Maar het effect is meestal een contact van jas tot jas in plaats van van hart tot hart. En als ik aan de berghellingen van Galilea denk en de oevers van het meer van Genesareth, .dan weet ik zeker dat die galmtoon niets met het Evangelie te maken heeft."

Stemmen des tijds, Januari 1936.
Prof. Aalders tracht de verhouding na te speuren, waarin de menschelijke arbeid staat tot het Koninkrijk Gods:
Wij moeten tegelijk bidden, alsof het niet op ons aankomt, en werken alsof het wél op ons aankomt.
»De vlag, die wij hijschen, heeft slechts één baan. Zij draagt de kleur van God, maar daardoor zijn .op wonderlijke wijze de draden van den menschelijken arbeid heengeweven*.

De zandlooper op den preekstoel.
Ds. N. de Jong vertelt in »Nieuw Kerkelijk Leven« :
Onlangs preekte ik in een oud-kerkje en vond op den preekstoel nog een moo-ien ouderwetschen zandlooper. Het antieke uurglas heeft eens Overheidsdienst gedaan, want deze gaf allerlei voorschriften, niet alleen hoe lang een dienst mocht duren, welke collecten mochten worden gehouden, enemaal zelfs omtrent het bidden der Dienaren des Woords.
»0m even terug te komen op den zandlooper. Als deze aanwees, dat de tijd verstreken was, zoodat bij langer duur van den dienst boete moest worden betaald, namen de predikanten die boete voor eigen rekening, soms den zandlooper weer omkeerden met de woorden : »Komaan., wij nemen nog voor een ducaton«.
Is er geen toezicht?
In „Kerk en Wereld" deelt een kroniekschrijver mede, dat hij dezer dagen een „beroemde" revue heeft gezien, waarin de komiek als geestelijke gekleed was en een van de meest toegejuichte scenes was van een parodie op een house-party, welbekend uit een ook in ons land steeds meer aanhangers winnende beweging. Het publiek heeft zich dol vermaakt.
Bedoeld is de Buchman-beweging.
Wij vragen ons af — aldus De Rotterdammer — of in de stad, waar deze vertooning plaats had, niet zooiets als politioneel toezicht of voorafgaande keur van het manuscript bestaat. Een schandelijk vergrijp aan den eerbied voor het heilige, verdient volle aandacht.

Kerk in Hongarije.
De Hervormde (Gereformeerde) Kerk in Hongarije telt volgens de jongste gegevens 1.800.000 zielen, verdeeld over 1200 gemeenten. De Kerk beschikt over 1 faculteit (te Debrecen) en 3 academiën (te Boedapest, Papa en Sarospatak).
De Luthersche Kerk in Hongarije telt slechts 500 zielen.
De totale bevolking van Hongarije is 8 millioen zielen.

Het Reformatorisch verzet ontbreekt
„De eeuw van het Humanisme had haar intrede gedaan". Maar was er dan geen overblijfsel, dat zich tegen dezen afloop als der snelle wateren verzette ? Dat was er. Maar hoe ?
Terecht hadden Voetius en de mannen der „nadere reformatie" het niet genoegzaam geacht dat in Dordrecht de leer was vastgesteld, maar hadden zij in overeenstemming met de Engelsche Puriteinen den nadruk gelegd op de „practijk der godzaligheid" (praxis piëtatis). Dit riep een ten deele noodzakelijke éénzijdigheid te voorschijn. De predikers, die na hen kwamen en in hun voetstappen gingen, bleven hier echter bij staan. De leer bleef als een eenmaal vastgestelde codex buiten beschouwing, werd een petrefact (aan een steen gelijk). De studie der theologie stond stil en was niet in eere bij de geloovigen; aan het „bevindelijke leven" daarentegen werd alle aandacht gewijd. Het gevolg bleef niet uit. De leer leefde niet meer, maar werd een „doode rechtzinnigheid". Andererzijids kreeg het christelijk leven nu een gewicht, dat het niet dragen kon ; het werd in al zijn onderdeelen gesystematiseerd, tot een stelsel gemaakt. Zoo verdween de natuur en kwam de kunst, door een niet onschuldige eenzijdigheid. Het Piëtisme (pius = vroom), deed zijn intocht. Strato meegesleept door Lampe's gevoels-christendom met zijn ,,gestalten en bevindingen", hadden de Christenen, na het eerst te druk met elkander gehad te hebben (Voetianen en Cocceanen), het nu te druk met zichzelven, dan dat zij nog de noodige aandacht aan de zaken van Kerk en School, van Staat en Zending schenken konden.
Daarbij leefde hier de idee der Volkskerk, iets wat reeds in de Labadie's optreden een reactie in het leven riep en dat zich allerwege begon te wreken. De vromen vereenigden zich in conventikels en trokken zich van het kerkelijk leven terug. Voeg hier nog bij, dat, toen de Gereform. Kerk hier te lande de heerschende geworden was, in den loop der 17de eeuw ook de stroom der Mennonieten (Doopsgezinden) in haar overging, waarbij wel de naam, maar niet het wezen veranderd werd, zoodat hun vroomheid met haar „Doopersche mydinghe" in de Gereform. Kerk inheemsch werd — dan is het, bij de algemeene slapheid en verwildering ook onder de predikanten, verstaanbaar genoeg, dat van het „overblijfsel" geen kracht noemenswaard uitging tegenover den zoo geweldig aankomenden vijand van ongeloof en revolutie.
En de eeuw van het Humanisme, Ingeluid over „de rechten van den mensch", bracht in de straten van Parijs de vertrapping van des menschen rechten in bloed! De verheerlijking van den mensch eindigde in de vernederendste slavernij en de bitterste ellende voor den mensch ! Want de barmhartigheden der goddeloozen zijn wreed. Die 't z.g.n. zoo goed bedoelden met den mensch, werden zijn beulen.
En intusschen werden de Remonstranten het meest gepreezen als die „het meest toegebracht hadden om de zaden der wijsheid, gedurende het tijdperk, waarin geweld en onderdrukking dezelve geheel poogden te verdelgen, onder de Nederlandsche natie te bewaren". Ypey en Dermout, Gesch. der Ned. Herv. Kerk, rv, blz. 214—15). Zij gaven den toon aan en werden tot in 's lands raadzaal publiekelijk geprezen (Nationale Vergadering van 1797). En zij achtten het dan ook den tijd om in een „allerminsaamsten" brief bij al de protestantsche Kerken op vereeniging aan te dringen. Tegelijk stelde men voor de Gereformeerden van alle rechten te berooven „wegens hun leer van den Heidelb. Catechismus, dat wij van nature geneigd zijn God en den naaste te haten". Dit achtte men strijdig met de broederschap en verderfelijk voor de maatschappij ! En noch de roede van 1810, noch de zegen van 1813 bracht tot inkeer. Onder de Oranjevaan zeilde men voort in de eenmaal gekozen wateren. Niet met de woestheid, der Jacobijnen, maar met „bedaardheid en matigheid". (Dr. J. van Lonkhuljzen : Kohlbrugge. Inleiding, blz. 6—8).

Mennonieten.
De Mennonieten vormen een zijtak van de Anabaptisten. Die Anabaptisten vormden een geestelijke strooming in de 16de eeuw naast het Roomsch-Katholicisme en de Reformatie; zij richtten zich tegen die beide. Van de Reformatie verschilden ze hierin, dat ze veel vromer en veel geestelijker wilden zijn, met geringschatting van de wegen en de middelen, die God verordineerd heeft tot toevergadering en onderhouding van Zijn Kerk. Zij gaven weinig om de Heilige Schrift en minachtten de ambten, de kerkedienst, de sacramenten enz. Zij beriepen zich altijd op de rechtstreeksche inspraak van den Heiligen Geest in het hart, op het lumen internum of inwendig licht; en leerden de persoonlijke profetische roeping en bekwaamheid der vromen; want in pantheïstische richting leidde, met het onmiddellijk samenleven met God (samenvloeien van het goddelijke en het menschelijke). Het predikambt en de studie werden afgekeurd en verworpen tegenover Luther en Calvijn, die van die óver-geestelijke en óver-vrome menschen heel wat last gehad hebben. Zij werden ook wel Enthousiasten of Spiritualisten d.i. bij uitstek „geestelijke" menschen genoemd, die ook boven de zonde verheven waren (perfectionisten). Men wilde een gemeente van enkel heiligen en bediende daarom alleen den Doop aan volwassenen, die bekeerd moesten zijn. De kinderen moesten overgedoopt worden (de her-doop ; vandaar de naam ana-baptist. Men miskende de beteekenis van het Genadeverbond en verwierp den Kinderdoop.
Krachtens hun isoleering van het genadewerk en hun beschouwing aangaande het leven van „Gods volk", verachtten zij het gewone, natuurlijke leven en lieten de wereld voor wat zij was. Zij bemoeiden zich enkel met het geestelijk leven! Die Gemeente des Heeren (enkel geloovigen en heiligen) met haar geïsoleerd genadeleven was als een oliedrop op het water. Daarom namen de Anabaptisten (weder-doopers) ook een afwerende houding aan tegenover den Staat, verwierpen de Overheid (daarom, namen onze Geref. Vaderen Art. 36 in de Ned. Geloofsbelijdenis op), wilden geen staatsambten bekleeden, weigerden den krijgsdienst en wilden nooit een eed afleggen. Zij hadden als „geestelijke" menschen niets met de wereld en met de Overheid en met den rechter uit te staan en waren zelf boven de zonde verheven. Zij wilden liefst de wereld „mijden" (Doopersche mijding) en vormden liefst een geestelijke gemeenschap, met een geestelijk communisme van gemeenschap van goederen en zelfs van vrouwen. Er waren er die tot de Paradijstoestand wilden terug keeren en zelfs geen kleeding wilden hebben (de naaktloopers). Dat deze dingen uitliepen in grof-zinnelijke ongerechtigheden valt gemakkelijk te becijferen, waarom Rome zoo gaarne de Hervormden gelijk stelde met de Anabaptisten ! Onze Vaderen hebben zich daartegen moeten verzetten en hadden telkens tegen twee fronten te strijden : tegen Rome èn tegen de wederdoopers.
Het Anabaptisme kwam voor in Duitschland (Thomias Münzer), Zwitserland (Huibmaier) en Nederland (D. en O. Philips, Melchior Hoffman). Na het treurspel van Munster (Jan van Leiden) verzamelde Menno Simons, een gewezen Roomsche priester te Witmarsum (gest. 1561) de verstrooide Anabaptisten in de Doopsgezinde Gemeenten.
Die Mennonieten vormden een zijtak van het Anabaptisme, maar waren gelukkig heel anders ingesteld ! Legden de Anabaptisten vooral den nadruk op uitwendige onnatuurlijke eschatologische wereldverwachtingen (toekomstfantesieen), de Mennonieten of Doopsgeztnden legden den nadruk op de inwendige zedelijke vernieuwing van den mensch en begeerden een stil, gerust leven, met „Doopersche mijding" van vele dingen." Zij noemden zich Doopsgezinden naar hun eigenaardige beschouwing aangaande den Doop, die voor de volwassenen (geloovigen) is en niet, nooit en nergens, voor de kinderen. Sinds Menno Simons (1536), een gewezen Roomsche priester te Witmarsum hun leider werd, kwam de naam Mennonieten in de plaats van den naam Anabaptisten of Wederdoopers.
Menno Simons was afkeerig van alle geestdrijverij. Hij handhaafde het beginsel van de volwassenen-doop en drong aan op een stillen, vroomen levenswandel, overeenkomstig de vermaningen van het Evangelie, vooral van de Bergrede. Op grond van de Bergrede waren zij tegen den eed, den krijgsdienst en het nemen van rente voor geleende gelden. In „mijding" (onthouding en ontvluchting van het wereldsche) zochten zij hun kracht en aan het staatkundig en openbaarmaatschappelijk leven namen zij zoo weinig mogelijk deel.
Het Gereformeerd Protestantisme leert daartegenover de „wijding" van het gansche leven en roept den Christen op, om op alle levensterrein, dat God Zelf ons aanwijst ter woning met betooning van Zijn algemeene gratie, te strijden en te ijveren voor de eere Gods en het christelijk geloofsbeginsel te doen zijn tot een zoutend zout en lichtend licht, tot zegen voor gansch de samenleving.
Menno Simons heeft sinds 1536 (nu 400 jaar geleden) de Doopsgezinden geleid in een rustig kerkelijk samenleven.
Tegenwoordig zijn de Doopsgezinde Gemeenten over 't algemeen vrijzinnig (Blokzijl uitgezonderd). In Nederland zijn 138 gemeenten, voornamelijk in 't Noorden ; veelal rijk in kapitaal, door vroegere schenkingen. Een 50-tal van deze gemeenten hebben zich aaneengesloten tot „de Doopsgezinde Sociëteit", zoo geheeten omdat men saam een soort „Vereeniging" (Sociëteit) vormt, waarbij elke gemeente zooveel mogelijk vrij en zelfstandig wil blijven met een ondogmatisch, modernistisch Ohristendom. Ook in het buitenland (Rusland, Duitschland, Amerika) treft men nog Mennonieten aan. Deze zijn over het algemeen meer orthodox.

De voetbalwedstrijden op Zondag.
Heel de wereld interesseert zich voor de voetbal, bijzonder voor de voetbalwedstrijden, vooral op den Zondag. In Indië schijnt het al net te zijn als in Europa, in Nederland niet anders dan in België en Frankrijk. Alles holt achter de bal aan. En pas weer zijn minstens 6000 Hollanders naar Parijs gegaan met autobussen, met den trein enz. om getuige te zijn van den Intematlonalen voetbalwedstrijd ; wat toch zeker schatten gelds kost, waarbij duizenden Hollandsche (guldens naar Frankrijk zijn getransporteerd. Waar komt al dat geld vandaan ? Zou het niet beter besteed kunnen worden ? Als men eens ƒ lOO.OOO aan „de steun" gaf, om èn de Regeering èn de hulpbehoevende stad-en landgenooten te helpen ? 't Leven staat nu toch wel in 'n héél wonderlijk teeken. Armoede en weelde, gebrek en overdaad. En dat komt nu niet door de Kerk, dat komt niet door de maatschappij, niet door heit kapitalisme of iets dergelijks — maar heel eenvoudig door het particuliere leven, met al de verschrikkelijke lusten en neigingen, waarbij ook op den dag des Heeren, ja, dan vooral, geroepen en geschreeuwd wordt: „Geef ons brood en spelen !" Hóoger gaan de levensbegeerten blijkbaar niet.

De loopgraven in.
„Iemand zei onlangs" (zoo lezen we onder „Oog en oor" in het Algem. Weekblad) : „Een kerkdienst bij ons doet mij vaak denken aan een kanon, dat afgevuurd wordt. Na afloop gaan we naar huis en praten over het schot; misschien heeft het de wereld ergens geraakt; misschien is het een treffer. Maar wij kerkgangers, wij christenen, we moeten het niet laten bij dat eene schot op Zondagmorgen ; we moeten de loopgraven in, we moeten er hoofd voor hoofd op lostrekken en ons niet verschuilen achter den predikant en de kerk. Pas wanneer wij persoonlijk in onze omgeving het licht zijn, dat niet onder den korenmaat wordt gezet, dan de Kerk weer de stad op den berg worden, waarnaar de gansche wereld ziet. Er is in deze dagen veel critiek op de Kerk ; misschien terecht. Maar In laatste Instantie komt alle critiek neer — op ons zelf !"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERK,SCHOOL,VEREENIGING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's