STAAT EN MAATSCHAPPIJ
Geen gedwongen, maar vrijwillige concentratie.
Die vrijzinnige-zoowel als de sociaal-democratische bladen sloven zich als 't ware uit om hun lezers toch maar onder den indruk te brengen, dat de voorstanders van het bijzonder onderwijs, door zich tegen dte gedwongen concentratie der bijzondere scholen te verklaren, van bezuiniging op de onderwijsuitgaven niet willen weten.
Natuurlijk is zulk een verwijt geheel bezijden de waarheid.
Immers zijn er geen partijen, welke met meer overtuiging achter die bezuinigingsvoorstellen der Regeering optrekken, als juist, om slechts deze twee te noemen : de Antirevolutionaire-en de Christelijk-Historische partij.
Maar bij het wetsontwerp tot verlaging der uitgaven op het onderwijs, zooals dit wetsontwerp thans door de Tweede Kamer in December 1.1. werd aangenomen en thans nog bij de Eerste Kamer aanhangig is; stond de bezuiniging niet op den voorgrond.
De Regeering heeft dit erkend en ook duidelijk uitgesproken in haar verklaring, welke zij aan het einde der behandeling van het genoemde wetschontwerp aflegde, toen zij verwees naar de bezwaren, die waren ingebracht geworden tegen de wijze waarop gedurende de laatste jaren de concentratie bij het openbaar onderwijs had plaats gehad.
Er was geconcentreerd bij het openbaar onderwijs, tengevolge waarvan een paar honderd openbare scholen verdwenen. En nu moeten er ook van de bijzondere scholen een aantal worden opgeruimd.
Dit was de eenige grond van dat gedeelte van het wetsontwerp, dat over de concentratie van scholen handelde. Daarom geeft het verwijt van vrijzinnigen en sociaal-democraten geen pas, dat de voorstanders van het bijzonder onderwijs zich tegen die noodzakelijke bezuiniging op onderwijsuitgaven zouden hebben verzet.
Doch daar komt nog iets bij.
Zooals de toestand op Onderwijsgebied op dit oogenblik is, gaat het openbaar onderwijs achteruit, terwijl het bijzonder onderwijs groeit. De eerste omstandigheid heeft tot gevolg, dat bij het openbaar onderwijs vele lokalen en gebouwen komen ledig te staan, waardoor concentratie bij dat onderwijs, als van zelf spreekt, aangewezen is. Doch zoo staat het niet bij het bijzonder onderwijs. Tengevolge van de groei, die zich bij dit onderwijs voordoet en mede uit oorzaak, dat de scholenbouw in 1933 grootendeels werd stopgezet, moest reeds. tot concentratie worden overgegaan. Dientengevolge ontbreekt het bij tal van bijzondere scholen aan ruimte, wat bij verdere concentratie tot uitbreiding der gebouwen zou moeten leiden. Concentratie bij het bijzonder onderwijs zal dus bij vele scholen niet tot bezuiniging, maar tot meerdere uitgaven aanleiding geven.
Daarom zal, wil de Regeering door concentratie van bijzondere scholen tot bezuiniging op de onderwijsuitgaven geraken, zeer voorzichtig moeten worden te werk gegaan.
Gedwongen concentratie is hier uit den booze. Gedwongen concentratie zou ook het rechtsgevoel krenken. Men mag toch niet voor de concentratie van bijzondere scholen het motief laten gelden, dat, wijl de gang van zaken bij het openbaar onderwijs tot concentratie van scholen noopt, nu ook maar het aantal bijzondere scholen moet worden ingekrompen.
Zou men dien eisch van Vrijzinnige en Sociaaldemocratische zijde willen stellen, dan hebben deze voorstanders van openbaar onderwijs te over wegen, dat bij die nieuwe normen, die voor het in stand houden van een school gelden, te weten : 50, 75, 100 en 150 leerlingen, al naar de gemeenten minder dan 25000, van 25000—5OOOO, van 50000—100000, of boven de lOOOOO Inwoners tellen, aan die normen niet alleen 174 Prot. Chr. Scholen en 86 R.-Kath. Scholen, maar óok 654 Openbare Scholen niet voldoen.
Bij gelijke maatstaf zouden dus, wanneer de 260 bijzondere scholen dienden te verdwijnen, ook de 654 openbare scholen moeten worden opgeheven.
Wil men dit laatste niet, dan gaat men niet tot gedwongen concentratie van bijzondere scholen over, maar zoeke men de bezuiniging in den weg van vrijwillige concentratie.
Die weg is thans geopend, doordat er wettelijke zekerheid gekomen is, dat de gestorte waarborgsom wordt terugbetaald en, wat betreft de scholen, vóór 1921 gebouwd, een wettelijke regeling voor de oude schulden is vastgesteld geworden.
Of nu van vrijwillige concentratie veel te verwachten is, zal zoo aanstonds moeten blijken, wanneer de commissie, die voor dit doel door de Regeering zal in het leven worden geroepen, haar taak heeft volbracht.
Intusschen zal vrijwillige concentratie meer waarborg geven voor bezuiniging dan de gedwongene. De eenige grond bij de vrijwillige concentratie zal moeten zijn : bezuiniging en kan het ook zijn verbetering van het onderwijs.
Is die bezuiniging te verkrijgen, dan zullen de voorstanders van bijzonder onderwijs ongetwijfeld aan concentratie van scholen willen medewerken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's