UIT DE AFDEELINGEN
HAARLEM EN OMSTR. Voor een betrekkelijk niet groot, maar aandachtig gehoor trad Woensdag 8 Januari voor ons op in een openbare vergadering de W.Ed. heer P. Brinkers, van Utrecht, voorzitter van de Propaganda-Commissie van den Gereform. Bond, in het Gebouw „De Nijverheid" met het onderwerp : »Het doel van den Gereform. Bond«. Na het zingen van Psalm 25 vers 6 en gebed van den voorzitter werd gelezen Joh. 4 vers 1 t/m 13. Vr. van Diggelen spreekt een kort inleidend woord, waarna de heer Brinkers direct het woord verkrijgt. Spreker verklaart gaarne naar Haarlem te zijn gekomen om het belang van den Gereform. Bond te dienen. De Bond wil een band vormen, welke alle Gereformeerde broeders en zusters in de Hervormde Kerk vereenigt, met één doel. Spreker kent de plaatselijke .predikanten niet; hij wil ze eeren om hun ambt, maar constateert toch met droefheid, dat Haarlem, verstoken is van de „Bondsprediking". We willen niet exclusief zijn en erkennen, dat ook anderen Gereformeerd zijn (spr. noemde b.v. de prediking van dr. Lodder, dr. Posthumus Meijjes, van Den Haag eniz.), maar onze predikanten zijn Gereformeerd ook in hun Kerkbeschouwing. Het is na 30 jaar, helaas, nog noodig te zeggen, wat de Bond niet wil. Positief wil hij geen scheuring of Doleantie, wat ons bij de oprichtlng, 8 Febr. 1906, door velen voor de voeten werd geworpen. Het is toch zeker wel anders gebleken. Scheuring noemde spr. zonde voor God ; wanneer we veranderen van Kerk, dan moet dit een geloofsdaad zijn ! Ons getal is niet zoo groot; we moesten eigenlijk honderd maal zoo groot zijn. Al wordt er met ons gerekend, we zijn toch geworden „een hutje in den komkommerhof".
De heer Brinkers deelt iets mede over de plaatselijke toestanden te Utrecht. Er zijn drie predikanten, welke de volste beurten (ook avond-) hebben en in den kerkeraad hebben zitting 10 ouderlingen en 4 diakenen, terwijl in het College van Notabelen nog 3 onzer zitting hebben.
De Gereform. Bond wil alzoo geen scheuring, maar eischt de gansche Kerk op voor den Koning der Kerk, Jezus Christus. Velen hebben de erve der Vaderen verlaten en den rug toegekeerd aan de Kerk, waarin ze .belijdenis deden en geboren zijn ; ja, velen van dezulken werden daar in hst hart gegrepen. Het doet ons leed, dat ze gegaan zijn. Maar hoe zien we nu de andere Kerken ? De gescheiden Kerken hebben ónze belijdenis medegenomen. Hoe zien we nu onze Hervormde Kerk ? ds. Knap, Ned. Herv. pred. te Groningen, zeide : „Men moet een Kerk beoordeelen naar hare belijdenis". Welnu, de Gereformeerde belijdenis (drie Formulieren van Eenigheid) is er en het is een schande te noemen voor de Kerk, dat ze niet beleefd wordt! Daarentegen gaan in de Kerk stemmen op tot wederinvoering van de vrijwillige biecht en de toediening van het H. Avondmaal aan stervenden. Men wil de Roomsche kant weer uit. We beroepen ons op Schrift en historie ; onze Vaderen hebben in artikel 28 ernstig gewaarschuwd tegen afscheiding van de Kerk tegen den wil van God. Calvijn hebben we hier geheel aan onze zijde ; een Kerk, welke .de zuivere bediening des Woords en der Sacramenten heeft, is Kerk; zelfs schrijft Calvijn, dat het een ware Kerk blijft, ook al is er iets gebrekkigs in Woord en Sacrament. Ook wijst hij op de droevige toestanden in de gemeente van Corinthe, die toch door Paulus wordt aangesproken als „geliefden in den Heere Christus". We begrijpen dan ook niet, zegt spreker, dat men nu durft spreken van de „valsche Kerk" en „Synagoge des Satans". De Here is nog in onze Kerk met Zijn Woord en Geest. Ds. De Cock schreef (vóór 1834) een boekje over „de Schaapskooi van Christus", enz. (= onze Hervormde Kerk). Ook vroeg De Cock herstel in het ambt; dat doet men toch niet in een valsche Kerk ? Na 1834 heet het „Herv. Genootschap" dan ook de valsche Kerk. Ook de brs. van 1886 oordeelen niet malsch over ons. Dr. Kuyper schreef in 1883 (dus drie jaar vóór de Doleantie): „Naast de bediening der genademiddelen, bestaat afgoderij. De Kerk is schijndood. We vragen met ernst: Kan ik onder het oordeel wegloopen ? Begraaft men een schijndoode ? " En op de vraag van velen : Hoe lang zal dit gesol met „het lijk" nog duren, zegt dr. Kuyper : „'t Is mijn Moeder". De Kerk is Moeder.
Spreker wijst nu nog op de ongereformeerde organisatie der Besturen. We willen niets kwaads zeggen van de heeren uit de Javastraat, maar ze zijn niet op hun plaats. De onschriftuurlijke organisatie berokkent al wat een ellende in de gemeenten ; denk aan bet optreden van den vrijzinnigen ds. Poldervaart in de gemeente te Huizen. Helaas zijn er tal van kansels, waar het Zoonschap van 'God wordt verloochend.
Spreker schetst nog 't ontstaan van de Nieuw-Testamentische gemeente vanaf den Pinksterdag en wij, zit er op, dat in de zeven Klein-Azlatishbe gemeenten al dwalingen werden gevonden. Onder Rome werd aan bet schepsel meer eer gegeven dan aan den Schepper. Zelfs onder een zuivere Kerkformatie (Dordtsche K.O.) stoop de dwaling der remonstrantie in. Ben zuivere Kerkvorm is geen waarborg tegen het insluipen van dwalingen en ketterij. Koning Willem I beeft echter in 1816 de gebondenheid der Kerk gebracht.
De beer Brinkers staat nog even stil bij de oprichting van den Geref. Bond. Dr. Bahler prees het Boeddhisme boven het Christendom aan, waartegen ernstig verzet rees. De oogen van velen gingen open. We moeten echter niet als eenlingen blijven staan, maar ons organiseeren in den Gereform. Bond. De eenling bereikt niet veel. Nu hebben we wel een Kerk met een schoone belijdenis, maar geen belijdende Kerk. Het moet gaan met onze Kerk van deformatie tot reformatie. Spr. zegt: we moeten getuigen door woord en geschrift; „De Waarheidsvriend" is een machtig middel om de beproefde beginselen te verdedigen en te verbreiden. In elk gezin moet onze Vriend komen en een gaarne geziene gast zijn. Maar ook de aanst. predikanten behoeven goede leiding ; we moeten aan onze Hoogescholen mannen hebben, die buigen voor en onder Gods Woord. Als vanzelf wijst de beer Brinkers op bet groote belang van bet Studiefonds en Leerstoelfonds. Hulp te bieden aan studenten, welke staan naar de ware bediening des Woords, is daarvan het schoone doel. De oude predikanten vallen weg en dan moeten jongeren de opengekomen plaatsen kunnen innemen. Voorloopig is er nog geen sprake van een overschot onder onze candidaten.
Vervolgens wijst spreker ook nog op de Evangelisatiearbeid, waarvoor de Bond arbeidt. We moeten biddend werken en werkend bidden. Na een opwekking zich als lid van den Bond op te geven en activiteit te toonen, besluit spreker zijn boeiende en met veel aandacht aangehoorde rede.
Aan de bespreking nemen deel de voorzitter en de brs. Hekhuizen, Wits, Bloem'ers en v. d. Walle, We danken den heer Brinkers nog zeer en hopen dat de Heere het gesproken woord moge zegenen tot welzijn van onzen Gereform. Bond.
Te ± 10 uur sluit de heer Brinkers met dank gebed.
AUG. C. VAN DE WALLE,
1e Secretaris
ROTTERDAM en KRALINGEN. In het kerkgebouw van de Chr. Gereform. Gemeente, Jonker Fransstraat, trad Donderdagavond 16 Jan, voor genoemde Afdeeling op ds. .J. H. F. Remme, .pred. der Ned. Hervormde Gemeente te Amsterdam, met het onderwerp : »De stad Gods«.
Na het zingen van Psalm 68 vers. 7, het lezen van Psalm 48 en gebed, ving ds. Remme zijn rede aan met er op te wijzen, dat het er met de Kerk in onze dagen niet rooskleurig uitziet. Hun, die het waarlijk meenen met Gods Kerk, moet het ter harte gaan dat er zulk een verachtering is. Tegenover .die dreigende wolken stelt de Heere ook in onze moeilijke tijden Zijn Woord.
Als grondslag van zijn onderwerp koos spreker Openbaring 21 vers 9—16 en merkte op, dat voor de ware gemeente des Heeren het boek der Openbaring in dezen tijd meer beteekenis krijgt. Dit Bijbelboek is gekomen in donkere en zorgvolle tijden. Spreker stelde in het licht, welke plaats Johannes innam. De vijandschap deed de jonge gemeente des Heeren schudden op haar grondvesten en indien tijd toonde de Heere aan Johannes in een visioen de stad Gods, op den hogen berg aanschouwde Johannes 's Heeren trouw. De taak van al de gezanten des Heeren is, om bet verdrukte Sion weg te voeren naar dien hoogen berg, waar Jeruzalem gezien wordt.
Jeruzalem beteekent vredestad. Het aardsche Jeruzalem is in zijn roeping jammerlijk te kort geschoten, want het werd een bloedstad.
Spreker stippelde den weg uit, langs welken men het burgerschap van het eeuwige Jeruzalem kon deelachtig worden. De mensch is ingesteld op de heerlijkheid, maar door de zonde is bij deze kwijt, en dat is juist zijn ellende.
Oak de veiligheid van de Godsstad wordt bezongen.
Door de muur, die de Godsstad omringt, is die niet ontoegankelijk voor de vrienden van God. De engelen, die de twaalf poorten bewaken, moeten hen, die in het bezit zijn van den geloofsbrief, welke voor de intrede van dit Jeruzalem is vereischt, binnenleiden.
De bewoners van deze Godsstad vormen het ware Israëi Gods. Het noemen van de vier poorten dezer stad beteekent, dat van alle kanten de bewoners zullen komen. De twaalf fundamenten van de heilige stad zijn het symbool van haar hechtheid en toereikendheid.
De apostelen vonden hun levenswerk hierin, dat ze van het Lam getuigden, dat de zonde der wereld wegneemt.
Wilt ge die stad binnengaan ? — vroeg spr. — wandelt dan in den weg des Woords. Na het zingen van Psalm. 87 vers 1, 2 en 3, heeft ds Remme aan de hand van die twee laatste verzen van zijn tekst nog stilgestaan. bij het onbewegelijke van de Godsstad, den omvang en de grootheid van Christus' gemeente in het Hemelsche Paradijs.
ALPHEN A/D RIJN. Onze Afdeeling kwam Maandag 30 Dec. in haar 11de ledenvergadering bijeen. Na opening door den voorzitter en het vaststellen der notulen, gaf de voorzitter het woord aan vr. G. Verhage, die dan zijn inleiding voorleest aangaande Jacobus 4. In een .paar woorden brengt inleider hoofdstuk 3 met 4 in verband, hoe de apostel hen vermaant, dan hun zonden hen voorleggende en waarom hun gebed niet verhoord wordt, omdat zij kwalijk bidden.
De apostel, uit liefde tot Christus gedreven zijnde, hield hun den weg voor, waarlangs zij weder kunnen komen en hoe hun gebed alsdan verhoord zal worden.
Op deze goed verzorgde inleiding volgde een aangename bespreking. De voorzitter beantwoordt nog enkele in de vorige vergadering gestelde vragen, waarna hij het woord geeft aan den afgevaardigde, die naar de oprichtingsvergadering geweest was van den nieuw opgerichten Bond voor Inwendige Zending. De afgevaardigde brengt hier een breedvoerig verslag over uit, waarna hij de leden elk afzonderlijk en de Afdeeling in haar geheel aanraadt als lid toe te treden.
Vervolgens wordt de agenda vastgesteld voor de jaarvergadering, die D.V. zal gehouden worden op Woensdag 29 Januari a.s. De Bijbelinleiding zal zijn Prediker 3 : 1—15 door A. E. van Diggele. Vrij onderwerp door N. van Vliet over: Het Gebed". Bijdrage door A. Vis, over : „Simson's lied". Tot deze vergadering wordt een ieder uitgenoodigd, zoowel mannen als vrouwen, die zich verheugen in de verbreiding der Waarheid in onze Hervormde (Gereform.) Kerk. Niets meer aan die orde zijnde, sloot op verzoek vr. Verhage met dankgebed.
A. VIS. Secretaris.
HILLEGERSBERG. Op 16 Januari kwam de Afdeeling wederom in jaarvergadering bijeen. Na, de gebruikelijke opening memoreerde de voorzitter de genoten zegeningen in het afgeloopen jaar. Alhoewel weinig actie naar bulten bleek, was er toch inderdaad wel actie. De Afdeeling hoopt haar doel te bereiken door geen luidruchtige actie te voeren. Spreker hoopt ook dezen avond een gezellige avond te mogen genieten.
Hierna volgde voorlezing der notulen en het verslag van den secretaris. In het verslag werd een blik geworpen op Staat, Maatschappij en Kerk en daarbij een algemeene donkerheid geconstateerd. Opening van Gods Woord is het eenige middel om uit de donkerheid te geraken. Verder werd een overzicht gegeven van de werkzaamheden in het afgeloopen jaar en bleek daarbij ook een achteruitgang van het aantal leden.
Naar aanleiding van dit verslag werden enkele vragen gesteld over het optreden der Bondspredikanten.
Vervolgens deed de penningmeester verslag van de gelden, wat voor de vereeniging een batig saldo opleverde.
Door genoemde verslagen en besprekingen was het al laat geworden en kon eindelijk het woord gegeven worden aan den heer Brinkers, die uit Utrecht tot ons overgekomen was om een rede te houden over „Onze taak". Hij maakt hierbij allereerst de opmerking, dat met verstandig beleid, door wikken en wegen, veel kon worden gewonnen, hierbij wijzend op de algemeene taak der Kerk. In zijn onderwerp stelde hij ons twee personen voor, n.l. Achaz, de koning van Juda, als een afschrikwekkend voorbeeld, en Hiskia, zijn zoon, als een navolgenswaardig voorbeeld. Een geweldig contrast deed zich bij vader en zoon voor. Achaz was een goddeloos richter, die het volk deed zondigen, terwijl Hiskia het volk voorging en opwekte om God te dienen en terug te keeren tot de Wet en de Getuigenis. Hij leidde het volk in goede banen ter eere Gods en wees net volk op het zondige verleden, door de daden van Achaz onreine daden te noemen.
Zuivering van 's Heeren tempel was daarbij zijn vurige wensch.
Hierop volgde een toepassing op de Hervormde Kerk, waarbij de Gereformeerde beginselen als de juiste werden genoemd en dat zoovele Geref. belijders in de verschillende Kerken zijn verspreid. Dit verspreid zijn werd door spr. heilloos genoemd. Ook op dit terrein geldt het, dat eendracht macht maakt. Het oordeel over de Kerk kan drukken, doch we kunnen dat oordeel niet ontloopen. Wegloopen helpt niet. De beste weg te om te bidden voor de predikanten en de ambtsdragers, want de geschiedenis heeft bewezen dat dat een heilzaam werk is en nog nooit een biddend volk is ten onder gegaan.
Het is goed, dat wij in een Gereform. Bond. vereenigd zijn. Hierdoor wordt de band verkregen en versterkt met het Gereform. volk. Ook het Leerstoel-en Studiefonds, alsmede De Waarheidsvriend worden genoemd en warm aanbevolen.
Spreker moedigt aan om evenals Hiskia tempelbouwers te zijn. Op grond van het recht in onze Kerk moeten we voorwaarts gaan en niet vertragen. Ieder Gereformeerd belijder behoort lid te zijn van onzen Bond.
Dit was de vurige wensch, waarmede zijn mooie rede werd besloten.
De voorzitter dankte den heer Brinkers voor zijn mooi betoog, hetwelk helaas, om des tijds wille, bekort was. Gaarne werd dan ook genoteerd het aanbod om nogmaals tot ons over te komen en dan een speciale vergadering daarvoor te beleggen.
Die vergadering werd daarna door den heer Brinkers met dankgebed gesloten.
VAN CAMPEN, 2e Secretaris. *
EINDHOVEN. Woensdag 29 Januari, 's avonds om 8 uur, zal D.V. in Rehoboth voorgaan ds. J. R. Cuperus, van s-Grevelduin-Capelle. Trouwe opkomst gewenscht!
HET BESTUUR.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's