De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

4 minuten leestijd

HET GESCHIL
Het gaat bij het geschil over de concentratie van scholen bij het bijzonder onderwys den verkeerden weg op.
De bedoeling van de concentratie was aanvankelijk om door het bijeenvoegen van scholen tot bezuiniging op de onderwijsuitgaven te geraken, doch toen het bij het schriftelijk en mondeling overleg in de Tweede Kamer kwam vast te staan dat hier een terrein werd betreden, vol voetangels en klemmen, en daarenboven de concentratie maar heel weinig besparing zou opleveren, is dat Regeering niet van de dwaling haars weegs terug gekeerd door de concentratie-voorstellen nu maar voor goed op te bergen, doch werd het gesol van het financieel op het politiek terrein overgebracht.
Eerst kwam de Regeeringsverklaring van 20 December, waarbij, toen de rechterzijde niet bereid scheen de voorstellen van het Kabinet zoó maar zonder meer te aanvaarden, zekere maatregelen in uitzicht werden gesteld om de concentratie, die bij het openbaar onderwijs reeds had plaats gehad, alsnog te kunnen herzien, maatregelen, die aan de voorstanders van de openbare school een zekere genoegdoening moest geven.
En alsof deze .genoegdoening nog niet voldoende was, kwam niemand minder  dan de Minister van Financiën, mr. Oud, op de vergadering van de Federatie Drenthe van den Vrijzinnig Democratischen Bond op 16 Januari te Meppel het den vrijzinnigen in geheel Nederland duidelijk maken, dat, al kon de Minister zich de teleurstelling der partijgenooten over den gang van zaken bij de concentratie volkomen verklaren, hij er voor in stond, dat ten opzichte van het bijzonder onderwijs niet anders gehandeld zal worden, als bij het openbaar onderwijs reeds had plaats gehad.
Natuurlijk werd op de vergadering te Meppel met geen woord gerept over de geheel veranderde positie, waarin sinds tal van jaren èn het bijzonder onderwijs èn het openbaar onderwijs verkeert, n.l. dat het aantal leerlingen bij laatstgenoemd onderwijs geregeld jaarlijks minder wordt, terwijl het leerlingental bij het bijzonder onderwijs zich nog steeds in opgaande lijn beweegt. Want had mr. Oud aan deze feiten zijn aandacht geschonken, dan was hij met zijn geheele betoog vastgeloopen.
Thans kon hij door het langzamerhand verloopen van het openbaar onderwijs te negeeren en den groei van het bijzonder onderwijs voorbij te zien, tot de stelling komen, dat de Regeering het noodig acht dat evenzeer als bij het openbaar onderwijs concentratie van bestaande scholen had plaats gehad, zulks ook bij het bijzonder onderwijs zou geschieden.
Concentratie van bijzondere scholen aldus Minister Oud moest worden bevorderd o.m. in verband met hetgeen ten aanzien van het openbaar onderwijs was geschied.
En hiermede bracht de Minister van Financiën het geschil over de concentratie van scholen bij het bijzonder onderwijs op politiek terrein over.
Dat Minister Oud in zijn rede gevoelde, zich op een glibberig pad te bevinden, blijkt duidelijk uit de opmerking, die hij maakte, dat ons volk in de moeilijke tijden, die wij thans doormaken, aan niets minder behoefte heeft dan aan een heropening van den schoolstrijd.
Met deze opmerking zijn wij 't van harte eens.
Maar — zoo zouden wij willen vragen — heeft in het bijzonder de Minister van Financiën, die beter dan ieder ander weet welke de gevolgen voor ons land zouden zijn : financieel èn economisch, wanneer het Kabinet tengevolge van een heropening van den schoolstrijd zou uiteen vallen, wel voldoende deze gevolgen overwogen, toen hij zijn rede, te Meppel uitgesproken, opstelde ?
Want het is deze rede, het moge dan niet zoo bedoeld zijn, die juist tot strijd uitlokt.
De rede van mr. Oud brengt het geschil der concentratie naar politiek terrein over.
Het gevaar voor subsidieverlies der scholen moge nu door terugneming van de bekende § 12 van 't bezuinigings-ontwerp zijn afgewend, maar mocht de Staatscommissie, die dezer dagen zal ingesteld worden, er niet in slagen een oplossing voor te stellen, die voor de Regeering en de Staten-Generaal aannemelijk is, dan zal de Regeering, zooals zij op 20 December zeide, zelf met voorstellen komen.
Zouden dan deze voorstellen een geest ademen, als deze in de rede van den Minister van Financiën naar voren komt, of zouden de Vrijzinnigen en Sociaal-Democraten een onverzoenlijke onderwijs-politiek gaan voeren, dan wachten ons nog ernstige dagen en de Regeering een moeilijken tijd.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's