De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

9 minuten leestijd

Vraag: Wat is de B.U.M.A. ? en moeten onze Vereenigingen daarvoor oppassen ?
Antwoord : Ik vrees, dat de vrager — of de vereeniging, waarvan de vrager lid is — er „ingevlogen" is, zooals wij een paar jaar geleden óok tegen de lamp zijn geloopen. We hadden een openbare vergadering gehad hier van een Vereeniging, waar een paar verzen waren voorgedragen oor iemand en waar iets gezongen was, waaraan verslag kwam in de courant. En toen kreeg ik een brief van die B.U.M.A. (Bureau Uitvoering muziek Autersrecht) en we moesten ƒ 5.— boete betalen, omdat we zonder aan den dichter of schrijver of musicus vergunning te vragen, dat stuk gebruikt hadden als voordracht of zangstukje. En er hielp niets aan, we moesten betalen. Er is een auteurswet, en in art. 31 en 32 is voorgeschreven, dat men zoo maar niet iets mag over nemen uit tijdschrift of boek. Art. 33 zegt, dat de maker van een werk, of degene, die bevoegd is, kan optreden, om dan boete te eischen of schadevergoeding te vragen. En nu zijn er auteurs (schrijver, schrijfster, componist enz. enz.) die hun auteursrecht hebben overgedragen aan een bureau, dat kortweg B.U.M.A. genoemd wordt. Als nu op een of andere vergadering een stukje wordt voorgelezen van zulk een auteur of een lied gezongen wordt van zoo'n dichter of componist en de B.U.M.A. komt dat te weten door een krantenbericht, dan krijgt het Bestuur een brief thuis, dat ze voor dat voorlezen of voor dat zingen moeten betalen ! En hier is geen ontkomen aan. Doet men het niet (b, v. ƒ5.—), dan wordt men aangeklaagd en krijgt men boete (de hoogste boete is ƒ 5000.— !)
Wanneer men dus in openbare vergadering een novelle of schets wil voorlezen (als voordracht) of een muziekstukje wil ten gehoore geven, dan mag men wel oppassen, want de B.U. M.A. leest de krant om schadevergoeding te vragen, of — boete te eischen ! Men is er niet mee klaar, als men zegt, dat men het voorgedragen heeft uit een bundel en dat op die bundel niet staat, dat voordragen daaruit verboden is. Want ook al staat het er niet extra op, toch verbiedt de wet het en ieder Nederlander wordt geacht de wet te kennen ! Het is natuurlijk om het werk van iemand te beschermen en den schrijver of schrijfster geen schade tot te brengen, door ongevraagd en onbetaald z'n werk te gebruiken.
Als men zou zeggen (zooals wij ook deden), dat de vergadering was geweest voor leden en begunstigers en genoodigden en dat er geen toegangsprijs gevraagd was (wat inderdaad ook zoo was), dan helpt dat ook al niet. Want art. 12 van de wet zegt (3e lid) : onder een voordracht, op- of uitvoering of voorstelling in het openbaar wordt mede verstaan eene in besluiten kring, welke tegen betaling toegankelijk is, ook al geschiedt die betaling door de voldoening van een contributie of op andere wijze". Ook wanneer dus alléén leden aanwezig zijn (in een openbare vergadering) valt een dergelijke voordracht of opvoering onder de auteurswet. En het krantenverslag brengt dan de B.U.M.A. in actie !
In het algemeen zal men dus 't veiligst gaan (voor openbare vergaderingen, jaarfeesten enz.) als men informeert of de stukken, die zullen worden voorgelezen, voorgedragen of gezongen, vrij zijn in dien zin, dat geen vervolging van de B.U.M.A. draagt; waarvoor men zich heeft te wenden tot den uitgever of den auteurf. Is de schrijver of schrijfster langer dan 50 jaar overleden, dan is de weg veilig.
Houdt men een boekbespreking of lezing over een schrijver of schrijf ter, dun mag men uit zulk een boek of van zoo'n schrijver gedeelten reciteeren, die voor die boekbespreking of lezing noodig zijn. Dat staat vrij.

Vraag: Wat verstaat men onder „ordenlng" in het bedrijfsleven ?
Antwoord : Alles heeft een geschiedenis. Vroeger waren de dingen zoo anders dan nu. Dikwijls zoo eenvoudiger, terwijl nu alles veel samengestelder is. Alles is veel grooter, drukker, dieper en moeilijker vaak ! De handel, de industrie, de machine, de winkelstand, normale prijzen en uitverkoopsprijzen, cadeaustelsel, gedwongen winkelsluiting of vrijen verkooptijd ; werktijd en vacantietijd ; loon, ziéktegeid, pensioen, enz. enz. 't Is alles nu zoo héél anders dan vroeger.
Vroeger was er meer ongedwongen vrijheid. Ieder had z'n eigen werk en z'n eigen brood. Maar de worsteling tusschen de gemeenschap en den enkeling kwam. En de ongedwongen vrijheid van den één had echter de slavernij van den ander tot gevolg. De onbeschermde eenling liep klem tusschen de veelheid van anderen, die zeiden : macht is recht. Zoo ging het dikwijls onder de leuze „vrijheid, blijheid". Maar men liet alles maar waaien. En de ongedwongen vrijheid kwam in 't grootste gevaar. De moderne tijd riep om bescherming, om regeling, om sociale ordeningen. We hebben eerst een soort „noodverband" gekregen. Alles kwam niet ineens. Men wilde er ook niet aan. Valsche leuzen van „vrijheid, blijheid" Stonden sociale wetten in den wieg. Maar de kleine man werd er de dupe van. Vooral bij de zich steeds meer uitbreidende mechanisatie van den arbeid, met trust-en kartelvorming. De strijd tusschen den enkeling en de gemeenschap !
Nu is het moeilijke, om de bezwaren van de Middeleeuwen én van den Revolutietijd op z'n best te overwinnen en op de meest gezonde wijze te krijgen toestanden, waarbij de enkeling met de gemeenschap en de gemeenschap met den enkeling in verband wordt gebracht. De enkeling mag niet óndergaan in de gemeenschap, doch (want deze zaak heeft twee kanten) mag de gemeenschap ook geen schade berokkenen. Beide hebben zelfstandige beteekenis en ze hebben samen hun rechten.
Zoo hebben we de sociale wetgeving te zien. En zoo hebben we den laatsten tijd twee nieuwe wetten gekregen : de bedrijfsradenwet èn de wet op het verbindend verklaren van ondernemersovereenkomsten. Men moet praten aangaande de kwesties in een bepaald bedrijf. En men moet maar niet vrij zijn, om gemaakte afspraken en overeenkomsten, die van algemeen belang zijn, te negeeren en onmogelijk te maten. Ook de tegenwoordig bestaande bedrijfsgroepen zijn organisch gegroeid. In tegenstelling met de crisisorganisaties, die niet harmonisch gegroeid zijn, maar dan ook met de buitengewoon moeilijke nationale en internationale omstandigheden samenhangen.
Zoo moet „de ordening'" groeien. Er moet „geordend" worden. Maar niet met dwang van boven af. Het moet groeien van onder af aan, uit het werkelijk leven opkomend: naar den aard en den eisch des levens, waarbij èn de enkeling èn de gemeenschap zoo nauw betrokken is. Natuurlijk is er ook hier de vrees voor ambtenaren ! En daarom moet men er naar staan, dat men laat „groeien wat groeit", om dat te helpen met regeling en ordening. De overheid moet het georganiseerd maatschappelijk leven helpen en moet den groei in de maatschappij leiden en moet helaas ingrijpen, ais de „vrije" concurrentie leidt tot uitwassen. Vliegende winkels bijv. altijd durende uitverkoop, leveren beneden kostprijs cadeaustelsel, enz. enz., bedreigen het geordend, maatschappelijk samenleven. En daarom moet de Overheid hier helpen en regelen en ordenen. Waarbij toch ook weer de betamelijke vrijheid moet worden geëerbiedigd.
Men zal goed doen, het mooie boek te lezen van dr. C. Beekenkamp, dat over dit onderwerp handelt en dat uitgegeven is bij de firma Bredee te Rotterdam.

Vraag : Wat beteekenen de woorden : „De rouw zal van Mijne oogen verborgen zijn" (Hosea 13 vers 14) ?
Antwoord : 't Verband, waarin deze woorden voorkomen is, dat de Heere Efraïm, of het rijk der 10 stammen, Israël dus,  bepalen bij hun zonden. Ze zijn als in een bundel saamgebonden en liggen voor Hem. Al hun schulden zijn bijeengebracht. Al hun ongerechtigheden saamvergaderd. Dan zullen de oordeelen Gods komen, op 't onverwachts en vreeselijk. God zal Zijn volk straffen met het zwaard der vijanden en Zijne straffen en bezoekingen zullen vele zijn. En, wat het ergste is, Israël zal zich niet bekeeren. Als God ze tot het leven roept, weigeren ze tot het leven te komen. Ze blijven in de kindergeboorte steken en sterven. Maar dan is er een overblijfsel onder Israël. Dat zijn niet menschen, die geen zondaar zijn. Dat zijn niet degenen, die niet meer weten van struikelen en vallen. Zulken zijn er niet onder Gods kinderen. „Ik ellendig mensch, wie zal mij verlossen? " zucht Paulus (Rom. 7). Maar 't zijn 'dezulken, die hun zonden beweenen en die de bestraffingen des Heeren zich aantrekken met droefheid. Die geen eigen gerechtigheid bezitten, om zich voor 's Heeren aangezicht te kunnen bedekken. Die de oordeelen Gods te vreezen hebben. Die den dood en de hel waardig zijn. En niet, over dezulken zegt de Heere: „Doch Ik zal hen van het geweld der hel verlossen. Ik zal ze vrijmaken van den dood: o dood ! waar zijn uwe pestilentiën ? hel! waar is uw verderf ? "
Ze hebben dood en hel en straf en oordeel te vreezen. Maar de Heere Zelf juicht triumfantelijk dat de dood, hun dood, gedood is in den dood van Christus tot verzoening en leven. De Heere Zelf verblijdt er Zich over dat de pestilentiën, straffen en oordeelen hen, die den Heere vreezen, niet zullen verteren.
Maar zal de Heere nooit veranderen? Zal Hij intusschen straks weer niet anders, over hen getuigen ? En zal Zijn toom straks misschien ontbranden, en zullen ze dan toch in den dood geworpen warden en in de hel vergaan ? Wat zegt de Heere dan ?
„Berouw zal van Mijne oogen verborgen zijn". Dat wil zeggen : O, Mijn volk. Ik zal het nimmer meer veranderen, wat Ik beloofd en u toegezegd heb. Wat Ik u toegezegd heb, zal Mij nimmer berouwen. Ik zal niet veranderen jegens u. Ik zal geen berouw voor Mijn aangezicht hebben. Dat zal er niet zijn. Ik, de HEERE, „Ik ; zal zijn, die Ik zijn zal". Bij Mij is geen verandering noch schaduw van omkeering. Ik ben niet een mensch, dat Mij iets berouwen zou. Gij kunt eeuwig staat maken op wat Ik u, in Christus, beloofd en toegezegd en verzekerd heb : de dood Is voor u verslonden tot overwinning. Ik zal u van de hel verlossen. Hierin zal Ik niet veranderen, maar doen, wat Ik beloofd heb.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 januari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's