De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE AFDEELINGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE AFDEELINGEN

7 minuten leestijd

APELDOORN. Voor onze Afdeeltng trad Woensdagavond 5 Febr. op ds. Woelderink, uit Ouderkerk a/d IJssel, met het onderwerp: »Confessioneele en Gereformeerde richting*.
„Irene” was vrij goed bezet, toen om half acht de voorzitter van de Afdeeling, de heer A. Hofman, de vergadering opende en de aanwezigen, inzonderheid ds. W., hartelijk welkom heette en liet zingen Psalm 119 vers 53, waarna ds. W. voorging in gebed en Efeze 4 las.
Nadat nog gezongen was Psalm 19 vers 5, hield ds. W. zijn lezing.
Spreker begint met er op te wijzen, dat het opkomen van een Confessioneele richting, in algemeenen zin genomen, samenhangt met de invoering van de Synodale organisatie. Deze bedoelt in de Kerk ruimte te maken voor den geest der verlichting, terwijl de Confessioneele richting daartegen opkomt voor de handhaving der belijdenis. Herinnerd wordt aan den arbeid van Schotsman en Molenaar, Bilderdijk en Da Costa, Ie Roy, Engels en Moorrees. De Synode blijft echter volharden in het beschermen der leervrijheid', in zooverre aan ieder prediker overgelaten wordt zelf te beslissen, of zijn prediking in overeenstemming is met het wezen en de hoofdzaak van de belijdenis der Hervormde Kerk.
In 1865 wordt de Confessioneele Vereeniging opgericht. Artikel 3 der Statuten luidde — en het is van beteekenis daar goed op te letten om de verandering in mentaliteit van toen en nu te zien —: dat de belijdenis der Kerk boven alle kerkvorm en ieder reglement als voorwaarde der Kerkgemeenschap behoort te worden geëerbiedigd. Aan de gestadige groei der Confessioneele richting komt een einde met de Doleantie. Het grootste en beste deel van hen, die aan de belijdenis der Kerk zich verbonden gevoelden, verlaat de Hervormde Kerk. Toch ziet men enkele jaren na de Doleantie weer een opleving van het oude streven. Maar spoedig blijkt, dat de eensgezindheid weg is. Naast de Confessioneele Vereeniging, die haar oude naam behoudt, verschijnt de Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging der Waarheid in de Hervormde Kerk.
Het verschil in kerkelijk streven tusschen de Confessioneele Vereeniging vóór en na de Doleantie, hangt samen met den naam van Hoedemaker. In zijn strijd met Kuyper had deze het wezen van de Synodale organisatie beter leeren doorzien. Hij vraagt daarom niet meer handhaving van de belijdenis door de besturen, maar wil een nieuwe organisatie, opdat het Woord des Heeren opnieuw in de Kerk heerschappij hebbe. Van dien tijd af kenmerkt zich de Confessioneele Vereeniging door de reorganisatiegedachte. Aan die gedachte wordt vastgehouden ook door prof. Haitjema, de wetenschappelijke leidsman der Confessioneele richting in deze dagen. Vooral door middel van de Vereeniging „Kerkherstel" tracht hij deze gedachte nader tot de werkelijkheid te brengen.
Van den aanvang af heeft hier het verschil gelegen tusschen de Confessioneele en de Gereformeerde richting. Niet zoo, dat de een zei: Reorganisatie en de ander Verbreiding-en verdediging der Waarheid, want deze beide sluiten elkander niet uit, maar zoó, dat de één het een vooropstelde en de ander het ander liet voorafgaan.
Met deze verschillende geestestypeering hangt samen, dat de Confessioneele richting de Kerk eerst ziet ais instituut; de Gereformeerde richting daarentegen als vergadering der ware christgeloovigen.
De eerbied voor het instituut der Kerk gaat vaak zoover, dat zij in afgoderij omslaat. Al woont in het instituut geen geloovige gemeente meer, zoo blijft nochtans deze gemeente krachtens de goddelijkheid van het instituut, waarin zij verkeert, de gemeente van Christus. Het ongeschonden bewaren van het instituut gaat verre boven de handhaving der belijdenis. Daarom is het oordeel over Afscheiding en Doleantie zoo scherp en werkt de Confessioneele richting vaak heel broederlijk samen met richtingen, die van de handhaving der confessie niets moeten hebben, wijl deze richtingen het instituut der Hervormde Kerk wenschen te behouden. Om dezelfde reden keert zij zich scherp vaak tegen de Gereformeerde richting, die zij van separatiebedoelingen verdenkt. Natuurlijk hangt hiermede samen het formalistisch uitwerken der reorganisatiegedachte. Voor Hoedemaker beteekent reorganisatie de bekeering der Kerk tot den levenden God, de terugkeer der Kerk onder de heerschappij van het Woord, maar voor de meeste Confessloneelen is reorganisatie niet anders dan een verandering van organisatie. De reorganisatie leus heeft aan de oorspronkelijke reorganisatie gedachte 't meeste kwaad gedaan.
Om deze reden legt de Gereformeerde richting tegenover de reorganisatie, die op zichzelf noodig blijft, den nadruk op de belijdenis, haar waarde en haar handhaving en tracht zij allereerst de Kerk weder te brengen tot de erkentenis der Waarheid. De zin voor het objectieve en het vormelijke, die zich bij de Confessioneele richting vertoont in den eerbied voor het Instituut, spreekt zich ook uit in de prediking. Het beste blijkt dat uit het gevoelen van prof. Haitjema, die acht, dat de Dordtsche Synode in de bekende leerregels door te grooten nadruk te leggen Op het subjectieve element in het leven des geloofs, van het oorspronkelijke standpunt der Hervormers is afgeweken.
Niettegenstaande het gevaar van subjectivisme, dat hier dreigt, wenscht de Gereformeerde richting toch den nadruk te leggen op de groote beteekenis van dit subjectieve element in het leven des geloofs. Het gaat in dit stuk niet om den christen een plaats te geven tegenover den Christus, zooals wel eens gezegd wordt, maar het gaat hier om het werk van den Heiligen Geest, naast het werk van Christus. Hij zal het uit het Mijne nemen — zoo zeide Christus zelf — en het u verkondigen. De rijkdom der genade, die in Christus is, wordt uit Christus genomen en ons door den Heiligen Geest toegepast. Alleen zoo kunnen wij er voor bewaard blijven om. Christus los te maken van den levenden God en zullen wij een eenig en drieëenig God, Vader, Zoon en H. Geest, de eere geven, die Hem toekomt.
Wanneer de Confessioneele richting getrouw is aan haar naam, is het verschil tusschen de Confessioneele richting en de Gereformeerde richting niet van dien aard, dat samenwerking onmogelijk zou zijn, maar blijft deze geboden. In de practijk verkettert men echter elkander vaak op een ontzettende wijs.
Aan dat laatste wenscht de Gereformeerde Bond niet mee te doen. Ook al ontvangen wij van Confessioneele zijde vaak niets dan verdachtmaking, wij wenschen bij de erkenning van het onderscheid geen scheiding, maar zoeken veeleer samenwerking tot opbouw der Hervormde Kerk. Wij willen echter met het oog daarop, erkend zijn in het recht van ons bestaan. Spreker sprak de hoop uit, dat de Afdeeling Apeldoorn zich door dezen geest zal laten leiden.
Na deze leerzame en ernstige rede, die met groote aandacht werd aangehoord, werd nog gezongen Pslam 143 vers 10 en ging men zeer voldaan uiteen.
Na afloop van deze vergadering werd nog een korte ledenvergadering gehouden, waar de propaganda werd besproken en een nieuw bestuurslid werd gekozen. Na drie stemmingen werd bij loting aangewezen de heer J. van Laar, Eendenweg 13.
Ter vermijding van kostten, werd besloten openbare vergaderingen alleen aan te kondigen in De Waarheidsvriend en in de Nieuwe Apeld. Cour., en niet meer per convocatiebiljet. Ledenvergaderingen als gewoon. Onze vrienden willen hier wel nota van nemen.
H. WITKé, Secretaris.

FEIJENOORD e.o. Woensdag 5 Februari j.l. hield de afdeeling Feijenoord en omstreken een ledenvergadering, waar ds. Kijftenbelt voor ons inleidde art. 27 en 28 van de Ned. Geloofsbelijdenis.
Onze voorzitter opende deze vergadering, welke door een 30-tal leden bezocht was, met te laten zingen Psalm 84 vers 2 en Schriftlezing.
Ds. Kijftenbelt gaf daarna een keurige uiteenzetting van genoemde artikelen 27 en 28 en legde den nadruk op het ruime standpunt dat de Gereformeerde beschouwing Inneemt, de eisch om ons bij de ware Kerk te voegen, alsmede het heerlijk voorrecht dat wij geregeld kunnen en mogen opgaan naar Gods Huis, waar het Woord Gods verkondigd, wordt en de sacramenten naar de inzetting van Christus worden bediend.
Met een practisch voorbeeld gaf Z.Ew. aan hoe noodig het is, dat in de avonddiensten de Catechismus behandeld wordt om toestand te zijn tegen allerlei secten en buitenkerkelijken. De voorzitter dankte ds. Kijftenbelt voor z'n uiteenzetting en hoopte hem nog meermalen op onze vergaderingen te zien.
Bij de rondvraag werd nog medegedeeld, dat D.V. 4 Maart a.s. ds. K. v. d. Pol, Ned. Herv. predikant te Boven-Hardinxveld, voor onze afd. een tijdrede hoopt te houden, getiteld „Gods raderwerk". De voorzitter verzocht allen dien avond vrij te houden en anderen op te wekken deze openbare vergadering te be­zoeken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

UIT DE AFDEELINGEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 februari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's