De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

FINANCIËN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

FINANCIËN

8 minuten leestijd

Onrust overal, eene spanning, die moeilijk hooger kan worden gedacht, met een vreeze gepaard gaande, welke zich naar alle kanten openbaart.
Ziedaar de aanblik, welke de dagen van heden ons bieden. Met deze karaktertrekken zou kunnen worden volstaan. Immers waarheen 't hoofd zich ook wendt, overal merkt ge deining.
Bij dit alles onbewogen blijven, is van den menschelijken geest te veel gevraagd. Vreeze teekent zich af op bijna ieders aangezicht, van ieder n.l., die waarlljk meeleeft. Want helaas is het eerste lang niet altijd geldend. Hoe wonderlijk het ook schijnt, toch is het waar, dat in kritieke tijden, in momenten van hoogspanning, als de bodem als onder de voeten beweegt, de luchthartigheid en de spotlust botsen tegen ernst en waarachtige Gods vreeze.
Een voorbeeld uit vele.
Als een Daniël de letterteekenen van den mand afleest „mené, mené, tekèl, upharsin", gewoon vertaald met „gewogen, geteld en te licht bevonden", zoo staat de feestbokaal nog in het midden van een spottende bent. Terwijl de vijand de fundamenten ondergraven heeft en het teeken afwacht, waarop de afslachting ban beginnen, danst Belsasar met zijn rijskgrooten den doodendans.
Vreeze en luchte zin vindt ge telkens naast elkander.
Waardoor dit verschijnsel wordt bepaald en waaraan het is toe te schrijven, valt niet moeilijk aan te geven.
Dit is het vruchtgevolg van de geestesrichting, de richting van den geest, die aan het roer staat.
Hetzelfde kan er plaats hebben, terwijl de uitwerking bij beide radicaal verschilt. Dit geheim wordt enkel en alleen verklaard door den geest, welke in u woont. M.a.w. welke geest heeft de leiding van uw leven ?
Is dit een verschijnsel, dat moeilijk te loochenen valt, n.l. het verschillend staan
tegenover de gebeurtenissen — met ons hebben en zijn, met alles wat het leven ons biedt en in heeft, is het evenzoo gelegen.
Zelfs al spreken twee menschen haast woordelijk hetzelfde, toch bestaat de mogelijkheid niet alleen, maar de werkelijkheid leert het, dat zij elkaar op geen enkel punt dekken.
'k Zal maar weer een voorbeeld nemen uit de Heilige Schrift.
Twee broeders stonden, na jarenlange scheiding, weer naast elkander, n.l. Ezau en Jakob. Ezau zegt „ik heb veel". En inderdaad, was dit ook zoo, hij had veel. Stond hij niet te midden van een keurkorps als heer ? Wat hij het „zijne" kon noemen, was schier onoverzichtelijk. Een rijk mensch, zoo voelde hij het zelf aan. Vandaar ook zijn aanbod aan zijn broeder : „voeg u onder mijn schuts". „Ik zal u van alle kanten veilig stellen".
Nu Jakobs antwoord daar naast gelegd. Alleen deze raad moet er dadelijk aan 'worden toegevoegd : „weeg wat hij zegt, niet op een verkeerde weegschaal, want dan pleegt ge onrecht". Jakob zegt: „ik heb alles"'.
Nu zou de mogelijkheid niet zijn uitgesloten, dat ge in denzelfden trant van Ezau uw gedachtenraam zoudt spannen. Ge zoudt er dan zelfs een klank in kunnen beluisteren, welke aan overmoed, aan lust tot grootspraak zou grenzen; toch is het dit niet geweest.
„Ik heb alles", d.w.z. ik behoef er niets meer bij. Wat ik heb, beteekent de volheid. Hiermee wordt heelemaal niet gezegd of hij evenveel of misschien meer had dan zijn broeder. Neen, wat ik heb, draagt het stempel des hemels. Ik heb het niet meer. Ik heb niets meer. 't Is Godes geworden. Ik heb het aan Hem verloren. Ik heb het op Hem geworpen. Toen ik al het mijne aan de overzijde van de beek had achtergelaten en ik daar in de eenzaamheid alleen met den Heere overbleef, en ik aldaar aan Zijn Middelaarsboezem me vast voelde geklemd in Pniëls nachten, toen heb ik het geleerd „alles in Hem te hebben". Toen heeft de Barmhartige Hoogepriester het mij verzekerd : „Ik bewaar u met al het uwe, omdat Ik u, met heel uw hebben en zijn, voor Mijn rekening neem".
De sleutel van het geheim schuilt hierin : „ik ben Gods gunst deelachtig". Daarin heb ik alles. „Ik" en „het mijne" moet weg, het moet worden ingeruild tegen dit eene: „de genade Gods in Christus". Hierin schuilt de grootste rijkdom en als vruchtgevolg een leven zonder bangheid en vreeze.
Zou hier wel iets naast kunnen worden gezet ? Ik vermeen : neen. Het „mijne" moet worden het „Zijne". Dan wordt Hij ook in alles gekend en geprezen.
Bezien wij in dit licht ons overzicht van deze week.
Van de zes dagen bleef een tweetal open staan. Ik zag de post voorbijgaan. Dit mag op het moment een onaangenaam gevoel wekken, die dagen, dat dit anders is, roepen een tegenovergestelde indruk wakker.
1. De eerste dag bracht mij drie verschillende posten, n.l. Een vanuit de eigen omgeving. De Penningmeester van de Afdeeling alhier had mij al een tweetal bijdragen ter hand gesteld, n.l. tweemaal 50 gl. als contributie. Hier wachtte altijd nog een restant. Dit kwam thans binnen. Het bedroeg ƒ 26.— met inbegrip van een gift van mej. de wed. A. van 1 gld.
'k Zeg de vrienden, en ook de vriendin, zeer hartelijk dank.
2. De Zegveldsche vrienden staan in den regel niet achter, wanneer er blijken van medeleven moeten worden gegeven. Zoo ook nu staan zij zeker in de voorste rijen, wat de contributie voor 1936 betreft. De Penningmeester droeg mij af - 30.— 'k Ben er dankbaar door gestemd.
3. De laatste van de drie kwam uit het Noorden. Een onzer jonge menschen werd in zijn eerste gemeente in het ambt bevestigd en deed alzoo daar zijn intrede. De naam „Wanswerd" staat zoolang mij heugt, bekend als een der gemeenten, waar de Gereformeerde prediking geliefd is. 't Heeft mij verblijd, dat Cand. Kuypers alhier zich heeft gelegerd, 'k Hoop dat hij 'hier met zegen voor de gemeente niet alleen, maar ook voor zichzelf 'mag werkzaam zijn. Het zegt vaak niet weinig, waar voor de eerste keer het anker wordt uitgeworpen, welke leiding de jeugdige
Dienaar des Woords ook daar mag ontvangen. Dat hij het speuren mag in zijn werk, dat er niet alleen van hem wordt gevraagd, maar nog veel meer vóór hem wordt gevraagd. Dit laatste is beslissend en noodig.
Voor het Studiefonds werd, zooals verwacht mocht worden, een collecte gehouden. Deze bracht op - 31.32 'k Zeg de Friesche vrienden allerhartelijkst dank.
4. De post die nu volgt kwam van den Penningmeester van de Hulp-Vereeniging van den Geref. Zend. Bond te Katwijk aan Zee. Deze had een gift van 50 gld. ontvangen, waarvan 5 gld. was bestemd voor het Studiefonds - 5.—
Dit komt vaker voor.
Het doel, door beide Bonden nagestreefd, is in wortel één. De Waarheid prediken èn in eigen omgeving èn in de heidenwereld.
Wij zeggen den gever en den zender beide hartelijk dank.
5. Nu komt een dikke brok. Deze post maakt het goed voor meerdere, die deze keer vergeten hadden zich te melden. Dit was echt een meevaller. Naar die kant had ik heelemaal niet gekeken. Zie, daar stond opeens onze vriend E. Boest, van Kampen, voor mij, d.w.z. per brief, of nog juister, per giro-biljet.
Nu, op zoo'n briefje kan heel wat staan, tenminste hij heeft er zoo echt den slag van er heel wat op te plaatsen. Hij stapelt maar. Het eene zakje naast het andere. Eerst houdt hij 1 gld. tusschen zijn vingers en zegt, deze komt van de fam. P., bij wie ik met mijn busje kwam. Verder kwam ƒ 1.50 uit de collecte van 5 Jan. Uit het busje van onzen Penningmeester kwam ƒ 17.70. De kinderen van de Zondagsschool op G.G. droegen deze keer bij ƒ 29.50. Ook een heerlijk middel, om de jeugd er tusschen te plaatsen.
Is dit niet al een pracht-inzameling, meen niet, dat ge er nog zijt. Neen, daar komen nog twee niet onbelangrijke posten bij, n.l. ƒ 38.— aan contributie en ƒ 38.30, gecollecteerd bij een spreekbeurt, waarbij ds. Bartlema, van Zeist, voorging. Als ge nu eens wilt optellen :
Van de fam. P ƒ 1.— Uit de collectezak - 1.50 Het buisje - 17.70 Van de
Zondagsschool ..-29.50 Contributie - 38.— Spreekbeurt collecte - 38.30 Samen - 126.—
Zulk werk verdient navolging. Ik zeg onze Kamper vrienden en onzen wakkeren Penningmeester E. Roest, die in ijver ons allen beschaamt, allerhartelijkst dank. Gods zegen ruste er op.
6. Het sluitstuk komt uit Leiden. Hier leeft een oude vriendin wel heel sterk met ons mee. Zij heeft het tijdperk van de zeer sterken al jaren mogen betreden. De 90ste jaarkring werd dezer dagen ontsloten. Ais dank hiervoor aan God zond haar dochter mij een postwissel van - 2.50 Aan het verzoek geef ik gaarne gehoor, door geen naam te noemen.
'k Eindig in dezen door den Naam des Heeren te prijzen als den Eenigen. Zijn Naam zij gedankt en geprezen. In Hem hebben wij alles. Doe de Heere dit ook haar in het komende jaar met de haren nog rijkelijk ondervinden. Tezaam geteld

f 220.82

Utrecht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

FINANCIËN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 februari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's