De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGEN BUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGEN BUS

3 minuten leestijd

Vraag: Is het waar, dat de Heiland van iemand volstrekte armoede eischt, waar Hij tot den rijken jongeling zegt: ga heen, verkoop alles wat gij hebt en geef het den armen en gij zult een schat hebben in den hemel ? " (Mattheüs 10 vers 21).
Antwoord : We moeten niet te spoedig zeggen, dat de Heiland niet van iemand eischt: „doe alles, wat gij bezit, wèg en gij zult zalig worden". Want het kon wel eens zijn, dat ons bezit ons tot een vloek is, omdat we er niet recht mee staan voor God en voor de menschen; omdat het voor ons spreekt van een zonde-leven. En dan moeten we niet denken, dat we daar maar overheen mogen leven en dat alles wel in orde zal komen in zoo'n zonde-weg. Want dat zal geenszins geschieden. We zullen ons zelf, wat ons bezit betreft — 't zij veel of weinig — wel ernstig moeten onderzoeken, want de zaligheid staat op 't spel.
Echter moeten we het niet zóó verstaan, dat de Heiland van de Zijnen eischt volstrekte armoede of een soort communisme; dat de Heiland alle persoonlijk bezit veroordeelt. Want we weten uit heel het onderwijs van den Heiland, dat zulks niet waar is. 't Geldt hier bij den rijken jongeling, die zoekende is naar het hoogste goed, dat hij meer of minder bewust aan een afgod gebonden zit en wel : z''n geld. Dat deed z'n leven schade. Daar haperde 't bij hem. Dat roofde hem z'n vrede. Aan Nicodemus, aan Jozef van Arimathea enz. enz. stelt Jezus dien eisch niet. En daarom laat ons, op grond van het onderwijs van den Heiland, gelooven, dat er hier een bizondere aanleiding voor is bij dien nobelen jongeling, die tot Hem komt. Dat is de zwarte plek in z'n leven : hij zit vast aan z'n geld. 't Is zijn afgod. En daarom zegt de Heiland, die hart en nieren doorschouwt en proeft: laat los en gij zult losgelaten worden — kom over tot den dienst des Heeren en heb vrede ! Geld, eerzucht, twistgierigheid, zinnelust enz. enz. kunnen des menschen leven vasthouden tot verderfenis. Dan zegt de Heere: laat los — gewen u aan den Heere en heb vrede.
Het offer — moet een voorname plaats gaan innemen in ons leven !
En wat bij de menschen onmogelijk is, dat is mogelijk bij God.
Het offer, zelfverloochening, ootmoed, nederigheid, ja, zooveel meer, komt tot ons met de zware eischen des levens. En „gena, o God, gena" past ons. Een gansch verbroken geest, door schuldbesef getroffen en verslagen
Hebben we geen vrede in onze ziele, laat ons onszelf dan nauw onderzoeken, opdat we met onze boezemzonden, met onze gebreken, met onze afgoden niet ellendig omkomen.
We moeten met Jezus begraven worden, met Jezus mee gekruisigd sterven. En als we leeren mogen ons leven te verliezen, dan zullen we het leven vinden !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

VRAGEN BUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 februari 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's