De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

DE VEILIGHEID VAN DEN STAAT.

5 minuten leestijd

De radiorede, welke minister Colijn de vorige week Woensdag heeft gehouden terzake van het onder de wapenen doen blijven van dienstplichtigen in verband met de politieke spanningen in Europa, heeft opnieuw — wij zouden haast willen zeggen : voor de zooveelste maal — de aandacht van het Nederlandsche volk gevestigd op den onvoldoenden staat, waarin de weermacht hier te lande zich bij het intreden van oorlogsgevaar zou bevinden.
De minister herinnerde er bij die gelegenheid aan, dat ons legerstelsel zoo is ingericht, dat niet het geheele jaar door beschikt kan worden over een voldoend aantal geoefende militairen om de noodige voorzorgsmaatregelen te treffen tot verzekering eener mobilisatie, wanneer die noodig mocht blijken.
De toestand is toch van dien aard, dat, waar de dienstplichtigen hij een eersten oefeningstijd van 51/2 maand in twee ploegen, een zomer-en een winterploeg, opkomen, de Regeering gedurende minstens vijif maanden in het jaar over geen enkelen voldoend geoefenden militair bij het hoofdwapen, de infanterie, de beschikking heeft.
Had de Duitsche Rijkskanselier de mededeeling van het opzeggen van het Verdrag van Locarno, dat in het jaar 1925 gesloten werd, niet op Zaterdag 7 Maart, maar b.v. een veertien dagen later gedaan, dan was bij ons de winterploeg der lichting 1935, die op 14 Maart huiswaarts ging, met groot verlof geweest en zou ons land dus tot ongeveer begin Juli van dit jaar van geoefende infanterietroepen ontbloot zijn geweest. Immers de zomerploeg van de lichting 1936, die op 16 Maart onder de wapenen kwam, kan eerst in Juli beschouwd worden als te zijn afgericht.
Dat deze gang van zaken voor de veiligheid van den Staat een hoogst gevaarlijke situatie oplevert, kan een ieder zich gemakkelijk indenken.
Daarom eischt deze gevaarlijke situatie, welke door de Dienstplichtwet 1922 geschapen is en die sedert dat tijdstip reeds bestaat, dringend voorziening.
Zooals onze lezers zich zullen herinneren, hebben wij bij meer dan éene gelegenheid op den hoogst ongewenschten en onhoudbaren toestand, waarin de weermacht bij het uitbreken van een Europeesch conflict zou verkeeren, de aandacht gevestigd.
Teneinde nu in dezen toestand afdoende verbetering te brengen, zal of de eerste oefeningstijd in dier voege moeten worden verlengd, dat de heide ploegen enkele maanden over elkander heen springen, of het legercontingent moeten worden vergroot, waarbij het dan mogelijk wordt de dienstplichtigen niet over twee ploegen, maar over drie ploegen te verdeelen. Wij zouden bij een keuze tusschen deze beide stelsels aan de laatste oplossing van het organisatie-vraagstuk van het leger de voorkeur geven boven de eerste oplossing.
Eene verhooging van het contingent biedt toch, behalve dat in dit stelsel steeds geoefende manschappen onder de wapenen zullen zijn, nog andere voordeelen.
In de eerste plaats zal bij contingentsverhooging de sterkte van het leger op oorlogsvoet worden vergroot. Dit is noodig, omdat de ontwikkeling van de oorlogstechniek de opleiding van een steeds grooter wordend aantal specialisten in het leger heeft noodig gemaakt; daarnaast maken de steeds sneller wordende vervoermiddelen bij het legermateriaal, waarover een mogelijke vijand voor een overval zal kunnen .beschikken, den eisch steeds dringender, te allen tijde, dus ook in vredestijd, de beschikking te hebben over een veiligheidswacht. Voor deze veiligheidswacht zijn, naar gemeenlijk wordt berekend ±:5000 geoefende manschappen noodig.
Deze manschappen zullen gedurende het geheele jaar beschikhaar moeten zijn.
In de tweede plaats zal bij vergrooting van het contingent het aantal lichtingen, dat bestemd is om in een mobilisatie van de weermacht te worden betrokken, omdat de lichtingen dan zooveel sterker zullen zijn, beperkt kunnen worden. Dit zal het goede gevolg hebben, dat het gemobiliseerde leger gemiddeld jonger wordt. Het bestaande legerstelsel met zijn .geringe lichtingssterkte eischt, dat om het leger op voldoende oorlogsterkte te brengen, een groot aantal lichtingen bij het veldleger worden ingedeeld. Daardoor zullen militairen van vrij gevorderden leeftijd bij de strijdmacht in eerste linie moeten worden ingedeeld. Dit zal echter niet meer behoeven plaats te hebben, wanneer bij contingentsuitbreiding de lichtingen sterker worden. De strjjdmacht In eerste linie zal dan in het algemeen uit jonger personeel kunnen bestaan.
En in de derde plaats zal contingentsverhooging, waardoor meer dienstplichtigen voor eerste oefening opkomen, beter gelegenheid geven om de aanvoerders te scholen, zoowel in het aanvoeren van kleine als van grootere, verbanden.
Met het oog op het bovenstaande is dus uitbreiding van heit contingent dienstplichtigen te verkiezen boven het verlengen van .den eersten oefeningstijd.
De Minister van Defensie die overtuigd is, dat de defensiemiddelen aan hun doel moeten beantwoorden, zou dan ook niets liever willen dan onverwijld tot contingent-vergrooting over te gaan, doch hij is van oordeel, dat de financieele toestand des lands zich tegen dezen maatregel verzet.
Of de Minister op dit oordeel niet zal moeten terugkomen, gezien de enorme leemte in ons legerstelsel, welke door de internationale spanning is aan den dag getreden, zal zoo aanstonds blijken, wanneer de fondsen zullen worden aangevraagd om het onder de wapenen houden van de winterploeg 1935 te financieren.
Voor de voorziening in de materieele uitrusting .der weermacht werd het Weerfonds ingesteld. Doch wil dit Weerfonds productief kunnen zijn, dan zal geoefend personeel niet gemist kunnen worden.
Daarbij komt nog, dat in een bestand, dat gedurende maanden nagenoeg geen man beschikbaar is om een onverhoedschen aanval te keeren, niet mag berust worden.
Er dienen onverwijld maatregelen genomen te worden om, met de hulpe Gods, de veiligheid van den Staat te waarborgen.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's