De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

RONDOM DE LEESTAFEL

8 minuten leestijd

IN HET HEILIGDOM DES LIJDENS CHRISTI
 door prof. G. Wisse. Uitgave J. P. v.d. Tol Jzn., Nieuw-Beijerland.
Prof. Wisse schreef in , ; Die Wecker" eten reeks artikelen over het lijden van den Heere Jezus, „de centrale bladzijde der bijzondere Godsopenbaring", om daardoor „eenige richtlijnen voor onze meditatie aan te bieden" ; en zoo te mogen komen „tot meerdere verdieping van ons geheiligd inzicht in deze dingen". Als een geheel éénig lijden wil prof. Wisse het lijden van den Heere Christus zien ; omdat in Christus' lijden de vloek Gods en Zijn hoogste liefde aan 't woord is, alles om Zijn Sion in den weg des recht is te verlossen. „Ik zal de ongerechtigheid dezes lands op éénen dag wegnemen", heeft de Heere door den profeet Zacharia gesproken (3 vers 9). Dat wordt nu in Christus vervuld. Geen offers dag aan dag, jaar in jaar uit nu meer. Op Golgotha is door het geheel eenige offer op één dag ten volle verzoening tot stand gebracht in den weg der voldoening. Hier blinkt de algenoegzaamheid en de heerlijkheid van den Middelaar uit.
Van deze heilige dingen gaat prof. Wisse dan spreken, opdat de dochter Slons verheugd mag zijn over haren Koning ! Het gaat dan allereerst over de drie namen van den Verlosser : Heere  Jezus— Christus. Hij is de Heere van Zijn volk, dat door Hem niet met goud of zilver, maar door Zijn dierbaar bloed gekocht is. Zij liggen nu voor Zijn rekening. En dat is hun eenige troost voor leven en sterven beide. In den Verlosser, Wiens Naam Jezus is, is verlossing een feit, werkelijkheid. Het is geen begrip, geen filosofisch geredeneer, maar een feit, een historisch feit in en door Jezus. Die tot drie ambten is gezalfd en daarom den naam Christus draagt. Zijn lijden is ook ambtelijk. In Zijn lijden verklaart Hij ons, als Profeet, God. Als Priester brengt Hij de verzoening tot stand. Als Koning maakt Hij Zijn volk vrij. Zoo volbrengt Hij de eeuwigheidsopdracht van verlossing in Zijn lijden. Hij is de Held, bij Wien hulpe is besteld en nooit heeft iemand tevergeefs op Hem betrouwd. Als Borg hebben wij Hem dan te zien en te kennen In Zijn lijden. Het is alles borgtochtelijk; Hij doet het in de plaats van en ten voordeele van anderen. Daarom gaat Hij ook in de zonden Zijns volks in, in Gods gerechtigheid, en toorn krimpt Zijn ziele saam, maar Zijn uitgang is triomfantelijk, Sion tot bevrijding. Het is : Neem Mij — maar laat dézen heen gaan ! Zoo gaat Sion in door de poorte der gerechtigheid. Voor het aangezicht des Vaders heeft Hij als Borg geleden. Hij doet het werk Zijns Vaders. Hij heeft den Vader lief. Hij volbrengt den wil des Vaders. Hij zal straks zeggen : „Vader, hier zijn ze, allen, die Gij Mij gegeven hebt." Daarin zal de Vader dan verheerlijkt worden. En alles gaat naar de Schriften, 't Is naar den Goddelijken Raad. Menschen doen het. Maar ten slotte is het alles om Gods raad en welbehagen te volbrengen. Het stond dan ook alles te voren in de Schriften des Ouden Verbonds opgeteekend : zóó moest het geschieden. Wat de Emmaüsgangers te weinig hadden bedacht en betracht. O, wat waren ze traag van hart, traag in het gelooven geweest en wat hadden ze weinig bij de Schriften geleefd ! Het is alles opdat de Schrift vervuld zou worden. Maar dan moest Christus vallen in de handen van menschen ; Hij, de Zoon des menschen, die in zoo nauwe relatie tot de menschen stond en gekomen was, om, als de mensch Christus Jezus, de Middelaar Gods en des menschen te zijn. Hij is gevallen in de handen der menschen ! Maar God zorgt, dat ook dat lijden, door menschen Hem aangedaan, rijk symbolisch en zeer vertroostend is. God is in alles aan het woord. Want het valt niet, zooals het valt, maar „dezen, door den bepaalden raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, opdat gij genomen, en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood" zegt Petrus tot de schare des volks na den Paaschdag. Rijke symboliek zit dan in het lijden. Ons Avondmaalsformulier wijst daarop, als het zegt:
„Waar Hij gebonden werd, opdat Hij ons zou ontbinden, daarna onbliijke smaadheden geleden heeft, opdat wij nimmer te schande zouden worden ; onschuldig ter dood veroordeeld is, opdat wij voor het gerichte Gods zouden vrijgesproken worden ; ja, Zijn gezegend lichaam aan het kruis heeft laten nagelen, opdat Hij het handschrift onzer zonden daaraan zoude hechten ; en heeft alzoo de vervloeking van ons op Zich geladen." In al dien vorm van het lijden lag dus een speciale Godsgedachte uitgedrukt; 't was alles symbolisch en elke trek had een bijzondere beteekenis. Zijn gebondenheid was om uit te beelden ónze gebondenheid. Maar Zijn gebondenheid dan ook om de Zijnen vrij te doen uitgaan ! En dat lijden van Christus, zoo rijk in vertroosting, strekt zich dan uit over lichaam èn ziel. Met lichaam en ziel hebben wij gezondigd. De Borg zal dan ook in en met belde het offer hebben te brengen. En met lichaam en ziel zal dan de zondaar in en door Hem warden verlost. Zóó diep gaat het, dat het door de donkere diepte der Godverlatenheid gaat. En zóóver komt het, dat Hij ingaat in den dood. Maar daarin ligt dan ook de rijke en eeuwige zaligheid voor Sion. Door alles heengegaan zijnde, heeft Hij de Zijnen ook van alles verlost, om hen te maken tot kinderen Gods en tot erfgenamen der eeuwigen levens.
Al lezende, hebben we hier en daar wat afgescheven in deze recensie. En men ziet, dat we hier een boekje hebben, dat juist in deze weken ons allen bijzonder welkom moet zijn. Op zeer onderhoudende wijze en in schoone vorm wordt hier gehandeld over hetgeen wel het hart van onze belijdenis is. En wij hopen, dat het boekje, dat keurig uitgegeven is en in een mooi zwart .bandje gestoken, bij velen een goeden en rijk gezegenden ingang mag hebben.

DONKERHEID EN DAGERAAD,
door ds. N. Buffinga. Uitgave : U.M. „Holland", Amsterdam.
Dat is iets extra's. Heel bijzonder door de uitgave zelve, waarvan de Uitgevers-Mij „Holland" te Amsterdam het geheim verstaat, en heel bijzonder door den inhoud, van de hand van den Rotterdamschen Geref. predlkant N. Buffinga, die om zijn kanselgaven bekend is en de kunst verstaat om op principieele wijze over de heilige dingen te schrijven.
Een dagboek is het. Voor 365 dagen berekend. Maar hoe ? Prof. dr. C. van Gelderen leidt dit lijvige, royaal uitgegeven boek in en zegt dan : „Mijn vriend en oud-leerling ds. N. Buffinga is op de origineele gedachte gekomen, uit het boek Joh de stof te putten voor zooveel overdenkingen als er dagen in het jaar zijn. Een Bijbelsch Dagboek over Job".
Dat is zeker iets bijzonders. Ook al mee hierom, dat het juist gaat over het boek Job, dat waarlijk niet tot de „makkelijkste" boeken van den Bijbel behoort. En dan 365 overdenkingen enkel en alleen over het Boek Job !
Prof. Van Gelderen, die de overdenkingen voor de maand Januari gelezen had, schrijft: „Door deze lezing is bij mij een gunstige verwachting gewekt aangaande het welslagen van het geheel. De schrijver heeft van den Heere God de gave ontvangen om stuk voor stuk van dit wonderschoone, maar toch op vele plaatsen duistere Bijbelboek te vertolken voor hoofd en hart van den eenvoudigen lezer, en niet het minst van den lijdenden lezer. Hier spreekt een man, die door Gods genade de realiteit van het leven ziet in het licht van des Heeren Woord. Telkens weet hij den weg te vinden naar het kruis van Christus".
Wij zijn 't met prof. Van Gelderen geheel eens. Men moet wel een zeer bijzondere genadegave hebben ontvangen om zoo'n werk tot een goed einde te brengen en niet alleen de overdenkingen van Januari zijn goed., maar overal waar wij het Dagboek opsloegen, vonden wij een zeer bijzondere manier van Schriftuitlegging, waardoor de vele schatten van Gods getuigenis, ook van het Boek Job, in 't schoonste licht worden gesteld. „Moge menig lezer hierdoor bij den eenigen Middelaar Gods en der menschen kracht vinden tot het strijden van den goeden strijd des geloofs".
Wat is het Boek Job wondermooi! Door diepe wegen gaat 't naar heerlijke hoogten. En als Job sterft, is het niet: „Ik word gesleurd en afgescheurd uit mijn geliefde landen, zooals een hond het wild verwondt en meedraagt in zijn tanden". De zwanenzang van den verloste luidt anders :
„Maar 't vrome volk, in U verheugd, zal huppelen van zielevreugd, daar zij hun wensch verkrijgen". Zoo wordt die erfgenaam bezitter. Aan de hoogste verwachting werd ook bij Job voldaan. Hij kwam thuis. „Daar zullen wij rusten en aanschouwen, aanschouwen en liefhebben, liefhebben en verheerlijken. Zie, dat zal er zijn in het einde zonder einde : . want wat hebben wij voor een ander einde, dan te komen tot dat Koninkrijk, waaraan geen einde zal zijn !" (Augustinus).
Hier hebben we een bijzonder mooi Dagboek !

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

RONDOM DE LEESTAFEL

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 maart 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's