VOOR DE LIJDENSWEKEN
Zwijgen en spreken.
Marcus 14 vers 61, 62.
Van Gethsémané, waar de Heiland gezegd had: „Indien gij dan Mij zoekt, zoo laat deze, mijne discipelen, heengaan", gaat het naar Annas en Kajafas, totdat straks het eind zal zijn toereikt: Sions Borg en Middelaar stervend aan het vloekhout op Golgotha !
Het verhoor bij Annas is voorloopig. Men verwacht van hem hulp om verder te kunnen gaan in de veroordeeling van Jezus. Intusschen is in het nachtelijk uur, in alle haast de Raad, het Sanhedrin, samengekomen ; en gebonden wordt Hij nu voor Zijn rechters geleid. Welk een schouwspel! De Bevrijder Sions in banden ; de Rechter der aarde een aangeklaagde ; de Heilige Israels als een overtreder in de rechtzaal, de Zoon van God straks als een godslasteraar veroordeeld ! En zwijgend draagt Hij het, gansch gewillig om te doen het werk Zijns Vaders.
De Hoogepriester kan Hem niet aan 't spreken krijgen. Hij zwijgt stil. En in dat stilzwijgen ligt een vonnissen van Zijn rechters, die onrecht bedrijven. Het is d!e majesteit van den Heilige. Hoe groot, hoe heerlijk, hoe dierbaar is hier het Lam Gods, dat in toet gericht zwijgt. Het is om des Vaders welbehagen te doen. Het is om Sion in het gericht te helpen en te bevrijden !
Maar de Hoogepriester rust niet voor de gehate Gevangene onder het zwaarste oordeel zal bezwijken. En daarom komt hij met de zwaarste beschuldiging : dat Hij de Zoon van God zich noemt!
Wie dat doet, maakt zich aan de gruwelijkste godslastering schuldig en moet gedood worden, moet uitgeroeid worden uit het midden des volks.
Dáárheen wil de Hoogepriester het sturen en zich in zijn volle waardigheid
verheffend van zijn zetel, zegt hij deze gewichtige en geweldige woorden : „ik bezweer u bij den levenden God, dat gij ons zegt : of gij zijt de Christus, de Zoon des gezegenden Gods"? (Markus 14 vers 62).
Het lijkt wel of Kajafas verteerd wordt door den heiligsten ijver voor de eere van Jehovah. Maar het is de opgekropte haat tegen Jezus, die hem zoo doet spreken. Daarom die eedzwering. Nu moet Hij spreken! En dan, dan zal het komen, waaraan Hij hem houden zal tot Zijn eigen schade. Dan zal Hij moeten sterven !
Jezus is de getrouwe Getuige. Hij, die gezwegen had om de schuld Zijns volks te dragen, treedt nu naar voren om voor de eere Zijns Vaders en Zijn eigen eer te waken en dwars door het boos en satanisch werk van den Hoogepriester klinkt het: „Ja, Ik ben Gods Zoon !" (Mare. 14 vers 62). Dat is Zijn ondubbelzinnig, klaar en afdoend antwoord aan den Hoogepriester, aan gansch den Joodschen raad en aan heel 't volk: „Ik ben het!" Satan kan het nu hooren, die Hem reeds in de woestijn had verzocht, bij den aanvang van Zijn werk onder Israël. De wereld kan het nu hooren en wij kunnen het nu hooren : Jezus is de Christus, de Heiland, de Zoon van God!
In Zijn volle heerlijkheid richt Hij Zich op, al is Hij de gebondene. „Ik ben de Christus, Wien gij verwacht", spreekt Hij. Ten volle is Hij Zich er van bewust, ook al bedreigt de dood. En Zijn rechters en aanklagers sterk in de oogen ziende, verheft Hij Zijn stem en zegt: „Doch Ik zeg ulieden, van nu aan zult gij zien den Zoon des menschen, zittende ter rechterhand van den Almachtige, en komende met de wolken des hemels" (Marcus 14 vers 62).
In één adem volgt 'het op elkaar. In één vers is alles saamgevat (vers 62). Méér dan de Hoogepriester gevraagd had. En zij zouden het straks zien. En in den grooten dag der dagen zou het openbaar worden aan alle levenden en aan alle dooden !
Wat is Zijn heerlijkheid geweldig!
Maar inplaats dat men gelooft en voor Hem neervalt en Hem aanbidt, zeggende: „Mijn Heere en mijn God !" — verhardt de Hoogepriester zich ten einde toe, met gehuichelde verontwaardiging scheurende zijn kleed en zeggende : „Hij heeft God gelasterd, wat hebben wij nog getuigenissen van noode ? Ziet, nu hebt gij zijne godslastering gehoord !"
De ware Hoogepriester, dragende de schuld Zijns volks, wordt door Israels Hoogepriester als een godslasteraar afgewezen; en zijn mederaadsleden, Israels overprlesters en schriftgeleerden en ouderlingen, vallen hem bij en saam roepen, schreeuwen zij: „Hij is des doods schuldig !" Zoo is onze Heiland, de getrouwe Hoogepriester geworden, die voor eeuwig als Priester-Koning zitten zal aan Gods rechterhand, opdat Hij tusschen trede voor allen, over wie in het gericht Gods — en dan rechtvaardig — het „des doods schuldig" moest worden uitgesproken.
Hij, Die „heilig, onnoozel, onbevlekt, afgescheiden van de zondaren, en hooger dan de hemelen geworden is", staat daar in het gericht, om door God tot zonde gemaakt te worden, opdat Hij, Die nu zwijgend, alles draagt, straks voor den Vader zal pleiten voor Zijn zondig en schuldig volk, zeggende : „Vader, eisch van Mij alles wat zij schuldig zijn, Ik zal U alles betalen ; laat dezen vrij uitgaan !"
Wij moeten in het gericht zwijgen. Gods wet en ons geweten spreken het vonnis uit: „des doods schuldig". Maar omdat de Heiland gezwegen heeft in het oordeel, zal het geen zwijgen blijven voor allen, die in Hem gelooven. Met Zijn eigen bloed ingegaan in het binnenste heiligdom Gods, zal Hij spreken voor al de Zijnen, zeggende : „Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods ? "
Hij zal zeggen : „Geen verdoemenis voor degenen, die in Mij gelooven".
En zij zullen ook zelf dan niet meer zwijgen, maar tot eere Gods en tot hun eigen vreugd getuigen : „het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, den Middelaar Gods en der menschen, reinigt van alle zonden. Halleluja !"
En ze zullen zitten op tronen.
Eere zij het Lam, dat ons Gode gekocht heeft door Zijn bloed !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 maart 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's