LOOFT EN AANBIDT!
Wij dwaalden om, als schapen zonder herder. Verkozen eigen weg, en doolden verder. Ons achterna Volgde een stroom van ongerechtigheên. Doch uit zichzelf riep niemand, zelfs niet één. Om Gods gena.
Maar God, zoo rijk in goedertierenheden. Bracht ons tot staan en wendde onze schreden. Toen zagen wij Dien stroom van onbeleden zonden. Die ons van alles kwam ontgronden. 't Was stormgetij.
Daar leerden wij onszelven schuldig keuren, Waarna dat groot, aanbiddingsvol gebeuren Ten deel ons viel, Dat God dien stroom op Christus aan deed loopen Voor ons lag Gods genadebedding open. Looft Hem, mijn ziel.
Looft den Verdrukte, al gij dood, ontrukten, Hem, die zóó diep voor ons zich nederbukte. Looft en aanbidt!
Den Haag, Maart 1936.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's