De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

6 minuten leestijd

Natuurlijk werd de „fijne afdeeling" het meest bewonderd, omdat daarin zich de fraaiste artikelen bevonden. Wanneer dan eenige buurvrouwen met haar dochters of dienstbaren rondom de kar stonden, kon het gebeuren dat het eene voorwerp na het andere door de handen ging, om van alle kanten te worden bewonderd en dan gewoonlijk spoedig naar een schoorsteenmantel of penantkastje te verhuizen, waar het voor versiering dienst moest doen, of ook wel om als verjaringsgeschenk iemand blij te maken.
„'k Doe het vandaag voor een beetje, menschen", was meestal het aanloopje van Murk bij iedere deur. Wijl hij al jaren bij den weg liep, kende hij zijn klanten en wist wat zij noodig hadden. .Stonden ergens een paar jonge menschein op 't punt van in het huwelijk te treden, dan was Murk de man, die voor allerlei breekbare waar te zorgen had, en bij niemand kon men voordeeliger terecht dan bij hem. Was er een zilveren bruiloft in 't licht, dan kon zoo'n mooi theeblad met zilveren letters, of een schilderij met toepasselijke spreuk of tekst, bijzonder goed dienst doen, of, indien dit te duur was, een kopje en schoteltje met zilveren rand. Was er een verjaardag op komst, — en Murk wist van zeer velen den geboortedatum — dan had hij vast wel de eene of andere aardigheid in zijn rijken voorraad, of zorgde anders wel deze tijdig aanwezig te doen zijn. Was er ergens een kleine geboren, of ook wanneer de dood de vensteren binnenklom, was Murk de man, die bij al deze omstandigheden paste, om te leveren wat de feestvreugde verhoogen of aan den rouw meerdere stemming geven kon.
En die bij dat alles óók nog wel iets anders deed ; die zijn koopmansschap wel eens vergat, om een goed woord te spreken ter rechter tijd. Vooral bij de buitenmenschen was hij de vraagbaak voor velen. Jonge menschen vertrouwden 't hem toe hun hartsgeheimen in verzegelde brievenzakjes voor hen te posten, omdat zij zeker waren, dat hij van dit vertrouwen geen misbruik zou maken, en ouderen gebruikten hem menigmaal om zijn raad in te winnen, wanneer de groote kinderen het huis wilden of moesten verlaten, om in de wereld hun geluk te zoeken.
Had Hiske van den poldermolen In den middellijken weg het niet aan Murk te danken, dat zij door Rommert Boukes niet in het ongeluk was geraakt ? „Wees toch wijzer, meid, en verslinger je niet aan zoo'n leeglooper", had hij gezegd. „Als hij bij je komt, is hij een heele „Piet", die wel van groote dingen spreken zal, maar thuis is hij liever lui dan moe, en ik geef je de verzekering, dat je later den kost voor hem verdienen kunt".
Eerst is Hiske daar kwaad om geweest, omdat Rommert een heer was en zoo praten kon, en haar gouden bergen in de toekomst beloofde. Hierdoor had Murk in een paar weken bij haar ouders geen boodschap kunnen krijgen, maar spoedig daarop werd zij gewaar, dat hij geen woord te veel had gezegd. Als een verstandig meisje heeft zij Rommert toen de bons gegeven, met gevolg, dat hij uit weerwraak een ander nam, die geen bezwaar had om in allerijl met hem te trouwen, doch om al kort daarna te ondervinden, dat het waar was, wat Munk tegen Hiske had gezegd.
En had Jaring van de Bontekoe het niet eveneens aan hem te danken, dat hij in Rooske de Boer zoo'n degelijke huisvrouw gekregen had, die tevens voor zijn moeder zorgde alsof het haar eigen was ?
„'t Kan hier zóó niet langer, jongen, 't Loopt mis op de Bontekoe, als hier geen jong vrouwvolk komt. Moeder wordt oud en gebrekkig, 't Werk valt haar te zwaar en het bedrijf eischt je volle toewijding, zoodat je de huishouding aan een ander moet overlaten", had Murk gewaarschuwd.
Toen was Jaring daarover aan het mijmeren gegaan, om tenslotte hem te vragen of hij dan iemand wist, die deze dubbele taak op de Bontekoe voor haar rekening zou durven nemen. Murk's antwoord hierop had geluid, dat Rooske voor hem geknipt was. Een ferme meid, met verstand, en van zessen Maar, daarbij niet zoo jong meer, zoodat zij niet naar alle kanten uitkeek als zoovele van die jonge meisjes, die het leven als een grap beschouwden. Maar die boven dit alles óók nog iets anders had, dat niet van deze wereld was. Jaring zou wel begrijpen, wat hij bedoelde. Daarop had deze het er op gewaagd Rooske te vragen.
evenals Jouke van den schoenmaker het later bij Hiske gewaagd had. En geen van allen heeft daar later ooit berouw van gehad.
Was 't wonder, dat Murk zoo overal zijn vrienden kreeg, waar hij als een goede bekende ontvangen werd ?
Wat bij hem echter het meest de aandacht trok en waardoor hij vooral in wijden omtrek bekend stond, dat was zijn vroomheid. Murk was vróóm, en dat niet alleen, maar, zooals de menschen zeiden, zoo vréémd vroom. Heel anders dan de groote menigte, die ook wel godsdienstig was en 's Zondags naar de kerk ging en psalmen zong en luisterde naar de prediking van het Woord, maar voor de rest deed denken aan dat zaad uit de gelijkenis, dat toij den weg gezaaid en vertreden werd, of tusschen de doornen, of op steenachtige plaatsen viel. Een godsdienstigheid dus zonder dat daar ooit eenige vrucht bij gevonden werd, die bijvende waarde had.
Bij Murk was het zoo geheel anders. Hij sprak niet veel over den godsdienst en redeneerde nog veel minder, 's Zondags ging hij trouw naar de kerk en had daar zijn vaste plaats. Heelemaal achteraan, in een hoek onder het orgel, in een bankje, waar maar ruimte was voor één. Daar zat hij dan onbeweeglijk stil en luisterde naar 't geen verkondigd werd, soms met gesloten oogen, zoodat een vreemde kon denken, dat hij zat te slapen. Maar dat was niet zoo. Hij deed zulks, opdat geen woord hem ontgaan zou en hoe meer de preek hem boeide, hoe stiller hij zat. In de week hoorde men hem evenwel nooit over de preek en nog veel minder over den dominé praten. Zelfs niet eens bij die klanten, van wie hij weten kon, dat zij van onverdachten huize waren en met beide beenen op de belijdenis stonden, zooals gezegd werd.
Want Murk had nu eenmaal zijn eigen beschouwing over de dominees en ook over het Woord, dat zij verkondigden, 't Ging hem vóór en boven alles om dat laatste. Dat Woord was eenmaal door zijn ziel gegaan, al vele jaren geleden, toen hij nog in de jongelingsjaren stond en als een Saulus de verzenen tegen de prikkels sloeg. In opstand tegen God en tegen de wegen Gods en tegen de leidingen Gods bijzonder met hem, en vooral tegen het Kruis en de prediking van het Kruis, welke hem een ergernis was.
[Wordt voortgezet.]

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's