VRAGEN BUS
Vraag : Hoe heibben wij te staan tegenover de oordeelen Gods, die nu op aarde zijn en de straffen, die van Zijn hand ons toekomen in deze tijden ?
Antwoord : Wij zouden hier een heele preek kunnen houden en een heele redevoering kunnen neerschrijven. Maar dat doen we niet. We willen liever wijzen op het gebed van onze Gereform. Vaderen, het gebed dat vroeger in Gods huis na de predikatie door den Dienaar des Woords in het midden van de gemeente voor Gods aangezicht werd neergelegd, vóór de gemeente huiswaarts keerde, om het leven weer in te gaan !
Een stukje van dat mooie, teere gebed na de predikatie (te vinden in onze Kerkboekjes) schrijven we hier af.
»Wij hebben gruwelijk gezondigd, o Heere, en U grootelijks vertoornd, zoodat wij, zoo Gij met ons wildet handelen, naardat wij verdiend hebben, niet anders zouden hebben te wachten dan den eeuwigen dood en de verdoemenis.
Ja, wij werken ook, o Heere, aan de kastijdingen die Gij ons dagelijks beschikt, dat Gij u terecht over ons vertoornt. Want aangezien dat Gij rechtvaardig zijt, zoo straft Gij niemand zonder oorzaak ; en wij zien ook nog Uwe hand opgeheven, om ons nog méér te straffen. Maar al ware het, dat Gij ons nog veel harder straftet, dan Gij tot nog toe gedaan hebt, ja, al vielen al de plagen over ons, waarmede Gij de zonden van Uw volk Israël bezocht hebt, zoo zouden wij nochtans moeten erkennen, dat Gij ons geen onrecht doen zoudt.
Maar, o Heere, Gij zijt onze God en wij zijn maar aarde en stof; Gij zijt onze Schepper, en wij zijn 'het werk Uwer handen ; Gij zijt onze Herder, en wij zijn Uwe schapen ; Gij zijt onze Verlosser, en wij zijn degenen, die Gij verlost hebt; Gij zijt onze Vader en wij zijn Uwe kinderen en erfgenamen.
Daarom, straf ons toch niet in Uwen toorn, maar kastijd ons genadiglijk. En onderhoud veel meer het werk, dat Gij in ons door Uwe barmhartigheid begonnen hebt, opdat de gansche wereld wete en toekenne, dat Gij onze God en Zaligmaker zijt.
Uw volk Israël heeft U zoo menigmaal vertoornd, en Gij hebt hen terecht gestraft; maar, zoo dikwijls zij zich weder tot U bekeerden, hebt Gij hen altijd in genade aangenomen. En hoe zwaar ook hunne zonden en misdaden waren, zoo hebt Gij nochtans die plagen afgewend vanwege het Verbond, 't welk Gij gemaakt hebt met uwe dienaren Abraham, Izak en Jacob, en hebt alzóó het gebed Uws volks nooit van U verstooten.
Nu hebben wij, door Uwe genade, datzelfde Verbond, hetwelk Gij in de hand van Jezus Christus, onzen Middelaar, tusschen U en alle geloovigen hebt opgericht. Ja, het is nu zooveel heerlijker en krachtiger, nadat Christus, met Zijn heilig lijden en sterven en Zijnen ingang in Zijne heerlijkheid het bevestigd en vervuld heeft!
Daarom, o Heere ! verzakende ons zelven en alle menschelijke hulp, nemen wij onze toevlucht alleen tot het zalige Genadeverbond, door hetwelk onze Heere Jezus' Christus (tot eene volkomene offerande Zijns lichaams éénmaal aan het
kruis voor ons overgevende) ons met U in eeuwigheid verzoend heeft.
Daarom, o Heere, zie aan het aanschijn Uws Gezalfden, en niet onze zonden, opdat Uw toorn door Zijn voorbidden gestild worde, en dat Uw aanschijn over ons lichte tot onze vreugd en zaligheid*.
Wordt er zóó nog wel gebeden, zooals onze Gereform. Vaderen baden in de bange, benauwde tijden, waarin zij leefden ?
Zoo niet, laat ons dan mogen wederkeeren tot de oude, beproefde paden, die naar Gods Woord zijn en ons door onze Gereform. Vaderen geleerd.
De Heere heeft er voor gezorgd, dat wij dit wonder mooie gebed nog mogen bezitten. Laat ons het dan ook in geloove en in liefde gebruiken !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's