De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

VREEMDE ARBEIDSKRACHTEN

6 minuten leestijd

Onlangs vestigden wij bij de bespreking van de meer dan buitengewoon groote werkloosheid, die in den laatsten tijd ons volk teistert, er de aandacht op, dat naast de streng doorgevoerde mechanisatie en rationalisatie der onderscheidene bedrijven, waardoor tal van werknemers buiten arbeid komen en dus overcompleet geraken, zich nog andere oorzaken voordoen, die op de werkloosheid ongunstig inwerken.
Als een dezer oorzaken noemden wij toen den groei dier bevolking, die van dien aard is, dat het aantal inwoners jaarlijks met 100.000 toeneemt, welk accrès der bevolking tot gevolg heeft, dat elk jaar het leger der werknemers met ettelijke tienduizenden wordt vergroot.
|Een tweede factor, die op de werkloosheid van ongunstigen invloed is, en waarop wij ditmaal willen wijzen, is het uitoefenen van beroepen en bedrijven door vreemdelingen.
Volgens de uitkomsten der beroepstelling, die in het jaar 1930 plaats had, alzoo de laatste officieele cijfers, waren er op 31 December 1930 in ons land circa 89.000 vreemdelingen als werknemers aanwezig. Dit aantal bedroeg op het einde van het vorig jaar naar de berekening, die mr. Th. van Lier in het Tijdschrift van den Nederlandschen Werkloosheidsraad van December 1935 gaf, niet minder dan 100.000, waaruit men dus tot een zekere toeneming zou moeten concludeeren.
Onder deze lOO.OOO buiteniandsche werknemers op onze arbeidsmarkt nemen, gelijk bekend is, de buitenlandsche dienstboden de belangrijkste plaats in. Men schat, dat er op het oogenblik in ons land tusschen de 35.000 en 40.000 van deze dienstboden werkzaam zijn, waaronder 30.000 van Duitsche nationaliteit.
Blijkens de mededeelingen van de organen der Openbare Arbeidsbemiddeling, waren op 25 Jan. 1936 bij deze organen ingeschreven 21.104 werklooze vrouwen, die onder het totaal der werkloozen in ons land, bijna 500.000, begrepen zijn. Zouden nu eens plotseling alle buitenlandsche dienstboden vertrekken en alle werklooze vrouwen — de 21.104 dus — in staat en bereid zijn de ledige plaatsen in te nemen, dan zou er bij het gemiddelde aantal buitenlandsche werkkrachten van 35.000 a 40.000, d.i. 37.500, nog ruim 16.000 vrouwelijke dienstboden te kort zijn.
Naast het aantal der buitenlandsche dienstboden staan verder andere groepen van vreemde werkkrachten.
Vooreerst 't hotelpersoneel, de groep, die ruim 10.000 vreemdelingen omvat, waarvan 4500 mannen. Voorts de kleedingindustrie, waarin betrekkelijk veel buitenlanders werken. Dan de textiel-, de sigaren-en de sigarettenbedrijven met 760O vreemde arbeidskrachten. En eindelijk, om alleen maar de grootste bedrijfsgroepen te noemen, de vreemdelingen, die in de mijnen, op de Rijnvaart, in warenhuizen, in winkels en bazars werkzaam zijn, en die met elkander een respectabel aantal werkkrachten vormen, die hier te lande in betrekking zijn.
Onder deze vreemdelingenstroom zijn intusschen nog niet begrepen de Duitsche uitgewekenen, die zich, nadat de Regeering in Duitschland in Nationaal Socialistische handen kwam, zich bij ons zijn komen vestigen, teneinde in ons land werk te zoeken. Van deze immigranten, wier aantal op ongeveer 15.000 is te stellen, is: het grootste deel geleidelijk wel weer over een van de grenzen verdwenen, maar toch zouden volgens schatting nog een 5400 hier te lande zijn achtergebleven.
Wanneer men nu met dit alles rekening houdt, zal het duidelijk zijn, dat de aanwezigheid van de vele buitenlandsche werkkrachten op den groei van de werkloosheid grooten invloed, heeft en op de werkloosheid zeer ongunstig inwerkt.
Dat de Regeering tegenover het vraagstuk der buitenlandsche werknemers niet onverschillig staat en voornemens is stappen te doen om de arbeidsmarkt ten onzent, voor zooveel als dit mogelijk is, voor eigen werknemers te bestemmen, blijkt uit het feit, dat zij niet alleen met de Duitsche autoriteiten een regeling trof ten aanzien dar arbeidskrachten over en weer, maar ook op grond van de Wet van 16 Mei 1934 maatregelen overweegt om het verrichten van arbeid door vreemdelingen nader te bepalen. Natuurlijk heeft de Regeering bij de regeling, die zij voornemens is te treffen, in aanmerking te nemen dat ook een aantal Nederlanders in het buitenland werken. Wil men deze landgenooten het in hun arbeid niet moeilijk maken, dan zal met groote voorzichtigheid moeten worden gehandeld.
Over wat de Regeering van plan is te doen ter wering van buitenlandsche arbeidskrachten, deelen wij D.V. de volgende week het een en ander in een afzonderlijk artikel mede.

DE STUURLUI AAN DEN WAL
In een correspondentie uit Londen wordt aan de bladen medegedeeld, dat de Evening Standard in zijn editie van 25 Maart een artikel publiceert over den Nederlandschen eersten Minister dr. Colijn, van de hand van Bruce Lockhart. Het artikel beslaat twee kolommen en is verlucht met een portret van genoemden staatsman.
De schrijver betoogt in dit artikel — aldus de Nieuwe Rotterdamsche Courant — »dat het in de tegenwoordige roerige tijden een geluk mag genoemd worden voor Noord West-Europa, dat daar tenminste één land in vrede leeft en dit waarschijnlijk zal blijven doen onder de krachtige leiding van zijn eersten Minister. Lockhart schrijft het voornamelijk op rekening van dr. Colijn, dat Nederland vrede en rust geniet. Minister Colijn regeert met dezelfde methodes, waarmede ieder Engelsche staatsman zou kunnen regeeren en gevoelt geen sympathie voor het fascisme. De schrijver gelooft, dat Engeland en Nederland in het Oosten moeten samenwerken en dat Nederland zijn eerlijke deel moet bijdragen tot die samenwerking. De samenwerking met een zoo toekwamen Minister als dr. Colijn, is meer dipiomatieke zorg waard, dan zij tot nu toe nog heeft ontvangen*.
Deze Britsche lof voor onzen Minister-President staat niet op zichzelf. Het zou niet veel moeite kosten om ook uit andere buitenlandsche bladen publicaties over dr. Colijn op te nemen, waaruit blijkt, hoe hoog men over onze grenzen dezen staatsman waardeert.
Waarom wij van het schrijven uit de Evening Standard melding maken — wij doen zooiets slechts bij hooge uitzondering — is, om de arbeid van dr. Colijn te stellen tegenover de critiek van de stuurlui aan den wal ten onzent.
Van alles wat onze Regeeiring doet, deugt niets. Minister Colijn had het mis toen hij de aanpassingspolitiek introduceerde. Het plan van den arbeid was zooveel beter. Dr. Colijn toont in zijn monetaire politiek van den economischen toestand, waarin ons land verkeert en waarin op eenvoudige wijze verbetering zou zijn te brengen, niets te begrijpen. De weg van devaluatie moet worden bewandeld en de zaak is klaar. De Minister-President ziet de gang van zaken met de Rijksfinanciën verkeerd in. Hij onthoudt de bevolking de waarheid. Deze waarheid is, dat Nederland zijn ondergang tegemoet gaat. Alles wat op het stuk der financiën gedaan wordt, Is niets dan lapwerk. Gaat het zoo voort, dan gaat het land naar den kelder.
Wij zouden zoo kunnen vervolgen, met op elk terrein van Staat en Maatschappij aan te geven, waarin naar de meening van de stuurlui aan den wal het Kabinet-Colijn tekort schiet.
Een ieder, die dagelijks de bladen leest, kent de critiek van deze lieden.
Of deze lieden met hun geschrijf, dat meest getuigt van onkunde, het landsbelang dienen, betwijfelen wij zeer.
Ons volk heeft God te danken, dat in den benarden tijd, waarin wij leven, een stuurman aan het roer van het schip van Staat zich bevindt, die het schip met 's Heeren hulp door de branding heen in veilige haven wil brengen.
Wat het buitenland in dr. Colijn ziet, moest de stuurlui aan den wal in Nederland tot voorzichtigheid manen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's