MEDITATIE
De Familie van den Heere Jezus
En David, de Koning, gewon Salomo, bij degene, die Uria's vrouw was geweest....... Mattheüs I.
De geslachtsregisters behooren tot die Schriftgedeelten, die zelfs door den meest trouwen bijbellezer overgeslagen worden. „Waarom toch die opsomming van al die dorre namen ? ", heeft misschien menig lezer van Mattheüs I zich afgevraagd.
En toch staat het voor schrijver dezes vast, dat ook dit geslachtsregister ons o zooveel te zeggen heeft. Op geheel eenige wijze is het een rijke Evangelieprediking.
Is het u nooit eens opgevallen, dat wel staat geschreven, dat Salmon Booz gewon bij Rachab, maar dat de naam van Sara niet wordt genoemd, als we in het tweede vers lezen : Abraham gewon Izaak. De namen van Sara, Rebecca, Rachel en Lea, worden verzwegen. Rachab, de hoer van Jericho, en Ruth, de Moabietische, worden met opzet genoemd. Dat.er van opzet sprake is, blijkt toch wel duidelijk uit den tekst boven deze overdenking.
De naam van Bathseba wordt niet verzwegen. Neen, veel erger ! Haar naam wordt door den Heiligen Geest, den auteur van de Schrift, op zulk een wijze naar voren gebracht, dat iedereen onmiddellijk wel moet denken aan de droeve geschiedenis van de zonde van David met Bathseba, de huisvrouw van Uria.
We zouden zoo kunnen voortgaan en u ook wijzen op de namen van de mannen, die in dit geslachtsregister voorkomen. Noem slechts, om een enkele greep te doen, de namen van Jacob, Juda en David, en hunne schrikkelijke zonden komen u onmiddellijk voor den geest.
Welk een openbaarheid legt Christus aan den dag Inzake zijn geslachtsregister ! Als we er de oogen nog eens langs laten gaan, dan zien we onmiddellijk, dat het allen arme zondaars waren.
En toch schaamt Christus zich niet om hen te erkennen als zijn verwanten, voor zooveel het vleesch aangaat. Hij schaamt zich hunner niet.
Wat een onderscheid met de meeste menschen !
De hoogen en de verhevenen in hun geslacht worden met voorliefde in de gesprekken naar voren gebracht, maar over degenen, die een smet hebben geworpen op het geslacht, wordt er liever gezwegen.
Kan het niet worden geloochend, dat zulken behooren tot het familieverband, de menschen moeten dan toch in elk geval weten, dat die familierelatie o zoo heel ver weg te zoeken is. Geen wonder ! Men schaamt zich er voor dat men zulke familieleden heeft!
Maar, nog eens : Christus schaamt zich niet over zijn zondige verwanten. Zijn geslachtsregister is de rijke prediking, dat Hij is ais onzer een, uitgenomen de zonde.
Dit mogen wij toch gelooven, dat dit geslachtsregister vele namen bevat van toen, die door Zijn bloed gerechtvaardigd werden.
O, Indien Hij eens had gedaan als de menschen, dan waren ze allen verstooten uit dit heilig verband. Maar dat niet alleen: dan zou de toorn Gods over hunne zonden onverzoend zijn gebleven.
Bij zijn kruis is er plaats voor den worstelenden Jacob, wiens naam terecht „bedrieger" was.
Dat er voor hoeren en tollenaars bij Hem genade is te vinden, moge daaruit blijken, dat Hij de hoer van Jericho, Rachab, in zijn geslachtsregister niet verzwijgt.
Voor een David en een Bathseba is bij Hem ontferming te vinden.
En dat Hij niet slechts een God der Joden, maar ook der heidenen is, daarvoor staat de naam van Ruth, de Moabietische, ons weer borg.
Zoo zouden we kunnen voortgaan. De voorbeelden uit het geslachtsregister zijn maar voor het grijpen.
Met het 16de vers is het geslachtsregister ten einde : En Jacob gewon Jozef, den man van Maria, uit welken geboren is Jezus, gezegd Christus.
En toch is het geslachtsregister niet af.
Er bestaat nog een tweede deel. Ik denk aan de namen van hen, die staan opgeteekend In het boek des Levens, van voor de grondlegging der wereld.
Zeker, ik erken het, dat dit geen maagschap met Hem Is naar het vleesch. Het zijn toch degenen, die uit Hem naar den Geest werden wedergeboren tot een levende hope.
Zijt gij ook reeds zijn discipel ?
Dit geslachtsregister predikt ons, dat Hij is gekomen om het verlorene te redden. Nooit kwam er een tot Jezus met een waar berouwvol hart, die door Hem ledig werd weggezonden.
Rijken mogen ledig worden weggezonden, armen daarentegen worden met goederen vervuld.
Maar ik weet het, dat ook Satan uit deze rijke prediking wapenen smeedt tot uw eeuwig verderf. Er waren er al In Paulus' dagen, die het durfden uit te spreken : Laat ons in de zonde 'blijven, opdat de genade overvloediger worde.
O, laat deze rijke prediking niet tot uw val, maar tot een eeuwige opstanding mogen wezen !
Ermelo.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's