KERK, SCHOOL, VEREENIGING
NERDERLANDSCHE HERVORMDE KERK.
Drietal :
te 's-Gravenhage (vac.-Perguson) G. Bos te Dedemsvaart, H. J. Dyckmeester te Arnhem en J. P. E. C. Eerhard te Hillegom.
Beroepen : te Zaandam-Oost (toez.) J. van Kuiken te Uithuizermeeden — te Westbroek ca., C. van Dop te Hierden — te Nieuwe Tonge A. F. P. Pop te Monster — te Jorwerd drs. W. A. Nell, cand. te Bodegraven — te Oldebroek K. v. d. Pol te Hardinxveld — te Wijnjeterp cand. E. Dijkhuis te N. Pekela — te Nieuw-Vennep J. J. Poldervaart te Nigtevecht.
Aangenomen : naar Numansdorp (toez.) H. K. Queré te Domburg — naar Warden G. J. ten Broek, cand. te Scherpenzeel — naar St. Jacobi-Parochie D. Bender te De Wilp (Gron.).
Bedankt:
voor Breskens M. Bons te Colijnsplaat — voor Randwijk A. v. d. Kooij te Maarssen.
GEREFORMEERDE KERKEN.
Beroepen : te Wierden A. J. Stolte te Gameren.
CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK.
Tweetal : te Sneek L. Kleiser te Vlissingen en M. W. Nieuwenhuize te Franeker.
Bedankt: voor Sassenheim P. de Groot te Gorinchem — voor Doesburg L. Kleisen te Vlissingen.
Afscheid, Bevestiging, Intrede.
Zondag heeft ds. Jac. Vermaas wegens vertrek naar Huizen (N.-H.) afscheid genomen van de Ned. Hervormde Gemeente te Hoogeveen met een predikatie over Jes. 33 vs. 10b. Ds. Vermaas werd toegesproken door ds. J. Kooiman van Hollandscheveld, namens ring en classis en namens de afdeeling van 't Ned. Bijbelgenootschap, door ds. H. Bout van Genemuiden als vriend en door ds. J. A. van Nie, namens de Gemeente. Toegezongen werd Psalm 121 : 4.
Dr. J. R. Callenbach, wien met ingang van 1 Mei a.s. emeritaat is verleend, hoopt Zondag 26 April a.s. in de Groote Kerk afscheid van de Ned. Herv. Gemeente van Rotterdam te nemen.
GAMEREN. Ds. S. Goverts nam Zondag, wegens vertrek naar Bergschenhoek, afscheid miet een leerrede over Hebr. 13 vers 8. Spreker beantwoordde de vragen: wie Christus was in het verleden, wie Hij was in het heden, en wie Hij zal Eijn in de toekomst. De scheidende leeraar werd toegesproken door den consulent ds, J. W. Boogaard, van Hurwenen, en door ouderling Joh. v. Keulen.
Ds. Goverts, geb. 1886, is predikant geweest te Hellouw (3 Mei 1914—'16), Ottoland (1916—'19), Nijkerk (Fr.) (1919~'22), Lexmond (1922—'25), Oldebroek (1925—'29), Gameren (1929—'36)
In de Ring Bommel zijn van de 15 predikantsplaatsen nu al 10 vacant.
Zondag heeft ds. Jac. Vermaas, gekomen van Hoogeveen, zich verbonden aan de Ned. Herv. Gemeente te Huizen (N.-H.). De bevestiging had plaats in de Nieuwe Kerk door ds. H. Bout, van Genemuiden, die sprak over Lukas 24 : 46—47a.
De nieuwe leeraar deed zijn intrede in de Oude Kerk, sprekende over Lukas 20 vers 13, waarbij gehandeld werd over Gods verlangen, Gods mogelijkheid en Gods vraagteeken. Ds. Vermaas werd toegesproken door ds. G. Lans, als voorzitter van den Kerkeraad en door ds. B. Batelaan als plaatselijk collega.
EDE. Na des morgens bevestigd te zijn door zijn plaatselijken collega ds. H. A. Leenmans. Jr., met een predikatie naar aanleiding van Jer. 21 vers 8, deed ds. H. Japchen, overgekomen van Doornspijk, des middags zijn intrede in de Ned. Herv. Gemeente van Ede (vac. ds. de Graaf) naar aanleiding van 1 Tim. 1 vers 15b. 's Morgens werd toegezongen Psalm 134 vers 1 en 3, 's middags Psalm 20 vers 1. Beide beurten waren druk bezocht, zoodat de groote Ned. Herv. kerk geheel gevuld was.
Het is voor de tweede maal dat ds. Japchen, geb. 18 Oct. 1879, predikant te Ede is. Zijn eerste gemeente was Oudega (1910—'13), vervolgens stond hij te Loon op Zand (1913—'16), Poederoyen (1916—'20), Den Bommel (1920—'23), Ede (1923—'28), Opheusden (1928—'30), Otterloo (1930 —'33), Doornspijk (1933—'36).
Prof. dr. A. Noordtzij.
Bij Koninklijk Besluit van 6 April 1936 is aan dr. A. Noordtzij, hoogleeraar aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, op zijn verzoek, met ingang van 21 Sept. a.s. eervol ontslag als zoodanig verleend met dankbetuiging voor de belangrijke in deze betrekking bewezen diensten.
Ds. G. Hennemann.
De Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Oegstgeest heeft aan ds. G. Hennemann, emer. pred. der Ned. Hervormde Kerk, ontslag verleend als hulpprediker, zulks op zijn verzoek, met ingang van 1 Juni a.s. Ds. Hennemann, die ruim 35 dienstjaren heeft, waarvan 24 in Ned.-Indië, arbeidt sinds 1 Juni 1927 als hulpprediker te Oegstgeest.
Ds. M. Kramer †
In den ouderdom van 65 jaar is te Gorinchem overleden ds. M. Kramer, emeritus-predikant der Ned. Hervormde Kerk.
De overledene werd in 1870 geboren en in 1905 candidaat m Drenthe, om 27 Mei 1906 te Oosterend op Texel het predikambt te aanvaarden. In verband met zijn benoeming tot directeur van de Voogdijstichting Voordorp te Leiderdorp, werd hem met ingang van 31 December 1908 door het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Holland eervol emeritaat verleend. De overledene, die tal van jaren aan het hoofd van Voordorp heeft gestaan, was laatstelijk te Gorinchem werkzaam als directeur van een incassobank.
Eigen Voorganger.
De ledenvergadering van de Ned, Herv, Evangelisatie te Zaandijk (en dus niet te Zaandam, zooals in sommige bladen stond) heeft het toestuur gemachtigd een voorganger te benoemen, omdat dit voor twee jaar financieel geregeld Is.
Dr. J. L. Snethlage en de Haagsche Kerkeraad. Zijn bezoek wordt niet op prijs gesteld.
De Kerkeraad der Ned. Hervormde Gemeente van Den Haag heeft besloten aan de Algemeene Synode der Ned. Hervormde Kerk te verzoeken den communistischen predikant dr. J. L. Snethlage, Ned. Herv. predikant te Oyen (Br.) wegens zijn politieke propaganda uit zijn 'ambt te willen ontzetten. Dit heeft dr. Snethlage aanleiding gegeven zich schriftelijk tot den Haagschen Kerkeraad te wenden met 't verzoek hem in de gelegenheid te willen stellen zijn politiek en maatschappelijk standpunt voor dezen Kerkeraad uiteen te mogen zetten en gemaakte bedenkingen te weerleggen.
Wij vernemen, dat de Haagsche Kerkeraad in zijn jongste vergadering heeft besloten aan dr. Snethlage te berichten, dat hij geen termen aanwezig acht om op het gedane aanbod in te gaan.
Diaconessenhuis Bronovo. De opvolgers van ds. van Leeuwen als geestelijk verzorger.
In de vacature, ontstaan door het overlijden van ds. J. L. van Leeuwen, den geestelijken verzorger van het Haagsche diaconessenhuis Bronovo, is thans in overleg met den kerkeraad der Ned. Hervormde Gemeente een regeling getroffen, waarbij ds. J. Wormgoor en ds. J. L. D. T. Poot resp. de geestelijke verzorging van de patiënten en de opleiding van de zusters voor hun rekening zullen nemen.
Promotie dr. P. v. d. Berg.
Bij de stellingen, waarop de heer P. van den Berg te Den Haag te Lelden is gepromoveerd, behoort ook deze : „Het is niet waarschijnlijk, dat ver doorgevoerde Industrialisatie een belangrijke verbetering zal brengen in den economischen toestand van ons vaderland".
De jonge doctor neemt een vooraanstaande plaats in in de Gereformeerde Jeugdbeweging van Den Haag.
De Doleantie.
Prof. dr. J. Severijn sprak op de Prov. Vergadering Overijssel en N.-Gelderland van den Bond van Hervormde Jongelingsvereenigingen op Geref. grondslag over de Doleantie. Het courantenverslag nemen we hier over :
Om een juist Inzicht te verkrijgen, zoowel van de Afscheiding van 1834 als van de Doleantie van 1886, is 'het noodig de ontwikkeling van het kerkelijk leven vanaf de Reformatie na te gaan. In groote lijnen doorliep spreker het tijdperk tot de Fransche revolutie, met welke revolutie de oude, overgeleverde fiere Calvinistische volksgeest verdwenen was. We hadden toen den tijd van de Toleranten en Orthodoxen. De eersten geven den toon aan. Spr. noemde het betreurenswaardig, dat tijdens de regeering van Lodewijk Napoleon b.v. de predikanten en andere vooraanstaanden op kerkelijk gebied, niet opgekomen waren tegen het liberalisme in geestelijke dingen. Te verwonderen is dit evenwel niet, omdat de geest toen dood was.
Niet eerder dan ten tijde van Koning Willem I trad er verandering in. De kerkelijke zaken — het was een chaos — riepen om ingrijpen. In 1816 kregen we de Synodale organisatie, zooals we die nog hebben, ingericht naar den burgerlijken vorm, die de kerk tot één lichaam maakte. Hiermede was de geest niet veranderd.
Gelukkig kwam uit de kerk zelf een vragen naar de Gereformeerde Waarheid. Enkele jaren vóór de Afscheiding scheen een „Pinkstergeest" in verschillende gemeenten rond te waren. Vooral Nijkerk stond hierin aan de spits. Daarop is gevolgd de Afscheiding.
De Afscheiding verschilt hierin van de Doleantie, dat in de eerste beweging meer de innerlijke vroomheid domineerde, terwijl het in de Doleantie meer ging om het leven overeenkomstig de Belijdenis.
Jaren vóór de Doleantie was het merkbaar, dat het velen in den Hervormde Kerk tegen stond, dat geen verbetering was te verkrijgen. Spreker herinnerde in dit verband aan het optreden van Lohman In de Staten-Generaal, hoe deze te velde trok tegen de Synodale organisatie van 1816, welke organisatie deze niet anders zag dan opgelegd. In sommige gemeenten attestatiekwestie, proponentsformule, enz.) legde men zich niet meer bloot neer bij de velerlei voorschriften. Het idee van Lohman, dat de Hervormde Kerk een vrije kerk was, vond meer en meer ingang bij het volk. Spr. noemde verschillende gemeenten, voornamelijk in de classis Harderwijk. De bedoeling was, vrij te kunnen leven naar de belijdenis. Men meende daartoe het recht te hebben, mitsdien een autonome gemeente te maken. Vervolgens ging spreker in groote lijnen na de rechtskwestie aan de Doleantie verbonden, waarbij spr. als eindconclusie vaststelde, dat de weg als In 1886 bewandeld, niet de juiste was. Sprekers standpunt is, zonder uit te treden, in de Hervormde Kerk het recht te hebben om krachtens de Belijdenis op het erf der Vaderen te kunnen leven.
Geen Studenten-speechen.
In een verslag van een intree van een jong predikant in het Doet. Weekblad lazen we: „De speechen van academievrienden namens theol. studentengezelschappen, die in steeds breedere kring burgerrecht verkregen hebben, bleven gelukkig achterwege. Bravo !"
Opheffing 50 Openbare Scholen te Amsterdam.
Hoewel er reeds vele Openbare schalen te Amsterdam opgeheven zijn blijkt het, dat het aantal openbare scholen in verhouding tot de kinderen nog te groot is. De Wethouder van Onderwijs, de heer Broekman, heeft nu een voorstel gereed, om nog 50 openbare scholen op te heffen, waarmee de Regeering haar instemming betuigd heeft. Scholen met te weinig of onvolledige klassen zullen in haar geheel naar andere scholen worden overgebracht.
De nieuwe Burgemeester van Goudswaard.
Tot burgemeester van Goudswaard en Piershil is benoemd de heer S. Hammer van Genemuiden een jonge man van A.R. beginselen, die in onze Ned. .Hervormde Geref. kringen een goede bekende is. De benoeming gaat 15 April a.s. in.
Wij wenschen den heer Hammer, lid van onzen Geref. Bond, hartelijk geluk. God zegene hem en stelle hem tot een zegen.
Giften en legaten.
In de Gereformeerde Kerk te Scheveningen werd een gift van ƒ 2000.— gecollecteerd voor de Diaconie.
Ook een gift van de Prinses.
Ook Prinses Juliana heeft, naar wij vernemen, een belangrijke gift doen toekomen aan den Gouverneur van Suriname ten behoeve van de tuberculose-bestrijding in dit gewest.
— De Ned. Hervormde Gemeente van Nijkerk ontving een legaat groot ƒ 2000.—, te verdeelen tusschen diaconie en kerkvoogdij, van wijlen den heer H. v. Rouwendaal aldaar.
— Wijlen de heer K. Kiekebos te Kampen heeft gelegateerd aan de Ned. Hervormde Gemeente aldaar ƒ 7000.—, waarvan ƒ 30O0.— ten bate van de Bovenkerk en ƒ 4000.— ten bate van het Bestedelingenhuis ; voorts ƒ 2000.— aan de Ned. Hervormde gemeente te Wezep, zulks onder last van onderhoud van twee graven ; ƒ 2000.— aan het Zendingsbureau te Oegstgeest, voorts antiquiteiten, gouden en zilveren voorwerpen aan de Openbare Leeszaal en Bibliotheek met Museum voor Geschiedenis en Kunst te Kampen, terwijl ten slotte tot universeel erfgenaam is benoemd het Oude-Mannen-en Vrouwenhuis te IJsselmuiden.
— De Ned. Hervormde Gemeente te Oosterbeek ontving van wijlen mej. H. van Eek, de laatste bewoonster van het landgoed „Mariëndaal" een legaat groot ƒ 3000.—, waarvan ƒ 1000.— voor de Diaconie. Tevens legateerde zij ƒ 500.— aan het Chr. Vereenigingsgebouw „Thabor" te Oosterbeek.
— Wijlen mej, M. A. Jansenius de Vries, gewoond hebbende te Warffum, overleden 11 Februari 1.1., heeft o.a, gelegateerd, vrij van rechten en kosten : aan het Ned, Zendelinggenootschap te Rotterdam ƒ 15.000.—; aan het Instituut voor Doofstommen te Groningen ƒ 10.000 ; de Werkinrichting voor hulpbehoevende blinden (genaamd Blinden Instituut) te Rotterdam ƒ 10.000.—; het opvoedingsgesticht vanwege de Ned. Hervormde Kerk Valkenheide te Maarsbergen ƒ 5000.—; de Diaconie der Hervormde Gemeente te Warffum ƒ 5000.— onder verplichting 'Om de jaarlijksche rente er van telken jare geheel en uitsluitend te besteden voor extra giften in geld aan haar armen op den St. Nicolaasdag; de afdeeling Warffum van de Vereeniging het Groene Kruis ƒ 5000.—.
Nieuwe Ned. Hervormde kerk te Zeist.
Kerkvoogden en notabelen van de Ned. Herv. gemeente te Zeist hebben een stuk grond aangekocht in het Patijnpark aan den Oude Arnhemsche weg, nabij de Sanatoriumlaan, om aldaar een derde kerkgebouw te plaatsen. Gezien de groote uitbreiding van de gemeente in deze buurt, zal deze nieuwe kerk, die aan ongeveer 800 personen plaats zal bieden, in een reeds lang gevoelde behoefte voorzien.
Examen Schoolraad-Diploma.
Het voorjaarsexamen voor het Schoolraad-diploma is bepaald op 8, 12, 13, 14 en 15 Mei te Utrecht.
Bond van Christelijke Scholen benoorden het IJ. Schooldag 13 Mei te Alkmaar.
De Bond van Chr. Scholen in Noord-Holland, benoorden het IJ, hoopt op Woensdag 13 Mei a.s. te AIkmaar in „Het Gulden Vlies" een Schooldag te houden.
Ds. D, A. van den Bosch, van 's-Gravenhage, spreekt 's morgens te half elf. Onderwerp: „Om de ziel". Des middags refereert dr. K. Dijk van 's-Gravenhage over „Bijbel en Kind".
Ned. Hervormde Stichtingen voor Zenuw- en Geesteszieken.
Op Donderdag 23 April zal op de Stichtingen „Zon en Schild" te Amersfoort de eerste algemeene vergadering worden gehouden van de Vereeniging „Ned. Hervormde Stichtingen voor Zenuw-en Geesteszieken".
Ds. J. Nauta Azn., geestelijk verzorger der Stichtingen, zal een wijdingswoord, ds. K. J. van den Berg, van Amersfoort, een slotwoord spreken.
Paaschgroet.
De Vereeniging tot verspreiding der H, Schrift is ook thans weer present met een doeltreffende uitgave. Zij 'heeft n.l. een Paaschgroet (fragmenten uit de Evangeliën) en een wandtekst laten drukken, welke in de week van 6 tot en met 11 April a.s. door de posterijen aan huis zullen worden uitgereikt, nl. te Amsterdam 221.000, Rotterdam 154.000 en Den Haag 125.000.
Het Paasch-evangelie zal dus in een half millioen gezinnen komen, zoowel in de villa's als in de eenvoudigste woningen. Niemand zal worden uitgesloten om de boodschap des heils te vernemen.
Een prachtig werk van deze bekende Evangelisatie-Vereeniging (voorzitter ds. Remme te Amsterdam).
»Jong Holland snakt naar werk«. Een gift van H.M. de Koningin.
Het Haagsche comité van de Centrale voor Werkloozenzorg (gesticht op initiatief van den Raad van Nederlandsche Kerken voor practisch Christendom) mocht de toezegging ontvangen van een belangrijke gift van H.M. de Koningin voor de instandhouding van de Jeugdwerkloozenkampen der Centrale.
De roeping der Kerk.
De crisis maakt nu een schifting en deze schifting kan de Kerk brengen tot het verstaan van haar roeping. Het offer heeft men nooit gekend. Voor tabak en sigaren .geeft men meer uit dan voor de Kerk en Zending tezamen. Wie wil dan van offer spreken. Het goede van de crisis is, dat ze het offeren weer leert, dat ze de christelijke barmhartigheid leert betrachten.
Vroeger was het "wat doen van den overvloed' in de collectezak. Dat is geen offer. De crisis leert de christen zijn roeping verstaan om in de wereld te zijn een lichtend licht.
[Uit een rede van prof. Waterink.]
Protestantsche Kerk in Ned.-Indië.
De Synode komt in Juni bijeen.
De Algemeene Synode der Protestantsche Kerk in Ned. Indië, de eerste, welke wordt gehouden sedert de administratieve scheiding tusschen Kerk en Staat, is thans — naar Aneta seint — definitief bepaald van 8—14 Juni te Batavia.
Een vaste Paaschdatum.
Sinds lang hoorden we niets meer van de pogingen, om via den Volkenbond te komen tot een vasten datum voor de viering van Paschen.
Thans wordt gemeld, dat de Engelsche primaat, de bisschop van Canterbury, aan de Britsche Regeering verzocht heeft om met nadruk aan de Volkenbondscommissie inzake de kalenderproblemen het bevorderen van een vasten Paaschdatum te willen aanbevelen.
Krishnamurti.
Krishnamurti zal dit jaar weer ons land bezoeken. Ook zal een kamp te Ommen gehouden worden, en wel van 24 t/m, 29 Juli en van 31 Juli t/m 5 Augustus.
De grodloozen-actie van Moskou. Ridderorde.
Voor „bijzonder verdienstelijke" godloozen heeft de Centrale Raad der godloozen een Onderscheidingsteeken ingesteld, n. 1. een vijfpuntige ster met een inschrift : „Godsdienst is opium voor het volk.”
Litteraire vloed.
De Centrale Raad der godloozen heeft in 1935 in totaal meer dan 11 millioen anti-religieuse boeken en vlugschriften over de wereld verspreid en wel in de Fransche, Engelsche, Duitsche, Nederlandsctoe, Tsjechische, Grieksche, Servische, Bulgaarsche, Poolsche, Littausche, Zweedsiche, Finsche, Italiaansche, Spaansche, Japansche, Chineesche en Arabische talen. Deze litteratuur werd door de verschillende cellen der godloozen naar het buitenland vervoerd. De verstrekking van dit propagandamiateriaal geschiedde grootendeels kosteloos. Naar verluidt zal dit jaar nog een aanzienlijk grootere hoeveelheid propagandageschriften en boeken in de verschillende talen worden gedrukt en in het buitenland verspreid.
KerkcoIIecten verboden.
In de Russische Oekraïne zijn door de Sovjets alle collecten in de kerken verboden. Wel mogen de kerken toegangsbewijzen voor de kerkdiensten verkoopen.
Jacob Revius. Zijn 350ste geboortedag.
In verband met de herdenking van het feit, dat Jacob Revius, de bekende predikant-dichter, 350 jaren geleden te Deventer geboren werd, heeft zich een comité gevormd, waarvan de burgemeester van Deventer, mr. F. W. R. Wttewaal, eere-voorzitter is.
Het voornemen bestaat om in de Groote of Lebuinus-kerk een gedenkteeken te plaatsen en in samenwerking met de Vereeniging tot beoefening van Overijsselsch Regt en Geschiedenis een herdenkingsdag te Deventer te beleggen.
Kuyper als dogmaticus.
Prof. dr. V. Hepp heeft in Vox Theologica, interiacademiaal Tijdschrift (April '36) een artikel geschreven over :
»De Dogmatische beteekenis van dr. Abraham Kuyper«, waaraan wij hier een en ander ontleenen : »Kuyper kon het waarlijk niet helpen, dat hij zulk een veelzijdige geest was. Daardoor is de beoordeeling van zijn persoon en zijn werk moeilijk. De een zegt b.v. : Kuyper heeft de politiek verkerkelijkt, de ander zegt: hij heeft Kerk en Christendom verpolitiekt. Zoo zou zijn bezwaar tegen de bekende zinsnede in Artikel 36 „om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valschen godsdienst, Om het rijk des antichrists te gronde te werpen", door politieke motieven zijn ingegeven. Zeker is dat velen, vroeg of laat, tot „eerherstel" van Kuyper moeten komen, omdat men hem willens en wetens of onwetend en onbewust van het kwaad, verkeerd beoordeeld heeft.
Alleen door den geweldigen omvang van zijn dogmatische geschriften heeft Kuyper recht op onze bewondering en dankbaarheid. Hier is hij de geweldige ! En dat van 1860 af; dus reeds driekwart eeuw. Zijn eerste schrede op het dogmatische pad zette hij bij de beantwoording van een vraag : een vergelijkende studie tusschen het Kerkbegrip van Calvijn en Lasco. Deze betoonde studie werkte hij later om in zijn dissertatie, zyn laatste werk is geweest het vierdeelig lijvig Boekwerk : „Van de Voleinding". Daar tusschen ligt een lange rij van werken : Dat de genade Particulier is; De leer der Vertoonden ; Het werk van den Heiligen Geest, Van de Engelen, De vleeschwording des Woords, E Voto Dordracaeno (Verklaring van den Heidelbergschen Catechismus), Van de Gemeene Gratie, Pro Rege, (over het Koningschap van Christus), Van de Kerk, De hedendaagsche Schriftcritiek, De Encyclopaedie der Heilige Godgeleerdheid enz. Dat alles is nog maar een greep. Denk aan zijn college-dictaten Gereformeerde Dogmatiek.
Wat is nu het eigenaardige en oorspronkelijke in Kuyper's theologie ? Aan dr. J. H. Gunning schreef dr. K. eens: „Ik toen niet origineel, ik doe niets dan copieeren. Wat ik op theologisch, kerkrechtelijk en staatkundig gebied beoog is niets dan zuivere copie te leveren van wat Calvijn en zijn school beoogde ; en wie den coopiïst verwerpt verwerpt die ook niet het origineel ? " (In „Bedoeld noch gezegd'). Later zei Bavlnck (1897) in zake dat „origineel-zijn" : „Een eigen opinie is maar al te veel het gevolg, niet van bijzonder veel, maar van bijzonder weinig studie. Tusschen eigen wijsheid en weinig wijsheid is het verschil niet zeer groot". In Kuyper's tijd was de theologie aan zucht naar oorspronkelijkheid bezweken. Het supranaturalisme had reeds den adem uitgeblazen; de Groninger theologie had haar luister verloren; de modernistische theologie begon Scholtens dogmatiek te verloochenen ; het ethisch en aesthetisch modernisme van Hoekstra en Piersón bleken geen levenskansen te bezitten, het positivisme van Opzoomer hield zich slechts met de grootste moeite staande ; de apologetische school van Doedes en van Oosterzee liep op haar laatste beenen ; de oudere ethische theologie van Chantepie de la Saussaye en Gunning was in haar opkomst, maar was met een doodelijke kwaal, het individualisme, geboren. Al deze theologieën traden op met de belofte van het nieuwe, het oorspronkelijke. Maar Kuyper doorzag het, dat dit oorspronkelijke slechts toestond uit een sterker of slapper aftreksel van de oude Geref. theologie en. een mengsel van hoofdzakelijk Duitsche filosofie en theologie. De vaders der ethische richting wisten wel wat van Calvijn, maar de Vermittlungstheologie was toch de hoofdbron, waaruit zij putten, terwijl zij ook van Vinet niet weinig overnamen. Zij pronkten met een schijn-oorspronkelijkheid, welkte in waarheid in een combinatie van heterogene denkbeelden opging.
Kuyper keerde zich fel tegen den Duitschen theologischen import en vooral waarschuwde hij tegen Schleiermacher. Hij sprak van „het onnoemelijk kwaad" dat deze filosoof aan de Kerk van Christus berokkend heeft. Hij veroordeelt het in „Onze Hollandsche godgeleerden", dat zij de hooge onvoorzichtigheid begingen om zich schier uitsluitend met „Duitsche spijs" en wel uit „deze gevaarlijke school" te voeden. MIerkwaardig is, dat nog altijd in de Duitsche filosofische en theologische wereld de oorspronkelijkheidssziekté epidemisch is.
(Schlatter, Schaeder, Elert, Tillich, Althaus, Grisebach, Wotobermin, Barth, Gogarten, Drunner, Stange, Bultman e.a.) Er zijn zooveel „open of gesloten systemen als er professoren in de theologie zijn". En 't lijkt wel of in Nederland en Duitschland „communiceerende vaten'" zijn.
Kuyper was echter niet slechts anti dit of anti dat. Niet één boek zelfs heeft hij in deze antirichting geschreven. Van antithese, dat slechts negativisme baart, kon Kuyper niet leven. Hij was een Gereformeerd theoloog in hart en nieren. Hij was thetisch, positief Gereformeerd en ging tot de bronnen, om die bronnen open te leggen. Zelf zegt hij : „Wij teeren niet op wat ons eenigszins verschimmeld door ons voorgeslacht is overgeleverd, maar zijn zelven weer tot de bronnen gegaan; wij hebben weer gemeenschap gekregen met het Gereformeerde leven in den bloeitijd onzer vaderen en vorderen gaandeweg met ons pogen". Zijn leermeester Scholten vooral had het voorbeeld daartoe gegeven. Maar Kuyper's bronnenstudie was breeder en dieper tegelijk. Kuyper was daarbij geestverwant, wat Scholten niet was. „Hij doorkroop in waarheid Calvijn en de Gereformeerde patres". Hij „at de Oude theologie op", zooals de profeten het Woord Gods opaten. 'Hij had de Gereformeerde theologie van vroeger geheel in zich opgenomen. Daarin lag het oorspronkelijke van zijn niet-oorspronkelijk willen zijn. En hij ging verder met zijn theologie ; vooral de problemen, in de 19de eeuw gerezen, dwongen daartoe. De leer van de organische inspiratie van de Schrift, van de algemeene genade, van de pluriformiteit van de Kerk worden meer of minder breed reeds bij Calvijn aangetroffen. De een sprak daarbij van repristinatie (van Toornenbergen), anderen van Nieuw-Calvinisme (Eerdmans, Hylkema e.a.). Maar Kuyper ontdekte opnieuw de Gereformeerde dogmatiek en bouwde haar in volkomen harmonie uit. Nu moet men niet denken dat de bronnenstudie aan 't eind is gekomen met Kuyper. In de Gereformeerde dogmatiek uit de 16de en 17de eeuw ligt ontzaglijk meer verborgen dan hij aan 't licht kon brengen. De ontwikkelingsmogelijkheden zijn niet te overzien. In dat opzicht is Kuypers werk slechts pioniersarbeid. Zonder verleden heeft het heden geen grond, al ziet de nerveuse mensch, door oorspronkelijkheidsziekte aangetast, tegen die bronnenstudie op.
„Naar de bronnen terug" beteekende voor Kuyper ten slotte : naar de Schrift terug; want de Gereformeerde dogmatiek moet en wil putten uit de Schrift. De openbaring der Schrift is voor de theologie het principium cognoscendi, de kenbron! En dan maakte Kuyper hooge ernst met de exegese. Daarmee heeft hij op de Gereformeerde dogmatiek een stempel gezet.
Verder behoort het als een blijvende verdienste te worden genoteerd, dat Kuyper in zijn dogmatischen gelijk in al zijn overigen arbeid, zich met zeldzame helderheid wist uit te drukken. Hij toehoort tot het geslacht der „begrepen denkers", terwijl er anderszijds ook een genre „onbegrepen denkers" bestaat, wier woorden men naar believen kan uitleggen. De onbegrepen denker lijdt altijd aan een gebrek. Of hij leeft individualistisch, öf hij mist in zijn reflexie de noodigie kristallisatie en kan de passende expressie niet vinden. Hij blijft in het een of ander in embryonischen toestand steken; hij is niet in alle opzichten voldragen. Bij Kuyper was dat anders en de invloed, speciaal de dogmatische, van Kuyper zal daarom naar menschelijke berekening nog lang merkbaar zijn. De Gereformeerde theologie is, niet 't minst door Kuyper, in het laatste kwart der 19de eeuw tot herleving gekomen. Vóór Kuyper werd de dogmatiek nauwelijks bestudeerd. „Zelfs aan bestudeering en doorwerking van de Gereformeerde Theologie heeft het bij ons al te veel ontbroken. Indien in den lateren tijd onze oogen maar open gingen voor de schatten daarin verborgen, dan is dit toch voornamelijk en allermeest te danken aan den machtigen invloed van dr. A. Kuyper" (Bavinck).
Velen noemen Hoedemaker een „veelzijdiger en dieper geest". Maar wie al zijn werken heeft gelezen, kan moeilijk staande houden, dat hij dogmaticus van professie was. Als theologisch publicist toon hij in de schaduw van Kuyper niet staan. Hij was ook te zeer afgetrokken en zijn wijze van uitdrukking was te duister. Hij vond na zijn dood meer erkenning dan tijdens zijn leven.
Kohlbrugge kwam met schier apostolische kracht op voor de waarheid van de rechtvaardigmaking door het geloof alleen en dat deed tegenover de ethische theologie weldadig aan. Maar de kentering in onze theologie ten gunste van de klassieke Gereformeerde dogmatiek bracht hij niet teweeg.
Hierin is Kuyper geheel, eenig. Wanneer tegenwoordige sterren verbleekt zullen zijn, zal de dogmaticus Kuyper nog schitteren !!
Unie-collecte 1935 De totaal-opbrengst.
Naar ons wordt medegedeeld, heeft de 57ste Unie-Collecte voor de Scholen met den Bijbel, in 1935 in 630 plaatsen van ons land gehouden, in totaal opgebracht ƒ 77.204.42. Dit bedrag is ongeveer ƒ 5000.— lager dan de opbrengst van het jaar te voren. Na die stijging van 1934 trad dus weer een daling in. Rekening houdende met de wel zeer ongunstige tijdsomstandigheden, is er reden tot dankbaarheid, dat ons Christelijk volksdeel nog in zulk een mate met liefde zijn offer voor de School met den Bijbel heelt gebracht.
Zuivering van het Koeznetz-bekken.
In het nieuwe industriegebied van het Koeznetz-bekken in Midden-Siberië vond op initiatief der jong-communisten een zuiveringsactie plaats, bij welke 112 geestelijken werden opgejaagd en gevangen genomen en een 1000-tal hunner aanhangers uit het gebied werden verdreven.
Een getuigenis tegen wereldgelijkvormigheid.
De Kerkeraad der Gereformeerde Kerk te Zaandam heeft het noodig gevonden j.l. Zondag in een onder diepe stilte aangehoord „Getuigenis"' te waarschuwen tegen ettelijke verschijnselen van toenemende wereldgelijkvormigheid, zooals deze gelijk in meer plaatsen ook daar helaas valt waar te nemen.
Als zulke verschijnselen van ernstigen achteruitgang in godsvrucht in de huisgezinnen werden genoemd : Ie het toenemend verzuim van geregelde bijbellezing aan tafel; 2e. het luisteren in de week en zelfs op den Dag des Heeren naar een soort Radio-uitzendingen, die in elk Christelijk gezin contrabande behoorden te zijn; 3e. het ernstig kerkverzuim van sommigen, die zelfs niet eens iederen Zondag tot de gemeente komen, wijl men den Dag des Heeren met gezin meer gebruikt tot genot dan tot heiliging.
Die verschijnselen openbaren zich volgens den kerkeraad voorts wel in zeer sterke mate in het karakter dat de openbare vergaderingen van sommige Christelijke vereenigingen, waarvan ook Gereformeerden lid zijn allengs zijn gaan aannemen. De wereldsche sfeer die daar haar intree daad, blijkt uit het lawaai en het geschater, die er heerschen, uit de stukken die niet zelden worden opgevoerd, waarbij de klucht op den voorgrond begint te treden; ook uit de luidruchtige manier waarop men van feestvergaderingen die veel te laat eindigen diep in den nacht naar huis keert.
Men neemt die verschijnselen waar in de weinige tucht over de kerkelijke jeugd, waarvan sommigen na afloop van de godsdienstoefeningen wel bij de kerk staan, maar zonder dat hun ouders dit weten, heel niet in de kerk zijn geweest ; voorts in het bezoek aan plaatsen die gevaarlijk zijn voor godsdienst en goede zeden.
De Kerkeraad heeft de Gemeente opgewekt tegen deze afglijding een ernstig halt! te roepen. Hij heeft met een beroep op de jonge menschen zelf en vooral hun ouders, op de vereenigingen en met name haar leiders tot meerder zelftucht en tot verscherpt toezicht opgewekt, m.aar ook tot godvruchtiger meeleven met de gemeente; en tot vuriger en vromer gebedsleven.
We vernemen nog dat dit voorgelezen getuigenis a.s. Zondag aan de gemeente gecyclostileerd; zal worden uitgereikt.
Het Magnetisme. Lezing van dr. C. Honig voor S.S.R. te Rotterdam.
Maandag j J. hield dr. C. Honig een lezing voor die afdeellng Rotterdam der Societas Studiosorum Reformatorum over : „Het Magnetisme". Franz Anton Mesmer, de vader van het dierlijk of medisch magnetisme, was een geleerd en achtenswaardig man, aldus spreker. Hij verwekte veel opschudding onder zijn rationalistische tijdgenooten door te beweren, dat de wereld vol is van geheimzinnige krachten en stroomingen, welke niet zintuigelijk waarneembaar of verstandelijk kenbaar zijn. Deze krachten kunnen worden overgebracht door middel van een fluidum, een soort wereldstof.
Mesmer was geen wetenschappelijk logisch denker. Hij meende die kracht in zich te voelen en zocht naar een verklaring. Zijn rijke fantasie hielp hem hierbij. Hij bouwde zich een wereldbeeld op, dat hij intuïtief zoo doorvoelde. De twee sluitsteenen van zijn theorie zijn de alles verbindende en doordringende wereldstof en de magneet. In de magneet openbaart zich de geheimzinnige werking der wereldstof.
Na medicijnen gestudeerd te hebben, vestigde hij zich te Weenen als geneesheer. Hij genas van alles door zijn methode en de „wonderdokter" bezat dan ook spoedig een groote vermaardheid. Niet tevreden hiermee, streeft hij naar erkenning dioor de officieele wetenschap. Na het vernietigend oordeel der Weensche faculteit gaat hij het in Parijs probeeren, doch ook hier zonder resultaat. De weerzinwekkende tooneelen, die zich in zijn spreekkamer afspelen, zijn voor de Overheid aanleiding hem verder optreden te ontzeggen.
Bespot, miskend door de wetenschap, laat hij zich na enkele omzwervingen neer aan het meer van Constance. Intusschen heeft hij zijn theorie uitgebouwd. Magnetisme is de werking die de wil, door middel van onze organen en met behulp van een onzichtbare vloeistof op alle schepselen kan uitoefenen. De verbinding tusschen ziel en lichaam komt met behulp van die vloeistof tot stand. De mensch kan de uitstraling van zijn wil bewust regelen. De uitstraling vindt plaats via oogen en vingertoppen. De geest is oppermachtig, er is genezing door den geest.
15 Maart 1815 overleed Mesmer, vereenzaamd en vergeten, maar in de vaste overtuiging een grootsche ontdekking aan de menschheid te hebben geschonken.
Cultuur-historisch gezien, dankt Mesmer zijn beteekenls helaas hieraan, dat hij den weg heeft gebaand voor het occultisme en kan beschouwd worden als de voorlooper van het spiritisme. Het occultisme geniet ook nu nog groote belangstelling, hetgeen o.a. blijkt uit het instellen van een leerstoel in de parapsychologie. Wat zich eigenlijk alleen voor wetenschappelijk onderzoek leent is het verschijnsel der Ideoplastie. Hieronder kunnen we verstaan de verschijnselen, waarbij de organische stof zich onder invloed van een idee vormt of vervormt. Ken merkwaardig voorbeeld hiervan is de pseudo-zwangerschap. Sprekers sympathie voor het occultisme is er bij nadere bestudeering niet grooter op geworden. Gelukkig wordt de methode van magnetiseeren en hypnose weinig of niet meer toegepast door medici. Magnetisme is niet onvoorwaardelijk af te keuren. In sommige gevallen kan het goede resultaten hebben, maar men dient toe te zien, dat het alleen gebeurt door zedelijk betrouwbare menschen.
Een enthousiast applaus beloonde dr. Honig voor zijn zeer interessant referaat. [De Standaard.]
De Zending onder de Bataks.
Na 75 jaar. De Rijnsche Zending herdenkt op 29 Mei a.s., dat haar Zending onder de Bataks op Sumatra dan 75 jaar bestaat. Sinds 1914 rees het ledental der Batakkerk met bijna 250.000 zielen en is thans tot 356.000 zielen in totaal gestegen. Den 19den Mei gaan 15 nieuwe Zendingskrachten naar Sumatra en Nias. De herdenking op Sumatra vindt op 6 October plaats.
Theologische School te Elberfeld
Voor de eerste maal sinds haar oprichting hebben in het afgeloopen semester Luthersche docenten aan de Gereform. Theologische School te Elberfeld college gegeven. Naast de vijf Gereformeerde docenten traden n.l. voor Nieuw-Testament en dogmatiek twee Luthersche docenten op, lic. Schlier en ds. Schempp, beide aanhangers der Barthiaansche theologie. De bedoeling van het curatorium der school was, dat de Gereformeerde studenten ook docenten van Luthersche confessie zouden hooren.
De Universiteit te Erlangen.
Tot Gereformeerd, hoogleeraar aan de Universiteit te Erlangen werd benoemd lic. Sprenger. Deze is echter niet predikant bij de Gereformeerde landskerk te Wuppertal-Barmen (welke kerk bij de Oud-Pruisiische Uniekerk is aangesloten, doch predikant der Vrije Evangelische Gemeente te Wuppertal-Barmen. De Gereform. Bond is met deze benoeming deswege niet ingenomen.
Geen godloozen-beweging in Italië.
Mussolini heeft verordend, dat in Italië op geenerlei wijze een vertakking van de Russische godloozen-beweglng geduld mag worden.
„Die Staat", aldus de Italiaansche dictator in de toelichting op dit hernieuwde verbod, „heeft weliswaar geen theologie, maar wel een moraal. In den fascistischen Staat wordt de religie als een der diepste levensuitingen van den geest beschouwd. De religie wordt daarom niet slechts gerespecteerd, maar ook verdedigd en beschermd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's