MEDITATIE
PAASCHFEEST
De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien. Lucas 24 : 34.
De Heere is waarlijk opgestaan ! Het feit van de opstanding wordt bevestigd door vele getrouwe getuigen. Geen historisch feit is beter gestaafd.
Dat is een voorrecht, want : „indien Christus niet opgewekt is, zoo is dan onze prediking ijdel, en ijdel is ook uw geloof. Zoo zijt gij dan nog in uwe zonden. Zoo zijn dan ook verloren degenen, die in Christus ontslapen zijn".
Het historische feit, het heilsfeit op zichzelf, afgezien van wat wij er persoonlijk aan hebben, is van het grootste belang. Het meer algemeene, het meer voorwerpelijke mag niet worden verwaarloosd. Er is reden om nadruk te leggen op deze zoo eenvoudige waarheid. Daar is oorzaak voor, omdat er zijn, die zeggen : „al zouden die heilsfeiten niet historisch vaststaan, dat ontrooft mij mijn geloof niet, ik ervaar de kracht van den Verrezene in mij". Zoo verlaat men den vasten bodem van Gods Woord. Het wordt alles zwevend Men heeft eigenlijk geen bodem, waar men op staan en bouwen kan.
Het meer algemeene, het meer voorwerpelijke mag niet worden verwaarloosd. Er is reden om nadruk te leggen op deze zoo eenvoudige waarheid ook zelfs tegenover degenen, die geen vreemdelingen zijn van het genadeleven. Als gij de hand moogt steken in eigen boezem, dan moet gij erkennen, dat : gij u dikwijls minder bekommert om wat er miet den Heere Jezus is gebeurd, om Zijn lijden, om Zijne verheerlijking, maar veel meer om wat gij er aan hebben, wat gij er van genieten kunt.
Komt het niet voor, dat gij denkt: „o prediker ! blijf maar niet te lang staan bij het kruis, bij het ledige graf, zeg mij, hoe ik er zelf komen moet, hoe ik er deel aan krijg, wat ik er aan heb ? "
Reden te over is er, om er den nadruk op te leggen, dat gij belang moet stellen in wat er met den Christus is geschied, in de dingen belangende Jezus van Nazareth. O, dat ge in 's Heeren macht den strijd mocht aanbinden tegen dat zoeken van uzelf op dit terrein, tegen wat wij zouden willen noemen het zaligheidsegoïsme.
Let op den discipelkring, die zich verheugde over het feit van de opstanding, en uitriep : „De Heere is waarlijk opgestaan !"
Het moet ons allereerst om den Christus en in Hem om den Heere God te doen worden. Als ge daar iets van leert verstaan, dan volgt ge den Heere Jezus op den lijdensweg gaarne, dan verblijdt gij u, als er gesproken wordt over het heerlijke feit van Zijn opstanding. Hoe meer, hoe liever !
De opstanding, ze is ook van zoo .grooté beteekenis. Ze Is het zegel door den Vader gezet op het werk van den Zoon. Ze is de verklaring van den Rechter : „aan Mijn recht is genoeg gedaan; de schuld Mijns volks is betaald". Zij is het bewijs, dat de Heere Jezus is de Zone Gods. Zij is de overwinning van den dood. Zij predikt ons een levenden Heiland. O, heerlijk Paaschfeest en Paaschevangelie !
Maar nu moet dat algemeene toch ook zoo persoonlijk worden. De Heere is waarlijk opgestaan", dat is het algemeene, het voorwerpelijke, „en is van Simon gezien", dat is het persoonlijke, het onderwerpelijke.
De Heere Jezus is verrezen uit het graf. Hij is aan velen verschenen. Hij is ook gekomen om Zich met vele gewisse kenteekenen te vertoonen aan Simon Petrus. Dat persoonlijke alleen kon Petrus bevredigen. Dat persoonlijke bezoek, die persoonlijke openbaring, dat onderwerpelljk ervaren, dat Jezus leeft, dat geeft ook eerst het rechte gezicht op het voorwerpelijk gebeuren, op het feit van de opstanding.
O, het is een zegen, dat de opstanding zulk eene goed gestaafde, zulk eene onomstootelijke waarheid is, ons in Gods Woord meegedeeld, maar zij moet door Woord en Geest, door het geloof, waarheid worden voor u persoonlijk. En dat wordt zij, als gij den Levensvorst moogt ontmoeten en leeren kennen.
Het persoonlijke, daar had de dichter van Psalm 116 behoefte aan, toen hij zingend bad: „Och Heer', och wierd myn ziel door U gered."
Om het persoonlijke was het den tollenaar te doen, toen hij smeekte : „O, God ! wees mij zondaar genadig."
Op de noodzakelijkheid van het persoonlijke komt de Catechismus telkens terug met zijn persoonlijke vragen en antwoorden, b.v. Welke is uw eenige troost beide in het leven en in het sterven ? — Wat nut ons de opstanding van Christus ?
Om het persoonlijke in verband met het algemeene, om het onderwerpelijke als vrucht van het voorwerpelijke gaat het iedere ontdekte ziel. De Christus voor ons moet meer en meer worden de Christus in ons. Wij moeten Hem leeren kennen en de kracht Zijner opstanding. Hij moet gestalte in ons krijgen. Hij alleen kan voor onze doode zielen zijn de opstanding en het leven.
Een Petrus kon het niet doen met het geloof van een Johannes. Rust was er voor hem alleen in het: „En is van Simon gezien." Hij had het er zoo slecht afgebracht. Ach, zou de Heere Jezus tot hem willen komen ? — En nu krijgt hij In zijn eenzaamheid bezoek, bezoek van den Heere Jezus. Dat was nu eens waarlijk een verrassing. Hij stond toch zoo schuldig; . Hij had het zoo verzondigd. En dat nu de Heere Jezus tot hem komt, tot hem het eerst van de zelve. Wat moet dat de ziel van den discipel hebben beschaamd en verkwikt. Dat was eene verrassing te groot, om uit te spreken of te beschrijven. De Schrift zegt er alleen van : „En is van Simon gezien".
Een waarlijk heilbegeerige hunkert naar eene persoonlijke openbaring, een persoonlijke ontmoeting, naar de persoonlijke toeëigening des geloofs, naar het: „De Heere is waarlijk opgestaan en is ook van mij gezien". Gij kunt het niet doen met het geloof van een vriend of vriendin, van een man of van eene vrouw, zelfs niet met het geloof van een godvreezend vader of van eene godvruchtige moeder.
Smeek dan den Heere om een verbroken, zichzelf veroordeelend Simons-hart. Niet aan zelfgenoegzame, eigengerechtige Farizeën, maar aan zondaren met zulk een hart wil de Heere verschijnen. Gij zult niet worden verstooten. Neen, op Zijn tijd krijgt gij bezoek van den Levensvorst, een strikt persoonlijk bezoek, alleen, geheel voor u. De Koning Zijner Kerk bemoeit Zich met elk der Zijnen apart.
O, welk een zorg is er bij Hem voor het geheel, voor gansch Zijn Kerk, voor heel Zijn volk !
Maar ook, welk een zorg voor elke afzonderlijke ziel! Elke ziel geniet eene bijzondere behandeling. Elk kind van God heeft zijn eigen weg. Het is alles zoo persoonlijk. Hij neemt een Simon, Hij neemt een zondaar, een, die bitterlijk weent, apart, om zich aan zulk een te openbaren als de levende Heiland.
De Heere is waarlijk opgestaan en is van Simon gezien !
’s-Gr.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 april 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's