De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
En Murk overwoog, hoe het mogelijk was, dat de menschen beleden in God en in Zijn Woord te gelooven en tóch niet aannamen wat daar geschreven stond. Wat was dat voor een geloof en wat had je daar aan ? En zacht klonk het in hem na : „God is toch geen mensch, dat Hij liegen zou ? "
En terwijl de twee honden het zwaar beladen voertuig langzaam, voorttrokken zong hij op vroolijken toon :
'k Heb geloofd en daarom zing ik, Daarom zing ik van gena, Van ontferming en verlossing Door het bloed van Golgotha. Daarom zing ik U, die stervend, Alles, alles hebt volbracht. Lam Gods, dat de zonde wegneemt, Lam van God, voor ons geslacht!
Hoe Murk tot dat geloof was gekomen ? 't Was al eenige jaren geleden, dat in een nabij gelegen plaats kermis gehouden werd. Dit beteekende niet zoo heel veel. Op het ruime dorpsplein, waar gewoonlijk alle mogelijke bijeenkomsten gehouden werden, stonden een paar gebakkramen, een nougatkraam, een galanteriekraam, 'n schiettent, een klein theater met specialiteiten, een geheimzinnig tentje, waarbinnen bij een waarzeggenden geest zoogenaamd aan belangstellenden de toekomst onthuld werd, een attractie, vooral voor jonge menschen. Dan nog een wagen, waarin een wonderkalf werd gezien, en dan naast de onmistbare koek-en hakblokken En „het hoofd van Jut", natuurlijk de draaimolen, waarin jong en oud zich vermaken ging, en zelfs de oudjes uit het armenhuis een vrijen rit kregen.
Dan was er 's avonds in de „Vergulde Laars" een Hollandsch tooneelgezelschap, dat een paar voorstellingen gaf, eerst een dramatisch stuk, waarbij de menschen zoo konden zitten te rillen en huilen, en dan een blijspel, 't welk de zaal deed daveren, gevolgd door een vroolijk bal, dat alle narigheid voor goed verdreef. Overdag werd dan nog een kaatspartij of een harddraverij gehouden, gewoonlijk door 't gansche dorp en ook door velen uit den omtrek bijgewoond, uitgezonderd dan het clubje fijnen, dat bij de „kleine kerk" hoorde en niet meedeed, omdat zij dat alles te wereldsch en uit den booze vonden.
Vooral voor de jeugd was dit telkenjare weerkeerend feest een gebeurtenis. Dagen van tevoren had zij meermalen gelegenheid haar hart op te halen aan het vele, dat op de komst was en de voorbereidende maatregelen, die genomen werden. Telkens ging een nieuw „hoera !" op, wanneer weer een vreemde, hoog opgeladen schuit de dorpsvaart langzaam kwam opzeilen, en met genoegen ging de heele troep in de lijn, om de verschillende vaartuigen naar de plaats hunner toestemming te brengen. Meestal werd dan al spoedig met het lossen begonnen, waarbij over gratis werkkrachten kon worden beschikt.
Ditmaal bleek de belangstelling en deelname aan het dorpsfeest bijzonder groot. In geen jaren was er zooveel te doen geweest, mede door de begunstiging van prachtig zomerweer, 't Was één en al vroolijkheid en vertier op het ruime kermisterrein, thans zóó gevuld, dat de menschen zich verdrongen.
Onder al degenen nu, die geregeld jaar op jaar aan deze pret deel namen, behoorde ook Murk. Met eenige kameraden werd in den middag uitgetogen en wanneer men dan weer thuis zou komen, wist niemand vooruit, 't Kon zijn van diep in den nacht of bij het verbleeken van de sterren, maar het kon óok wel gebeuren, dat er nog een etmaal over verliep, voor de weg naar huis zwaaiend en zingend werd ingeslagen, 't Hing af van het genot, dat men smaakte, doch waar Murk was, daar werd gewoonlijk genoten. Hij had nu eenmaal bijzonder slag om het gezelschap bezig te houden. Altijd had hij een geestigheid..Nimmer was hij verlegen om een woord, zonder daarbij tot het onbetamelijke te vervallen. En wanneer soms tusschen de vrienden ruzie ontstond, wat nog wel eens voorkwam, vooral als tegen den avond de drank begon te werken, was hij steeds de vredestichter, die zonder tusschenkomst van den veldwachter de vechtenden met elkander wist te verzoenen.
Ook ditmaal was Murk weer van de partij. Wat ging het er vroolijk toe!
Straatmuzikanten speelden fleurige wijsjes; draaiorgels draaiden er lustig van langs, terwijl mondharmonica's en papieren toeters het lawaai nog verhoogden. Onder al deze bedrijven door trokken breede rijen jongens en meiden gearmd langs de kramen of vergaapten zich bij walmende olielampen aan al het schoons, dat was uitgestald, of genoten in „de Gezonde Apotheek" van de zoete en zure lekkernijen, of toonden bij schiettent en koekblok onder het gelach der omstanders hun kunst in een goed gemikt schot of een raken slag met de geweldige bijl of met den reuzen-hamer op het hoofd van Jut, waardoor een medaille verkregen werd. Anderen weer stonden met open mond te luisteren naar de twistende echtelieden in het Jan Klaasenspel, of te kijken naar de krachttoeren van den boeienkoning, of de zeldzame prestaties van eenige straat-acrobaten in tricotpakjes. 't Was te midden van oliebollengeur en allerlei muziek een en al vertier.
En toen gebeurde er nog iets anders. Daar kwamen uit een naburige stad eenige jonge menschen met Hallelujah-hoeden en - petten op het hoofd, een pak „Strijdkreten" onder den arm, en met een paar koperen hoorns en tamboerijnen om muziek te maken. Dat was hier op de kermis iets spiksplinternieuws. 't Kwam wel eens meer voor, dat er een paar heilsoldaten langs de huizen gingen, om. hun couranten te verkoopen of te vragen om. een gave voor hun reddingswerk, maar een geheele brigade onder aanvoering van een officier of een anderen overste had men hier nog nimmer gehad. Daar moest men meer van weten. En toen daarop, te midden van het geroezemoes der stemmen en het gehos en gekrijsch der brooddronken menigte en het gepiep en gegil van allerlei muziekinstrumenten dat vreemde gezelschap in een kring ging staan, om daarop onder begeleiding van de bazuinen en rinkelende tamboerijnen een gratis concert te geven, — toen duurde het niet lang of alles stroomde daar heen, (Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's