De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

ONS VERNEDERD LICHAAM

6 minuten leestijd

Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam. Filip. 3 VS. 21.

Groot is de macht en de heerlijkheid van den Heere Jezus Christus. Hij is een volkomen Zaligmaker, Wiens rijkdom onmetelijk is. Menigmaal wordt door Gods kinderen van dezen rijkdom gesproken, terwijl dan toch vaak alleen Zijne heerlijkheid gezien wordt en verwacht met het oog op de verlossing der ziel. En zoo wordt vergeten, dat de Heidelberger Catechismus ook belijdt van de opstanding van Christus, „dat (zij) is een zeker pand van onze zalige opstanding". En dan verder in Zondag 22 : „dat ook dit mijn vleesch, door de kracht van Christus opgewekt zijnde, wederom met mijne ziel vereenigd, en aan het heerlijk lichaam van Christus gelijkvormig zal worden". Ja, wij hebben ons rekenschap te geven van dezen rijkdom van den Heere Jezus, dat Hij is de behouder ook van het lichaam der Zijnen.
Het lichaam, dat Christus verlost, wijl Hij is de behouder van ziel en lichaam, wordt in den tekst genoemd: „ons vernederd lichaam". Dat slaat, zoo ge wilt, op zijn broosheid en bouwvalligheid. Ons lichaam lijkt .vaak zoo sterk en schoon. Maar wat is het zwak, zelfs bij den allersterkste. Hoe wordt het soms in korten tijd gesloopt door een moordende ziekte. Het draagt bij ons allen de kiemen van den dood in zich. En zwakheid en gebrekkelijkheid. teekenen zich menigmaal ontroerend af. Job spreekt van ons menschen als degenen, „die leemen hutten bewonen". Slechts een leemen wand scheidt ons van de ontzaglijke eeuwigheid. Die zwakheid is vernedering, omdat daarin uitkomt, wat het gevolg is van onze zonde en afval van God. Ja, de vernedering van ons lichaam, het merk van zwakheid, die ontluistering is, vindt haar oorzaak in onzen zondeval. Het lichaam toch is een instrument, waarvan onze geest zich bedient. Ons lichaam moet onzen geest gehoorzamen. En nu heeft de zonde de heerschappij in onzen geest. Wij zijn in ons geestelijk bestaan zóó volstrekt verdorven door de zonde, dat het gedichtsel van ons hart boos is, en zijn bedenken vijandschap tegen God. En wat nu uit dat bedenken opkomt om daad te worden, moet uitgevoerd worden door ons lichaam. De begeerlijkheid der oogen, het is al in het paradijs begonnen, maakt ons lichaam tot instrument der zonde. Zoo zijn wij vleeschelijk, verkocht onder de zonde. En zoo is het te aanschouwen, dag in dag uit, dat het lichaam geofferd wordt aan de zonde. En daaronder wordt het gesloopt, of het kwijnt weg en vertoont hoe langer hoe meer het merk der vernedering. Mede door dien zondedienst hebben de krankheden, die ook gevolg zijn van onze zonde, vrij spel, zoodat te sneller de leemen hut inéénzinkt, om tot stof te vergaan. Ja, waarlijk, ons lichaam is een vernederd lichaam. De zonde werkt daarin zoo bang.
Maar onze Heere Jezus Christus is een verlosser en behouder ook van ons „vernederd" lichaam. Hij zal het „veranderen", zoo staat er. Hij zal den Zijnen niet geven een nieuw lichaam in dezen zin, dat Hij hun een volstrekt ander lichaam schenkt. Neen, het oude blijft, wat zijn wezen betreft. Maar het wordt veranderd, d.w.z. het wordt verheerlijkt. Het grondtype blijft, doch overigens wordt alles anders. Zooals een tuin een anderen aanleg kan krijgen, maar ais tuin behouden wordt, zoo is het ook hier. In den grooten dag der Opstanding roept Christus het stof der Zijnen, dat rust in hope, op ten leven. En dan straalt in het verheerlijkte lichaam het grondtype van het oude uit, doch zonder eenig gebrek. Alle vernedering zal weg zijn. Dit is de heerlijkheid en de genade van den Heere Jezus ; Hij verandert ons lichaam, opdat het gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam. Ons lichaam zeide ik. Ja, voor zooveel wij n.l. door het geloof gemeenschap en verborgen omgang met Hem mogen kennen. En dat alles is alleen vrucht van de kracht Zijner opstanding.
De tekst is het slot van Filippenzen 3, dat beheerscht wordt door de bede : dat ik Hem kenne en de kracht Zijner opstanding. Op het kennen van Christus en Zijn opstandingskracht komt het vóór alles en ten allen tijde aan. Want zonder die genade zullen wij niet deelen in den rijkdom van den Heere Jezus, maar eeuwig omkomen. Wij zullen moeten kennen een daad van Goddelijke begenadiging. Het zaad der geboorte moet in ons uitgezaaid worden. Het leven van den Heere Jezus Christus moet in ons, die uit onszelve midden in den dood liggen, geopenbaard worden. Want, van binnen uit verspreidde zich het verderf in het merk der vernedering over ons uit. Van binnenuit vangt ook de wegneming der vernedering aan, straks ten volle in de verheerlijking zich openbarend ; en daarom hebben wij te kennen, dat Christus Jezus door het geloof wone in onze harten. Kennen wij die levensgemeenschap met den Opgestane ? Leerden wy kennen de verhooring der bede : dat ik Hem kenne en de kracht Zijner opstanding ? Hier komen wij niet uit met veronderstellen, of met toestemmen. Ons is noodig die kracht des Heiligen Geestes, Die ons Christus inlijft, om te genieten : en hetgeen ik nu leef, dat leef ik door het geloof des Zoons van God, Die mij liefgehad heeft en zichzelven voor mij heeft overgegeven. Zoekt dien Christus toe te behooren, indien dit nog niet uw deel is. Bn indien gij Hem zóó kent als uw Redder, leert dan ook in de kracht des geloofs wandelen in nieuwigheid des levens. Wij stellen ons lichaam zoo gemakkelijk tot dienstbaarheid der zonde en vergrijpen ons zoozeer aan dat lichaam. Ook in dezen geldt de apostolische vermaning : Gij zijt duur gekocht, zoo verheerlijkt dan God in uw lichaam en in uwen geest, welke Godes zijn. En te midden van ons gebrek des lichaams en zwakte en lijden en ziekte, zij er de vertroosting, dat door hen, aan wie de Heere Jezus Zijn genade verheerlijkte, eens de rijkdom van Zijn heil ten volle zal genoten worden. Ons vernederd lichaam zal verheerlijkt worden. De verheerlijkte Christus zal het gelijk­ vormig maken aan Zijn heerlijk lichaam. Zoo gaat het van heerlijkheid tot heerlijkheid, door strijd en lijden, door afbraak en slooping des lichaams naar die bedeeling, waarin ten volle de rijkdom van Christus genoten wordt als de Redder der Zijnen naar ziel en lichaam. Daarom roept de Apostel ons toe : hoopt volkomenlijk op de genade, die u toegebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus !

Z.

R. B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 april 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's