De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KERKELIJKE RONDSCHOUW

PREDIKANTEN NAAR INDIË!

7 minuten leestijd

Neen, men kan voorloopig met leuzen als „te veel schaadt", wanneer men 't oog heeft op een te veel aan predikanten van Gereformeerde belijdenis in onze Hervormde Kerk, wel thuis blijven. Niemand hecht er dan ook gelukkig veel waarde aan. Wij hebben hier in Nederland nog een tekort, gerekend met „onze" gemeenten. En we weten bij ervaring, dat er gemeenten zijn, die nu nog niet tot „onze" gemeenten gerekend worden, maar die nu al en straks nog meer naar „onze" candidaten uitzien. En als „onze" candidaten dan als jonge predikanten aan 't werk gaan, dan is er, onder beding van Gods genade, nog veel te toereiken. De perspectieven of vergezichten loopen nog niet dood tegen een sombere muur ! En daarom gaan we, ook na onze mooie jaarvergadering, die achter ons ligt, met mooie herinneringen, opgewekt en moedig voort met - ons werk, vooral ook In zake de opleiding van predikanten. Wat is en wat blijft er een heerlijke belangstelling bij velen voor dat werk en wat is de offervaardigheid beschamend groot! Als naar dezelfde mate als de menschen offeren onze candidaten zich geheel willen geven en de opleiding en academische vorming en voorbereiding tot 't beste wordt opgevoerd, zoodat onze jonge dominees veel goeds mee krijgen naar de pastorie, dan is er nog goede verwachting voor onze Hervormde Kerk, voor welker opbouw en voor welker herstel de Gereformeerde Bond zoo gaarne wil meehelpen, in gehoorzaamheid aan Gods Woord en naar de beginselen van onze Gereformeerde belijdenisschriften.
En dan Indië.
Onze secretaris ds. Timmer maakte op de jaarvergadering in zijn verslag melding van een ontroerend schrijven uit Indië, dat onlangs op een van onze Bestuurs-vergaderingen behandeld werd. Sinds is het wijzen op Indië nog meer onze roeping en onze plicht. En we willen gaarne zoo nu en dan op Indië de aandacht vestigen.
Nu lazen we een schrijven van ds. K. F. Creutzberg uit Kediri (N.O.I.). Laat ons daar iets van meedeelen. In het Algem. Prot. Kerkblad had een artikel gestaan van de volgende inhoud (van de hand van ds. M. C. Bronsveld, waarnemend predikant van Padang). Het droeg als opschrift: Geen predikanten, wel pastoors:
„Neen, dit is geen artikeltje tegen Rome. Het is niet aan ons om een andere Kerk te bestrijden en op haar fouten te wijzen. Wij moeten niet in de zon gaan staan, als we boter op ons hoofd hebben. En dat wij niet vrijuit-gaan in betrekking tot onze taak als Kerk, blijkt wel uit het wegblijven van nieuwe predikanten. Het Protestantisme in Holland voelt veel te weinig voor zijn taak als het Indië betreft. Men laat dit mooie land rustig aan Rome over. En nu kan men ontkennen, dat dit zoo is en tegen dit beweren een loflied zingen op het Protestantisme — ik hoor de wanklank; en dit hooren velen met mij.
Ik mag misschien Padang als voorbeeld nemen. Hier werken tegenover één voorganger van de Protestantsche Kerk vijf pastoors plus een bisschop. Niemand kan dezen ijver Rome kwalijk nemen. Integendeel, men moet het prijzen, dat Rome dat alles kan doen. En zooals het hier is, zal men het overal aantreffen. Eï zijn predikanten te weinig en van pastoors is er overvloed. Rome is bezig Indië te annexeeren. Spreek het maar gerust tegen, voed uw hoop maar met een enkele bekeerling onder de Roomschen, de feiten zullen spreken. Geen mensch geniet van de domheid der struisvogels, die met hun kop in het zand wanen, dat er niets is, omdat ze niets zien. Daar kunnen wij ons niet veilig bij voelen. Wie hiernaar toch streeft, zal spoedig ontdekken, dat waan nog geen werkelijkheid is.
Neen, waarde lezer, ik ben heelemaal niet bang voor Rome. Ik geloof in Hem, aan Wien alle macht is gegeven in hemel en op aarde. Maar ik vrees voor de verantwoordelijkheid van het Protestantisme in Holland. Beteekent dat niets meer ? Doet dat niet meer mee ? Heeft dat afgedaan ? Laten de volgelingen van Calvijn en Luther hun taak verder over aan de Roomschen ? Is er zoo weinig verschil meer tusschen beide kerken, dat Rome ons werk kan overnemen, zonder dat wij ons hebben te schamen tegenover ons voorgeslacht en tegenover Hem, die ons in de vrijheid van het Evangelie heeft geleid ?
Zoolang er niet voldoende predikanten voor Indië uitkomen, zoolang moest men maar niet meer spreken van „Protestantsch Holland"".
Bij dit artikel sluit nu ds. Creutzberg zich aan op de volgende manier :
„Dit artikeltje geeft wel ongeveer weer, wat wij allen hier voelen en ondervinden. Ik zelf bedien 2 predikantsressorten, met enkele duizenden Protestantsche inwoners, verspreid over een oppervlakte van plm. half Nederland in een 70-tal grootere en kleinere centra. De R.K. Kerk, met veel minder leden, heeft in dat zelfde gebied 7 pastoors en vele zusters en broeders (die overigens ook missiewerk doen).
Nu zijn er in 1935 wel enkele predikanten uitgekomen, maar er zijn er ongeveer evenveel uitgegaan, zoodat ons corps , wel verjongd, maar nauwelijks vergroot is. In een drietal ressorten is een noodoplossing gevonden, door het predikantschap te laten waarnemen door een godsdienstonderwijzer, maar dat dit een nood-oplossing is, zal men in Holland, waar men oud-zendelingen nog niet goed genoeg vindt voor het predikantschap, wel willen toegeven.
Men verhaalt hier van vele bezwaren, die Hollandsche dominees hébben tegen het gaan naar Indië : te warm, te zielig voor (schoon) ouders, „ik weet niet of ik er wel tegen kan" en meer. Zoopas kreeg ik nog 'n verslag over 'n jong predikant, die op de vraag waarom hij niet naar Indië ging, in de meest sprakelooze verbazing antwoordde, dat hij daarover nu nog nooit gedacht had !
Ik geloof dat 't zoo bitter noodig is, dat men bij het hooren van de roepstem naar Indië, zich eens wat minder gaat laten leiden door sentiment, en wat meer door de vraag : wat wil God !
De dozijnen pastoors en zusters die over Indië uitgestort worden, weten tenminste één ding : wat gehoorzaamheid is. En ondertusschen zit het Protestantisme neer, en zucht over offers die zóó zwaar zijn, dat de Heere zóó iets toch onmogelijk vragen kan enz.
Als een Roomsche mij vraagt hoe dat bij ons toch wel zit, schaam ik mij weg !
't Is treurig 't te moeten erkennen, maar wij zijn de menschen van de breede blik en de groote mond : de daad laten wij over aan Roomschen en Gereformeerden.
Nog twee slotopmerkingen : de bedoeling van dit stuk is, eraan mede te werken, dat althans de opmerking van boven bedoelde predikant, die nog nooit erover gedacht had, naar Indië te gaan, niet meer gehoord zal kunnen worden.
En verder : het is heerlijk in Indië predikant te mogen zijn".
Ieder die deze twee „brieven" leest zal voelen, dat er rake opmerkingen worden gemaakt en scherpe verwijten worden gedaan aan Protestantsch Nederland.
Typisch is ook weer : „wij zijn de menschen van de breede blik en de groote mond" „de daden laten we over aan Roomschen en Gereformeerden".
O ! die „groote mond" van ons. Die parmantige beweringen en stoute stellingen, door ons zoo dikwijls uitgesproken en rondgebazuind !
Maar de daden ? De daden ? Anderen mogen dikwijls de hitte van den dag en de koude van den nacht verduren. En wij houden ons buiten schot. Anderen mogen dikwijls hun tijd en geld ten offer brengen. Wij zijn „niet thuis"
Intusschen zijn we nu ten opzichte van Indië weer gewaarschuwd.
De Roomschen — de Geref. Kerken — de Ethischen — de Modernen — vinden we in Indië, in Oost-en West-Indië.
Laat onder ons, in onze Hervormd-Gereformeerde kringen naast het werk der Zending ook de zaak van de Kerk, met de kwestie rakende het als predikant naar Indië gaan meer en meer gaan leven.
De velden zijn wit om te oogsten. De roep uit Indië wordt gehoord. De Heere komt met Zijn bevel: „predikt het Evangelie allen creaturen". En Nederland heeft voor de Nederlandsche Koloniën een bijzondere roeping en taak.
God geve gewilligheid en bereidvaardigheid en liefde en geloof en ijver ! En gehoorzaamheid! Gehoorzaamheid om dit kostelijke werk te doen. Voor jonge menschen zoo heerlijk. Waartoe „ouders en schoonouders" moeten meewerken in geloof en liefde.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

KERKELIJKE RONDSCHOUW

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 april 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's