'k WIL VAN GENADE LEVEN
'k Wil van genaide leven Tot aan mijn jongsten snik, Aan haar mij overgeven In 't uiterst oogenblik. De bron van mijn verblijden. Mijns harten vaste grond. Mijn troost in alle lijden Is Gods genaverbond.
Mij werd op alle wegen Veel liefde en teederheid. En niets dan enkel zegen. Door 's Heeren gunst bereid. Wie zou ze kunnen noemen, Zijn wond're liefdedaan ? Beneden duizend bloemen, Daarboven zon en maan.
Ik weet wat zij verkonden : *k Geniet er dankbaar van. Maar dat ik voor mijn zonden Genade vinden kan. Dat is wel 't allergrootste. Daaraan is niets gelijk ; 't Geeft hoop zelfs voor den snoodste En maakt den armste rijk.
Hoe, zou mijn hart vertragen Bij lijden en verdriet ? Hoe zou 'k nog zélve dragen, Droeg Gods gena mij niet ? Komt! wien de schuld doet beven. Juich mede in vreugd en pijn! 'k Zal van genade leven En eeuwig zalig zijn i
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's