MANKE MURK
EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN
Met toestemming: uitgever J. H. Kok te Kampen
Onder de aanwezigen, die stonden te luisteren, behoorde ook Murk. Zingend en tierend was hij met een troepje jongelui, arm in arm, de pet op één oor, komen aanzwaaien :
En de kermis die gaat nooit verloren Falderalderiere, Falderaldera ; En de kermis die gaat nooit verloren, Falderalderom ! schreeuwden zij en slingerden den ganschen weg over. Daar hoorden zij het gezang van zachte vrouwenstemmen.
„Stil, jongens, daar moeten wij het onze van hebben, wij zullen eens een leuke mop uithalen !" riep Murk en het volgend oogenblik wist hij door de menigte tot op de voorste rij door te dringen, om zich daar als een boetvaardig zondaar aan te stellen, die enkel oor was, en eerbiedig, met ontbloot hoofd, ging luisteren, 't Was een potsierlijk gezicht. Hier en daar klonk een ternauwernood onderdrukt gelach op. Die Murk was toch een clown ; net geschikt voor een theater om de fleur er in te houden. Wie weet, of hij straks nog niet begon mee te zingen of plotseling zoo'n heilsoldaatje onder den arm nam om met haar 'n rondedans te houden; of misschien wel onder het publiek rond te gaan met zijn pet in de hand, om centen voor de voorstelling op te halen. Want dat hij iets in zijn schild voerde, was zéker.
Maar waarom deed hij niets en waardoor veranderde allengs zijn gelaat, zoodat die spotlach verdween en hij hoe langer zoo meer geboeid werd door het woord van den spreker ? En waarom werd hij stil ? Ja, waarom ?
Aan den avond van dien dag ging men nog wel „kamer op", om te dansen met de meisjes van het dorp, tot diep in den nacht, en Murk zong en sprong ook mee, maar hij was niet zooals anders.
„Heb je een liefje gezien onder den soldatenhoed", plaagde Gabe, en Dirk van de Bargepels oordeelde, dat hij „van Lotje getikt" was. Maar niet éen, die hem tot de oude vroolijkheid kon terug brengen. En nauwelijks was het pauze en zweeg de viool, of Murk was de zaal uit, na een der kameraden nog gezegd te hebben, dat hij zich niet wél gevoelde en naar huis ging.
Daarop is voor hem een tijd van geweldigen strijd aangebroken. In geen dagen kregen de vrienden hem te zien en voor niemand was hij te spreken. Des daags deed hij zijn werk als gewoon, maar na afloop daarvan zonderde hij zich in de eenzaamheid af. Niemand, die hem begreep. Geen mensch, die daar bij kon. De een gaf deze, en een ander weer die verklaring van zijn gedrag, en die hem zagen, merkten hoe hij verviel.
Zij wisten niet welk een worsteling daar binnen in hem plaats vond. 't Was de oude geschiedenis, door duizenden vóór en na hem beleefd, dat namelijk de Geest des Heeren beslag op hem gelegd had, en — zooals de heilsoldaten zongen — een twist met hem hield om zijn eeuwig behoud. Die Geest ontdekte hem aan zichzelven. Die Geest liet hem zijn verloren toestand zien. Die Geest overtuigde hem van zonde en van gerechtigheid en van oordeel. Heel die berg van schuld, van de jeugd afaan opgestapeld, verrees voor zijn oog en daartegenover zag hij het toornend oog van den rechtvaardigen God, die te rein is, dan dat Hij het kwade aanschouwen kan. Als hij eens, met dat zondenregister beladen, midden uit het volle leven was weggerukt! Als hij zóó eens had moeten verschijnen voor den Stoel des gerichts ! Welk een gruwelijk zondaar was hij. Zijn kostbare levenstijd verbeuzeld. Met het heilige menigmaal gespot. Tegen beter weten in al de geboden Gods geschonden. Zijn Naam gevloekt. Zijn Dag ontheiligd en den naaste vaak kwaad gedaan inplaats van ten zegen te zijn. Onrein was hij, van den hoofdschedel tot de voetzool. Hoe zou hij rechtvaardig verschijnen voor God ?
Toen was het voor goed met de vroolijkheid van Murk gedaan. Nog eenmaal hadden de vrienden getracht hem mee te krijgen naar een vroolijke partij, om de zinnen te verzetten, zooals zij zeiden, doch Murk had geweigerd. Daar was er niet één onder hen, die hem verstond en niet één die hem helpen kon. Zelfs hadden de troostwoorden der kameraden geen baat, omdat zij niet begrepen, waar zijn ziel naar dorstte.
„Als daar maar geen ziekte achter weg komt", zeiden de menschen, en een ander dacht weer, dat hij wel niet lang meer leven zou of ter kwader ure de wereld ontvluchten ging.
Tot Murk op zekeren Zondagmorgen plotseling verdwenen was ; niemand wist waarheen. Alleen de melkers van boer Tijmstra wisten te vertellen dat zij hem in de vroegte hadden zien weggaan in de richting van de stad. En zoo was het. Een inwendige stem had hem gezegd, dat hij moest trachten te komen bij degenen, die hem door hun gezang en toespraak bij gelegenheid van die dorpskermis zoo onrustig hadden gemaakt. Toen was zijn besluit genomen. Voor dag en dauw ging hij op reis, om eenige uren later in een samenkomst van het Leger des Heils te zijn. Daar zag hij die zelfde menschen, die toen zoo'n indruk op hem hadden gemaakt door de kalmte en den gemoedsvrede, die zich afspiegelden op hun gelaat.
En weer hoorde hij toen die liederen vol geloofsvertrouwen, gevolgd door dat eenvoudige bidden, waarbij zij als kinderen spraken tot hunnen Vader, om in blij gelooven Hem alles vertrouwelijk te zeggen, wat er leefde in hun hart. En om dan blijmoedig te getuigen van den rijkdom der verlossing, dien zij gevonden hadden in het reinigend bloed van Golgotha.
Daarna werd de uitnoodiging gedaan tot allen, die ook zoo gelukkig wenschten te worden, om hun zonden te belijden en ook te komen onder de kracht van het Bloed. En toen was er met Murk iets vreemds gebeurd. Zonder dat hij zichzelf op dat oogenblik daar rekenschap van geven kon, en later niet wist hoe hij daar vrijmoedigheid toe kreeg, was hij opgestaan en naar voren gestrompeld, om daar op de zondaarsbank plaats te nemen en voor God en menschen zijn schuld te belijden, en te smeeken om de voorbede dergenen, die wisten wat het beteekende, vergeving van zonden te hebben ontvangen.
(Wordt voortgezet).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 mei 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's