STAAT EN MAATSCHAPPIJ
ALS DE VOS DE PASSIE PREEKT....
Het is nuttig en noodig, en het kan zeker ook geen kwaad, om, nu de Sociaal Democratische Arbeiders Partij bezig is zich in een nieuwe kleedij te steken, in goede herinnering te houden, dat deze partij in haar wezen revolutionair is.
Zij steekt ook zelf dit niet onder stoelen en banken.
Wij behoeven voor de revolutionaire gezindheid der partij slechts te verwijzen naar — wat een ieder nog levendig voor de aandacht staat — de muiterij op de „Zeven Provinciën", de revolutionaire actie der matrozen, welke actie destijds door de Sociaal Democraten werd goedgekeurd en verheerlijkt.
Doch behalve dat de Sociaal Democraten revolutionair zijn, staan zij ook afzijdig — om. geen ander woord te gebruiken — van het Vorstenhuis, de Nederlandsche vlag en het Volkslied, in één woord, van het nationaal bezit, dat het Nederlandsche volk lief en dierbaar is. Bij de Sociaal Democratische Arbeiders Partij heeft het internationale den voorrang boven 't nationale.
De Sociaal Democraten zijn republikeinen ; op hunne samenkomsten staat de roode vlag in 't midden der belangstelling, en toen nog niet lang geleden een delegatie van drie leden van het roode Vakverbond, de sociale organisatie der Socialisten, naar Indië ging en de directie van de Stoomvaart-Maatschappijen, zooals dit gebruikelijk is, den passagiers bij aankomst ter plaatse den afscheidsmaal tijd aanbood, stelde de delegatie de voorwaarde; dat, wanneer een der drie soiaal Democraten de directie zou toespreken, die toespraak niet door, wat zij noemden : het Wilhelmus-gebrul zou worden gevolgd.
En ook is van algemeene bekendheid de houding der Sociaal Democraten jegens den godsdienst. Daarvoor moge de aandacht gevestigd worden op de gruwelijke voorstelling, die den hemel afbeeldde, welke voorstelling nog onlangs in het wekelijksche colportage-orgaan van het meer genoemde roode Vakverbond voorkwam.
Wanneer men nu al deze dingen weet, of daarvan bij vernieuwing kennis neemt, moet men zich verbazen over wat in den laatsten tijd, in de roode arbeiderspers voorkomt en dat met het oog op een eventueele Kabinetsformatie na de Kamerverkiezingen van het volgende jaar den indruk moet geven, dat de Sociaal Democratische Arbeiders Partij haar standpunt ten opzichte van het verleden heeft herzien.
Wij noemen slechts twee feiten.
In de eerste plaats, wat de Sociaal Democraat dr. H. Polak in zijn wekelijksche Kroniek, voorkomende in Het Volk van 25 April 1.1., schrijft over het Volkslied, dat hij den naam geeft van : „Zinnebeeld van een grooten strijd".
In deze Kroniek zegt dr. Polak, na eerst te hebben herinnerd, dat het Wilhelmus het fraai en indrukwekkend gedicht is van Marnix van St. Aldegonde, dat er zeker geen reden is om het Wilhelmus, als lied beschouwd, te veronachtzamen. Er is evenmin reden, zoo gaat de Sociaal Democraat voort, om het als Volkslied links te laten liggen, want het is het zinnebeeld van den grootschen strijd, die ons volk heeft gevoerd voor zijn onafhankelijk bestaan, voor de vrijheid van geweten, voor 't verdrijven van de tirannie. Daarom is dr. Polak van oordeel, dat de Sociaal Democraten verstandig zullen doen, zich aan het zingen van het Wilhelmus te gewennen. Wel zal dit, zoo meent de schrijver der Kroniek, de partijgenooten nog niet zoo gemakkelijk afgaan, maar wanneer men eerst het lied eerbiedig aanhoort, als men zich ergens bevindt, waar het wordt gezongen of gespeeld, en verder wanneer de roode Zangvereenigingen niet weigeren het Volkslied te helpen ten gehoore te brengen en de Sociaal Democraten er zich niet tegen verzetten als het de kinderen op school wordt geleerd, dan komt men — zoo besluit dr. Polak — er op den duur wel toe, het Wilhelmus, wanneer het pas geeft, mee te zingen.
Tot zoover de Socialistische schrijver van de Kroniek.
Het tweede feit is, wat Het Volk naar aanleiding van de onlangs gehouden studieconferentie te Amersfoort met betrekking tot de noodzakelijkheid van Bijbelonderricht op de Openbare School bepleit.
Het Volk zegt daarvan (nieuwe spelling) :
»Wij zijn het geheel eens met wat ter vergadering herhaaldelijk gezegd werd, dat bijbelonderricht onmisbaar is voor ieder, die deel wil hebben aan de Europeesche cultuur, om van de Amerikaanse en Australise te zwijgen. Geheel afgescheiden van de vraag, hoe men ten aanzien van godsdienstige opvattingen staat, is het een uitgemaakte zaak, dat men vele van de schoonste voortbrengselen der letterkunde, vele van de heerlijkste werken der schilderkunst, vele van de indrukwekkendste uitingen van beeldhouw-en bouwkunst onmogelijk kan verstaan, zonder dat men de bijbelse geschiedenis kent, die de verhevenste kunstenaars geïnspireerd heeft. Ja, de dagelijkse gesprektaal, de krantentaal, waarvan ieder kennis neemt, kan men veelal niet ten volle begrijpen, wanneer men de bijbel niet kent. Wie dat prachtige boek niet kent, weet niet wat „de ezel van Bileam" is, wat de gelijkenis van het mosterdzaadje inhoudt, wat de zin der bergrede is, wat de zondvloed was, wat de grote figuren van Mozes en David betekenden, wat filistijnen en farizeërs waren, enz. enz., en zal als „een vreemdeling in Jeruzalem" staan naast de schoonste werken die onze beschaving heeft voortgebracht.
Wij allen weten, dat onze grootste schilder aller eeuwen Rembrandt was en Vondel onze grootste dichter. Maar niets zal degene van hun werken verstaan, die niet de bijbelse geschiedenis kent, waaruit deze onsterfelijke meesterwerken zijn voortgekomen. Hij zal als een barbaar staan te midden van onze beschaving. Wij allen zijn overtuigd van de noodzakelijkheid van kennis der vaderlandse en algemeene geschiedenis. Wij willen de antieke godenleer kennen. Wat weten wij anders van Alva en Napoleon, van Jupiter en Mercurius ? Maar de bijbelse geschiedenis zou taboe blijven en van Jozua en Jesaja zouden wij niet behoeven te weten ?
Het doet ons genoegen, dat op deze leemte in ons openbaar onderwijs in de Amersfoortsche conferentie zo sterk de aandacht gevestigd is. Het is onze overtuiging, dat voorziening in deze leemte aan de openbare school ten goede zal komen«.
Tot zoover het Sociaal Democratisch Arbeidersorgaan Het Volk.
Aan beide feiten voegen wij niets toe. Alleen maken wij er melding van om tot voorzichtigheid te manen, wanneer men de Sociaal Democraten bij de verkiezingen in 1937 in hun nieuwe kleedij zal zien optreden.
Want dan zal men, hoe goed de bedoelingen ook mogen zijn én van dr. Polak èn van het dagblad Het Volk, aan het spreekwoord gedachtig moeten zijn : „als de vos de passie preekt, boer pas op uw ganzen".
STAAT EN KERK
Er zijn nog altijd een aantal menschen, die dwepen met het beginsel van een nauwe samenbinding tusschen Staat en Kerk. Dezulken zij het bericht uit Noorwegen, waarvan het Friesch Dagblad van 2 Mei melding maakte, ter aandachtige overweging aanbevolen. Het bericht luidt:
»Die Eerste Kamer van het Noorsche parlement aanvaardde de wet, waarbij aan vrouwen het recht werd toegekend om predikant te worden. De definitieve stemming in de Tweede Kamer vindt binnenkort plaats. Kerkelijke kringen, n.l. het college der bisschoppen, een groot deel der kerkelijke pers en tal van plaatselijke gemeenten protesteeren tegen de wet. Een argument o.a. is, dat er een sterk overschot aan candidaten is, zoodat de nieuwe wet hun moeite nog vermeerdert. De regeeringspartij in het parlement gaat uit van de gedachte, dat man en vrouw voor alle ambten gelijke rechten behooren te hebben.
Het Friesch Dagblad voorziet het bericht van deze toelichting :
»Het wonderlijke in dit bericht is, dat blijkbaar dergelijke dingen aldaar door de regeering worden uitgemaakt. En de sterk links, georiënteerde regeering gaat uit van het beginsel: man en vrouw gelijke rechten van benoembaarheid, en dus vrouwen ook beroepbaar. De Kerk heeft daartegen niets in te brengen dan vruchtelooze protesten. Want in Noorwegen worden de predikantstractementen van de Luthersche predikanten uit de Staatskas betaald. Daardoor sukkelen de Noorsche kerken met een groot tekort aan predikanten. Er zijn candidaten genoeg. Maar de regeering wil geen nieuwe predikantsplaatsen. Vele streken, waar de bevolking in, de laatste tientallen jaren sterk is toegenomen, hebben nog steeds hetzelfde aantal predikanten als vóór deze groei. De regeering houdt de beurs dicht. En de menschen zijn zonder geestelijke leiding«. Aan dit commentaar op het bericht hebben wij niets toe te voegen. Het stuk is duidelijk en spreekt voor zichzelf.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's