De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VRAGENBUS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRAGENBUS

5 minuten leestijd

Vraag : Hoe staat het met de verkiezing en met het verbond in onderlinge verhouding ?
Antwoord :
De vraag is niet al te duidelijk, maar men heeft niet alf te uitvoerig willen zijn, het antwoord aan ons overlatend. Laat ons er dit van zeggen : Wanneer God gansch het menschengeslacht en heel de schepping in het oordeel had gelaten, zou Hij daarin Zijn rechtvaardigheid hebben getoond. Nu is er verlossing en daarin betoont God Zijn genade. Augustinus sprak van „de zalige val" en dan niet om oorzake van 's menschen zonde, maar omdat door den val Gods genade en liefde over zondaren nu zoo heerlijk openbaar wordt.
Worden nu alle schepselen weer verlost ? Immers neen. De duivelen zijn met eeuwige banden gebonden en worden bewaard tot het oordeel (2 Petrus 2 vers 4 : „overgegeven aan de ketenen der duisternis, om tot het oordeel 'bewaard te worden") en de Heere bewaart ook „de onrechtvaardige menschen tot den dag des oordeels, om gestraft te worden" (2 Petrus 2 : 9). Noch van de engelen noch van de menschen zullen dus allen .deelen in de zaligheid straks'. (Matth. 25, 2 Thess. 1).
Wie dan wel ? We kunnen in 't kort zeggen : allen die door God uitverkoren zijn. (Ex. 33 vers 19 ; Rom. 9 vers 16 ; Efeze 1 vers 4).
Zijn er dat velen of weinigen ? Eénerzijds leert de Schrift, dat weinigen zijn uitverkoren (: Matth. 22 vers 14) en anderzijds spreekt zij van een schare, die niemand tellen kan (Openb. 7 vers 9). In verhouding tot degenen, die verloren gaan, zijn het weinigen, maar vergaderd uit alle geslachten en eeuwen, vormen zij een groote schare, in welke menigte van onderdanen de Koning verheerlijkt wordt.
De waarheid, dat er is de uitverkiezing Gods, mag ons geen zorgelooze menschen maken, en mag er ons niet toe verleiden dat we er van spreken als van een „noodlot". We mogen er niet een „fatalistische" levensbeschouwing op na houden zooals de Turken en de Mohammedanen. God heeft bij die verkiezing ook de wegen en middelen vastgesteld. Waarom praat men nu wel gewoonlijk over 't eerste (wat tot de verborgene dingen behoort, Deut. 29 vers 29), terwijl men dan geen aandacht geeft aan die wegen en middelen, die ons. bekend gemaakt worden, telkens weer ?
Welke zijn nu de wegen en de middelen, die God kiest om den mensch te brengen tot zaligheid. ? Van welke wegen en middelen wij getrouw gebruik moeten maken ?
God volgt in Zijn verkiezing Zijn eigen weg. „Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen". (Rom. 11 vers 36).
Nu is de verkiezing niets iets dat toevallig hier of toevallig daar valt; niet grillig als het weerlicht, onberekenbaar als het noodlot. De God der verkiezing openbaart .Zich als de God des verbonds. De stroom des geloofs, welke ontspringt op de eeuwige bergen der verkiezende genade Gods, wordt door God geleid en volgt de bedding, die de Ontfermer gegraven heeft in het Verbond. Daar maakt Hij Zijn Woorden bekend, daar toont Hij Zijne daden, daar liggen Zijn beloften en daar trekt Hij met de koorden Zijner liefde ; daar schenkt Hij de wedergeboorte, de bekeering, het geloof. En alles komt bij den God der verkiezing te liggen in Christus, de grondsteen van het verbond, het fundament des levens, maar tegelijk de steen des aanstoots. Alles in den weg des verbonds. Hier loopen de wegen der menschenkinderen uiteen ; tot een val en tot een opstanding voor velen.
In Zijn verkiezing volgt God gewoonlijk de lijn der geslachten. Wat volstrekt niet beteekent, dat alle kinderen des verbonds behouden worden. Velen „uit Israël" zijn niet het geestelijk Israël. Maar de Heere houdt bij de verlossing rekening met de natuurlijke verhoudingen. Hij neemt de natuurlijke verhoudingen van ouders en kinderen óp in Zijn verkiezing en toont dat in Zijn verbond. Daar ligt de weg, waar God Zijn verkiezing uitwerkt. Eerst dus de verkiezing en dan de natuurlijke verhoudingen, die ook naar Gods bestel zijn.
Daar waar de Heere Zijn Woord doet verkondigen, vinden we de uitverkorenen Gods. Daar zoekt en roept en vergadert de Heere de Zijnen. Waar dus de Heere Zijn toorn openbaart beide over de aangeborene en werkelijke zonden, welke Hij door een rechtvaardig oordeel tijdelijk en eeuwig straft (Catech. Zondag 4, antw. 10) daar heeft Hij Jezus Christus gegeven tot verlossing. (Catech. Zondag 5). En op de vraag: worden dan alle menschen wederom door Christus zalig, gelijk zij door Adam verdoemd zijn geworden — antwoordt de Catechismus: „Neen zij, maar alleen degenen, die Hem door een waar geloof worden ingelijfd en alle Zijne weldaden aannemen" (Catech. Zondag 7).
Dat geloof is dan geen grond voor de verkiezing (zooals de Remonstranten leeren), maar vrucht van de verkiezing. „Er geloofden zoovelen, als er geordineerd waren tot het eeuwige leven" (Hand. 13 vers 48).
De verborgen dingen moeten we laten voor den Heere ; we mogen niet wijs zijn boven we behooren wijs te zijn. Eh ziende op de geopenbaarde dingen, zegt de Catechismus : „Dat de Zone Gods uit het gansche menschelijk geslacht Zich een gemeente vergadert, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in eenigheid des waren geloofs".
Op het Woord hebben we dus acht te slaan. En de Leerregels van Dordt zeggen: „God heeft het Evangelie verordend tot een zaad der wedergeboorte en een spijze der zielen". (Leerr. Ill en IV, § 17).
Hoe hebben wij ons zelf dus te onderzoeken inzake de verkiezing ?
De Dordtsche Leerregels geven hier het antwoord als volgt: „Van deze hunne eeuwige en onveranderlijke verkiezing ter zaligheid worden de uitverkorenen te zijner tijd, hoewel bij onderscheidene trappen en met ongelijke mate, verzekerd ; niet, als zij de verborgenheden en diepten Gods curieuselijk (nieuwsgierig) doorzoeken, maar als zij de onfeilbare vruchten der verkiezing, in het Woord Gods aangewezen, in zich zei ven met een geestelijke blijdschap en heilige vermaking waarnemen. (2 Cor. 13 vers 5). Welke vruchten zijn : het waar geloof in Christus, kinderlijke vreeze Gods, droefheid die naar God is over de zonde, honger en dorst naar de gerechtigheid, enz. (Leerregels I, § 12).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

VRAGENBUS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's