DE GROOTHEID GODS.
Wie is het, die zoo hoogh gezeten. Zoo diep in 't grondelooze licht. Van tijt noch eeuwigheit gemeten. Noch ronden, zonder tegenwicht. Bij Zich toestaat; geen steun van buiten Ontleent, maar op Zichzelven rust. En in Zijn wezen kan besluiten Wat om en in Hem, onbewust van wancken, draeit, en wort gedreven, Om 't een en eenigh middelpunt. Der zonnen zon, de geest, het leven.... Het hart, de bronaêr, d" oceaan En oirsprong van soo vele goeden Als uit Hem vloeien, en bestaen Bij Zijn genade Dat 's Godt! — Oneindigh eeuwigh Wezen van alle ding, dat wezen heeft. Wie kan U noemen ? Onze uitspraak, zwak en onbekwaam. Kan zonder schennis U niet roemen. Uzelf bekend en niemand nader, zijt Gij alleen jian die Gij zijt: der eeuwigheden glans en ader, der glanzen glans in eeuwigheid. Het zien van U zou perk en peil van ons vermogen overschrijden. Laat ons voor 't ondoorgrond'lijk heil met d' eng'len den lofzang wijden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 mei 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's