De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

MOEILIJKE VRAGEN

5 minuten leestijd

Het laat zich goed verklaren, dat velen in den lande met betrekking tot den snellen en droeven afloop van den Italiaansch-Abessijnschen oorlog verontwaardigd en teleurgesteld zijn over den gang van zaken bij den Volkenbond.
Zelfs zijn er onder deze niet weinigen — en daaronder mannen van naam en positie — die van oordeel zijn, dat de Volkenbond zichzelf heeft overleefd en dat de tijd gekomen is, om de opheffing van het instituut te overwegen, of althans voor de Regeering in Nederland om zich te beraden over het opzeggen van het lidmaatschap van den Vokenbond.
Wat te Geneve het vorig jaar heeft plaats gehad, toen de Volkenbond partij koos voor Abessynië, de oorlogsplannen van Mussolini scherp afkeurde en de beschaafde wereld opriep om tegen het onrecht te protesteeren en om door het treffen van sancties Italië tot rede te brengen, heeft niets opgeleverd en is gebleken, niet anders te zijn geweest dan een gebaar.
Het brute geweid heeft triomfen gevierd en het gewonnen van het recht.
Is dus de aandrang op de Regeering om de Volkenbond duidelijk te maken, dat het instituut aan de verwachtingen, die aan zijn beleid werd gesteld, in geen enkel opzicht heeft voldaan en het daarom het beste was dat de Volkenbond uiteen ging, of om de Regeering te nopen zich uit den Volkenbond terug te trekken, alleszins begrijpelijk, toch is het de vraag of de Regeering zulk optreden met haar verantwoordelijkheid zou kunnen dekken ?
Toegegeven wordt, dat de oprichters van den Volkenbond in 1919 te hoog hebben gemikt, toen zij van het in het leven roepen van het huidige Volkenbondshandvest de verwachting koesterden, dat een vergrijp tegen de rechtsorde, als waaraan zich b.v. Italië thans schuldig maakte, de leden van den Volkenbond in het geweer zouden brengen ten einde de rechtsorde weer te herstellen.
Maar nu de Staten, die zich Ibij den Volkenbond aansloten, ditmaal nog niet in staat bleken te zijn om het recht over de macht te doen zegevieren, is daarmede dan vastgesteld, dat ook in de toekomst niets zal zijn te bereiken ?
Die laatste vraag is een moeilijke vraag, misschien nog moeilijker te beantwoorden dan die andere vraag : hoe de toestand in de wereld op dit oogeniblik zou zijn, wanneer de Volkenbond er niet was, hetzij dat deze niet was opgericht, dan wel in den loop der jaren zou zijn opgeheven ?
Men denke bij het beoordeelen van dezen toestand even aan Duitschland's bezetting van het Rijnland. Deze bezetting bracht tot nog toe de wereldvrede niet in gevaar. Doch stel dat het strategisch optreden van den Duitschen rijkskanselier geschied was, zonder dat de tegenwoordige Volkenbondsstaten Engeland, Frankrijk en België gelegenheid hadden gehad om te overleggen, dan zou het een dubbeltje op zijn kant zijn geweest of een nieuwe wereldoorlog ware uitgebroken. De militaire maatregelen, die onze Regeering in die dagen ter bescherming der grenzen trof, moge daaraan herinneren.
Voor de beoordeeling der vraag of de Volkenbond moet verdwijnen Of dat subsidiaar Nederland zich uit den Volkenbond moet terugtrekken, is meer noodig te weten, dan wat de rooftocht in Abessynië heeft geleerd over de verrichtingen van den Volkenbond.
De vraag stelt ons voor het alternatief (de keuze uit twee) óf het oorlogsgeweld met al zijne verschrikkingen ongebreideld zijn gang laten gaan óf bij voortduring opkomen voor de bescherming der internationale rechtsorde en het vasthouden aan de collectieve veiligheid. Een derde weg is er niet.
Wat het laatste betreft heeft de praktijk nog niet getoond, dat de bereidheid in het bizonder van de groote mogendheden groot genoeg is om het internationale recht te handhaven.
En zoolang dit nog niet het geval is, heeft elk land, dus ook Nederland, zijn onafhankelijkheid te beveiligen.
Zijn de omstandigheden in de wereld met het oog op het bewaren van de vrede ingewikkeld en hoogst moeilijk ; Voor de kleine Staten is het vaak om er moedeloos onder te worden. Daarom gaan onze verwachtingen niet naar de menschen, maar moet ons betrouwen op den Heere worden gesteld omdat bij Hem alleen hoope te verkrijgen is.
Vooral hebben wij in den ontroerend ernstigen tijd, waarin wij leven, van den Heere wijsheid en goed verstand af te bidden voor de Overheid, opdat deze land en volk in de juiste paden leide.

STAAT EN KERK (2)
Wij namen de vorige week ter aandachtige overweging van allen, die dwepen met het beginsel van nauwe samenwerking tusschen Staat en Kerk, een bericht uit het Friesch Dagblad over betreffende de bemoeienis van het parlement in Noorwegen met de kerkelijke aangelegenheden daar te lande. Thans geven wij met dezelfde bedoeling een bericht door, dat wij deze week in Patrimonium uit hetzelfde Scandinavische land vonden.
Patrimonium schrijft:
»In Noorwegen oefenen socialisme en communisme grooten invloed uit. Een positief-christelyke actie op politiek en sociaal gebied ontbreekt. Dr. Krop, van Rotterdam, houdt thans lezingen in Noorwegen over de geloofsvervolgingen in Rusland.
De Minister van Eeredienst heeft verboden dat men ds. Krop in de Luthersche kerkgebouwen liet optreden. Dientengevolge moesten de vergaderingen in particuliere lokalen worden gehouden.
Het geval bewijst dat de Kerk in Noorwegen geheel ondergeschikt is aan den Staat. Zooals trouwens ook uit andere omstandigheden blijkt. Regeering en parlement — niet dus de Kerk zelf — hebben onlangs beslist, dat ook vrouwen tot het predikambt behoorden te worden toegelaten.. (De vrijheid der Kerk loopt niet alléén onder het nationaal-socialisme gevaar. Zij komt overal in gedrang waar een positief-christelijke actie op politiek en sociaal gebied niet wordt gevoerd en waar de verhouding tusschen Kerk en Staat op een principieel-onjuiste wijze Is geregeld. Het Protestantisme in de Scandinavische landen is overigens 'door 't Modernisme van kracht beroofd. Principieel werd ook tegenover het socialisme geen positie gekozen«.
Ook dit bericht is leerzaam.
 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

STAAT EN MAATSCHAPPIJ

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's