De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MEDITATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MEDITATIE

HEMELVAART

9 minuten leestijd

En het geschiedde als Hij ze zegende, dat Hij van hen scheidde en werd opgenomen in den hemel. Lukas 24 vers 51.

Het is altijd een ontroerend oogenblik, wanneer wij van onze geliefden moeten scheiden. Hoe zwaar valt het ons reeds, wanneer de scheiding slechts tijdelijk is, omdat wij toch altijd gekweld worden met de gedachte, dat we elkander niet meer zullen wederzien. Doch de moed ontzinkt ons, de levenslust vergaat, wanneer we staan bij de stervenssponde van onze dierbare bloedverwanten, als wij staren in die brekende oogen, welke ons spreken van scheiden voor altijd — een laatste handdruk — een laatste woord — een zucht — en dan voor goed afgesneden alle banden des vleesches !
Scheiden : dat is een van de vreeselijkste gevolgen van de zonde, waardoor wij van God gescheiden zijn.
Toen de mensch door God geschapen was, breidde de Heere Zijn zegenende handen over hem uit; en zijn gansche leven zou een gezegend leven geweest zijn, als hij gebleven was in de gemeenschap Gods.
Naar Gods beeld geschapen, kon de mensch In den weg der gehoorzaamheid eeuwiglijk met zijnen Schepper vereenigd blijven.
Scheiden : dat woord is er in den beginne niet geweest; dat is eerst gelijk met het woord „zonde" ontstaan ; en zonde, d.i. missen van het doel, en het doel was eeuwige vereeniging, eeuwige liefdesgemeenschap tusschen Schepper en schepselen.
Door de zonde gescheiden van God, werd ook de zegen in een vloek veranderd. Welk een tragisch verloop heeft nu het boek van Adam's geslacht : en hij werd geboren, en hij leefde, en hij gewon zonen en dochteren, en hij werd zoo oud, en hij stierf.
En toch is deze scheiding hoopvol, want beiden kunnen niet van elkander gescheiden worden. Schepper en schepsel behooren bij elkander en moeten vereenigd worden. Dat leert ons ook hetzelfde boek van Adam's geslacht: Henoch dan wandelde met God, en 'hij was niet meer, want God nam hem weg.
Scheiding, dat is de vloek der zonde. Hereeniging, dat is de zegen der genade. Scheiding, dat is de schuld van den mensch. Hereeniging, dat is de verzoening van God. Scheiding, dat is de openbaring van het menschelijke vleesch, verkocht onder de zonde.
Hereeniging, dat lis de openbaring van de Goddelijke wil in Oud-en Nieuw Verbond ; dat is de levende hoop van de Patriarchen en de heilsverwachting der Profeten ; dat is de blyde boodschap der engelen in den Kerstnacht; dat is de vreeze en groote blijdschap van den Paaschmorgen ; dat Is de aanbidding van den verhoogden en verheerlijkten Christus ; dat is het wonder van den Pinksterdag; dat is de troostvolle inhoud van de Evangelieprediking aan alle creaturen.
De Ladder Jakobs is neergelaten, welke hemel en aarde vereenigt tezaam.
Zijn Kerk is Hem gevolgd tot in Zijn nederdaling ter helle toe; nu mogen wij Hem volgen tot in de hoogste hemelen.
Ofschoon een wolk Hem wegnam, toch zien wij Jezus met eere en heerlijkheid gekroond, aan de rechterhand van de kracht Gods.
Zoo wordt de vloek tot een zegen, de scheiding tot hereeniging, heit voorhangsel gescheurd, de schuld verzoend.
En het geschiedde toen Hij ze zegende als onder het Oude Verbond de hoogepriester het offer der verzoening had gebracht, trad hij naar buiten, en staande voor het groote gordijn, dat het Heilige van den Voorhof scheidde, hief hij de handen op en zegende de wachtende schare, waarna hij weer verdween achter het gordijn in het Heilige en de gemeente huiswaarts keerde.
Zoo zien wij hier de groote Hoogepriester naar de ordening van Melchizedek, nadat Hij met Zijn eigen bloed de zonde des volks verzoend heeft, met opgeheven handen staan aan den ingang van (het Heilige, en al zegenende scheidde Hij van Zijn Kerk; en nadat Hij door het gordijn der wolken was doorgegaan, steeg Hij door de hemelen als door het Heilige tot in het Heilige der Heiligen, waar de genadetroon Gods is opgericht.
Staande op den Olijfberg, zag Hij daar beneden zich de bloedstad Jeruzalem, ginds den hof van Gethsémané, daar buiten de muren van Jeruzalem de heuvel Golgotha ; en in het gezicht van al die plaatsen ging de Heere nu scheiden. Hij, die tot de hel toe vernederd, was, zou nu ten hemel toe verhoogd worden.
Met Zijn doorboorde handen zegende Hij hen. De vloek der wet had Hij volkomen gedragen en de zegen der wet had Hij verworven voor al de Zijnen.
Gij voert ten hemel op, vol eer. De kerker werd Uw buit, o Heer, Gij zaagt Uw strijd bekronen Met gaven, tot der menschen troost: Opdat zelfs 't wederhoorig kroost Altijd bij U zou wonen.
Zegenend scheidt Hij ; maar wat was Zijn leven hier op aarde anders geweest dan een dagelijksche zegen voor een vloekwaardig volk ?
Als Profeet heeft Hij Zijn discipelen onderwezen en Zijne beloften geschonken.
Als Hoogepriester heeft Hij nu zegenend de handen over hen opgeheven.
Thans bestijgt Hij voor hun oogen als Koning Zijnen troon.
En het geschiedde als Hij ze zegende, dat Hij van hen scheidde.
Scheiden moest Hij van deze aarde, van de Zijnen; dat is een deel van Zijn verlossings­ werk, want het is niet genoeg, dat Hij hier op aarde voor een schuldig volk geleden heeft, dalt Be voor dit leven een Zaligmaker hebben, ze moeten met den Vader verzoend worden, en dan zal Hij hun een plaats bereiden m het Vaderhuis met zijn vele woningen.
Het is een scheiden, maar tot weerziens : En zoo wanneer Ik henen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zoo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben.
Het is een scheiden tot hun nut, en daarom is het een zegenend scheiden. Het is een scheiden naar het vleesch, maar niet naar den Geest. Daarom was Zijn zegen geen ijdele wensch, maar Hij deelde dien zegen werkelijk mede : Ik ben met ulieden, alle de dagen tot aan de voleinding der wereld'. En de vrucht van die blijvende zegen ervaart de strijdende Kerk nu nog als het Pinksterwonder van de uitstorting en inwoning des Heiligen Geestes.
Dat is de zegen van de herschepping, welke Christus verworven heeft, toen Hij het uitriep aan Golgotha's kruis : Het is volbracht! Zoo moest Hij van hen scheiden naar het vleesch, maar met die zegen in het hart en de belofte van den Trooster, die komen zou, kon het scheiden geen oorzaak van droefheid, maar een reden tot blijdschap zijn.
De Vader van alle barmhartigheid zal hen, om Christus' wil geen weezen laten. Was de scheiding ontstaan door de zonde ; de straf der zonde is nu betaald, aan het recht Gods is voldaan, thans vaart de Borg op ten hemel om voor den Vader te verschijnen met de kwijtbrief. Zal Hij toegelaten worden in de troonzaal Zijns Vaders ?
Als Zoon heeft Hij een vrijen toegang ; maar ook als Middelaar Gods en der menschen, bekleed met ons vleesch en onze natuur ? ?
En het geschiedde als Hij ze zegende, dat Hij van hen scheidde en werd opgenomen in den hemel.
Door Zijn Goddelijke kracht vaart Hij op, en evenals een menigte des hemelschen heirlegers bij Zijne geboorte den lofzang heeft aangeheven, zóó zullen de engelen ook nu met gejuich hun Heere hebben binnengeleid :
Verhoogt, o poorten, nu den boog ; Rijst, eeuw'ge deuren, rijst omhoog. Opdat g' uw Koning moogt ontvangen. Wie is die Vorst, zoo groot in kracht, 't Is 't Hoofd van 's hemels legermacht . Hem eeren wij met lofgezangen.
Omstuwd door de trlumpheerende Kerk nadert Hij voor den troon Zijns Vaders met de kwijtbrief der voldoening, en het Lam, dat geslacht is, sprengt Zijn eigen , bloed op het verzoendeksel voor het aangezicht van Zijnen Vader en Gode zij dank ! opgenomen in den hemel, wordt Hij nu ook aangenomen door den Vader.
„En als het Lam het boek genomen had uit de rechterhand desgenen, die op den troon zat, vielen de vier dieren en de vier en twintig ouderlingen voor het Lam neder, hebbende elk citers en gouden fiolen, zijnde vol reukwerk, welke zijn de gebeden der heiligen. En zij zongen een nieuw lied, zeggende : Gij zijt waardig dat boek te nemen en zijne zegelen te openen ; want Gy zijt geslacht, en hebt ons Gode gekocht met Uw bloed, uit alle geslacht en taal en-volk en natie". Zóó werd Hij opgenomen in den hemel, en is nu gezeten aan de rechterhand des Vaders, totdat Hij Zijne vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Zijner voeten.
En nu voegt Lukas er aan toe In de Handelingen : opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hunne oogen.
Dat hebben de apostelen gezien, en hun getuigenis blijft voor de strijdende Kerk een troost tot aan de voleinding der wereld.
Want wat zij zagen, mag ieder kind Gods nog zien door het oog des geloofs. Ofschoon Hij van hen scheidde, toch mogen ze Zijn kracht ervaren. Geen grafsteen, geen ondoordringbare muur nam Hem weg van hunne oogen, doch slechts een luchtige wolk, waardoor ze Hem nog bij oogenblikken mogen zien, als opgenomen in den hemel, staande ter rechterhand Gods.
Dat geeft hun moed en krachten in het strijdperk van dit leven.
Gescheiden en toch één.
Wel is uw leven een strijd tegen de vijanden van uw ziel: Satan, wereld en eigen vleesch, maar ziende door die wolk op Hem, die voor u strijdt, zult ge meer dan overwinnaars zijn. Kind des Heeren, laat Uw wandel dan in de hemelen zijn, waar Christus is. Nog een korte verdrukking en ge zult Hem zien komen op diezelfde wolk en dan zullen al Zijne en uwe vij­anden Hem ook zien, dan zal de eindoverwinning voor u behaald worden, dan zal het de dag van uw hemelvaart zijn, dan zult gij eeuwig bij Hem zijn en een ondoordringbare muur, een onoverbrugbare kloof, zal de vijanden van Hem en van u scheiden.
Hij is ingegaan in het hemelsche heiligdom, slechts een gordijn scheidt ons van Hem, die daar in het hemelsche heiligdom offert, en bidt, en zegent; van achter het gordijn hooren wij Zijn. stem, maar Hij licht het gordijn nog niet op om te komen ; onze roeping is wachten, ieder oogenblik Zijn wederkomst verwachten, en zoo Hij vertoeft, verbeidt Hem, want Hij zal gewisselijk komen. De tijden moeten eerst nog rijper worden voor Zijn komst, maar (we zien het) ze worden rijp.
Wachten, waken en bidden zegt de stem achter de wolk.
Laat uwe lendenen omgord en uwe lampen brandende zijn !
Maranatha ! Is daarop ons antwoord : Heere Jezus, kom haastelijk ? Ja,
Dan zal ons Hemelvaartslied zijn :
Wij steken 't hoofd omhoog en zullen d' eerkroon dragen,
Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen. Maar eeuwig bloeit de
gloriekroon Op 't hoofd van Davids grooten Zoon.
Ouddorp (Z.H.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MEDITATIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 mei 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's