FINANCIËN
Wanneer Ik dit overzicht op papier vastleg, is met enkele dagen Pinksteren ingeluid. Dan wordt allerwege inzameling gehouden voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk onder de heidenwereld.
Dat dit juist dan plaats heeft, ligt zoozeer voor d€i hand, dat het mij vrij overbodig schijnt hierbij eene toelichting te geven. Immers welke prediking gaat er anders uit van wat op het Tempelplein werd beluisterd, dan dat men de groote werken verkondigde in onderscheidene talen. Dat dit zich geheel aansloot aan het bevel des Heeren tot Zijn jongeren kort voor Zijn heengaan tot den Vader, is ook bekend. „Predikt het Evangelie" — zoo had 'Hij gesproken — „aan alle creaturen". Vandaar dat het Pinksterfeest alle aandacht samentrekt op het terrein van de Uitwendige Zending. Wij vinden dit zelfs zoo gewoon, dat wanneer zulks mocht worden nagelaten, de vraag vanzelf opkwam: „Wat heeft dezen gang van zaken kunnen wijzigen ? " 'k Zou dan ook noode mij kunnen indenken, dat in onze naaste omgeving op ééne plaats zulks zou worden afgelast.
Zakelijk is het geboden. Daarbij komt, dat allerwege, dus ook op dit terrein, de moeilijkheden om het budget sluitend te maken, grooter zijn dan óóit. De verschillende corporaties, aan wie dit werk werd opgedragen, zenden in deze dagen hun overzichten uit, waarin met meer ernst dan gewoon, wordt aangedrongen de helpende hand uit te steken. Naar ik gelooven mag, vindt men nergens een gesloten deur. Inzonderheid mag zulks verwacht in onze Gereformeerde gemeenten. Wat is hier n.l. het geval. Ik zeg dit niet om een vleiend getuigenis te geven, zonder dat daartoe een gereede oorzaak zou zijn, neen, omdat de ervaring mij dit heeft geleerd. In onze Gereformeerde gemeenten wordt voor de uitbreiding van Gods Koninkrijk, voor de prediking des Evangelies zooveel medeleven getoond en zooveel geofferd, dat hieromtrent niet de minste bezorgdheid behoeft te bestaan. Onze menschen hebben het geleerd, te geven. Wanneer eens een onderzoek zou worden ingesteld wat aan kerken en scholen, evangelisatie en vereenigingsleven werd bijgedragen, zoo zoudt ge eenvoudig de handen ineenslaan. Dezer dagen heb ik mij nog laten vertellen, dat in een onzer meelevende gemeenten elk jaar meer dan 50.000 gulden werd opgebracht voor wat wij noemen de dingen van Gods Koninkrijk.
Een hand, die vaak geeft, leert geven. Daarom is mijn bezorgdheid voor de Zending in onze kringen niet zoo groot, dat ik me hieromtrent verontrusten mag. Allerwege wordt het zóó aangevoeld, dat 't naar het Woord Gods geboden is. God wil het, en waar mij het voorrecht te beurt viel om het Woord des Heeren vrijelijk te beluisteren, ligt het ook op mijn weg de velen, die daarvan verstoken bleven tot nu, daarmede bekend te maken. Wanneer daar menschen worden gevonden, die niet alleen hun goed, maar ook hun leven hiervoor veil hebben, zoo dienen wij deze te steunen met onze gaven en ons gebed. Dit laatste mag niet worden vergeten. Zou ik het niet anders moeten formuleeren ? Wanneer mijn gebed niet voorop gaat, is mijn gave niet van de rechte soort.
Met deze enkele woorden van aanbeveling voor onze Zending zou ik willen volstaan. Er wordt op ons aller medewerking gerekend. Geve de Heere ons tezamen een rijken Pinksterzegen ! Mijn overzicht is van deze keer niet zoo heel groot, hoewel ik er dadelijk aan wil toevoegen : de totale opbrengst viel mij al weer niet tegen. Er zijn altijd nog van die nalezingen. Deze vinden immers nog weer hier en daar een enkele halm, waaruit somtijds nog een garf kan worden opgebouwd, 'k Geloof nog niet, dat het geheel is afgeloopen. Natuurlijk wordt in de buurt van het Pinksterfeest deze arbeid een korten tijd stilgezet. Wij hebben in den loop der jaren al eenige ervaring opgedaan, ook op dit terrein.
Laat mij thans u mijn lijstje voorleggen.
1. De eerste post is van een ouden klant. Hij heeft al heel wat bijeengezameld.. Zijn maandelijksch busje bracht op ditmaal ƒ 1.15
Het staat bij den heer C. Bardelmeijer te Zegveld. Staat zijn naam al heel vaak in onze boeken, ik sta, wat dank betreft, bij hem zeker voor geen kleine som in zijn boeken.
2. Te 's-Gravenmoer heb ik een vriend wonen — zijn naam is en blijft voor mij wegschuilen achter N.N. — die mij telkens een gift doet toekomen. Zoo ook nu weer zond hij mij......... „ 2.—
Ik dank hem allerhartelijkst.
3. Door ds. Van Dorp te 's-Gravenhage krijg ik ook telkens mij enkele giften toegezonden. Verleden week maakte hij ook weer een tweetal over, n.l. van N.N. 1 gld. en van N.N. 1 gld. voor onze beide fondsen - 2.— Misschien dat hij weet, wie deze gevers zijn. In dit geval zal hij mijn zeer vriendelijken dank wel voor een groot deel aan hen afdragen.
4. Ds. Schroten, van Suawoude, had een huwelijk ingezegend, bij welke gelegenheid men aan het Studiefonds had gedacht. Een rijksdaalder werd er in de collecte gevonden „ 2.50
Wij maken van deze gelegenheid gebruik om onze hartelijke gelukwenschen aan deze jonggehuwden aan te bieden. Zij des Heeren zegen rijkelijk hun deel. Wij danken hen voor dit Wijk van medeleven en spreken de wensch uit dat vele jonge menschen, die in het huwelijk treden, dit goede voorbeeld mogen volgen. In deze maanden doet het zich nogal eens voor, dat er kerkelijke huwelijken worden gesloten. wy houden ons aanbevolen. 5. Uit de gemeente van Stavenisse mocht mij ook een collecte geworden, welke ik tusschen het Studiefonds en de Evang. Commissie had te verdeelen. Deze bracht op .........., 17.60
’k Zal aan den Penningmeester van bovengenoemde Commissie dit deel overmaken. Intusschen mijn zeer vriendelijken dank.
6. Door den heer B. alhier kreeg ik van zijn zuster te L. voor het Studiefonds „ 2.50 Voor deze gift ben ik zeer gevoelig. Ik dank beide, die het gaf, èn die het overreikte.
7. Uit eigen gemeente kwamen deze week ouder gewoonte weer enkele giften bij mij binnen. Br. Brinkers heeft daarin geen klein aandeel.
Wij zullen de jeugd laten vooropgaan. Cor Brinkers is houder van een busje. Ditmaal had hij daarin opgezameld de som van „ 5.37
Wanneer ik hierbij denk aan 't spreekwoordi: „jong geleerd, is oud gekend", zoo is hierin nog een belofte gelegen ook voor de toekomst. Ik wou dat dit voorbeeld door velen van onze jeugdige vrienden werd gevolgd. Wij zeggen onzen jongen vriend hartelijk dank.
8. Hieraan verbind ik een drietal giften evenzoo door de hand van br. Brinkers. Dit zijn nagiften op de Paaschinzameling; van V. d. H. ƒ 1.—, van B. ƒ 4.— en van S. ƒ 2.50 (de laatste gift overgelangd aan de kerkdeur van de Janskerk). Hij wil onzen dank wel overbrengen, nietwaar ? Per giro ontving ik nog voor de Paaschcollecte van V. d. B. alhier ƒ 1.25, samen „ 8.75
9. Uit den collectezak van de Domkerk kwam van den onbekenden gever weer een tientje „ 10.—
Waar mij geen anderen weg openstaat dan deze, betuig ik mijn oprechten dank voor deze gedurige steun. 10. Ds. Ewoldt te Bergambacht zond mij als aldaar gecollecteerd in den kerkezak ook 1 gulden „ 1.—
Ik ben ook hier hoogst erkentelijk voor. Zender en gever mijn vriendelijken dank. 11. Van mej. N. N. te Soest ontving ik een gift van 10 gulden voor beide fondsen „ 10.— Mag ik voor deze gift mijn bizondere erkentelijkheid betuigen.
12. Thans volgen nog een viertal Paaschcollecten, die mij elk op zich zelf stof geven tot blijdschap, en mij hoogst dankbaar hebben gestemd, 'k Mag er Gods hand duidelijk in merken.
De eerste komt uit Benschop. Hier heeft men ook voor onze fondsen nog een collecte willen houden. Deze bracht op „13.75
Mag ik den Kerkeraad zeer vriendelijk dank zeggen.
13. Hierna hadden wij het genoegen uit Baarn ons een kerkcollecte te zien toegezonden, die ruim twintig gulden bedroeg „20.35 De Baarnsche vrienden betuig ik bij dezen mijn oprechten dank.
14. Daarop volgde de Paaschinzameling, welke gehouden is in Amersfoort en Leusden tezamen, 'k Vermeen goed te doen dit even apart te vermelden. Uit Leusden mocht mij 15 gulden geworden, 't Geheele bedrag was „111.50
Dit komt vrijwel op hetzelfde punt uit, waar wij verleden jaar op stonden. Dit zegt voor mij niet weinig. Wat ik zeker verwacht zou hebben, was vermindering. En nu zulk een bedrag te zien overgelangd, stemt mij tot grooten dank.
En inzamelaars èn gevers zullen dezen wel van mij willen aanvaarden.
15. Het sluitstuk vormt ditmaal Hilversum, 'k Wist het wel, dat hier oudergewoonte gewerkt werd voor onze fondsen. En ook dat dit werk zich in goede handen bevond. Verder moest ik het afwachten.
Nu daarin ben ik niet beschaamd. Wat ik zooeven bij een voorgaande gemeente heb opgemerkt, geldt ook hier. 't Verschil met verleden jaar is zoo minimaal, dat ik in twijfel ben of de inzameling van nu die van de vorige keer nog niet zal overtreffen, 'k Kreeg n.l. reeds een Rijksdaalder vooraf, 'k Vergeleek deze bij een eerste druppel die een milden regen aankondigt. Hierdoor is het verschil nog geen gulden. Wanneer mij de vraag wordt gedaan, wat ik daar van zeggen moet, zoo is dit het antwoord : „tot beschamens toe maakte de Heere het met ons wel".
Het bedrag dat mij is toebedeeld is niet minder dan „ 313.25
Ik gevoel mij onder deze weldadigheden Gods zeer klein, 'k Zou kwaad doen en onze eigene zaak schade doen, als ik haar niet geheel in Zijne handen liet.
Ook met het oog op die gemeenten, van waar ik nog wel iets verwachtende ben, weet ik geen betere plek dan het aan den troon der genade neer te leggen. Hij zorgt voor ons en het onze beter, dan wij het ooit kunnen.
Wanneer ik optel, wat in deze week binnen kwam, is het niet minder dan
f 521.72
utrecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 mei 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's