Nederig van harte.
Wanneer de Hemel geeft zijn zegen : Van eenen schoonen zomer-regen. Zoo valt die gaaf wel overal; Maar al wat hoog is en verheven, Daar komt het water afgedreven, En vloeit in 't allerlaagste dal. Dat is wat schoons, om mij te leeren : Zoo vloeit de milde Geest des Heeren, In 't needrig en ootmoedig hert; O Nederigheid, zoo hoog te roemen. Wat draagt uw grond al schoone bloemen ! Och of mijn berg een diepte werd ! Och, konde ik klein zijn en gebogen, En God in mijne ziel verhoogen. Wat zou er van die hoogten of Al lieflijk water in mij vloeien. En doen mijn Geest zoo lustig bloeien. Als eenen schoonen Rozenhof. Daar zou zich Jezus mijn beminde, Zoo zoet en vriend'lijk laten vinden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 1936
De Waarheidsvriend | 10 Pagina's