De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

MANKE MURK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MANKE MURK

EEN VERHAAL UIT HET FRIESCHE VOLKSLEVEN

5 minuten leestijd

Met toestemming uitgever J. H. Kok te Kampen
Kijk, daar was het nu, wat zij verwacht had en voor zich zelf ook zou wenschen te weten. Andere menschen zeiden dat zoo niet, en tenminste niet aanstonds tegen een vreemde, maar een Heilsoldaat durfde dat wel. En het lijden verbindt.
„Zijn je ouders al lang dood? " vroeg zij. En nu kwam zijn verhaal. Van de jeugd af een aaneenschakeling van allerlei leed, waaronder menigeen bezweken of gevoelloos geworden zou zijn.
„Maar hoe weet je nu dat andere, van God ? " vroeg zij, deels uit belangstelling, deels uit nieuws gierigheid.
Wat bedoel je ? " was zijn wedervraag.
„Dat God goed voor je is en je niet vergeten heeft. Me dunkt, dat het anders al een bijzonder treurig stuk leven geweest is met heel weinig zonneschijn”.
„Omdat Hij zich over mij ontfermd heeft", zei Murk.
„Ontfermd ? " En 't is immers alles moeite en verdriet met je geweest, haast van de geboorte af ? "
„Hij heeft mij opgezocht, toen ik naar Hem niet vroeg, en heeft toen Zijn hand op mij gelegd en mij gezegd, dat Hij al mijn zonden vergeeft en mij aanneemt als Zijn kind".
„Ik begrijp je niet. God de hand op je leggen en iets tot je zeggen ; — hoe ging dat dan "
„Dat is zoo niet te zeggen, maar 'k weet het. Want ik voel het van binnen".
„Maar hoe kan je zooiets van binnen voelen ? " Nu, hoe heb je gevoeld, dat je man van je hield, en wat is het, dat je nu nog telkens over hem spreken doet ? Zoo weet ik, dat God mij lief heeft en dat ik voor eeuwig de Zijne ben". Met verwonderd oog keek vrouw Kalma hem aan. Zoo had zij nog nooit iemand hooren spreken. Die Heilsoldaten hadden toch wel iets vreemds over zich, dat een ander niet had. „'k Wou, dat ik dit alles óók zoo wist, als het ten minste geen verbeelding is", sprak zij.
„Verbeelding ? Kan je liefde dan verbeelden ? En dan niet even, maar altijd, en dan een liefde, die ik zelf niet gezocht heb en niet eens wist, dat zij bestond, maar die toen tot mij kwam, zoo wonder groot ? "
Hier volgde een pauze, waarin elk een oogenblik bezig was met zijn eigen gedachten. Murk bij het overdenken der wonderlijke wegen Gods, die zoo naar hem had omgezien, en hem zoo gelukkig maakte, vrouw Kalma met hetgeen zij voor dit leven moest missen en de weinige zekerheid die zij had van de dingen, waarover hij zoo met beslistheid sprak. Zij kon er niet bij. Ze begreep er letterlijk niets van, maar dit was het, dat zij altijd gedacht had, dat de menschen van den godsdienst moesten bezitten, maar waarvan zij zoo weinig in haar leven had gehoord, en nog veel minder gezien. Dit was heel iets anders dan de dominé bepreekte, die het altijd had over braafheid en deugd, maar die haar innerlijk zoo arm en leeg liet. Wat manke Murk in zijn eenvoud sprak, daar zat leven in en dat raakte het hart.
„Was je vroeger zoo niet ? " vroeg zij na een poos.
„Neen, ik kende God niet en diende de wereld. Waar vroolijkheid was, daar was Murk, en waar Murk was, daar was vroolijkheid".
„Maar je lijkt me nu ook nog al iemand, die van een grapje houdt en niet somber door het leven gaat".
„O, neen, maar 't is een heel andere vroolijkheid dan vroeger, "t Is nu de blijdschap van den zoon die verloren was, maar gevonden is, en nu weet, dat hij voor altijd veilig en geborgen is in God".
„En nu wilde je bij mij komen inwonen ? " vroeg zij hem, om tot het onderwerp te geraken, waarover het eigenlijk gaan moest.
„Als het de weg is, dan graag, en anders zoo de Heere het wil".
„Maar hoe weet je het, dat 't de weg is ? "
„Dat wordt vanzelf openbaar, 'k Heb het God gezegd en Hij weet wel, dat ik niet onder den blooten hemel slapen kan en een onderdak moet hebben. Toen las ik die advertentie, en nu ben ik hier. 'kWil hier wel blijven, maar weet niet, hoe u er over denkt".
„En het kostgeld dan ? Hoeveel kan je betalen ? "
„Ik weet het niet; ik denk zooveel als noodig is".
„Heb je dan geen berekening gemaakt ? Ik ben een weduwe, en moet voor mijn kinderen het brood verdienen".
„Zeker, en dat weet mijn Vader ook; daarom vertrouw ik, dat Hij mij wel zooveel geven zal als ik noodig heb, om hier de nooddruft te vervullen".
Weer was de verwondering aan de zijde van vrouw Kalma. Zoo'n vreemden man had zij nog nooit in haar leven ontmoet. Hij had geen geld, werd door anderen geholpen, moest nog beginnen met handel te drijven, zonder te weten van te zullen slagen, en nu geloofde hij vooruit, dat hij niet alleen zijn eigen kost kon verdienen, maar zooveel als hier noodig was voor allen, omdat hij het Gods besturing noemde, dat hij hier gekomen was. Had zij uit haar jeugdjaren die geschiedenis niet onthouden van den profeet Elia, hoe hij in Zarfath bij een weduwe kwam, en vanaf dat oogenblik haar huis gered was, omdat het meel in de kruik en de olie in de flesch niet ontbrak ?
„Dus je waagt het er op ? " vroeg zij met iets in haar stem, dat hem aanmoedigde, terwijl haar oog begon te lichten, zooals het sinds den dood van haar man dit niet gedaan had.
„Ik wel”, zei Murk, zonder eenige verheffing, in kinderlijk geloofsvertrouwen.
Dán ik ook !" was haar kort en bondig besluit.
(Wordt vervolgd).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's

MANKE MURK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juni 1936

De Waarheidsvriend | 10 Pagina's